Schippers die vertrokken tussen 1932 en 1940 om elders de visserij voort te zetten

Beschrijving van Steven Visser: Haven van Makkum, met op de achtergrond, rechts Hotel De Prins. Achter de mannen de Leugenbolle en daarachter het huis dat Jan Visser (Jan van Akke) heeft laten bouwen. Later heeft mijn tante Pietje de Boer Wouda er nog gewoond. Een schitterend uitzicht op de haven, zee en waard. De straat heet Achterdijkje.

Makkum.

Toen in 1932 het laatste gat in de Afsluitdijk werd gedicht en de Zuiderzee IJsselmeer werd, was zoals Jan Visser beschreef "De put uit" de visserij bij Lemmer. Er moest door veel vissers worden omgekeken naar andere bestaansmogelijkheden. Jan en Akke Visser, besloten zich te gaan vestigen in Makkum, om zich daar te richten op de IJsselmeer-visserij. Zo was Jan, de eerste man in Lemmer, die deze stap nam. Er zouden er meer volgen, o.a. Andries Koornstra, Ale van der Bijl en Janus Koornstra, 25 jaar woonde en werkte Jan, in Makkum, waar hij de eerste jaren net als Akke, ontzettend last van heimwee had. Vooral als hij 's morgens in alle vroegte alleen over de haven naar zijn boot liep, dacht hij vaak met weemoed terug, aan de gezellige dagen waarin hard gewerkt moest worden in De Lemmer.

Na zich in Makkum, in eerste instantie met de haringvisserij te hebben bezig gehouden, moest Jan Visser, toen er geen haring meer was, het roer omgooien en zich richten op zoetwatervis als snoekbaars. De vis werd in Makkum, waar in die tijd een begin werd gemaakt met de afslag, in eerste instantie op straat met de mond afgeslagen. Export kende men in die dagen niet en de belangstellenden waren daarom vlot voorzien van vis. De snoekbaars die soms wel met 1000 tot 1200 pond werd aangevoerd, bracht slechts 4 cent per pond op.

Zonnehoekje.

Het huis dat Jan en Akke, in Makkum, hebben laten bouwen werd het "Zonnehoekje" gedoopt en had een prachtig uitzicht over het water. Jan Visser, zag vanaf de bovenverdieping vrij snel dat er onraad was op zee, en kwam zo met zijn vissersboot menig in nood-verkerend schip en in latere jaren veel zeilschepen te hulp.

Oorlog.

Toen in 1940 de oorlog uitbrak, vluchtte de familie Visser, voor de Duitsers naar Hindelopen, waar ze in de eerste oorlogsdagen een kleine week doorbrachten in een lege boerderij. Na de capitulatie van Nederland, keerden Jan en Akke, weer huiswaarts. In Makkum, troffen ze in de haven drijvende auto's aan en Duitse soldaten die het als spel zagen handgranaten in het water te laten ontploffen, waarna er honderden dode visjes kwamen bovendrijven. In hun woning aan het water ving het echtpaar Visser, talrijken evacués uit Holland op, die vaak onder de luizen zaten als ze na een barre tocht in Friesland arriveerden.

Nooit vergeten Jan en Akke de dag vóór dat Makkum werd bevrijd. Met de Canadezen in zicht, vond Jan Visser het maar beter om de hele familie, zijn vrouw, pleegdochtertje en de evacués, naar de kelder van de woning te laten gaan. Het zat er volgens hem dik in, dat ze de brug vlakbij hun woning zouden opblazen. Eenmaal in de kelder herinnerde Jan zich echter dat alle ramen van hun woning nog open stonden, hij snelde naar boven om ze te sluiten. Jan: "Ik had het kozijn nog maar amper vast, toen ik ineens een enorme klap hoorde en meteen daarna verblind was. Ik zag werkelijk helemaal niets. Op handen en voeten ben ik naar de kelder gekropen. De granaatscherven zaten in mijn blauwe kiel, ik had goed geluk gehad".

De volgende dag hoorden we, dat de buurman de dood had gevonden.. en we bevrijd waren. Vanwege het vele schieten vonden we het toch verstandig om te vluchten. Met onze buren en een stel vrouwen, die in de oorlog veel bij de Duitse soldaten waren doken we onder. Met z'n allen werden we naar de hooizolder gebracht. Daar verscheen nog dezelfde avond de ondergrondse. Alles en iedereen moest van boven komen. Met gemak selecteerden de mannen van de ondergrondse de Duitse hoertjes, uit het gezelschap die meteen werden kaal geschoren.

Onwennig.

Hier was hij echter de eerste jaren even ongelukkig, door heimwee als de eerste jaren in Makkum. Nu echter was het geen heimwee vanwege zijn woonplaats, maar omdat hij het drukke vissersbestaan enorm miste. Als compensatie begon Jan, te knutselen. Hij maakte vele tientallen voetenbankjes, tafels, kapstokken etc. Ook legde hij zich lange tijd toe op het kweken van kanaries. Jan Visser, was zelfs de eerste voorzitter van de 'Lemster Volière' vereniging. Vanuit de Bantegastraat, waar later hun dochter Jannie en haar man en kinderen woonden, verhuisden Jan en Akke, naar hun woning aan de Emmakade, die eveneens "Het Zonnehoekje" werd gedoopt. Hier woonde het echtpaar een kleine 20 jaar lang, tot ze in 1981 naar Bolsward gingen.

Als gevolg van de afsluiting vertrok een aantal Lemster visserijbedrijven naar het noorden, om binnen en buiten de Dijk hun bedrijf voort te zetten. Er waren veel grote gezinnen bij betrokken. Zij hoopte op de Waddenzee het haring en ansjovisvissen te kunnen blijven uitoefenen en op het IJsselmeer de palingvangst. Ten aanzien van het laatste waren de verwachtingen niet hoog gespannen. De meeste binnen en buitenvissers verhuisden naar Makkum. Van de meest, staande - netters die vlak voor de oorlog uit de Lemmer vertrokken, vormde de aanleg Noordoostpolder doorgaans de aanleiding.

Fimme Bootsma, met zoons, Haico, Gauke, Jan, Klaas, en Pieter en twee schepen, de LE 23 (een aak) en de LE 61 (een botter). Later WON 30, 32,23.

1922 kocht Fimme Bootsma [LE 61] bij Wed. S.J. de Vries te Lemmer.

1-1 Sch blok 6 eig beslag 3,00
1 Rol Presenning]. Band 1,55


Hidde Klaas Koornstra, Bleef vanaf zijn vijftigste jaar aan de wal en had twee schepen in de vaart die hij door zijn zoons liet bevaren: LE 59 (een botter) en de LE 50 (een houten aak). (Noot: De botter nummerde later WON 59 (van gemeente Wonseradeel, waartoe Makkum behoort). Het was een Huizer botter die ca. 1948 verkocht werd naar Spakenburg (BU 33). De aak ging eveneens naar Spakenburg (BU 28).

De oudste zoons Klaas Hidde, Bertus en Andries, gingen op een bepaald moment hun eigen weg, wat niet erg naar de zin was van hun vader. Klaas Hidde verhuisde ca. 1934 naar Harlingen, wat toentertijd voor de meeste Lemsters een "wilde stad was" Hij voer met de botter LE 15 later genummerd HA 75. ( Noot: (Zijn zoon Dorus viste in 1992 nog met een Noordzeekotter (HA 75). Bertus en Andries trokken naar Makkum, de eerste nummerde WON 37, en de tweede WON 24, wat één van de eerste ijzeren schouwen was. De jongste zoon van Hidde Klaas Koornstra: Rense, Jelle, en Jan, viste met genoemde LE 59 en de Le 50.

Kort voordat Jelle Koornstra, uit De Lemmer wegtrok, werd zijn jongste zoon Jelle, als voortvloeisel uit een ruzie, met een ansjovis anker zwaar hoofdletsel toegebracht. De jongen is later aan de gevolgen overleden, waarna de oudste terug keerde naar De Lemmer. De oude Jelle en zijn zoon Adriaan visten daar verder met de botter LE 72 de andere zoons: Klaas "Blauwe" Jan (WON 28) en Sake bleven in Makkum.

1922 kocht Hidde Klaas Koornstra [LE 15] bij Wed. S.J. de Vries te Lemmer.

5,15 Kg. Cocos 0,00
12,3 Kg Manilla 12,30
1 Splis in draad 0,60
10 Sluitings 9/10 4,00
42 Kg Ketting 6,30
Goederen 1,83
2 bokkepootjes 1,50
7 Ltr Taancarb. 1,75
1 Geëm Waterplompje 1,10
9 lampeglazen 0,63


Gradus Mulder, Abe van der Bijl en Jelle van Lambertus Poepjes, visten met zijn drieën op een Lemsteraak (LE 43, later WON 9 en 10).


Lykele Poepjes, met 4 zoons (botter LE 69) Eén zoon viste als knecht bij Bertus Koornstra. Zegsman Siebren Poepjes een zoon van Lykele. Later WON 47 en 49.


Jan Poepjes, van Delfstrahuizen (LE 119). Van zijn zoons Hans, Jan, Klaas en Jappie begon de eerste later voor zich zelf.


Pieter Poepjes, (broer van Lykele) met zoons Jan en Lykele ( LE 39 later WON 62)


Arend Poepjes, kwam oorspronkelijk wel veel in De Lemmer, maar viste onder het nummer GA (Gaasterland) 39, ook wel LE 104 en LE 94.


Klaas Poepjes, met zijn zoons Hans, Andries, Jelle en Pieter (LE 18, later WON 16, 17, en 23).

LE 18 van Klaas Poepjes


Jan Visser, (Jan van Jan en Tetje) met de schouw LE 47, later WON 8.


Bouke Visser, broer van Jan, ook met een schouw LE 11. Hij heeft maar kort vanuit Makkum gevist en is later naar Hindelopen verhuisd beide broers waren "netjes-vissers".


Pieter Wouda, (Pieter van Peke) viste eerst als knecht bij Jan en Lykele Poepjes (LE 39) begon voor zichzelf toen hij de vergunning van zijn vader kon overnemen. Pieter had de WON 22


Klaas Bijlsma, LE 29, Nummerde later WR 331. Andries Visser (Boogaard) en Steven Visser (Slide) visten samen met een schouw; geen familie van elkaar. Steven Visser is na enige tijd weer naar De Lemmer teruggekeerd. Andries viste later met een Wieringeraak (WR 48)


Eibert Visser, LE 1 viste ook maar kort uit Den Oever en ging terug naar De Lemmer.


Manus Wouda, LE 75 met 5 Zoons, waarvan Jan (de schrijver) de oudste was.


Hendrik Bijma, verhuisde in 1939 naar Hindeloopen en vandaar in 1948 naar Schellinkhout.


Gauke Bootsma, (de Skeg) LE 85 Gauke jr. ging weer terug naar De Lemmer en nummerde daar LE 87.


Rinze Jelle Visser, (LE 58/HI 58) was een zwager van Hendrik Bijma; Hij ging in het zelfde jaar over naar Hindeloopen. Ook hij vertrok na enige jaren naar elders.


Spaanderbank. Bijgaand overzicht van het voor de Lemsters vissers belangrijkste zeegebied, werd vervaardigd met gebruikmaking van een hydrografische kaart uit 1921.

En de kaart van J.P. Keizer, uitgave 1925. De diepten herleid tot gemiddeld laagwater, zijn opgegeven in decimeters. De peiltochten zijn aangegeven met Romeinse cijfers.

Betekenis:

  • Binnen en Buitenweek: plaatsen met een dun laagje slik op harde ondergrond.
  • Duivelsrug: is Lacon.
  • Durk Everts of Durk Evertsluis: boerderij aan de Gaasterlands kust, 2 a 3 km bewesten het Rode Zand. Vormt met een hoger gelegen boerderij het merk' de boereplaatsen op mekander', Deze lijn vormde de westelijke begrenzing van de visserij met staande haring en ansjovisnetten. Westelijker werd de tij stroom te krachtig.
  • Gasboei: Lichtboei op de Steile Bank.
  • Hondenest of Onzenest: Hendrik Bijma: "Dat was zo'n kom en daar lagen we we eens voor anker, dan had je geen last van zeeslag. De Steile Bank loopt van Joriston naar de gasboei en daar staat nog geen meter water op, maar daar achter staat wel 1 a 2 meter. Dus 't kan waaien wat het wil, maar ze staat d'r niet achter die droge bank".
  • Vaarwater: vaarroute voor de stoomvaart van Amsterdam naar De Lemmer, westelijk van Urk langs.