Molkwerum

Molkwerum is een Fries dorp dat van oudsher sterk verbonden was met de Zuiderzee (nu het IJsselmeer), een periode waarin het een rijke zeevaart- en vissersgeschiedenis kende, met eigen kooplieden die naar de Oostzee voeren en later overgingen op de visserij, wat tot een bloeiperiode leidde tot de 17e eeuw. De connectie met de Zuiderzee is nu vooral zichtbaar in het landschap, de dijk, de voormalige haven die gedempt is, en de omliggende natuur (de Bocht fan Molkwar), een beschermd gebied met veel vogels, ondanks de afsluiting van de Zuiderzee door de Afsluitdijk in 1932, wat het IJsselmeer werd.

Het eeuwenoude dorp Molkwerum ligt aan het IJsselmeer, tussen de Friese Elfsteden Hindeloopen en Stavoren in. Zo heeft het een ruime geschiedenis, waarvan het accent ligt in de zestiende en zeventiende eeuw.

MOLKWERUM, Molquerum of Molkeren, volgens sommigen eigenlijk Munnikenwierum en van ouds ook Moqueëren geheten, vl., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Hemelumer-Oldephaert-en-Noordwolde, arr. en 6 u. Z. W. van Sneek, kant. en 1 u. Z. O. van Hindelopen.

Naar men wil, zoude de naam eigenlijk zijn: Molkwerren, dat zoveel gezegd is, als Melkweren, of waterachtige streken lands, geschikt om melkvee op te weiden. Het was voorheen het grootste d. der gehele griet., doch in de laatste jaren zijn er vele huizen afgebroken. Thans telt men er nog ongeveer 300 inw.

Wat dit vlek zonderling maakt, is de wonderlijke plaatsing der huizen, die niet in regt doorgaande rijen naast elkander staan, maar zeer verward, het een achter het ander, zodat de tussen lopende straten of stegen veel overeenkomst met ene doolhof hebben, gelijk het ook, om die reden, de Friese doolhof genoemd wordt.
Deze verwarring wordt aanmerkelijk vermeerderd, ter oorzake der doorlopende wateren, waardoor dit vlek in zeven kleine eilanden afgedeeld is. Deze eilandjes zijn bekend bij de zonderlinge namen van Kerkpolle, Aestrik, Westrik, Hindepolle, Kattepolle, Achthuizer-polle en Grinzerpolle.

Ook is het van buiten met een gracht omgeven, over welke onderscheidene bruggen liggen, die den toegang daartoe open stellen. Aangezien, uit hoofd van deze verwarde plaatsing, iemand, die te Molkwerum gelogeerd is, wanneer hij buiten het vlek gaat, het huis, waarin hij zijn intrek heeft, bezwaarlijk weder vinden kan, noch het hem, door benoeming van enige straat, kan worden aangewezen, zoo zag men vroeger, aan de ingangen doorgaans jongens, die zich aanboden, om zich voor wegwijzers te laten gebruiken. Vandaar heeft dit Molkwerum gelegenheid gegeven, om van zekere zaken, die verward gesteld zijn of verward en zonder orde worden uitgevoerd, te zeggen: dit is of dat gaat op zijn Molkwerums; gelijk ook ene manier van dammen, waarin de schijven, niet alleen in ene schuinse richting, maar ook rechts en links, alsmede naar boven en naar beneden slaan, hetgeen het aanzien van een verward dammen geeft, Molkwerums-dammen genoemd wordt.

Had dit vlek vroeger veel bijzonders in de schikking zijner huizen, de bewoners verschillen ruim zoo zeer van de overige Friezen in kleding en taal, beide nog zodanig naar de oude Friese  gebruiken, dat zij door hunne kleding aanstonds kenbaar, en door hunne taal onverstaanbaar zijn voor allen, die zich niet bijzonder op de kennis daarvan hebben toegelegd. met die van Hindeloopen komen zij in beide opzichten wel het meest overeen, ofschoon er ook nog al merkbaar onderscheid tussen beide plaats heeft.

Toen de scheepvaart hier nog bloeide, kon men somtijds huis aan huis gaan, zonder mannen, tenzij grijsaards, aan te treffen. Thans is Molkwerum ene zeer vervallene armoedige buurtschap, waarvan de smalle stegen tussen heggen en onbehuisde heemsteden groen, met gras en ruigte zijn begroeid, waar tussen scherphoekige en onregelmatige steenbrokken en puin opschieten. De inwoners bestaan merendeels uit dagloners, en vinden hun bestaan voornamelijk in de koe melkerij.

Het vlek ligt binnendijks en als op een schiereiland, dat door de Zuiderzee, een bedijkt en twee onbedijkte meren gevormd wordt. Van den zeedijk loopt, over gevaarlijke bruggetjes, zonder leuningen, een slecht onderhouden weg door het weiland.

De Hervormden, die er 220 in getal zijn, onder welke 50 Ledematen, maken eene gemeente uit, welke tot de klass. van Sneek, ring van Workum, behoort. Molkwerum is tot in 1600 bediend door Gerhard Vocking, Predikant te Hindelopen. In 1601 is het gevoegd bij Warns-en-Scharl, waarvan het afgescheiden is in 1610, en heeft daarom voor het eerst een eigen Predikant bekomen in Julius Atzonis. Men had hier vroeger kerk en toren, doch daarover is naderhand groot verschil gerezen, en de kerk wegens schulden verkocht geworden, zodat thans alleen de kleine stompe toren op het kerkhof staat, waarom de Hervormden alhier hunne godsdienstoefeningen houden in een daartoe ingericht gebouw, aan de gemeente afgestaan door zeker voornaam inwoner, met name Albert Heijes, en den 1 September 1799 plechtig ingewijd door den Predikant Hans Willem Cornelis Anne Visser, toen te Warns, daarna te Ysbrechtum.

De Doopsgezinden, van welke men er ongeveer 70 telt, maken met die van enige uit den omtrek ene gemeente uit, welke 150 zielen, telt. Deze gemeente heeft ene kleine, doch nette kerk, zonder toren of orgel, doch geen eigen Predikant, wordende de dienst daarin waargenomen door den Predikant van Hindeloopen.
De 2 Evangelisch-Luthersen, welke er wonen, behooren tot de gemeente van Workum. - De 11 Roomsch-Katholijken, welke men er aantreft, worden tot de stat van Bakhuizen gerekend. De dorpsschool wordt gemiddeld door een getal van 30 leerlingen bezocht. De kermis valt in op Paas-Dinsdag.

Toen Stavoren, in het jaar 1400, in de macht der Hollanders was, hadden de Friezen hier ene schans, welke van ene sterke bezetting voorzien was, Walraven van Brederode, die in Stavoren bevel voerde, maakte ene aanslag om die versterking te verrassen. Hij bestormde de werken met grote dapperheid, waartegen de Friezen zich met gene mindere kloekmoedigheid verweerden. De aanvallers verloren veel volk. Brederode, zwaar gewond, werd door de Friezen gevangen genomen, maar ontsnapte eerlang zijne wachters, en kwam weder binnen Stavoren.

Molkwerum had een omvangrijke vissersvloot, een eigen zeehaven in de Zuiderzee en Molkwerum had een eigen sluis om in het veilge binnenwater te kunnen komen. In de hoogtijdagen had Molkwerum zelfs een eigen kantoor in Amsterdam om Molkwerum te vertegenwoordigen.

MOLKWERUMER-VAART of Molquerumer-Vaart, water, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Hemelumer-Oldephaert-en-Noordwolde, dat te Molkwerum een begin neemt, en met ene kronkelende, noordwestelijke richting, naar Stavoren loopt.

MOLKWERUMER-ZIJL (DE) of de Molquerumer-Zijl, sluis, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Hemelumer-Oldephaert-en-Noordwolde, 1/4 u. N. van Molkwerum. Deze sluis kan niet door grote schepen gebruikt worden, maar heeft veel toevloed van binnenwater uit de menigvuldige meren en waterplassen van de grietenij Hemelumer-Oldephaert-en-Noordwolde. Het vlek Molkwerum heeft echter den last van de zijl voor zich in het bijzonder, waarover de ingezetenen, niet zonder reden, meermalen hebben geklaagd, van mening zijnde, dat de belasting zich even ver behoorde uit te strekken, als de uitwatering, welke door deze zijl in het bijzonder geschiedt. In het begin der vorige eeuw was de zijl toegedamd; maar Gedeputeerde Staten der provincie Friesland, beseffende het nadeel, hetwelk hierdoor veroorzaakt werd, gaven bevel aan de zijl plichtigen van deze plaats, om dien weder open en gangbaar te maken. Die van Molkwerum gaven daarop een verzoekschrift over aan de Staten des Lands, begerende van dien last bevrijd te wezen, doch daarop volgde niets anders, dan dat de Heeren van het mindergetal, door de Staten gelast werden, om met die van het collegie nader aangaande dit stuk in overweging te treden, wordende den verzoekers inmiddels bevolen, waarop zij hun verzoek grondden. De zijl is sedert op kosten van de ingezetenen geopend, en zij zijn naderhand verplicht geworden, ene som van 2200 guld., door het land daartoe verschoten, terug te geven, doch konden volstaan met de betaling in drie jaarlijkse termijnen in 1718, 1719 en 1720, en, in plaats van geld, met Landschaps obligatie 'n volgens staatsbesluit van 30 April 1718. Wordende vervolgens het onderhoud van de zijl, bij besluit van 31 Mei 1721, als van ouds, ten laste van de gezamenlijke ingezetenen van Molkwerum gelaten.

Proeve van den tongval van het dorp Molkwerum, achttiende eeuw.

Onder de oude zuid Hoeksche Friese tongvallen was vooral ook, nevens het Hindeloopens, de tongval van het dorp Molkwerum (fries: Molkwarren) zeer bijzonder, even als ook dit dorp, wat de kleding en de zeden der bewoners aangaat, oudtijds en nog in de vorige eeuw zich scherp van het overige Friesland afzonderde en onderscheidde. En even als de Molkwerummer klederdracht en de Molkwerummer zeden de meeste overeenkomst hadden met de Hindelooper kleding en gebruiken, zoo was ook de Molkwerummer tongval het naaste verwant aan het Hindelooper dialect. Beide plaatsen genoten in den zelfden tijd een hoogen trap van bloei en welvaart door zeevaart en handel. In het laatst van de zeventiende eeuw lagen er soms veertig of vijftig Molkwerummer schepen, die allen een zwaantje (het wapen van Molkwerum) in de witte baan van hun vlaggen voerden, te Amsterdam in het Damrak. Deze schepen voerden granen uit de Oostzee naar Holland. Als een bewijs van den bloei van Molkwerum in die dagen kan ook nog dienen dat er toen ook een boekdrukkerij was. Maar beide plaatsen zijn heden ten dage deerlijk vervallen en bijna al het eigenaardige dat aan den goeden ouden tijd, aan de dagen van voorspoed en weelde zou kunnen herinneren, is er verdwenen.

Te Hindeloopen is ten minste nog de eigene tongval in wezen gebleven; maar te Molkwerum is ook de eigenaardige tongval verdwenen. Tegenwoordig spreekt men te Molkwerum de gewone Friese landtaal, maar nog sterk met den zuidhoekschen tongslag (accent); echte oude Molkwerummer woorden komen er evenwel uiterst schaars en hoe langer hoe minder in voor.
Het oude Molkwerumsch was zeer zuiver Fries en stond, even als het Hindeloopersch, nader aan de oorspronkelijke Friese stamtaal dan het gewone Fries. Het dorp Molkwerum, oudtijds het Friese doolhof bijgenaamd, was op zeven verschillende kleine eilandjes of pollen gebouwd, die ten dele nog bestaan. Volgens Dr. J.H. Halbertsma.

De Kerk te Molkwerum in 1373.

Het heksenhol Molkwerum.

Bij Molkwerum woonde een boer die geen zin kon zeggen zonder minstens één keer te vloeken. Nou ja, één keer: vaak vloog de ene verwensing na de andere over zijn lippen. Dat was niet altijd zo geweest. De man was als jonge, levenslustige knaap met een even mooie als vrome meid getrouwd. Het ging het stel voor de wind en ze kregen vijf knappe dochters. Toen sloeg het noodlot toe. Een ziekte trof het vee; de veearts stond machteloos en in een mum van tijd waren alle dieren dood. Daarop volgde misoogst na misoogst. De eens zo vrolijke knaap versomberde snel. Zijn vrouw zocht haar toevlucht in het geloof en bad als nooit tevoren. Regelmatig smeekte ze haar man dan ook om zijn verwensingen en vloeken achterwege te laten. Zonder resultaat, de boer ging steeds meer tekeer. Zijn vrouw was niet bestand tegen zoveel godslasterlijke taal. Op een dag verdween ze. De boer liet de hele omgeving afzoeken, maar ze werd niet gevonden. Men vond wel haar kleren aan de voet van de Zuiderzeedijk. Voor de dorpelingen stond vast dat de vrouw zich had verdronken om zo verlost te zijn van het gevloek van haar man.

Een week later verscheen ze echter even onverwacht als ze verdwenen was. Ze beloofde te zullen blijven op voorwaarde dat haar man nooit meer zou vloeken. Dat beloofde hij maar al te graag. Ondanks zijn gevloek en getier was hij altijd van haar blijven houden.

Spoedig bleek dat de vrouw erg veranderd was. Ze ging niet meer ter kerke en verbood ook haar dochters daar heen te gaan. En was ze vroeger de zuinigheid zelve, nu verbraste ze het geld sneller dan de boer het kon verdienen. Meer dan eens moest hij de bank smeken om een lening. Het bleef echter water naar de zee dragen, het geld was zo weer uitgegeven aan allerlei nutteloze zaken. De boer verdroeg het allemaal lijdzaam, hij was als de dood zijn vrouw weer te verliezen.
De jaren verstreken en de boer zag met lede ogen aan hoe zijn dochters het gedrag van hun moeder overnamen. Geld had voor hen geen waarde, aan werken wilden ze hun tijd niet verdoen en hun grootste lust was het jongens te verleiden om ze vervolgens in de steek te laten. Als hij daar met zijn vrouw over sprak, zei ze lachend dat hij zich om niets druk maakte. En als het gesprek haar te lang duurde, kroop ze op zijn schoot om hem met liefkozingen het zwijgen op te leggen.

Na zo'n zeven jaar was de maat vol. De vrouw had weer eens onzinnige uitgaven gedaan en de boer had een van zijn dochters op de hooizolder betrapt met een zwerver. Hij barstte in vloeken uit en vertelde zijn vrouw eens ongezouten wat hij van haar en haar dochters vond. De man was nog maar nauwelijks uitgesproken of de vrouw liep de keuken uit en verdween weer.

Opnieuw liet de boer de omgeving uitkammen, maar de vrouw werd niet gevonden. Wel haar kleren, die keurig op een stapeltje aan de voet van de Zuiderzeedijk lagen, net als de eerste keer. Het was de inwoners van Molkwerum al snel duidelijk hoe het in elkaar zat. Jarenlang had de boer samengeleefd met de duivel, die zich vermomd had als zijn vrouw. De echte vrouw had zich natuurlijk destijds verdronken en de duivel had daarvan geprofiteerd. Hij had er alles aan gedaan om het hele gezin mee te sleuren in het kwaad, en dat was hem aardig gelukt. De vijf dochters groeiden op als echte heksen die veel leed over Molkwerum brachten. En alsof dat nog niet genoeg was, baarde elk van hen ook weer vijf dochters, die allemaal heksen werden.

Zo had de boer met al zijn gevloek niet alleen leed over zijn eigen gezin gebracht maar ook over de hele omgeving. Vanaf die tijd heeft het flink gespookt in Molkwerum en het dorp werd al snel 'het heksenhol' genoemd, een bijnaam die vandaag de dag nog bestaat.

Hans Petermeijer.

70-jarig jubileum IJsclub Molkwerum.

Dezer dagen herdacht de ijsclub Molkwerum haar zeventigjarig bestaan. Lag het eerst in de bedoeling om aan dit feit een meer feestelijke herdenking te verbinden in verband met de tijdsomstandigheden besloot men dit achterwege te laten blijven tot het vijf en zeventigjarig bestaan. Toen wij dezer dagen de notulen eens ter inzage kregen hebben wij deze met aandacht gelezen. Bijna geen club zouden wij haast durven beweren die zoo goed alles tot in de puntjes bewaarde al ontbreken de noteringen der eerste hardrijderijen. In den winter van 1870 ’71 gingen er stemmen op aldus de notulen dat het te Molkwerum eigenlijk wel eens tot oprichting van een ijsclub mocht komen. Al spoedig daarna werd door de heeren P. Germeraad J. Kat en L. Jaagsma, een oproep tot een vergadering gedaan en kwam het inderdaad tot oprichting van een ijsclub. Als eerste bestuursleden traden op de heeren P. Germeraad J. Kat J. Kooistra L.H. Prins en S. L. Folkertsma de drie eerstgenoemden traden op als voorzitter penningmeester en secretaris de laatsten als commissarissen. In 1876 bedankte de heer Kooistra als penningmeester en werd in diens plaats gekozen de heer Jaagsma die deze functie gedurende bijna 25 jaar vervulde.

Ging het de club in de eerste jaren aardig goed ook heeft zij haar jaren van terugslag en weinig belangstelling gekend. Zoo vonden wij vermeld dat in de jaren 1882 ’85 er slechts een ledental was van 37 doch bovendien dar er slechts zeven personen ter vergadering verschenen. Toch hield het bestuur den moed er in en ging steeds op den ingeslagen weg voort. Wat het gemeentebestuur aangaat ook dit werkte bijna steeds mee. Zelfs vonden wij vermeld dat in 1882 bij een hardrijderij de gemeente ter opluistering een trom ter beschikking stelde. In den winter van 1890 werden voor de club nogal belangrijke besluiten genomen. Besloten werd n.l. dat de baan in het vervolg door de leden in orde zou worden gebracht doch bovendien dat in het vervolg de rijderijen naast bekendmaking door aanplakken ook in de krant bekend zouden worden gemaakt iets wat voor dien tijd zeker niet onbelangrijk was. Wij zien dus dat Molkwerum wel met den tijd mee wilde. Ook wat de banen aangaat kan Molkwerum meestal goed meekomen. Trouwens hiervoor is de baancommissaris de heer G. T. Franckena wel de rechte man op de rechte plaats. Wat het uitloven van prijzen aangaat ook op dit stuk van zaken kan men in deze omgeving met Molkwerum rekening houden. De club ziet er heus geen bezwaar in om eens flink uit den hoek te komen waardoor er dan ook dikwijls het puikje van de rijders of rijdsters aan den start verschijnt en de banen dan ook meestal goed met publiek bezet zijn.

LC-1941

Het bestuur der jubilerende ijsclub v.l.n.r. Tj. Sonsma, M. de Jong, A. Polma, voorzitter P. vd. Ploeg, penningmeester G. Tj. Franckena, baancommissaris J. van der Meer en F. Visser secretaris.

Zeldenrust de laatste visser van Molkwerum.

Wanneer de zestigjarige visser Auke "Zeldenrust in de verzande haven van Molkwerum naar zijn punter kijkt dan wellen bij hem onwillekeurig gedachten op aan de tijd toen hij nog niet de enige overgebleven visser van dit Friese havenplaatsje tussen Hindeloopen en Staveren was. Alleen moet hij nu de visserseer hoog houden van een dorp dat eens geschraagd werd door de bemanningen van 28 boten en hij doet dat nog met vuur "Ik bliuw like lang op sé as de Staversen" vertelde hij ons deze week. De omstandigheden zitten hem echter niet mee. Hij heeft zijn motorboot moeten afschaffen omdat deze te veel diepgang voor de haven kreeg. De sluis wordt bij hoge boezemwaterstanden namelijk niet genoeg gebruikt voor het uitstromen op het IJsselmeer meent de heer Zeldenrust waardoor zich langzamerhand het zand achter het havenhoofd verzamelt. Deze laatste der vissende Molkwerumers heeft er nog wat vissersmateriaal liggen maar voor de rest wijzen een braamstruik en een menigte van planten er op dat de tijd van drukte voorbij is.

De heer Zeldenrust heeft dit in zijn bijna vijftigjarige vissersloopbaan langzaam zien groeien en hij is er in teleurgesteld. Wanneer hij met zijn HL 12 op de golven danst is hij eenzaam en de herinnering aan de vroegere glorie van talloze Staverse jollen die leven en vertier en veel geld in Molkwerum brachten stemt hem enigszins bitter. In zijn jeugd waren er soms wel veertig tot vijftig boten uit verschillende plaatsen nu ziet hij bij verdere inpoldering de tijd komen dat de oudste vissers er uitgegooid worden. Voor het vissen met staande netten of hoekwant zal geen ruimte meer zijn omdat de kuilvissers alles meeslepen netten en vis. De vissersjeugd uit Molkwerum heeft al een heenkomen elders moeten zoeken. Zijn zoon heeft enige tijd geleden reeds contact gezocht met mensen in Amerika die een tocht naar de maan willen ondernemen. De heer Zeldenrust betreurt deze ontwikkeling van zijn dorp. Hij meent dat het mogelijk moet zijn om daar meer mensen een goed bestaan te geven. Maar zelfs de arbeiders moeten in de Noordoostpolder werk zoeken.

LC-1951

Van de tientallen Molkwerumer vissers is de heer Auke Zeldenrust sedert 1936 de enige overgeblevene Waar hij nu staat deinden voor jaren de kielen van vele schepen nu groeit er in de vergane haven een braamstruik.

Het oude Molkwerum is een cartografische puzzle. Iedere 'pôlle' had een eigen dialect.

Het Friesche Doolhof het beruchte Dorp Molk -warren in Friesland in de Griettenije van Heemelumer Olde- Ferd tusschen Staveren en Hindeloopen. Gemeeten en Geteekend 1718 door Joh Hilarides Rector Scholar te Bolsward, staat op de bekende kaart die Johannes Hilarides van 1671 tot 1682 rector aan de Latijnse school te Hindeloopen op koper graveerde. ?'Indomita tentat' staat er nog bij en met dit opschrift is het Molkwerum van enkele eeuwen geleden ten voeten uit getekend. Het grootste dorp van Friesland gebouwd op zeven door sloten van elkaar gescheiden pollen zonder wegen of straten en bestaande uit tientallen kris-kras door elkaar gebouwde huizen. Een waar doolhof dat door z’n vorm in de Zuidwesthoek sterk uit de toon viel. Het is te begrijpen dat Hilarides Indomita tentat op de kaart schreef want niemand voor hem zal de moed hebben kunnen verzamelen deze cartografische puzzle op te lossen.

Dr. J. H. Halbertsma gaf voor het ontstaan van de warrewinkel de volgende verklaring; "Doe ’t de Friezen noch frij wiene sette elts syn hûs op dat plak en nei dy kant ta dêr’t de holle him opjoech. Sa lang as der romte wie koe dat Mar doe’t der mear minsken kamen bouden se it doarp sa fol as in aei. Yn Molkwar is it sa fier kaem dat de liken net op de skouders mar ûnder de earmen nei ’t hóf brocht waerden den oars koenen se yn al dy hoeken en harnen net koarternöch krieme". Het was dus wel heel erg. Ook wordt verteld dat een eigen kofschipper dus geen vreemdeling de wimpel van z’n schip wel zag wapperen maar het schip zelf niet kon vinden. Dit is natuurlijk wel een bijzonder sterk staaltje maar het is een feit dat iemand van buiten na een wandeling door het dorp zonder gids z’n huis niet terug kon vinden.

Eal-lylle-bortlyck.

Niet alleen de bouw ook de taal van Molkwerum trok al vroeg de aandacht. Johannes Hilarides (Johannes Hilarides (1649-1725) was een onderwijsman, een classicus en pedagoog, die zich interesseerde voor de geschiedenis, voor dialecten) 'dien Molquerens gast' wilde eens uitvissen of ze hem voor een vreemdeling zouden houden. Naar men zegt bleek slechts uit één woord dat hij een Hindelooper was.

Ook de taaigeleerde Franciscus Junius (was een Nederlands filoloog) woonde voor z’n studie een poosje in het dorp. Veel van de oude taal is niet bewaard gebleven. Wie tegenwoordig wel eens in Molkwerum komt zal de aan de zeekant meer voorkomende enigszins zangerige uitspraak misschien opvallen maar voor de rest is het gewone Zuidwesthoeks al volkomen ingeburgerd. Woorden als grobjak beltsje gaule enz die enkele tientallen jaren nog als specifiek werden aangemerkt zijn reeds grotendeels vervangen of komen ook bijvoorbeeld grobbejak in andere plaatsen voor. Uit een bewaard gebleven taalfragment een schibboleth (kenteken aan de spraak, waardoor men zich verraadt, van niet tot eene partij te behooren). blijkt wel dat het Molkwerums niet zomaar een dialect was. Wie vertaalt het volgende zonder aarzelen?

Ynn’ tuwl wraegselje selje yn ’t snaep-snobjen in yn it eallyllebortlyck lyllebortlyck stoeijen hyeneje har formeits in hjar noalk.

Dit is in gewoon Fries; Yn liddich rinnen hjir en dêr to snobjen en sa’n bytsje om to stoeijen hiene hja har formeits en nocht.

Wel een verschil. Ook het 'Onze Vader' van de predikant Johannes Noordbeek (1730) is een uitstekend voorbeeld. Volgens dr. J. H. Halbertsma sprak men op iedere pôlle ’n eigen dialect. De verschillen waren wel niet zo groot maar toch kon men aan de spraak merken uit welk gedeelte van Molkwerum een bepaalde persoon kwam.

Swantsje yn swart.

Op dezelfde kaart van Hilarides staat ook het dorpswapen van Molkwerum. Een witte zwaan op een zwart schild. In een oude steen in een splinternieuwe gevel van een huis aan de rand van het dorp is hetzelfde wapen gebeiteld "Die Godt vertrowt Had wol gebowt 1591" staat erbij. Dit klinkt heel anders dan het bekende rijmpje "Flokken en swarren dat is it wapen fan Molkwarren"
"It swantsje yn swart sit de Molkwarders yn it hart" maakt de laatste verdachtmaking weer goed. Toch kan men zich voorstellen hoe
alle drie rijmpjes zijn ontstaan. Vroeger was Molkwerum voor honderd procent georiënteerd op de zee. Zo volkomen dat ’s zomers alleen vrouwen kleine kinderen en boekhouders in het dorp waren te vinden. De rest van de bevolking leidde aan boord een ruw mannenleven
leven waar "flokken er swarren" geen taboe was. Ze waren echter afhankelijk van de elementen die alleen met voldoende Godsvertrouwen rustig tegemoet moet konden worden getreden.
Dat "it swantsje" de schippers in het hart zat is ook te begrijpen want aan de stengen van alle Molkwerumer schepen -op een goeie dag lagen er maar liefst zesennegentig op de rede van Riga- wapperde de blauwe vlag met de zilveren zwaan. Dit alles is echter reeds lang verleden tijd. Het doolhof verdween, de taal stierf uit, de vloot is niet meer "it swantsje" zit in een nieuwe gevel goed in de verf.
Wat bleef er over van het vroegere beruchte qualyk gebouwde dorp Molkwarren.

LC-1953

Plattegrond en aanzicht van het dorp Molkwerum in Friesland.

De oude gevelsteen met het wapen van Molkwerum.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.