Home » Genealogie » Genealogie familie Visser » 8. Jelle Jacobs Visser, 12 oktober 1809

8. Jelle Jacobs Visser

Jelle Jacobs Visser, visser, geboren op 12 oktober 1809 te Lemmer, gedoopt op 5 november 1809 te Lemmer, overleden op 29 december 1857 te Lemmer, zoon van Jacob Franses Visser en Lisabeth Jelles Sakema. Gehuwd op 21 mei 1837 te Lemsterland met Nies Libbes Tjalma, geboren op 28 februari 1818 te Oosterzee, dochter van Libbe Hylkes Tjalma* en Aafke Tysses Dijkstra.

Nies Tjalma is op 4 november 1860 met de kinderen vanuit Lemmer, vertrokken naar Den Haag, waar zij op 7 juli 1900 is overleden.

* De erfenis te Sloten.

Toen we onlangs een stukje hadden geplaatst over deze erfenis, werd ons van bevriende zijde de lijst gezonden, waarop al de staken en erven voorkomen. Daar is over zulk een lijst wel een woordje te zeggen, dat men niet alle dagen krijgt te hooren. Hoe zelden toch gebeurt het, dat men bij 't verdeelen van een erfenis de stamouders heeft op te diepen uit een voor-vorige eeuw.

En toch is die tijd nog niet zoo heel ver weg, wanneer men bedenkt, dat de vader van den erflater eerst in 1827 te Oosterzee blijkt te zijn overleden. Deze heette Libbe Hylkes Tjalma.

Libbe Hylkes Tjalma, is eerst gehuwd geweest met Grietje Samplonius, en daarna met Afke Tysses Dykstra. Hij liet negen kinderen na, vier uit het eerste en vijf uit het tweede huwelijk. Uit het eerste huwelijk werden geboren Sietske, Andrea, Hylke en Gerrit en uit het tweede Jentje, Thys, Nieske, Grietje en Afke. Alleen Jentje is ongehuwd gebleven en dit is de erflater geweest, die 27 Juli 1904 te Sloten is overleden. Al de gehuwden hebben van 3 tot 10 kinderen nagelaten, samen 43 in getal en onder de kinderen, klein- en achter-kleinkinderen van deze 43 is de erfenis verdeeld.

Eene Mejuffrouw Visser te 's-Hage is de grootste erfgename geweest met 1/16 deel, en de kleinsten vindt men te Hartwerd met 1/1536 deel. Zoo zijn er een honderd erven, doch het getal nakomelingen is veel grooter, aangezien vele dier erven kinderen hebben, welke niet genoemd zijn.

Bij 't beschouwen der lijst dachten we zoo: wat zou de bovengenoemde, de eenvoudige landbouwer Libbe Hylkes Tjalma van Oosterzee, al een reis moeten maken, wanneer het hem gegeven kon worden al zijn klein- en achter-kleinkinderen eens te bezoeken en wat zou hij dan vreemd opzien tegen de uiteenloopende posities, waarin die allen thans geplaatst zijn en vreemd ophooren tegen de meeste familienamen, want Tjalma's zijn er niet zoo heel veel meer onder zijn kinderen en kindskinderen te vinden.

De vrouwelijke stam toch is vruchtbaarder geweest dan de mannelijke en het vruchtbaarst die van zijn oudste dochter Sietske, van wie 6 staken en 25 erven staan vermeld, terwijl zijne dochter Grietje uit het tweede huwelijk 10 staken en 19 erven telt. Om de nakomelingen alleen van zijn oudste dochter Sietske te bezoeken, zou hij eenige maanden werk hebben.

In Friesland zou hij te Wyckel, Sloten, Nijega, Tjerkgaast, Hommerts, Langweer, Dijken, Bozum, Hartwerd, Jellum, Heerenveen en Leeuwarden moeten zijn. Buiten Friesland zou hij in Gelderland, in Frankrijk en zelfs in het verre westen van Amerika van zijne achter-kleinkinderen vinden. Enkel uit dezen éénen stam. Zelfs zou hij in Amerika een broeder van den onlangs overleden Cooper als een aangehuwd achter-kleinzoon kunnen begroeten. Ook uit de stammen van Thijs en Grietje zijn onderscheidene leden naar onderscheidene staten van Amerika vertrokken.

Wilde hij al zijn verwanten in de Nieuwe Wereld bezoeken, dan zou hij naar Grand Rapid, Roseland, Chicago, Vrieslant in Minnesota, Sioux County in Jowa en zelfs naar San Francisco in Californië moeten reizen. Ook op het eiland Curaçao en te Parijs zou hij van zijne verwanten vinden.

Evenzoo in Noord-Brabant en vele in Noord- en Zuid-Holland, meerendeels te 's-Hage en Amsterdam. Bijzonder is het hoe heel de stam van zijne dochter Nieske, verwant aan de familiën Eibers en van Tricht, is verhollandscht en op één mannelijk lid na (in 1596 vertrokken naar Paramaribo) al sedert jaren heeft gewoond te en bij 's-Gravenhage. De leden van dezen minst talrijken stam hebben het hoogste procent uit oude Jentje's erfenis ontvangen.

Wanneer al de familieleden van Libbe Hylkes eens op een reünie bijeen kwamen, dan zouden de veehouders of landbouwers op die samenkomst verre in de meerderheid zijn. Er zouden een kleine dertig tegenwoordig wezen, meerendeels uit Doniawerstal, Gaasterland, Lemsterland en Hemelumer O. en N. en slechts enkele van de klei en wel uit Hartwerd, Jellum en Jelsum.

Ook zou men er eenige mannen van zaken aantreffen, waaronder een paar olieslagers, een aannemer, een uitgever; voorts een gemeente-ontvanger, een predikant, een dokter, een advocaat, eenige renteniers of personen zonder beroep, een visscher, een bakker, enkele slagers en eenige werklieden. Wij wenschen nog op te merken, dat er geen enkel lid der talrijke familie naar de oostelijke helft der provincie is vertrokken, terwijl er zoovelen zijn te vinden buiten de provincie. Het wijst enigszins den stroom aan der landverhuizing, die zich onwillekeurig richt naar beter oorden, wat betreft bodem of bedrijf.

Wat dunkt u ten slotte, wanneer ge u stelt in de plaats van Libbe Hylkes Tjalma, die tachtig jaren na zijn dood al een vergoten voorvader blijkt bij al zijn talrijke nakomelingen, zoodat we zelfs zijn naam niet eens hebben teruggevonden. Wel wijst de lijst nog eenige Tjalma's aan, maar Libbe Hylkes, zooals hij in zijn tijd bekend was, ontbreekt.

En zijn beide vrouwen zijn al gansch in 't vergeetboek. De tijd voert alles mee op de vleugelen van den wind en tooh „fynt elts him sels sa wird", zegt een zeer oud spreekwoord, _'t welk beteekent, dat elke mensch zich zelf zoo gewichtig vindt.

Zoo'n stamlijst leert ons in tegen- deel, dat we maar een oogenblik meespelen het spel der wereld en spoedig in de vergetelheid verdwijnen.

Nieuwsblad van Friesland : Hepkema's courant: 08-02-1905

In de oudheidkamer van Lemmer, hangt een bronzen medaille met het volgende bijschrift: Op 20 mei 1840 hebben Pieter Stevens Visser, 35 jaar, Rinze Stevens Visser, 32 jaar en Jouke Bootsma, 32 jaar, van de wisse dood gered: Jelle Jacobs Visser, geboren rond 1809 en Joost Jan Riemersma, zij zijn door zware storm met hun aak op de Zuiderzee omgeslagen, de redders werden beloond, met een bronzen medaille en een gouden tien gulden stuk. N.B. Rinze en Pieter Stevens Visser waren neven van Jelle, zonen van Steven Visser en Baukje Jelles Sakema.

Uit dit huwelijk zijn de volgende kinderen bekend.

1. Liesbeth Visser, geboren op 28 februari 1839 te Lemmer. Gehuwd op 4 november 1863 met Johan Christiaan Elbers.

2. Hessel Visser, geboren op 6 januari 1851 te Lemmer

3. Jentje Visser, geboren op 3 juni 1854 te Lemmer, overleden (85 jr) op 25 januari 1939 te Den Haag.