Home » Lemmer » Oorlog Lemmer - Lemsterland » De bomexplosie. Lemmer 27 juli 1940

De bomexplosie. Lemmer 27 juli 1940

Beschreven door Jan de Vries.


Geachte lezer.

Via mijn vader kwam ik op deze site, ik heb zelf geen sterke band met Lemmer alleen dat mijn vader daar geboren is aan de Tuinstraat, maar ik ben er wel regelmatig geweest.

Enkele jaren geleden hebben wij met de familie via inspanning van mijn vader een bronzen plaquette onthuld bij de sluis van Lemmer omdat mijn opa daar tijdens de tweede wereld oorlog 27-07-1940 is omgekomen met het onschadelijk maken van een bom.

Ik stuur u twee foto's welke zijn genomen tijdens deze gebeurtenis 1 waarop mijn oma (Mevr Roossien-Meijer) en 1 foto van mijn vader en de dijkgraaf Tiesinga. Wij allen waren erg blij dat mijn oma en nog 1 weduwe aanwezig kon zijn want zowel mijn oma als de andere mevrouw zijn beide inmiddels overleden. Ik hoop dat dit weer kan bijdragen aan u site waar ik mijn complimenten voor geef want het is leuk als je van je geboorte plaats zoveel kan historie kan zien.

Met vriendelijke groeten,
Auke de Vries, zoon van Jan de Vries.


Ik, Jan de Vries, ben geboren november 1927 Tuinstraat 2 in de Lemmer, mijn vader was tram machinist en had de bijnaam Auke Piepke als ik de foto's bekijk van de Lemmer, die schitterend naar voren zijn gebracht en ik zie het Buma gemaal dan gaan mijn gedachten terug naar 27 juli 1940, de ramp die zich daar voltrok. Ik ben getrouwd met een dochter van T. Jasso Roossien, een van de slachtoffers. Op donderdag 27 juli 2000, 60 jaar na de ramp heb ik samen met Dijkgraaf Tiesinga, een plaquette onthult waar alle slachtoffers op staan en onder toeziend oog van meer dan 60 nabestaanden.

De namen van de slachtoffers zijn:

J. Dirksen, gem,- veldwachter, 34 jaar

C.B. Koole, hoofd-opzichter waterschap "Zeven Grietenijen en Stad Sloten" tevens hoofd van de plaatselijke luchtbeschermingsdienst, 50 jaar

Jan Koopmans, bakker, 36 jaar

Jac. Leijenaar, fitter bij het waterleidingbedrijf, 46 jaar

G. Nieuwenhuis, werkman bij het waterleidingbedrijf, 34 jaar

Tj. Roosien, werkman bij de Zuiderzeewerken, 38 jaar

K.L.W. Verhoeff, werkman bij het waterleiding bedrijf, 31 jaar

M. Westerveld, hoofdmachinist bij het gemaal N.O polder, 39 jaar

Ik ben blij dat door mijn initiatief en met medewerken van Waterschap Zuiderzeeland en met heel veel werk van Lieuwe Bijl, de plaquette tot stand is gekomen deze plaquette heeft een plaats gevonden in het Buma Gemaal als herinnering aan de ramp die zich toen over Lemmer voltrok.

DE OORZAAK RAMP.

Er was een bom afgeworpen door een Engels toestel, die bom trof de waterleiding waar op dat moment herstelwerkzaamheden aan de gang waren.

Waterschap Zuiderzeeland plaatst nieuwe herinneringsplaquette 1940 - 1945

Jan de Vries Dronten.

Jan de Vries en Dijkgraaf Tiesinga.

Lemmer - Donderdagmiddag 27 juli werd door dijkgraaf mr. ing. H.L.Tiesinga van het Waterschap Zuiderzeeland en de heer J. de Vries, schoonzoon van een der slachtoffers van de bomexplosie bij de sluisput, precies 60 jaar geleden (was toen het jaar 2000) een nieuwe herinneringsplaquette onthuld in het Buma gemaal.

Op een plaquette die direct na de oorlog in het gemaal geplaatst is waren alleen de namen van drie personen vermeld die in dienst waren van de Rijksdienst der Zuiderzeewerken en die in de periode 1949-1945 om het leven zijn gekomen.

Op de nieuwe gedenkplaat is ook nog de naam opgenomen van een derde medewerker die in de laatste oorlogsdagen gevallen is. Ook zijn de namen van de burgerslachtoffers gemeld.

Een groot aantal nabestaanden van de mensen die bij de explosie omgekomen zijn, waren aanwezig om deze gebeurtenis mee te maken. Vooraf was hun door het waterschap in Bant, een koffietafel aangeboden.

Het initiatief voor deze plaquette is uitgegaan van de heer J. de Vries, nu wonende in Dronten, maar afkomstig Lemmer. Hij is getrouwd met een dochter van de bij de ontploffing omgekomen Tj. Roosien.

Dijkgraaf Tiesinga zei in zijn inleidende toespraak dat het Waterschap maar al te graag op dat initiatief is ingegaan. Daarbij had men niet het vermoeden dat dit na zestig jaar voor velen nog zoveel zou betekenen. Hoeveel werd duidelijk uit het feit dat enkele van de zestig nabestaanden de reis uit Canada, Zuid-Afrika, Engeland of Frankrijk hadden gemaakt om bij deze onthulling aanwezig te kunnen zijn.

Onder de aanwezigen nabestaanden waren nog de echtgenotes van twee van de slachtoffers, de dames Roosien en Dirksen, beiden al boven de 90 jaar. Van KL. W. Verhoeff, waren nog een broer en een zuster aanwezig, verder bestond het gezelschap uit kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen van de Slachtoffers.

De heer Tiesinga, te jong om deze gebeurtenis te hebben meegemaakt, vond het moeilijk om hier met eigen woorden op in te gaan. Daarom koos hij voor het voorlezen van wat Wiebe Feenstra, over deze zaterdagmiddag in zijn dagboek schreef, in het artikel "Lemmer in rouw" zoals dat in Zuid-Friesland van 3 augustus 1940 verscheen.

Mevrouw, Roossien-Meijer.

"Lemmer in rouw" door Wiebe Feenstra.

Zaterdag 27 juli 1940.

We hebben nog geen school vakantie en lummelde wat met ons vieren rond op het zandveldje achter de lijnbaan naast de bewaarschool. De lucht was bewolkt maar het regende gelukkig niet. Plots hoorde we vliegtuiggeronk dat steeds sterker werd. Toen ineens zagen we een tweemotorig vliegtuig uit de wolken komen dat in een duikvlucht naar de haven vloog.

Er volgde een paar scherpen knallen en toen was het weer stil. Later op de middag hoorden we dat er een paar bommen ontploft zijn niet ver van de huizen die gebouwd zijn bij het nieuwe gemaal in de N.O.P. het vliegtuig dat we eerder op de middag hadden gezien, had de bommen op de werk haven gegooid. Een bom was niet ontploft en had de waterleiding in de buurt van de gemaalhuizen beschadigd.

Terwijl personeel aan de waterleiding bezig was met het graven om de schade te herstellen was deze bom ontploft, waardoor acht mensen zijn gedood. Onder andere zijn de volgende Lemsters om het leven gekomen. Mhr. Koole, Bakker, Koopmans, Mhr. Leijenaar en agent Dirksen. Misschien was het wel een tijdbom, of heeft iemand met de schop tegen de bom gestoten. Het is vreselijk wat daar bij de werkhaven gebeurd is en heel wat Families zijn nu in de rouw. Vervolg naar de spreker had vernomen is het aan het optreden van agent Dirksen te danken dat er niet nog meer slachtoffers gevallen zijn. Na het voorlezen van "Woorden" van Toon Hermans werd een korte stilte gehouden waarna de onthulling plaats vond.

Nabestaanden van de slachtoffers van de bomexplosie bij de plaquette.

Om voor de toekomst vast te leggen waarom deze namen op een plaquette zijn vermeld, wordt er nog de volgende verklarende tekst aangebracht: " Op 27 juli 1940 op de dag van de onthulling precies zestig jaar geleden, werden door een Engels vliegtuig boven de werkhaven van Lemmer overtollige bommen afgeworpen. Eén van de bommen explodeerde niet, maar beschadigde wel de waterleiding van de z.g gemaalhuizen nabij het poldergemaal Buma".

Toen later op de middag herstelwerkzaamheden door drie mensen van de waterleidingmaatschappij plaatsvonden, explodeerde de bom alsnog. De drie werknemers van de waterleiding maatschappij, alsmede een vijftal omstanders kwamen hierbij om het leven.

Dijkgraaf Tiesinga leest voor uit de Zuid-Friesland van 3 augustus 1940.

Onder de kop "Lemmer in Rouw" berichte Zuid-Friesland van 3 augustus 1940 over de ramp die ons dorp enkele dagen tevoren had getroffen door de bomexplosie bij de sluisput. Bij de onthulling van een gedenkplaat voor de gevallenen las dijkgraaf Tiesinga dit artikel voor om "de tijd van toen te laten spreken"

Het weekeinde van vorige week heeft voor onze plaats een diep tragisch verloop gehad. Door een noodlottig gebeuren zijn zaterdagmiddag op het haventerrein acht menschen in de kracht van hun leven weggerukt uit hun werk en hunne gezinnen. Toen de mare van het noodlottig ongeval als een lopend vuur door onze plaats ging, en de namen van de slachtoffers geleidelijk aan bekend werden, was men algemeen diep onder den indruk van het gebeurde.

Diep was het medeleven met de zoo zwaar getroffen gezinnen en het laat zich niet onder woorden brengen wat er toen is omgegaan in al die menschen, die hier en daar het gebeurde bespraken en hun familieleden of vrienden en kennissen zoo plotseling uit hun midden zagen weggerukt.

Rouw is over deze plaats gekomen en diepe deernis vervult onze harten. Wij leven mee met de zoo zwaar getroffen gezinnen uit wier midden de man en de vader is weggenomen. Innige deelneming voelen wij met de achtergebleven betrokkenen. Waar we gaarne ook woorden van troost zouden zeggen, het valt ons moeilijk woorden te vinden tegenover dit zo zware verlies van acht onzer zonen.

Diepe deernis, innige deelneming en een hartelijk gevoel van meeleven is dezer dagen door heel ons dorp gegaan. Deze uiting van menselijk medegevoel moge de nagelaten betrokkenen tot troost zijn en het weten dat heel onze plaats met hen deelt in het zware verlies mogen hen schragen in het leed, dat ze zoo plotseling hebben te dragen gekregen. Met weemoed staren we de getroffenen na.


De bomexplosie bij de sluisput. Beschreven door Johannes de Vries uit Lemmer.

Ik heb dit heel bewust meegemaakt, vooral omdat er een van onze bakkers bij betrokken was. Ook de vaders van twee meisjes uit onze klas waren onder de slachtoffers. Rondom de onthulling van de plaquette heb ik een stuk of drie artikelen voor Zuid Friesland geschreven, mede gebaseerd op oude kranten uit 1940 en de eigen herinnering.

Ik Johannes de Vries, was die middag met mijn pake, bij timmerman Albert Visser op de Straatweg om brood te brengen. Het rommelde een beetje. Plotseling kwam er een enorme klap. Die paste niet bij dat lichte onweer. Er kwamen jongens uit het land die vertelden dat de koeien als gekken door het land stoven.

Toen we thuis kwamen hoorden we al gauw dat het iets met een ontploffing te maken had. De namen werden heel langzaam bekend. Pake, die wist dat verschillende collega's uit de Centrale Bakkerij in de buurt van de Werkhaven aan het venten waren, heeft verscheidene keren gezegd: 'As der mar gjin bakkers by binne'. Toen we later in de bakkerij kwamen hoorden we van venter/magazijnhulp Berend Pietersma, dat de familie van Koopmans bang was dat Jan er ook bij zou zijn. Dat bleek dus waar te zijn. Een verschrikkelijke dag waarvan we altijd de naweeën gevoeld hebben door het contact met de nabestaanden. Met de kinderen van Jan heb ik nog vrij geregeld contact.

Er waren toen mensen bij hun ingetrokken waarvan de man bij de Zuiderzeewerken werkte. Zijn vrouw en kinderen waren na het bombardement van Rotterdam door hem naar Lemmer gehaald. Daar hebben de weduwe en haar kinderen een geweldige steun van ondervonden. Met de begrafenis van Uilkje Koopmans was hun dochter Diny er ook nog. Het is altijd vriendschap gebleven tussen die twee families. Met Nieuwjaar heb ik nog een kaart van Diny gehad.

Onder de klanten die woensdag gefilmd werden waren ook een zoon en een dochter van Berend Pietersma met vrouw en man. Pietersma was jarenlang in de Centrale Bakkerij werkzaam. Het brood naar de bakkers brengen, hulp in het magazijn, de man was overal inzetbaar. Zelf had hij ook nog een ventwijkje.

Pietersma was een man die elke gelegenheid om wat te verdienen aangreep. Dat was in die jaren ook wel nodig. Zo had hij als bijverdienste het herstellen van schoenen. Nadat hij uit de bakkerij vertrokken was - dat zal kort na de oorlog geweest zijn - werd schoenmaken zijn beroep en kwam hij in dienst bij Jelte Dijkstra.


Johannes Verkerk.

Johannes Verkerk.

Martien Verkerk, vertelt: Even een kleine inleiding over de achtergronden van onze familie, dat kan het één en ander verduidelijken. Mijn vader was Johannes Verkerk. Hij werd geboren in Leiden op 21 februari 1912 en hij overleed op 10 juni 2004.

Hij had een m.i. fotografisch geheugen. De verhalen die hij vertelde heb ik in de computer vastgelegd en regelmatig als hij weer op z’n praatstoel zat hoorde ik feiten die ik meende nog niet te hebben genoteerd. Bij controle kwamen die steevast overeen met wat hij al eerder verteld had. Veel verhalen heb ik kunnen verifiëren aan de hand van aantekeningen uit zijn agenda’s die hij allemaal bewaard heeft vanaf 1947. Waar ik via internet aan nadere gegevens kwam over voorvallen die hij beschreef bleek ook steeds weer dat, wat hij vertelde ook daadwerkelijk klopte.

Mijn vader kwam in 1929 bij Zuiderzeewerken. Via studie in de avonduren wist hij zich op te werken. Begin 1936 kwam hij in Lemmer wonen in een kosthuis op de Schoolstraat. Hij trouwde in mei 1937 en kwam toen in Lemmer te wonen op een woonark van de Zuiderzeewerken, de “BEVER VI”. Deze ark lag in de dijksloot te Lemmer. Hier werd mijn broer Hans geboren.

Ze kregen eind 1939, begin 1940 een woning aangeboden van Zuiderzeewerken omdat men de Bever elders wilden gebruiken. De ark ging eerst op de helling en bij controle bleek dat men met de bikhamer door de bodem heen tikte.

De woning in Lemmer lag op het sluisterrein en werd maar kort door hen bewoont, maar ze beleefden hier een hachelijk avontuur. Enkele weken voordat het 2e kind geboren werd, eind juli 1940 was m'n vader in de keuken de kinderstoel aan het opknappen. Hij kijkt toevallig naar buiten en ziet in een blauwe plek tussen de wolken een eenzaam vliegtuig. Even later hoort hij het gefluit van een bom.

Hij kende dat geluid van een eerder "bombardement" dat hij meemaakte in Voorschoten, ten tijde van de Duitse inval en de slag om het vliegveld Valkenburg. Hij roept tegen m'n moeder, elders in huis, "LIGGEN", ze lacht naar hem omdat ze de ernst van de situatie niet in de gaten heeft maar hij roept: "ga nou maar liggen" en ze drukken zich beiden tegen de grond. Een bom scheert fluitend vlak over hun huis. Het kan zijn op een halve meter, maar hooguit op enkele meters hoogte over het huis en komt terecht op slechts 4 à 5 meter voor het huis in een eterniet waterleidingbuis, wat een fontein tot gevolg heeft.

Pas veel later blijkt dat een tweede bom zo'n 20 meter verder in het water van de haven is gevallen en explodeerde. Het huis mankeert niets, geen ruit kapot. Men vindt de scherven van de bom die op het water is gevallen en neemt aan dat die van de de bom op de waterleiding zijn. Mijn vader gaat kijken maar vertrouwt het niet, hij vindt het gat van de inslag raar klein,49*) geen echte krater. Samen met m'n moeder, broer Hans en een oom die inwoonde, maar de bommen niet gehoord heeft omdat hij met z'n hoofd onder de kraan zat, vertrekt hij uit het huis.

De buurman Ir. v.d. Bout, met vrouw en pasgeboren kind is het met hem eens en vertrekt ook. Omdat de Bouten geen reiswieg hebben voor hun pasgeborene krijgen ze zo lang de (Beatrix) reiswieg van m'n ouders te leen. Ze passeren verderop een bakkersvrouw die voor de winkel staat te kijken, heel gemoedelijk iets achterover leunend, de armen over elkaar. Ze zegt: "leven jullie nog,? ik dacht dat jullie er geweest waren".

Nog iets verderop spreken zij de toekomstige chef-machinist van het in aanbouw-zijnde gemaal, die ook in hun rijtje huizen woont. Deze komt net terug van een dienstreis (voor Zuiderzeewerken). Eerder heeft hij daarvoor Rotterdam en Amsterdam (Werkspoor) bezocht. Deze zegt: "nou dat is toch ook pech hebben, kom ik in Rotterdam, was er gebombardeerd, ik kom bij Werkspoor en er was gebombardeerd en nu kom ik thuis en dan is het weer raak". M'n vader zegt hem dat hij dan juist over geluk niet te klagen heeft als hij dat allemaal overleeft heeft. De machinist spoed zich naar huis, zet z'n koffer binnen en gaat nog even naar het gat bij de waterleiding kijken.

Eén van de arbeiders van de waterleiding steekt, zegt men, z'n schop in het gat om te kijken hoe diep het is en raakt kennelijk de ontsteking, want de bom explodeert. Acht mensen worden gedood, behoudens de arbeiders van de waterleiding, zijn dit o.a. een politieagent die nieuwsgierigen steeds wegzond maar nu zelf bij het gat staat, het hoofd luchtbescherming, de bakker van de winkel waar m'n ouders net langs gelopen waren, hij fietste net langs en de machinist die net terugkwam en de bombardementen overleefde op Rotterdam en Werkspoor.

Eén man was door de luchtdruk over het huis van mijn ouders heen geslingerd en werd in de achtertuin teruggevonden, een ander was eerst onvindbaar, maar werd later op het dak van een keet, 30 à 40 meter verderop teruggevonden, beiden waren natuurlijk dood. Overigens zijn later problemen ontstaan over de verzekering van de bij de ontploffing omgekomen chef-machinist omdat men wil weten of z'n koffer binnen stond of buiten. Als deze binnen stond, was hij thuis en zou zijn vrouw geen uitkering krijgen. Als deze buiten stond werd hij nog niet thuis te zijn geacht van de dienstreis en zou er worden uitbetaald. Een goed gereformeerde ingenieur heeft toen meineed gepleegd, zodat de weduwe toch kreeg uitbetaald.

M'n vader heeft, na de 2e ontploffing, zoveel mogelijk spullen uit het huis weggehaald, omdat hij verwachte dat hij het huis niet meer in zou mogen. Het huis is overigens nog steeds onbeschadigd, waarschijnlijk doordat de bom in de grond ontploft is en de schokgolf over het huis heen geslagen is (dit bevestigd ook waarom één lichaam in de achtertuin werd teruggevonden) Hij kreeg als nieuwe vestigingsplaats Urk in een woning aan de Sluisput.

Hier werd op 23 augustus 1940 m’n broer Jaap geboren. Hij kreeg gelijk dat het huis tijdelijk niet gebruik mocht worden. Het hele havengebied werd tijdelijk afgesloten. Wel moesten er nog enige boten t.b.v. Zuiderzeewerken uit de haven weggehaald worden. De burgemeester van Lemsterland gaf op 1 augustus een schriftelijke vergunning af aan mijn vader “om zich op het werkhaventerrein te begeven o.m. met een drietal vletschippers, teneinde deze schepen van hier weg te brengen.”

Mijn vader moet ongetwijfeld de namen van vier van de slachtoffers gekend hebben (agent, bakker, machinist en het hoofd Luchtbescherming), maar voor zover ik me kan herinneren heeft hij ze nooit genoemd en vreemd genoeg heb ik hem daar ook nooit naar gevraagd.

*) Tijdens het vertellen van het verhaal duidt hij met z'n handen een diameter van 30 à 35 cm aan.

Afdruk van Kees Hindriks: Werkspoor Courant van vrijdag 31 mei 1946 no. 242 pagina 2

31 juli 1940

HET ONGEVAL TE LEMMER

1 augustus 1940:
Begrafenis vier getroffenen.

Lemmer 31 Juli Vandaag zijn nog vier van de acht slachtoffers van het noodlottig ongeval
dat j.l Zaterdagmiddag plaats vond ter aarde besteld. Het waren achtereenvolgens de
heeren G. Nieuwenhuis, J. Leijenaar, C. B. Koole en M. Westerveld.

Ook thans bestond er van de zijde der bevolking een zeer groote belangstelling De burgemeester
meester heeft evenals gisteren alle begrafenissen bijgewoond. Het eerste slachtoffer dat vandaag begraven werd was de nog jeugdige Geert Nieuwenhuis in leven werkman bij de NV. Interc. waterleiding, geb Leeuwarden. Verschillende bloemstukken waaronder één van de buurtgenooten dekten de baar.

De begrafenis werd geleid door ds A. Keuzenkamp, Ned Herv predikant te Lemmer. Deze voerde aan het graf het woord. Aan het graf werd vervolgens gesproken door mr. M. Krijger, burgemeester van Lemsterland en door jhr. Storm, van ’s-Gravesande te Leeuwarden, den directeur van de NV. Interc. waterleiding geb Leeuwarden.

’s Namiddags één uur is ter aarde besteld het stoffelijk overschot van den hulpfitter bij de
waterleiding den heer Jacob Leijenaar, te Lemmer. Van de Gereformeerde kerk alhier uit werd de begrafenis geleid door ds L. W. Wessels, Gereformeerd predikant. Ook hier voerden de burgemeesters en de directeur der waterleiding het woord.

De begrafenis van den heer C. B. Koole, hoofdopzichter van het waterschap 'De Zeven
grietenijen en stad Sloten' opzichter van het waterschap 'De Lemstersluis' hoofd van den gemeentelijken luchtbeschermingsdienst in Lemsterland en voorzitter van den Bond van waterschapsambtenaren heeft ’s middags om twee uur onder zeer groote belangstelling plaats gehad.

Op de begraafplaats waren behalve een groot aantal vrienden van den overledene en personen
uit het vereenigingsleven aanwezig de burgemeester van Lemsterland de gemeentesecretaris
de heer G. J. de Boer de heer M. T. de Vries het dijksbestuur de secretaris verschillende volmachten en personeel van het waterschap 'De Zeven grietenijen en stad Sloten' de voorzitter
van het waterschap 'De Lemstersluis'

Enkele leden van den luchtbeschermingsdienst hebben den heer Koole naar zijn laatste rustplaats
plaats gedragen Een zeer groote hoeveelheid bloemstukken werd aan het graf gelegd.
De voorganger van deze begrafenis ds W. J. Fleischer, Doopsgezind predikant te Balk sprak een kort woord aan de groeve. De burgemeester de dijkgraaf van genoemd waterschap en de
voorzitter van het 'Waterschap Lemstersluit' voerden eveneens het woord.

Verder spraken nog de heeren P. Zwart,  namens de voetbalvereeniging Lemmer en M.F. de Vries en S. T. van der Kooi, resp als voorzitter der commissie van de vakteekenschool van Patrimonium en directeur dezer school waaraan de heer Koole vele jaren les heeft gegeven.

Ten slotte is om vier uur ’s namiddags nog ter aarde besteld het stoffelijk overschot van den
heer M. Westerveld, hoofdmachinist voor het Noordoostpoldergemaal. O.m waren verschillende
ingenieurs opzichters en arbeiders in dienst bij de Zuiderzeewerken aanwezig. De begrafenis werd geleid door ds. A. Keuzenkamp.

Naast den burgemeester werd hier het woord gevoerd door een vertegenwoordiger van den dienst der Zuiderzeewerken namens ir V. P. J. de Blocq van Kuffeler, directeur van dezen dienst Ondanks den korten tijd welken Westerveld nog maar bij ons werkzaam was kon hij reeds van zijn groote vakkennis blijk geven aldus spreker.

Een familielid dankte voor de belangstelling.