Home » Lemmer » Verhalen van en over Oud-Lemsters » Sake Bootsma: Een van de laatste Zuiderzeevissers vertelt

Sake Bootsma: Een van de laatste Zuiderzeevissers vertelt..

4820d8aab54a4ec5a78e8ebfa31c6566.jpg

LEMMER - Als we denken aan het verleden van Lemmer met de bloei van de visserij zijn er twee geheel verschillende beelden. Het meest tot de verbeelding spreken de verhalen over de goede ansjovisjaren. Jaren waarin de vissers veel geld verdienden. Maar er is ook het andere verhaal. Van de jaren dat het met zo goed ging en het bij de Zuiderzeevissers bittere armoede was.

Er is veel geschreven over de Zuiderzeevisserij en de mensen die daarmee de kost probeerden te verdienen. Maar het mooiste is om het uit de eerste hand te horen van hen die het allemaal hebben mee- gemaakt. Daar krijgen we bijna de kans niet meer voor want de meesten daarvan zijn, een kleine zeventig jaar na het gereedkomen van de Afsluitdijk, niet meer in ons midden.

Een van de weinigen die nog uit eigen ervaring over het vissen op de Zuiderzee kan vertellen is Sake Bootsma, met zijn zoon Leeuwke wonend aan de Smak in Lemstervaart, die de vorige maand zijn negentigste verjaardag vierde. Voor Zuid- Friesland was hij onmiddellijk bereid om iets uit zijn lange en bewogen leven te vertellen. Sake Bootsma werd geboren als oudste van 14 kinderen in een huisje aan de Weverswal. Geen ruime behuizing want er moest met 9 man in een bedstee geslapen worden. Onder, boven, aan het voeteneind, in een krib, zoals men het ruimte- gebrek toen oploste. Hij was een goede leerling maar moest toch voor zijn twaalfde jaar al van school. Er moest immers zo gauw mogelijk mee verdiend worden.

Huisjes aan de Weverswal

Toen hij de school nog bezocht had Sake al een baantje er bij. Zes dagen in de week Hepkema’s Courant rondbrengen. Op zaterdagmiddag kwam daar dan nog de leesportefeuille bij. Meest bestemd voor de wat meer gegoeden. Dat werk voor ’Wafke’, de latere Lemster Boekhandel, leverde een gulden per week op. Daar kwam nog een extraatje bij want op de zaterdag mocht de bezorger daar ook eten.

Zo’n gratis maaltijd was mooi meegenomen, dat scheelde thuis weer. Er waren ook dagen dat de kinderen thuis geen brood kregen omdat er op school stamppot te krijgen was. Al waren de aardappelen wel eens niet gaar, toch zijn het in de herinnering van Bootsma lekkere maaltijden. Kieskeurig kon je toch niet zijn. Als er in het Achterom kaaskorstjes voor de vogels werden gestrooid belandden-die ook wel in de magen van de jeugd. Dat nam in ieder geval het hongergevoel weg.

Als er’s winters ijs was en er niet gevist kon worden werkte Sake wel in de rokerij. Voor zes of zeven cent in het uur en op lekke klompen. Dat mocht niet voordat je veertien jaar was. Daar werd ook op gecontroleerd. Als de politie in aantocht was ging er een fluitje als sein dat de jeugd weg moest zijn. De agent zocht zeker niet erg goed naar de verstekelingen, want als hij had vastgesteld dat er geen overtredingen waren vertrok hij al gauw weer. Een sigaar van de hangbaas kon er dan wel voor die man af. Voor wat hoort wat gold toen dus ook al.

Als de visserij slecht was ging Bootsma zoals velen naar de baggerwerken. Vissers werkten ook mee bij het aanleggen van de Afsluitdijk. Het lijkt wel of Sake daar na zoveel jaren nog geen vrede mee heeft. Je werkte immers mee aan de ondergang van je eigen bestaansmogelijkheden. Dat er voor de vissers en de mensen die in bedrijven werkten die van de visserij afhankelijk waren wat gedaan moest worden was ook in Den Haag duidelijk. De regering kwam met de Zuiderzeesteunwet. Wat dat opleverde was geen vetpot. Bovendien waren de getroffenen afhankelijk van de adviezen die door daarvoor aangewezen plaatsgenoten werden gegeven. Die adviezen waren lang niet altijd onpartijdig en velen die slecht bedeeld werden hebben hier levenslang mee rondgelopen. Een trauma van opgelopen zouden we tegenwoordig zeggen. Tegen de gang van zaken werd ook vanuit Lemmer in Den Haag gedemonstreerd en een van de demonstranten was de Lemster dominee Voet.

Toen Sake als oudste zoon met zijn vader moest te ’flodderjen’, dat was vissen onder het ijs. In de ’droge’ hoek tussen Kuinre en Lemmer. Onder het vissen zagen zij allemaal mensen naar de kant lopen, de z.g. Zwarte- dijkers. Voor alle zekerheid stak Bootsma Sr. een haak in een bijt en toen werd het duidelijk: het ijs dreef af! Zij schaatsten weg en kwamen toen voor een brede strook water te staan. Met slee en al moesten zij tot hun middel in het ijs- koude water om de wal te bereiken. Aan de andere kant van de dijk lag een brede sloot en zo zijn ze op schaatsen weer thuis gekomen. Toen ze de volgende morgen een kijkje gingen nemen was alle ijs weggedreven

Sake Bootsma heeft op heel wat Lemster vissersschepen gevaren. Zijn eerste schipper was Poppe Bootsma uit’t Leeg met de LE 53. Maar deze vertrok naar Harderwijk in verband met de ziekte van zijn vrouw. Voor haar zou een verblijf op de zandgrond beter zijn. Bootsma bleef in Lemmer en vond werk bij Sake Visser van de LE 13 ’De Vrije Rus’. Later voer hij nog met Rinze en Roelof Kingma op de LE 88 en bij Jelle Visser (Jelle Bogaard) op de LE 58. Op de LE 4 voer Sake met zijn vader en diens broers Lieuwe en Theunis en op de LE 44 van zijn oom Bouke Thijsseling. Zelf heeft hij ook nog een vergunning voor de visserij gehad. Hij viste toen samen met zijn vader op de LE 56. Dat betekende dat er twee vergunningen op één schip waren.

Alles moest aangegrepen worden waar wat mee te verdienen was. Soms gingen ze er met een paar man met de roeiboot op uit. Niet een beetje in de buurt van Lemmer maar echt flinke tochten. Daarbij moest ook wel eens overnacht worden en dat was niet altijd eenvoudig. Zo verteld Sake van een tochtje naar Urk waar hij en Meine Oebeles in een oude vissersboot zouden slapen. Die bleek vol met wandluizen te zitten. Niet veel beter was het in Laaxum. Daar zou de nacht in de vroegere schuur van De Rook worden doorgebracht. De ratten maakten het verblijf daar onmogelijk.

In negentig jaar kan een mens heel wat meemaken en daar kunnen soms mooie verhalen van overblijven. Bij voorbeeld over Theunis Visser. (Theunis de Flapper) Deze presteerde het eens om van zee een paar gevangen zee- meeuwen mee te brengen en deze bij de buren in de kamer los te laten. Met alle gevolgen van dien. Dezelfde was op een avond hier in Lemmer aan wal gegaan en’s nachts niet weer komen opdagen. De mensen van het schip waren druk aan het zoeken maar ondertussen werd Theunis in het vooronder van de LE 58 gevonden. De schipper er naar toe. Toen hij hem wakker maakte zei hij: ’Wy tochten dat Jo forsopen wienen!’ ’Och ferrek, ik liz hjir om- mers lekker droech,’ was het antwoord.

Een ander sterk verhaal komt uit de oorlogsjaren. Er lag een schuit met kolen voor de Duitsers bij de Chr. ULO-school aan de Langestreek. Daar moest eigenlijk wat voor de kachels van Bootsma en zijn buurman bij weggehaald worden. In de nacht werd met een van Meinte v.d. Bijl ’geleende’ boot de Zijlroede overgestoken. De nodige kolen werden ingeladen maar toen bleek de boot lek te zijn. De terugweg kon niet meer helemaal volbracht worden. Een stukje van de wal af zonk de boot. In donker werd hij weer boven water gebracht en er werd gezorgd dat de kolen in veiligheid kwamen. 

In de oorlogsjaren woonden de Bootsma’s op het Turfland. In een woning met een huur van een gulden in de week. In die tijd was Sake vaak op pad met aardappelen en vlees voor de handel. Later is hij ondergedoken om aan de Arbeidseinsatz te ontkomen. De nacht voordat Lemmer bevrijd werd hadden veel mensen een onderkomen in de woning aan het Turfland gezocht. Ook de werkverschaffing heeft Bootsma leren kennen. Zo werkte hij bij de uitbreiding van het oude kerkhof met het hoger gelegen gedeelte. Met een uurloon van 26 cent kon er ongeveer elf gulden in de week worden verdiend. Op zaterdag werd er dan tot half een door- gewerkt. Zijn diensttijd bracht Bootsma door bij de marine. 

Kort huwelijk Bootsma is al 55 jaar weduwnaar. Hij was getrouwd met Elisabeth Vlig. In 1944, toen de oorlog bijna op zijn eind liep, werd zij in Sneek in het zieken- huis opgenomen. Bussen reden er bijna niet meer en dus moesten de reizen voor het bezoek per fiets worden afgelegd. Vrouw Bootsma was nog maar 31 jaar toen zij stierf. Samen met zijn zoon Leeuwke ging Sake verder tot op de dag van vandaag.

Reactie plaatsen

Reacties

Corry Homma
14 dagen geleden

Sake Leeuwkes Bootsma, geboren 09-06-1909 te Lemmer. Zoon van Leeuwke Sakes Bootsma en Johanna Teunis Visser. Overleden 17-11-2001 te Lemmer, 92 jaar oud.