Eesterga

EESTERGA, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Lemsterland, arr. en 4 1/2 u. Z. van Sneek, kant. en 1/2 u. N. ten O. van Lemmer.

Men telt er 15 fraaije boerenwoningen en 10 andere kleine gebouwen of huizen, gezamelijk bewoond door ongeveer 150 inw., die meest hun bestaan vinden in de veeteelt.

De Herv., die hier ruim 110 in getal zijn, behooren tot de gem. Lemmer-Follega-en-Eesterga, welke hier eertijds eene kerk had, ruim 1/4 u. van de Lemmer af staande. De juiste tijd, wanneer dit gebouw werd afgebroken, is niet met zekerheid bekend, doch waarschijnlijk is dit geschied in 1740 of eenige jaren later.

Het kerkhof, hetwelk nog aanwezig is, dient bij voortduring tot begraafplaats. Men vindt daarop eene overdekte klok, een zoogenaamd klokhuis, gelijk men meer op kleine plaatsen in de provincie Friesland aantreft, waarmede gedurende de begrafenisplegtigheid geluid wordt.

De R. K., van welke men er 16 aantreft, worden tot de stat. van de Lemmer gerekend.

Er bestaat ook geen dorpschool meer; terwijl de kinderen de scholen te Follega en te Lemmer bezoeken.

De landerijen van dit d. zijn uitmuntend, vrij uitgebreid en loopen tot aan de Groote Brekken; doch de huizen en de boerderijen staan in eene rij, van het Zuiden naar het Noorden, ter zijde van den rijweg naar de Lemmer, en zijn weinig in getal.

Ten westen van den rijweg naar Heerenveen zag men vroeger nog het oude kerkhof van het voorm. dorp Bandt of Bantega, welks landen zich zuidwaarts zeer verre uitstrekten, doch die van overlang door de zee zijn weggespoeld. Thans vindt men daarvan geene sporen meer, alleen worden nog ten huidigen dage eenige stukken lands, daaraan de Band-Akkers genaamd.

Ook moet hier vroeger een huis of plaats, met name de Brandende put geweest zijn. In dit huis werd, in het laatst der zeventiende eeuw, eene put gegraven, welke geen water wilde geven, waarom men een man met een touw om den middel, daarin neder liet, om, wanneer het water, bij het verder uitdelven, te spoedig mogt opkomen, ras wederom te kunnen worden opgetrokken; doch, toen hij door het welzand henen was, kwam er geen water, maar wel eene zwavelvlam, welke, niettegenstaande men den arbeider ras omhoog haalde, hem het haar en de kleederen verzengde, ja, tot boven de put uitsloeg, doch waarna het opkomend water ras de vlam uitdoofde.

Buiten twijfel loopt hier in den grond een ader van aluinachtige zwavelaarde, die, zoo als later genoegzaam, door proeven met den Hombergiaanschen pyrophorus, gebleken is, vuur vat, zoo ras zij aan de open lucht wordt blootgesteld. Van deze brandende put, weet men echter met geene zekerheid de juiste plaats meer aan te wijzen.

De meertjes: het Groote-Wiel, het Kleine-Wiel, de Kleine- Brekken en een gedeelte der Groote-Brekken, benevens een gedeelte van den stroom de Rijn, behooren tot dit dorp.

Bron: vanderaa.tresoar.nl

De Herv., die hier ruim 110 in getal zijn, behooren tot de gem. Lemmer-Follega-en-Eesterga, welke hier eertijds eene kerk had, ruim 1/4 u. van de Lemmer af staande. De juiste tijd, wanneer dit gebouw werd afgebroken, is niet met zekerheid bekend, doch waarschijnlijk is dit geschied in 1740 of eenige jaren later.

Het kerkhof, hetwelk nog aanwezig is, dient bij voortduring tot begraafplaats. Men vindt daarop eene overdekte klok (uit 1617 die gemaakt is van bilinga), een zoogenaamd klokhuis, gelijk men meer op kleine plaatsen in de provincie Friesland aantreft, waarmede gedurende de begrafenisplegtigheid geluid wordt. De R. K., van welke men er 16 aantreft, worden tot de stat. van de Lemmer gerekend.

Zo schrijft A.E. Klijnsma in zijn boek; in kuijerke troch it forliene, (1975) er het volgende over: In de bocht van de Straatweg staat de klokstoel, met een kerkhof. Ook heeft hier tot in het laatst van de 18e eeuw een kerkje gestaan, dat met het kerkhof het centrum van het dorpje is geweest. De zegswijze: waar een kerk wordt gebouwd, zet de duivel er een "zuiphuisje" naast, gaat ook voor Eesterga op.

Naast het kerkhof staat het Hof van Holland, dat nog in de eerste jaren van deze eeuw een herberg was. In de Franse tijd wordt de herberg, met dezelfde naam ook al genoemd. Toen liep er nog een voetpad langs, dat in 1845 een verharde rijweg werd. De kerk wordt in 1773 nog gebruikt voor een stemming voor de landdag, terwijl in 1804 de stemming voor twee volmachten voor " De zeven Grietenijen en stad Sloten" voor de dorpen Eesterga en Follega. Hieruit zou men haast mogen afleiden, dat de kerk tussen 1773 en 1804 is afgebroken. In de klokstoel hangt een klok met het opschrift:

Soli Deo Gloria.
Henricus Meurs me fecit 1617
(Aan God alleen de eer Henricus Meurs heeft me gemaakt)

Tekening van Henk de Haan: Eesterga -Klokkenstoel met helmdak voor een noodzakelijke restauratie op de begraafplaats van Eesterga.

Klokkenstoel Eesterga, Gemeente: Lemsterland. Adres: Kerkhof aan de Straatweg tussen nummer 1 en nummer 3, 8534 WB Eesterga Eigenaar: Ned. Herv. Gemeente Lemmer

Monumentennummer: 25777
Materiaal stoel: Bilingahout
Kleuren stoel: Stoel groen met witte kap
Type kapvorm: Helmdak met weerhaan
Dakbedekking: Gepotdekselde planken
Bouwjaar stoel: Eerste vermelding voor 1720
Fundering: Betonklippen
Luidsysteem: Vliegende klepel
Wordt geluid bij: Begrafenissen en hoogtijdagen
Gietjaar klok: 1617
Gegoten door: Henricus Meurs
Diameter klok: 65 cm
Gewicht klok: 200 kg

Afgaande op dat jaartal heeft deze klok ongetwijfeld vroeger in de kerktoren gehangen. Ook het kerkhof getuigd van een hoge ouderdom. Aan de westkant ervan liggen vier grafzerken uit de eerste helft van de 17e eeuw (Volgens opschriften uit 1608, 1623, 1633 en 1638).
Voorts vindt men op het kerkhof nog een grafsteen die dateert van 1821 en die het graf dekt van Johannes Jacobus Lorgion, gestorven op 10 december 1821 in de ouderdom van 49 jaar.

Daarnaast ligt de steen van zijn vrouw Jacoba Diest, gestorven op 2 juli 1821 in de ouderdom van 53 jaar en vier maanden. Deze Lorgion was Hervormd predikant te Lemmer. Hij was medeoprichter van het departement Lemmer van de Mij tot nut van het Algemeen, en was de eerste voorzitter. Een zoon van deze dominee noemde zich later Diest Lorgion Diest Lorgion, Evert Jan (1812-1876), Hoogleraar Geschiedenis en Kritiek van de boeken van het Ouden en Nieuwe Testament, Bijbelse Godgeleerdheid, Patristiek, Kerkelijke Geschiedenis van Nederland en Christelijke Zedeleer 1860-1876 )

Het kerkhof is aanvankelijk in onderhoud geweest bij de floreenplichtigen van de kerk van Eesterga en later bij die van Lemmer, Eesterga en Follega. Heden ten dage ligt de onderhoud plicht nog bij de Lemster kerk, die het graf van ds. Lorgion geregeld verzorgt. Naar mij is verteld, wordt ook het graf van Jhr. Wilco van Andringa de Kempenaer door de Lemster kerk verzorgd. Jhr Wilco was tot 1851 grietman van Lemsterland en stierf op 20 februari 1873. Hij was de eigenaar van een aantal boerderijen in Eesterga en Follega en had een groot aandeel in de Lemstersluis en de kerk.

Zijn laatste wens was om op het kerkhof tussen zijn boeren de eeuwige rust in te gaan. In het graf ernaast ligt Tjallinga Aurelia Wilhelmina Camstra baronesse thoe Schwartsenberg en Hohelansberg, douairière R.L. van Andringa de Kempenaer, die op 10 februari 1857 in Leeuwarden is overleden. Zij was de grootmoeder van Jhr. Wilco van Andringa de Kempenaer.

Ook is op het kerkhof de laatste rustplaats van Folkert Johannes Witteveen, geboren te Metslawier, die samen met Bauke Poppes garde d' honneur (erewacht) is geweest onder Napoleon. (Kortestreek 27/ 28 Lemmer: Het is in de vorige eeuw bewoond geweest door de huisarts Folkert Witteveen, die in 1811 tot de gard 'honneurs behoorde van Napoleon. Ook woonden in het huis enkele kantonrechters.) Jarenlang was hij arts in Lemmer en hij is daar gestorven op 12 oktober 1886.

Predikanten lijst van: Ring van De Lemmer, Follega en Eesterga.

  • Johannes, vicarius in de Lemmer, volgens M. Poppius, wordt van Winsemius genoemd Joh. Lemmarus, ongetwijfeld, naar zijne standplaats; hij vlugtte in 1567.
  • 1597. Lambertus Levini Lemink, beroepen van Balk, tegen 1597, overleed te Eesterga, onzeker wanneer.
  • 1620. Wilco Hermainni Somer, geboren te Leeuwarden, werd student te Franeker in 1614, is toen gehuwd, hier beroepen als kandidaat, en verroepen naar Oldeouwer en Oosterhaule in 1628.
  • 1629. Schultetus Everhardi, geboren te Bolsward, is hier gekomen den 25 Februarij, verroepen naar Jutrijp c.a. en daar geapprobeerd den 13 Februarij 1649, doch heeft zijn afscheid eerst gedaan in 't laatst van Mei, daar hij volgens grafsteen te Jutrijp in de kerk, 20 jaren en 3 maanden predikant te Eesterga is geweest.
  • 1649. Pijbo Johannes Nauta, geboren te Franeker, Joh. Pijb. zoon te Hemelum, kandidaat, geapprobeerd 17 April, lid der klassis 8 Mei, overleed in 1656.
  • 1657. Henricus Daversman, geboren te Sneek, kandidaat, beroepen den 26 April, en bij de klassis van Sneek goedgekeurd , waartegen Poppius Bootsma, gewezen predikant te Terkaple c.a. doch in 1655 weder admissibel verklaard, op de Synode appelleerde; hij werd afgewezen, en 't beroep van D. goedgekeurd, die daarop bevestigd werd; hij overleed in 't begin van September 1665. Zijn zoon Theodorus is als emeritus predikant van Soetermeer daar overleden in 1740.
  • 1666. Aegidius Broersma, geboren te Snoek 1643, kandidaat, bevestigd den 6 November, is verroepen naar Oudkerk ca., gedimitteerd den 27 Februarij 1670.
  • 1670. Isaäc Lijdius, geboren te Amsterdam, kandidaat, bevestigd den 7 Augustus, ging tot de klassis Zevenwouden over, hij is verroepen naar Beetsterzwaag c.a.; geapprobeerd en gedimitteerd den 4 Augustus 1680.
  • 1680. Rudolphus Noordbeek, geboren te Noordhoorn Maart 1658 , Joh. zoon, Joh. Henr. broer, en Elb. halfbroer te Tjalbert, kandidaat, bevestigd den 7 November, is verroepen naar Beetgum en gedimitteerd den 6 Augustus 1684.
  • 1685. Ciricus Robijnsma, beroepen van Wijckel, deed zijn intreerede den 1 Maart, is in 1706 gecommitteerd ter visie der autographa, en overleden den 10 Julij 1714.
  • 1715. Hermanmis Phocijlides (Phocylides), beroepen van Oosterzee c.a., deed zijn intreerede in October, nam, emeritus geworden, afscheid den 7 November 1757, en overleed te Lemmer den 31 Julij 1765, oud 80 jaren en 5 weken. Zijn zoon Focco was predikant te Ureterp.
  • 1758. Georgius van Bleiswijk, geboren te Delft, was als kandidaat te Echteld klassis Tiel in November 1755, deed, van daar hier beroepen, zijn intreerede den 7 Mei, en overleed den 7 November 1800, oud bijna 72 jaren.
  • 1801. Jan Schoonderbeek, geboren te Veenendaal den 30 Januarij 1770, als kandidaat te Opheusden klassis Tiel in September 1795, deed, van daar hier beroepen, zijn intreerede 14 October, nam, verroepen naar Nijkerk, klassis Nederveluwe, afscheid den 28 October 1804-en overleed daar den 3 April 1827.
  • 1805. Johannes Jacobus Lorgion, was als kandidaat te Lunteren in 1800, deed, van daar hier beroepen, zijn intreerede den 3 Maart , en overleed den 30 Decem- 1821, oud 49 jaren 5 maanden. (Zijn zoon was: Prof. dr. Evert Jan Diest Lorgion (Lemmer, 30 augustus 1812 - Groningen, 11 mei 1876) was predikant, hoogleraar, kerkhistoricus en rector magnificus.)
  • 1822. Wessel Middelveld, deed, beroepen van Wolvega, zijn intreerede den 13 October, en werd emeritus in 1867.

Er ontbreken : J. van Heerde 1868—71. A. W. L. Talma 1873 — 74. J. H. F. Gangel 1875—79. J. Hulsebos 1881 — 82. J. A. Ruijs 1883—85.

Bron: tresoar.nl/wumkes/pdf

Foto omstraaks 1911: Boerderij te Eesterga. Toendertijd werd de boerderij gepacht door Hielke Folkerts Semplonius (1869-1961) Eigenaar was de familie Van Andringa-de Kempenaer. Rond 1922 werd Pieter Wienia de eigenaar, zijn zoon Meine Wienia en diens vrouw Brechtje Annes de Jong, bewoonde de boerderij, toen begin jaren '30 de boerderij door brand werd verwoest. Een nieuwe boerderij kwam ervoor in de plaats; de huidige 'Cornelia-Hoeve'

Op de foto zien we: Folkert Rommerts Semplonius, die zich na de overname van zijn bedrijf door zijn zoon Hielke, als rentmeester aan de Vissersburen vestigde, waar hij al meer dan 90 jaar oud in 1924 overleed. En zijn zoon Hielke Folkerts met diens dochtertje Minke (1908) één van zijn 8 kinderen.

De heer G. Semplonius: Het nieuwe lid van de Provinciale Staten van Friesland (vacature mr. P. S. Gerbrandy)

De heer Geert Folkert Semplonius werd op 11 april 1862 te Eesterga bij Lemmer geboren. Hij was voorzitter van de antirevolutionaire kiesvereniging Lemmer en bestuurslid van het waterschap 'De Lemstersluis'.

Onderwijs en schoolmeesters te Eesterga.

  • Op 1 mei 1605 was Denijs Ridde, schooldienaar in Eesterga. Op 1 nov. 1609 was hij hier nog; in 1612 was hij te Sloten.
  • Op 28 nov. 1613 en op 28 april 1614 was hier mr. Jan, als schoolmeester en op 14 nov. 1618 werd mr. Gepcke Lambertsz genoemd als schoolmeester.
  • In 1622 en 1624 was mr. Tiebbe Wijtzes, te Eesterga.
  • In april 1638 was Johannes Thijssen, schoolmeester in Eesterga. Zijn vrouw heette Jantien Thijssensdr. Hij was hier in juli 1643 nog als schoolmeester en in 1645 ging hij naar Lemmer.
  • In 1645 trouwde Timannus Nicolai, schoolmeester te Eesterga, met Swaentien Clasesdr. van Nijelamer.
  • In nov. 1651 was Arent Meynesz, schooldienaar in Eesterga. Hij was hier reeds op 21 febr. 1651, toen hij hier trouwde met Stijn Paulusdr van Twellingerga. Hij was in febr. 1657 te Kortezwaag; waarschijnlijk was hij vandaar naar Eesterga vertrokken.
  • Op 20 nov. 1670 kwam met attestatie van Akkrum: Tjepko Sannis, schoolmeester te Eesterga. Hij vertrok reeds op 1 mei 1671 met attestatie naar Offingawier. Op 12 aug. 1694 trouwde Anthonij Kalsbeek, schooldienaar te Eesterga, met Grietje Meinesdr. van Kuinre. Ze vertrokken nog in datzelfde jaar naar Lemmer. Op 11 nov. 1694 trouwde Klaas Willems, schoolmeester in Eesterga, met An Nolles van Lemmer.
  • Op 20 febr. 1718 was de huwelijksproclamatie van Simon Elingh, schoolmeester te Eesterga, en Yk Fogelis te Wijckel; ze zijn te Lemmer getrouwd. Op 5 dec. 1716 was Sijmen Elings, schoolmeester te Eesterga, 28 jaar oud.
  • Op 7 juli 1736 was Johannes Hendriks, schoolmeester te Eesterga, 22 jaar oud. Op 23 nov. 1754 was Jaan Tijmens, huisman en schoolmeester te Eesterga. Hij was toen 64 jaar oud; zijn vrouw Tjeb Piers, was 63 jaar.
  • Op 1 mei 1783 zat Jan Cuperus, schoolmeester te Eesterga, op het Blokhuis te Leeuwarden gevangen en verzocht om ontslag uit zijn detentie. Op 3 juni werd hem dat ontslag verleend.
    In 1792 werd Pieter Hendriks Buisma, hier onderwijzer; in 1796 vertrok hij naar Oudehaske.

In de Bijdragen van het Onderwijs 1804/1805 staat: "Eesterga. Hier was oudtijds een zomerschool: alleen 's zomers werd les gegeven; vast inkomen f 50,- aantal leerlingen ruim 20. De meester was des winters ondermeester te Lemmer of elders, of winterschool-houder hier of daar."

  • In 1803 vertrok Jacob Gerrits Deuker, naar Follega. In 1804 kwam hier de 18-jarige T. Buma, maar reeds in 1805 werd hij ondermeester te Bolsward. Jentje Jollis Wiarda, nam toen provisioneel de school waar, maar in 1805 vertrok hij reeds naar Follega.
  • In 1806 kwam Jacob Annes Visser, ondermeester aan de tweede school te Lemmer. Het traktement voor deze zomerschool bedroeg f 50,- plus de schoolpenningen. Bovendien mocht hij 's winters in één van de scholen te Lemmer als ondermeester voor vrij kost en drank fungeren. In 1808 vertrok hij naar Oosterzee.
  • In 1814 stond hier Wiebe Annes Visser, een derde ranger. Hij was te Oudeschoot geboren als zoon van Anne Jacobs en Akke Jans. In okt. 1816 vertrok hij naar Scherpenzeel. In 1817 werd de school als 'vacant' opgegeven en in 1818 werd de school niet meer genoemd.

Bron: www.fryske-akademy.nl

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.