Tijdsbeeld

Door: Dirk Huizinga

Na de oorlog was de tijd van de zeilende vrachtvaart met skûtsjes in Friesland definitief voorbij. De scheepjes lagen in de grachten van de steden en werden tijdens de toen heersende woningnood tot in de zestiger jaren door de schippersgezinnen gebruikt als woonschip. Met de zeilende vrachtvaart verdween ook de traditie van hardzeilerijen met skûtsjes tijdens dorpsfeesten in de zomer. Dat laatste werd door een aantal schippers betreurd en Lodewijk Meeter uit Leeuwarden slaagde er daarom vrij gemakkelijk in om met enige collega's een nieuwe traditie te starten van twee weken skûtsjesilen tijdens de zomervakantie. Enige skûtsjes die nog zeilklaar waren, werden geadopteerd door het dorp of de stad waar het betreffende skûtsje zíjn ligplaats had. Op die wijze werden ook de bewoners van die dorpen en steden enthousiaste ondersteuners.

Skûtsjesilen op De Veenhoop, 1962

In de vijftiger jaren kwam dit nieuwe skûtsjesilen van de grond. Tijdens die jaren van wederopbouw na de oorlog zag het bij wedstrijden zwart van de toeschouwers langs de zeilroute. Op de foto verdringt het publiek zich op het westelijk havenhoofd van De Lemmer om maar niets te missen van de strijd op het water. Toen in de zestiger jaren de watersport weer tot leven kwam, lagen de oevers langs de wedstrijdroute ook nog eens vol scheepjes met fans die gewapend met kijkers nauwkeurig volgden hoe hun favoriete schippers het eraf brachten met die voor die tijd zo grote zeilschepen. Menigeen dacht dat dit geweldige enthousiasme bij het publiek ook zou blijven en eigenlijk alleen maar kon toenemen. Wat er in de toekomst zal gebeuren is echter niet te voorspellen. Zelfs de waarschijnlijk geachte ontwikkelingen zijn steeds op drijfzand gebaseerd.

Op de hypothese dat er in essentie niets zal veranderen en de bestaande trend geëxtrapoleerd kan worden. Het skûtsjesilen uit de vijftiger en zestiger jaren is echter verleden tijd. Het ooit zo enthousiaste publiek is er niet meer of heeft andere interesses gekregen. Tegenwoordig zijn de skûtsjes groter en sneller dan ooit tevoren, maar de publieke belangstelling is eigenlijk tanende. Althans, vergeleken met die begintijd na de oorlog. De watersport heeft zich gedurende die decennia natuurlijk ook enorm ontwikkeld. Nieuwe generaties watersporters met andere interesses varen tegenwoordig op schepen die zo groot zijn als de skûtsjes ooit waren. De identificatie met de bekende schippersfamilies die de kern vormden van het skûtsjesilen is verdwenen. De schepen zijn bovendien zo duur in onderhoud geworden, dat de dorpen de kosten niet meer kunnen opbrengen en 'het grote geld' van sponsoren nodig is om de schepen goed toegerust aan de startlijn te laten komen. Ook dat zorgt niet voor verbinding met het publiek. Het opvallendste is echter, dat het groepje schippersfamilies die de traditie van het skûtsjesilen in stand hield, daar tegenwoordig ook wat afstandelijker in staat.

Dat lijkt opvallend, maar is natuurlijk helemaal niet vreemd. Jaar in jaar uit de zomervakantie invullen met twee weken skûtsjesilen wordt tenslotte op den duur ook wat saai. Vooral als de wereld zoveel alternatieven te bieden heeft. Jonge schippers staan anders tegenover het skûtsjesilen dan hun (over)grootouders die hun leven lang op die skûtsjes hadden gevaren. Wat jarenlang zo'n overzichtelijke, feestelijke zeilwedstrijd was, die door zoveel mensen enthousiast werd gevolgd, is daarmee veranderd in een modern maatschappelijk/cultureel probleem. Het is tegenwoordig de vraag of het wel zin heeft op deze wijze met deze folklore door te gaan. Het is als bij de Tijgerkat, de beroemde roman van Giuseppe Thomasi di Lampedusa: ze zullen bij het skûtsjesilen alles moeten veranderen, willen ze het skûtsjesilen kunnen behouden.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.