Elahuizen

ELAHUIZEN of Eelahuizen, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Hemelumer-Oldephaert-en-Noordwolde, arr. en 3 u. Z. ten W. van Sneek, kant. en 3 u. O. van Hindeloopen, bij de Fljuessen en het Heegermeer.

Men telt er onder het behoor van dit d., waartoe ook het geh. Trophorne gerekend wordt, 65 inw., die meest hun bestaan vinden in de veeteelt. De landen van dit d. loopen oostwaarts tot aan de Fokkesloot.

De inw., die hier allen Herv. zijn, behooren tot de gem. Nyega-en-Elahuizen, die hier geen kerk, maar enkel een kerkhof met klokkestoel heeft. Vroeger stond de kerk digt bij de Fljuessen; doch uit vrees, dat zij door het water mogt verslonden worden, is er later eene andere kerk, daar verder af, gebouwd, doch deze is in de vorige eeuw afgebroken. Ook het oude kerkhof is nog in wezen.

Er is hier geene school, maar een gemiddeld getal van 25 leerlingen uit dit d. geniet te Nyega onderwijs.

Weleer vond men hier een sterk huis van Hans Perkesz, doch dit huis werd door de Schieringers en Sneekers veroverd en verwoest en hij zelf gevangen genomen.

Het dorp Elahuizen had met de nabijgelegen wouddorpen Nyega, Oudega en Kolderwolde, bij den watervloed van Februarij 1825, veel te lijden, ten gevolge van eene doorbraak in den Zuid-Vensterdijk, in Gaasterland. Spoedig steeg het water van 9 tot 19 palmen op het land en in de zwakke woningen, terwijl deze, aan de sterke persing geen weerstand kunnende bieden, de eene na de andere bezweken.

Vele der bewoners echter hadden nog gelegenheid om have en vee in veiligheid te brengen en in het hoog gelegene Gaasterland zich te bergen, alwaar ieder menschlievend werd ontvangen. Voor anderen, ten getale van negen-en-tachtig zielen, grootendeels van hunne sobere bezittingen beroofd en der behoefte ten prooi, was de kerk en pastorij te Oudega een oord van toevlugt, alwaar zij in deze dagen van rampspoed uit den algemeenen onderstand van het hoogst noodige werden voorzien.

Het lot dezer menschen was in den aanvang alle denkbeeld akelig en ellendig. Ofschoon velen in deze oorden tot de geringste volksklasse behoorden, was hun ongeluk niet minder treffend: want in deze vier wouddorpen was een vijftigtal huisgezinnen geheel noodruftig, waarvan aan eenige, in de kerk te zamen geschoold, niets dan enkele uit den vloed opgevischte en daarna gedroogde haringen, tot voedsel overbleef.

Bron: vanderaa.tresoar.nl

Bron Wikipedia: Elahuizen (Fries: Ealahuzen) is een dorp in de gemeente De Friese Meren in de Nederlandse provincie Friesland en telt 356 inwoners (2012). Tot 1 januari 2014 behoorde Elahuizen tot de gemeente Gaasterland-Sloten.

Het dorp heette oorspronkelijk Nijega, en werd ter onderscheiding van twee andere Friese plaatsen met dezelfde naam aangeduid als "Nijega (H.O.N.)" De afkorting H.O.N. stond voor de naam van de gemeente waar het in lag, Hemelumer Oldephaert en Noordwolde. Eind jaren zestig nam het dorp de naam aan van het nabijgelegen gehucht Elahuizen. (Het dorp Nijega (HO) in de Friese Zuid-westhoek, dat zomers steeds meer watertoerisme trekt, krijgt Zaterdag 31-12-1966, zijn nieuwe naam: Elahuizen. ) Het dorp is gelegen aan het meer de Fluessen.


ELAHUIZEN

De stinswier aan de Fokkesloot.

Schotanus (1718) geeft in een bochtje van de Nieuwe Fokkesloot in Trophorne een stinswier aan. De Fokkesloot zou zijn naam hebben gekregen omdat de Oostfriese hoofdeling Focke Ukena in 1420, toen hij uit Sloten was verdreven, door deze sloot richting Workum voer, en er de "grote bus", het kanon van de stad Groningen dat te groot was om mee te nemen, in liet zinken. De stins lag dus strategisch aan een belangrijk vaarwater.

De stinswier op het zuideinde van Trophorne

Schotanus (1718) geeft op het zuideinde van Trophorne, bij een boerderij en een verlaten huisplaats of "stemmende stelle", een tweede stinswier aan.

Tietema op Trophorne

In de Tegenwoordige Staat (1788) worden de beide Elahuister wieren nog genoemd. Ze worden met verdwenen stinzen in verband gebracht: Trophorne, alwaar nog twee overgebleven wieren de gedenktekenen van twee oude staten zijn. Weleer vond men hier een sterk huis van Hans Perkeszen. Bij één van beide wieren zal dus het stamhuis van de familie Tietema hebben gestaan.

Het wordt voor het eerst in 1487 genoemd. Toen werd Hans Parckis huys toe Eylahuysen gelijktijdig met Jarichsma en Galama in Oudega-Noordwolde door de Schieringers verwoest. Bovendien vingen sy Hans Parckis. Hans Parckesz was dus een bondgenoot van de Vetkoperse Galama's.

Het Lineageboek van Solckema geeft een uitgebreidere versie van het verhaal. Volgens dat verhaal zouden de Tietema's oorspronkelijk geen Vetkopers zijn geweest. Integendeel, olde Hans Tetema was goet van de Schierringer partije. Zijn stens te Elahuizen was seer starck ende dick van muerren. Zijn dochter Wysck Tetema was geschaakt door een Gaasterlandse Vetkoper, genaamd Rycke Rencke. Daartegen ondernam Hans echter geen actie, enerzijds omdat ze toch al van Rycke Reynttie bislapen was en ook omdat hij een vreedzaam man was. Geleidelijk kwam Hans daardoor in het Vetkoperse kamp terecht. Hans' broer Baucke Tetema, aldaer ... wonende op syn eygen huis ende stens ende een groten Schierring, nam hem zijn passieve houding kwalijk.

Met hulp van de Schieringer Minne Hillema van Harich en diens ruiters verwoestte hij daarom Hans' stins en ving zijn vrouw en één van zijn dochters. Hans stierf van verdriet en werd in de kerk van Elahuizen begraven, zes kinderen nalatend. Indien we dit verhaal voor waar houden, zouden beide stinswieren in Elahuizen dus de resten van Tietema-stinzen zijn geweest. Hans' dochter Wisck trouwde later met Otto Igez Galama, dus ook een Vetkoper.

Hans' zonen Haring en Teta Hansz - genaamd Roorda - werden in 1505 als edellieden in Wymbritseradeel genoemd. Hun broer Douwe Hansz Tietema studeerde in Orléans en Siena en werd raadsheer in het Hof van Friesland. Hij maakte in 1528 zijn testament. Daarin fundeerde hij ondermeer een studiefonds voor nakomelingen van zijn broers en zusters, het nog bestaande Tietema-leen. Het was het eerste niet aan een kerkelijk beneficie gelieerde studiefonds in Friesland. Een kleinzoon van Hans Tietema, Meyne, vestigde zich in Harich op een goed dat hij waarschijnlijk door zijn huwelijk had verworven, de latere Tetema state te Harich. In 1578 woonden er in Elahuizen geen Tietema's meer.

De state bleef wel hun eigendom. Hij vererfde door het huwelijk van Eelck Johansdr Tietema, een achterkleindochter van Hans Tietema, met Johan Syurds Aylva uit Witmarsum op een tak van de Aylva's die zich in Hemelumer Oldeferd vestigde en daar twee grietmannen leverde. Eelck liet in haar testament van 1609 ondermeer sates, land en een huysinge ende schuyre mitten rode pande camer, sampt hoff, huysstede ende hornleger na.

P.N. Noome: De stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners


Naamlijst Predikanten: Nijega en Elahuizen.

Vroeger gecombineerd met Oldega en Kolderwolde. Deze dorpen hadden toen met hun vieren een predikant. Zij zijn gelijktijdig gescheiden en twee aan twee bijeen gevoegd.

  • 1631. Johannes Vomelius, is als kandidaat geapprobeerd den 16 April, lid der klassis geworden den 4 October, verroepen naar Leeuwarden en gedimitteerd den 18 October 1636.
  • 1637. Jelmer Wijbrandus, kandidaat, geapprobeerd den 7 Februari, lid der klassis den 18 April.
  • 1654. Hermannus Rudolphi Luinga, gedoopt te St. Anna Parochie den 27 April 1627, zoon van Rud. Herm., is denkelijk als kandidaat geapprobeerd den 2 April, verroepen naar Peperga c.a. en gedimitteerd den 6 Augustus 1656.
  • 1656. Johannes Mol, geboren te Sneek, is als kandidaat geapprobeerd den 4 November, lid der klassis geworden den 14 April 1657, verroepen naar Hempens c.a. en gedimitteerd 28 April 1674. Eene subsidie van 150 gulden is hem geaccordeerd den 11 April 1673.
  • 1675. Balthasar Colerus, is als kandidaat geapprobeerd den 4 Mei, lid der klassis geworden den 20 Julij, wegens zijne labadistische gevoelens van zijnen dienst ontzet den 8 Julij of Junij? 1679; toen ging hij geheel tot die secte over. De gemeente bleef 4 jaren vacant.
  • 1683. Johannes Feikens, geboren te Sneek, is als kandidaat geapprobeerd den 17 April, lid der klassis geworden den 20 Mei en overleden in 1721.
  • 1722. Rombartus Jorna, is als kandidaat bevestigd den 11 October en overleden in 1734. Zijn grafsteen in de kerk bevat dit opschrift: „Inveni portum, spes en fortuna valeto , 'spiritus Aethercae gaudia lucis habet."
  • 1735. Phocaeus (Phocilides) Noordbeek, geboren te Balk Augustus 1708, zoon van Abdias, deed, als kandidaat bevestigd, zijn intreerede midden van Julij en, verroepen naar Oosterwierum, afscheid den 16 Augustus 1739.
  • 1740. Jan Douwes Schilstra, geboren te Leeuwarden, is als kandidaat bevestigd den 15 Mei en overleden den 11 September 1757, oud 62 jaren, 11 maanden, 11 dagen.
  • 1758. Henderik (Giffel, geboren te Amsterdam, is als kandidaat bevestigd den 15 October en overleden den 13 Januari 1798, in den ouderdom van bijna 74 jaren.
  • 1804. Henrieus Dominicus Struiving, geboren te Leeuwarden in het eind van 1780, deed, als kandidaat bevestigd, zijn intreerede den 5 Augustus en nam, verroepen naar Schraard, afscheid den 28 Februarij 1808.
  • 1808. Paulus Matthias Kesler, zoon van Jan Adr., broederzoon van Paul. Matth., is te Dronrijp afgezet in Aug. 1798 en rector te Bolsward geworden, later weder ter bediening toegelaten, en deed, hier beroepen, zijn intreerede den 6 November; hij overleed den 17 Dec. 1824, oud 62 jaren, 6 maanden en 17 dagen.
  • 1827. Aijlt Folkers Krull, geboren te Simonswold in Oost-Friesland, deed, als kandidaat bevestigd, zijn intreerede den 14 Januarij en stierf 2 Maart 1850.

Er ontbreken: H. M. Laurman, 1851—76. D. T. Meinsma 1878—81. J. Hoekstra, 1883—85.

Bron: tresoar.nl/wumkes/pdf

School: Nijega (H.O.N.). (Heet nu Elahuizen)

Onderwijs en schoolmeesters.

Nijega en Elahuizen.

  • In 1580 moest Lubbertus Joannes, "ludimagister te Niega", vluchten. In 1657 was hier mr. Sijmen Heijns. Hij stond hier in 1673 nog.
  • In nov. 1695 was Japick Lieuwes, hier als schoolmeester. Hij vertrok in 1696 naar Warns.
  • Op 27 maart 1701 trouwde mr. Rienck Lieuwes Menalda, met Griet Wighles. Hij werd op 15 juli 1716 omschreven als "schooldienaer tot Nyega en Elahuysen". Op 26 nov. 1718 was Rienck Menalda, schoolmeester en dorprechter te Nijega, 43 jaar oud. Hij hertrouwde op 15 maart 1744 met Trijntie Heijns. Hij was hier in 1745 nog.
  • Op 8 dec. 1748 zijn hier getrouwd Harmanus Gerben Boelsma, schoolmeester, en Grietje Johannes. Hij is gestorven op 10 febr. 1775 en in nov. 1786 is zij met attestatie naar Joure vertrokken.
  • Op 28 sept. 1777 trouwde Jacob Christiaan Borman, schoolmeester te Nijega en Elahuizen, met Janneke Goslings, uit Balk. Zijn traktement bedroeg toen ƒ 75 van de grietenij, ƒ 17 van de kerk, de schoolpenningen en een vrije woning. Hij was geboren in 1747 en heeft geen rang behaald. Het traktement met emolumenten bedroeg in 1804 ƒ 60 en in 1810 ƒ 130. Hij is hier op 20 mei 1827 overleden; zijn vrouw Jannigje Goslings, overleed op 13 dec. 1826.
  • Op 15 okt. 1827 kwam Gatze C. Kuijpers, 3e rang. Hij trouwde op 30 juli 1828 met T.B. de Jong. In 1829 werd een nieuwe school gebouwd. Meester Kuijpers, vertrok op 1 okt. 1833 naar Hemelum.
  • Op 6 jan. 1834 kwam Nicolaas Daniël Kroeze, 2e rang en geboren omstreeks 1806, uit Goïngarijp. Hij is op 16 febr. 1839 vertrokken naar Hindeloopen, waar hij in (juni) 1828 al ondermeester geweest was.
  • Op 21 mei 1839 kwam Egbert de Vries, ondermeester te Sneek. Hij was op 16 mei 1839 getrouwd met Ymkje Wouda. In 1866 kwam er een nieuw schoolgebouw. Met ingang van 1 mei 1880 ging hij met pensioen; hij was toen 67 jaar oud.
  • Op 5 juli 1880 kwam Theodorus Martinus Laurman, onderwijzer te Oudkerk. In 1896 werd een nieuwe school gebouwd. Eind 1917 of begin 1918 ging hij met pensioen.
  • In 1918 kwam R. Dijkstra, als zijn opvolger. Hij stond hier tot 1921, toen de school werd opgeheven.

Bijzonder onderwijs

In 1917 werd te Nijega nog een bijzondere school gesticht, met als eerste hoofd P. Brouwer. Hij is op 1 jan. 1930 naar Neede vertrokken en werd toen opgevolgd door E. de Groot, onderwijzer te Wouterswoude. In 1952 werd S.T. Hofstra, hoofd van deze school.

Bron: www.fryske-akademy.nl

Stoomzuivelfabriek 'De Wouden' Nijega H.O.N.

Afdruk uit 1924, de zuivelfabriek nog met de karakteristieke schoorsteenpijp, die in 170 gesneuveld is.

Tot 1960 bleef de zuivelfabriek in het toenmalige Nijega (H.O) werken. Jaarlijks werd op laatst nog zo'n acht miljoen kilogram melk verwerkt. Op dat moment werd even wel de overgang bezegeld van de fabriek te Elahuizen naar de onderneming van Lankhorst te Osingahuizen. De 25 werknemers gingen met de melk mee.

Het onderdeel van de Koninklijke Maatschappij van kaas-en roomboterfabrieken te Elahuizen kreeg overigens melk van ver uit de omtrek. Zelfs vanuit Sondel, Rijs en Warns leverden boeren aan deze particuliere fabriek, in plaats van aan nabij gelegen coöperaties te Balk, Hemelum of Koudum.

De K.N.M. stichtte de zuivelfabriek in Nijega (H.O) rond 1880, met toelegging op het maken van boter en kaas, die vrijwel in zijn geheel voor de export waren bestemd. Voordat de boten in het complex kwamen, was er nog een productie van mie.

In de volksmond heette het de bamifabriek. Onder de naam Verdefa, maakte men hier na de sluiting van het zuivelgebeuren het belangrijkste bestanddeel voor de Oosterse gerechten. Uiteindelijk verdween ook deze activiteit uit het dorp en kon hier de bedrijvigheid in de watersport volop tot bloei komen.

Het voormalig zuivelcomplex te Elahuizen, is later (1972) een watersportcentrum geworden.

1978: De zuidoostelijke oever van de Fluessen, heeft veel te lijden van de golfslag door de overheersende westenwinden. Dit tot verdriet van het waterschap 'Tusken Mar en Klif' Uit financiële nood heeft het waterschap nu gekozen voor de weinig fraaie oplossing van brokken trottoirband op blauw nylondoek in de afgekalfde oever. De afdruk is genomen bij het watersportcentrum de Fluessen te Elahuizen.

1960: De Fluessen, zouden het meer kunnen zijn, aan de rand waarvan Piter Jelles, de derde strofe van zijn 'Wolkom oan é silerstiid' heeft gedicht: 'Skuort by 't hjerst de stoarm alle wállen leech', gean de wylde weagen bergenheech'. Op slechts weinig plaatsen immers kan de landrot in Friesland zó de natuurelementen in hun element zien als hier bij Elahuizen, aan het weggetje dat van Trophuzen naar Nijegea HO aan de zuidkant van de Fluessen loopt en dan zo verder Gaasterlandwaarts.

Soms, als de wind recht van de Koudumer hoogte waait (die men in het midden vaag over de Kruispollen ziet) klotst het water hier bij Elahuizen over de weg en dan zijn de Fluessen een heksenketel gelijk. Dan zou zelfs Troelstra geaarzeld hebben om zijn derde strofe verder te zingen: 'Lit my dan oan 't roer stride tsjin natûr, rizend, dûkend fleane 't wylde wetter oer'

De ramp met de stoomboot 'Willem III' in januari 1877, waarbij veertien man om het leven kwamen, bewijst, dat het op de Fluessen fiks kan spoken. Zelfs nu, terwijl de golven nog niet eens bergenhoog slaan, is het geen zeiler aan te bevelen om aan het roer de strijd tegen de natuur aan te binden. Zeker hier niet, waar iets meer naar het noordoosten (zogezegd rechts van de afdruk dus) het verzonken kerkhof van Elahuizen ligt.

Skûtsjesilen op de Fluessen.

1938: Vier geslachten; Zittende Tietje van der Bijl-de Boer, geboren te Elahuizen in 1862, links Lutske Koebach-van der Bijl, geboren te Sloten in 1889, rechts Tietje Elzinga-Koebach, geboren te Keulen in 1912; op de schoot van overgrootmoeder zit Lutske Elzinga, geboren te Krefeld in 1936.

1971: Roel van der Wal, heeft zijn boerderij de titel 'Allinne' gegeven nadat na sanering vijf boerderijen verdwenen zijn. Dit waren de boerderijen van Nanne de Jong, Andries Buma, Titte Boersma, Piet Wienia en Fekke van der Sluis. De boerderij van Roel van der Wal bleef alleen over.


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.