Home » Genealogie » Genealogie familie Visser » 36. Steven Visser, 21 december 1875

36. Steven Visser

Steven Visser, (ook genaamd "Grote Steven"), geboren op 21 december 1875 te Lemmer, overleden op 28 oktober 1935 te Lemmer, zoon van Steven Visser en Afke Andries Spiekholt. Gehuwd op 11 juli 1902 te Lemmer met Jacoba (Koosje) ten Veen, geboren op 27 april 1881 te Oldemarkt, dochter van Frans ten Veen, grofsmid en Jantje Strijker

  • De oude vuurtoren van Lemmer, is toen der tijd gemaakt door Frans ten Veen.
  • Steven was eigenaar van een ijzeren aak en redde in 1906 mensen van een stoomboot.*

Uit dit huwelijk zijn de volgende kinderen bekend.

1. Steven Visser, geboren op 28 augustus 1903 te Lemmer

2. Frans Visser, geboren op 16 mei 1905 te Lemmer, overleden op 16 juli 1905 te Lemmer.

3. Jantje Visser, geboren op 17 mei 1907 te Lemmer. Gehuwd op 19 mei 1932 te Lemmer met Eelke Rippen.

Uit dit huwelijk zijn de volgende kinderen bekend

1. Anne Rippen, geboren op 8 januari 1934 te Lemmer.

2. Steven Rippen, geboren op 15 september 1935 te Lemmer

3. Marius Rippen, geboren op 4 juni 1938 te Lemmer.

4. Jacoba Rippen, geboren op 30 juli 1940 te Lemmer.

5. Ieke Rippen, geboren op 15 december 1943 te Lemmer.

Afdruk van Gerrit de Vries: Loesje Bootsma Koornstra, vertelt, dat de 2de van rechts haar Pake Andries Koornstra (Esje) is. En Ieke Rippen, vertelt dat  Omke Steven in de vlet staat, omke Frans tegen de dukdalf en omke Andries de tweede van links is. Dit waren drie broers van mijn moeder Jantje visser.

* Jacob Visser, redt met anderen in 1906, schipbreukelingen.

Omdat er nog geen reddingsboot in 'De Lemmer' was, was het vroeger de gewoonte de hulp van vissers te vragen, wanneer een schip op de Zuiderzee in nood zat. Een beschrijving van één van die reddingen volgt hieronder, omdat mijn grootvader, Jacob Visser, daaraan heeft meegedaan.

In de nacht van 15 op 16 maart 1906 kwam het stoomschip "Leeuwarden II", die een vrachtdienst onderhield tussen Leeuwarden en Amsterdam in vliegende storm onderweg van Amsterdam en De Lemmer in grote problemen. De plotseling opgestoken storm had de bemanning verrast en zij hadden dan ook geen voorzieningen kunnen treffen.

De sluismeesters op de haven van de De Lemmer hadden ’s nacht wel de lichten van het schip gezien, maar ’s morgens bleek dat de Leeuwarden II niet in de haven was gearriveerd. Een aantal vissers in de haven werd gealarmeerd en vertelt dat het stoomschip wel was gesignaleerd, maar niet in De Lemmer was aangekomen. Waarschijnlijk was het schip vergaan, maar wat was er met de bemanning gebeurd? In De Lemmer aarzelde men niet lang.

Steven Visser, gooide de trossen los van zijn vrij nieuwe ijzeren Lemster aak, de LE 74, en voer met een aantal vissers, waaronder mijn grootvader ("Japie van Kleis") en Renze Hoekstra, Harm en Teade Wouda en Andries Scheffer de haven uit. Stampend op de wilde Zuiderzee zocht de LE 74, gebouwd op de Lemster scheepswerf van De Boer, naar het ongelukkige stoomschip. Het duurde uren voordat de opvarenden van de LE 74 tussen Schokland en De Lemmer iets zagen.

In de verte stak tegen de inktzwarte lucht een mast met gaffel (om het slingeren tegen te gaan hadden stoomschepen in die tijd ook een zeiltje op, vandaar een gaffel) boven het water uit, waaruit door mensen werd gezwaaid. Het bleek de vierkoppige bemanning te zijn van de Leeuwarden II.

Tijdens de storm waren de luiken van het schip weggeslagen, waarna het met water was volgelopen en gezonken. De bemanning, bestaande uit kapitein, stuurman, machinist en matroos, waren in de mast op de gaffel geklommen en waren daar totaal verkleumd op redding gaan wachten. Maar veel langer had het niet moeten duren!

De LE 74 ging voor anker en met een vlet, die door middel van een touw met de aak bleef verbonden, werd de bemanning van de Leeuwarden II (die geen reddingsboot aan boord had!) uit de mast gehaald en naar de aak gebracht.

Een moedige, maar ook levensgevaarlijke daad! Bij de lekker snorrende kachel in het vooronder, werden de schipbreukelingen opgelapt en konden ze op verhaal komen. En daarna ging weer over de woeste zee terug naar De Lemmer.

Voor deze redding kreeg Steven Visser een beloning van 50 gulden (het was per slot van rekening zijn schip) en de andere vissers 25 gulden, alsmede een bronzen medaille en oorkonde van de Koninklijke Zuid-Hollandsche Maatschappij tot redding van schipbreukelingen. Ook Jacob Kleis Visser, kreeg deze medaille en oorkonde voor zijn "stoutmoedig en menslievend gedrag bij het redden van de bemanning der grote stoomboot Leeuwarden II".

Historisch overzicht
(voor zover bekend):

De 1e opdracht aan de scheepswerf de Boer in Lemmer voor het bouwen van een aak, werd gegeven door Greate Steven. Maar het ijzer was weerbarstig. De zwaardklampen lagen in het water, er zat een knik in het berghout en hij was te smal in zijn kont, dus Greate Steven keurde hem af. Deze eersteling heeft gevist als LE 28 (Willem van der Bijl) en is later in bezit geweest van Yge Blom.

Daarna is de LE74 gebouwd. Ze viel helaas bij de tewaterlating in 1900 van het wagentje, de vingerlingen spatten er af. Waarschijnlijk is hij daardoor pas in 1901 in de vaart gekomen. Met de aak is tot 1958 door Frans en Steven Visser gevist. Frans en Steven ware de zoons van Greate Steven. Die kon als enige in de Zuiderzee beide zwaarden tegelijk ophalen.

Bovendien heeft hij in 1906 tijdens een zware storm 5 of 6 mensen uit de mast van de Lemsterboot gehaald tijdens een spectaculaire reddingsactie. Een motor kwam er pas in toen zijn zoons het schip overnamen, een T-Ford; in ‘47 een 2 cil. Skoda en in ‘84 een 18 jaar oude Bolinder.

Jonas Rosenstok