De Friese maat

Door: Dirk Huizinga

De oude zeesluis van Stavoren

Jarenlang gold de oude zeesluis van Stavoren als 'de Friese maat'. Die sluis was in 1894 opgeknapt en verlengd, zodat er schepen tot een lengte van 31.50 meter geschut konden worden. Een schip van die lengte heette daarom 'een Friese maatkast'. Dat was geen type schip, maar een schip dat nog net door de zeesluis van Stavoren kon. Dat was tegelijkertijd de maximale lengte die toegestaan was op het ‘eersteklas’ vaarwater van de provincie. De nieuwe zeesluis van De Lemmer uit 1888 was breder en langer dan de sluis van Stavoren.

De vaarwegen in Friesland waren echter niet ingericht voor grotere schepen. Er was qua oppervlakte meer dan genoeg water, maar lang niet alle water was goed bevaarbaar. Zowel de meren als de kanalen waren ondiep, de vaarten smal. Het vaarwater was door de provincie daarom ingedeeld in drie klassen. Op het eersteklas vaarwater mochten schepen varen die maximaal 31.50 meter lang waren en niet dieper staken dan 2.20 meter. Bij de zeesluis van De Lemmer konden in theorie wel grotere schepen geschut worden, maar die mochten niet varen op het Friese water.

Er liepen door Friesland twee vaarroutes voor schepen van maximaal 31.50 meter van de Zuiderzee naar Groningen. Eén van Stavoren via het Heegermeer naar het Sneekermeer en één van De Lemmer via het Tjeukemeer en Langweer naar het Sneekermeer, om van daar via Irnsum en Grouw, door smalle, kronkelige vaarten via het Kolonelsdiep naar de stad Groningen te gaan. Door het instellen van een 'Friese maat' werd de vaarroute via Stavoren in stand gehouden. Ook voorkwam de provincie daarmee, dat het eersteklas vaarwater grondig verbeterd moest worden, dieper en breder, om de steeds groter wordende motorschepen een vaarweg te bieden.

Dankzij de 'Friese maat' mochten die grotere schepen Friesland gewoon niet in. Zo rond 1930 werd het duidelijk, dat dit beleid Friesland niet verder hielp. De provincie moest meegaan in de ontwikkelingen bij de vrachtvaart. Na een heftige discussie bij de schippersvereniging Schuttevaer over de vraag welke route in aanmerking kwam voor een upgrading, die via Stavoren of die via De Lemmer, besloot de politiek om een nieuwe sluis aan te leggen ten westen van Lemmer, de Prinses Margrietsluis, die aan zou sluiten op een betere vaarweg naar Groningen, het Prinses Margrietkanaal. Dat laatste kwam pas na de Tweede Wereldoorlog gereed, in 1951, terwijl de Groningers reeds in 1938, dus voor de oorlog, het Van Starkenborghkanaal gereed hadden als aansluiting op de nieuwe vaarweg De Lemmer - Groningen- Delfzijl. De politiek van beperkingen, zoals je 'de Friese maat' kunt noemen, was door die route van de baan. Alleen bij de huidige chartervaart tref je nog schepen die met enige trots 'een Friese maatkast' worden genoemd, zoals bijvoorbeeld het eens moderne zeilschip 'De Ideaal' uit 1926.

De ruime sluis van De Lemmer uit 1888.

De Friese maatkast 'De Ideaal' uit 1926.

Reactie plaatsen

Reacties

Frank Bijlsma
een maand geleden

Leuk om te weten over de maatkast.