Home » Genealogie » Genealogie familie Visser » 9. Frans Visser, 20 mei 1798

9. Frans Visser

Frans Visser(Frans Stevens Visser) geboren op 20 mei 1798 te Lemmer, gedoopt op 27 mei 1798 te Lemmer, overleden op 15 mei 1864 te Lemmer, zoon van Steven Franses Visser en Baukje Jelles Sakema. Gehuwd op 2 december 1827 te Lemmer met Kaatje Joostes de Leeuw, koopvrouw te Lemmer, geboren te Gaast in het jaar 1790, overleden (59 jr) op 3 november 1849 te Lemmer, dochter van Joost Pieters de Leeuw en Fettje Tjallings.

Kaatje is eerder gehuwd geweest met Jan Andries Riemersma, op 5 november 1809 te Lemmer, geboren te Franeker in het jaar 1787, overleden op 16 januari 1827 te Lemmer, zoon van Andries Aants (Riemersma), volgens J. Krol (Gens Nostra 52 nr 12) heeft hij, Andries Aants, de naam Riemersma waarschijnlijk aangenomen uit dankbaarheid aan 'Aarnt Riemersma', die overleden is op 15 april 1790 en bij testament een bedrag van 12.000 Car. guldens naliet aan zijn twee oudste kinderen Arend (1785) en Jan (1787) en Metje Jans. Uit het  huwelijk van Kaatje en Jan zijn vijf kinderen geboren; Andries, Fetje,  Andries, Joost en Metje Riemersma.

Uit dit huwelijk zijn de volgende kinderen bekend.

1. Baukjen Visser, geboren te Lemmer op 25 mei 1828,  overleden (80 jr) op 21 juni 1908 te Urk. Gehuwd op 4 maart 1852 te Lemmer met Age Jansz Kramer, visser, geboren op 12 december 1825 te Urk, overleden op 15 maart 1896 te Urk, zoon van Jan de Vries Lubbertjensz Kramer en Grietje Arents van Smirnen. Het gezin Age Kramer is op 8 mei 1865 vertrokken vanuit Lemmer naar Urk.

Een erfenis die niet doorging...

19-10-2006

Op Urker verjaardagen is er al heel wat gesproken over de erfenis van Boukje. Een verhaal dat zich jaren geleden afspeelde op Urk en waar eigenlijk de bovenste steen nooit van boven gekomen is. Zal het mysterie rond de veelbesproken erfenis ooit ontrafeld worden? In ieder geval bood het verhaal voldoende inspiratie voor de komende voorstelling van Urk op de Planken en was het voor plaatsgenoot Gerrit Post (de Balpinne) reden om onderstaand verhaal te schrijven.

Zes jaar lang heb ik het genoegen gehad om dicht bij m’n bessien te wonen, Trien van Boutjen (ze heette eigenlijk Baukje, maar op Urk werd dat Boutjen). Een genoegen, niet alleen omdat ze een gezellig oud mens was – ze was niet verzuurd ondanks de grote slagen in haar leven. Twee volwassen kinderen en een opgroeiende jongen moest ze aan de dood afstaan, haar man vrij vroeg verloren. Ze zei eens: ,,Ik heb wel eens gedacht, nu kan ik nooit meer lachen.”

Een genoegen zei ik, want ze was de moeder van mijn jong overleden moeder, die al in 1935 op 32-jarige leeftijd op het oude kerkhof was begraven. Als je nagaat dat ik van 1932 ben, dan begrijpt u dat ik weinig aan m’n moeder heb gehad. Dat zijn drama’s in een kinderleven. Mijn vader Louwe Post heeft mijn bessien altijd moeten beloven dat zij in het graf van haar dochter moest. En dat is ook gebeurd, in 1960 is Trien van Boutjen bij dochter Boutjen begraven.

Wie was Trien van Boutjen eigenlijk, deze ijverige vrouw die een druk beklant winkeltje had? Als ik deze vraag ga beantwoorden, dan moeten we terug in de tijd naar het jaar 1825. De twaalfde december 1825 werd op het eiland Urk geboren Age Kramer. Deze man was de vader van m’n bessien. Haar meisjesnaam was dus Trijntje Kramer. Mijn overgrootvader is getrouwd te Lemmer op 4 maart 1852 met Baukje Frans Visser, ook genaamd Friese Boutje. Uit dit huwelijk zijn zes kinderen geboren. Als ik die kinderen een voor een ga noemen, dan lijkt dit verhaal saai te worden, maar dan wordt het juist interessant. De eerste twee waren jongens. De oudste was Jan Kramer, geboren te Lemmer in 1855. Jan was visser op de stoomtrawler ‘Dolphijn’ en is op 27 oktober 1900 verdronken op de Noordzee. Deze Jan liet een vrouw en elf kinderen na. Het elfde kind heette Lammertje en werd na getrouwd te zijn met Cornelis Wielsma de moeder van dominee Theo Wielsma. Theo en de schrijver van dit verhaal hebben dus dezelfde overgrootvader gehad. De tweede zoon was Rinze Kramer, visser op de UK 117 en is op 24 oktober 1882 ook op de Noordzee verdronken. Toen Rinze verdronk, leefde vader Age nog want die is in 1896 op Urk gestorven. Als je het boek ‘Zee op’ gelezen hebt, geschreven door Lub Kramer, dan ga je denken ‘het is een wonder dat Age aan de wal overleden is’. Age was een ijverige visser en een onverschrokken zeeman, die zelfs bij stormweer de rust zelve was.

Maar we moeten verder. Het derde kind van Age en Baukje was Francina Kramer, overleden in 1921. Het vierde kind was Grietje Kramer. Deze Grietje was een dame in Urker klederdracht, zo kan ik haar herinneren. Grietje Kramer is getrouwd met Pieter Kramer en uit dit huwelijk werden negen kinderen geboren. Haar oudste heette Geertje en werd verpleegster in het voormalig Nederlands Indië en is in Buitenzorg (Java) getrouwd met Cornelis de Vries, onderwijzer en auteur van Geschiedenis van Urk. Geertje was ook een dame, want ik heb nog een vergeelde brief waarin mijn moeder aan m’n vader schrijft: Morgen komt Geertje van tante Griet, zorg dat de zaak netjes is! Deze Geertje ligt begraven op begraafplaats Holkenkamp. Zoals ik al schreef, deze Grietje had ook nog een dochter die Baukje heette. Zij trouwde met Albert Hakvoort (Albert van Inte). Daar zijn Grietje van Rein Bos en Pieter Hakvoort, oud-raadslid, van afkomstig. Voor ik echter verder ga, even pas op de plaats. Door de soms uitvoerige persoonlijke gegevens probeer ik te bewijzen dat de nazaten van Age Kramer niet van lotje getikt zijn, om zich een erfenis door de neus te laten boren. Grietje Kramer haar zevende kind heette Aaltje en is getrouwd met Philippus ten Napel, hoofd afdeling Financiën van de gemeente Velsen. Tenslotte de laatste twee dochters van Age en Baukje. Die zijn niet in Lemmer geboren, want onze overgrootouders verhuisden naar Urk en daar zijn Klaasje Kramer en mijn bessien geboren. Klaasje trouwde later met Koert Bakker en om enkele namen te noemen: Reinier Bakker de vishandelaar een zoon en Sita ten Bokkel en Jaap Bakker (van de ginkiestochten) waren weer kleinkinderen. Alle kinderen van m’n bessien zijn inmiddels overleden en zijn op het hedendaagse Urk niet meer zo bekend. Misschien alleen tante Aagje nog, de jongste zuster van m’n moeder die met Hessel Korf van de UK 28 getrouwd was.

En ja beste lezers, nu gaat eigenlijk het verhaal van de erfenis beginnen. Ik zal dit summier doen, ook al om het niet te lang te maken, ik kan niet meer schrijven dan mij door m’n bessien is verteld.

Age Kramer overleed zoals ik al schreef in 1896. M’n bessien was in 1893 met Albert Koffeman getrouwd. Dus Friese Boutjen bleef alleen achter. De overgang van Lemmer naar Urk moeten we niet onderschatten, want Urk was een eiland. Toen is het gebeurd na de dood van haar man Age, waarschijnlijk rond de eeuwwisseling, dat er een brief kwam uit Leeuwarden over een grote erfenis. Als men bedenkt dat de armoede groot was op het eiland, sloeg dat bericht in als een bom. Friese Boutjen was tijdens haar Urker verblijf een nuchtere Friezin gebleven. Een historische uitspraak van haar was, als ze het over bepaalde vrome lieden had: ‘Ze hebben een mooi praatje aan de kont, maar ze konden me beter een rijksdaalder geven!’ Zo’n uitspraak moet je zien in het raam van die tijd. Er waren geen sociale wetten en haar man Age had met al zijn ijver niets voor de oude dag kunnen overhouden. M’n bessien vertelde dat haar moeder al een bejaarde vrouw was en niets met die brief te maken wilde hebben. Maar van alle kanten werd er druk op haar uitgeoefend. Haar kinderen en de diakonie van de kerk: Boutje ga naar Leeuwarden!

Maar niet alleen op Urk, ook in de Lemmer had een familielid van Baukje, een zekere Lubke, een brief gekregen. De vreugde in de Lemmer was zo groot, dat het volgende rijmpje in omloop was: ‘Lubke, die kan erven, zalig zal ze sterven, en dan krijgen we een groot fabriek, dan wordt heel de Lemmer riek!’ M’n bessien vertelde me: ,,Zo waarlijk als ik eenmaal voor God moet verschijnen, zo waarlijk is toen Friese Baukje over schotsen en bonken (want het was winter) naar de Lemmer vertrokken en daarna naar Leeuwarden.’’

Het einde van dit verhaal is gauw verteld, in de Friese hoofdstad aangekomen vernam Baukje van de notaris dat er één lettertje aan mankeerde... U begrijpt hoe gedesillusioneerd het gezelschap op Urk terugkwam. Toen Friese Baukje platzak op Urk terugkwam, moet één van haar dochters vertwijfeld uitgeroepen hebben: ,,Ik kon wel als Job een potscherf nemen om me te krabben.’’ Als m’n bessien deze geschiedenis vertelde (op verzoek meermalen) dan zei ze vaak: ‘Geld maakt niet gelukkig, maar je kunt je er kostelijk mee redden.’

Veel vragen blijven er over. Wie was dat rijke familielid? Waar is hij rijk geworden? Wie was die notaris? Meer dan honderd jaar lang zijn er diverse onderzoeken verricht, echter tevergeefs. Er hangt een geheimzinnige waas over dit verhaal. Meer kan en wil ik er niet over zeggen. Toch hoop ik u niet verveeld te hebben.

Bron: www.heturkerland.nl

Uit dit huwelijk zijn de volgende kinderen bekend.

1. Jan Agesz Kramer, geboren op 26 februari 1855 te Lemmer. Gehuwd op 31 mei 1879 te Urk met Aaltje Jacobsdr Kramer, geboren op 12 maart 1858 te Urk, dochter van Jacob Pietersz Krameren Geertje Pieters Snoek.

2. Rinze Agesz Kramer, geboren op 5 februari 1858 te Lemmer, overleden op 24 oktober 1882 te Urk, Omgekomen in de Noordzee.

3. Francina Ages Kramer, geboren op 11 april 1861 te Lemmer. Gehuwd op 9 juni 1883 te Urk met Klaas Lubbertsz de Vries, geboren op 15 mei 1860 te Urk, zoon van Lubbert Klaasz de Vriesen Pietertje Cornelis van Marken.

4. Grietje Ages Kramer, geboren op 10 oktober 1864 te Lemmer. Gehuwd op 5 juli 1884 te Urk met Pieter Jacobsz Kramer, geboren op 3 juni 1860 te Urk, overleden op 11 december 1912 te Velsen, zoon van Jacob Pietersz Kramer en Geertje Pieters Snoek.

5. Klaasje Ages Kramer, geboren op 5 oktober 1867 te Urk, overleden op 11 februari 1960. Gehuwd op 25 augustus 1888 te Urk met Koert Roelofsz Bakker, geboren op 15 augustus 1866 te Urk, zoon van Roelof Heinsz Bakkeren Geertje Koerts Ohlsen.

6. Trijntje Ages Kramer, geboren op 9 maart 1871 te Urk. Gehuwd op 15 juli 1893 te Urk met Albert Klaasz Koffeman, geboren op 31 oktober 1868 te Urk, overleden op 9 juni 1924 te Urk, zoon van Klaas Albertsz Koffemanen Jannetje Pieters Kroon.

2. Lupkje Visser, geboren op 23 augustus 1833 te Lemmer, overleden op 2 oktober 1834 te Lemmer.

3. Lupkje Visser, geboren te Lemmer op 5 augustus 1835, overleden (78 jr) op 12 oktober 1913 te Lemmer. Gehuwd op 30 juli 1865 te Lemmer met Jan Andries Spiekholt (d), geboren op 1 mei 1841 te Lemmer, overleden (74 jr) op 31 mei 1915 te Franeker, zoon van Andries Alles Spiekhold en Rinskjen Jans UrkJan Andries Spiekholt, is op 15 mei 1910 vanuit Lemmer vertrokken naar Franeker (Alleen). De rest van het gezin Spiekholt is in Lemmer blijven wonen.

Uit dit huwelijk zijn de volgende kinderen bekend.

1. Rinske Spiekholt, geboren op 3 april 1863 te Lemmer, overleden (75 jr) op 5 augustus 1938 te Lemmer. Erkend door Jan Andries Spiekhold. Gehuwd op 15 mei 1885 te Lemmer met Jan Rottiné, geboren op 23 oktober 1862 te Lemmer, overleden (37 jr) op 21 mei 1900 te Lemmer, zoon van Schelte Martens Rottinéen Sipkjen Jans Stuurman.

2. Kaatje Spiekholt, geboren op 6 juni 1865 te Lemmer. Erkend door Jan Andries Spiekhold. overleden (91 jr) op 18 december 1956 te Sneek. Gehuwd op 11 juni 1886 te Lemmer met Wiebe Feenstra, geboren op 18 oktober 1863 te Irnsum, overleden (61 jr) op 17 januari 1925 te Amsterdam, zoon van Pieter Martens Feenstra en Jantje Wybes Kamstra.

3. Geeske Spiekholt, geboren op 14 augustus 1867 te Lemmer, overleden (62 jr) op 7 juni 1930 te Lemmer. Gehuwd op 26 juli 1889 te Lemmer met Jan Scheffer,geboren op 27 december 1866 te Lemmer, overleden (100 jr) op 26 maart 1967 te Lemmer, zoon van Andries Schefferen Gepke Wiebes Kwast.

4. Afke Spiekholt, geboren op 27 november 1869 te Lemmer, overleden (223 dgn) op 8 juli 1870 te Lemmer.

5. Afke Spiekholt, geboren op 4 juni 1871 te Lemmer, overleden (360 dgn) op 29 mei 1872 te Lemmer.

6. Afke Spiekholt, geboren op 25 februari 1873 te Lemmer, overleden (84 jr) op 19 maart 1957 te Heerenveen. Gehuwd op 15 juni 1900 te Lemmer met Marten Koopmans, geboren op 2 januari 1871 te Lemmer, overleden (83 jr)  op 14 december 1954 te Lemmer, zoon van Auke Martens Koopmansen Jacobje Hendriks Slotinga.

Afke Spiekholt.

7. Baukje Spiekhold, geboren op 20 november 1875 te Lemmer, overleden (2 jr) op 24 augustus 1878 te Lemmer.


Drie kleinkinderen van Lupkje en Jan Andries, zijn met een Visser gehuwd, respectievelijk: 

  • Rinskje Feenstra, ook genaamd Rees van Kaat, geboren op 3 augustus 1895 te Lemmer, is gehuwd met Steven Visser, geboren op 10 april 1891 te Lemmer, zoon van Andries Visser en Wietsche van der Meer
  • Jan Feenstra, mastmaker en groenteverkoper, geboren op 7 oktober 1897 te Lemmer. Gehuwd op 15 april 1920 te Lemmer met Renske Visser, geboren te Lemmer op 1 april 1899, dochter van Sake Visser en Akke Koornstra.
  • En Gepke Scheffer, geboren op 16 december 1889 te Lemmer, is gehuwd met Age Visser, geboren op 3 juli 1885 te Lemmer, zoon van Jan Visser en Maaike Jongsma.