Leijenaar, Jacob

Jacob Leijenaar, (Grondwerker/hulpfitter bij het Intercommunale Waterleiding Gebied Leeuwarden) gewoond hebbend aan de Abel Tasmanstraat 159d te Lemmer, geboren op 18 februari 1894 te Lemmer, overleden op 27 juli 1940 te Lemmer.

Op 27 juli 1940 voltrok zich een ramp in Lemmer. Deze ramp werd veroorzaakt door een vliegtuigbom die op de waterleiding terechtkwam en tijdens de herstelwerkzaamheden ontplofte. De namen van de slachtoffers waren: Jacob Dirksen 34 jaar, Cornelis Bartholomeus Koole 50 jaar, Jan Koopmans 36 jaar, Jacob Leyenaar 46 jaar, Geert Nieuwenhuis 34 jaar, Tj. Roossien 38 jaar, KL.W. Verhoeff 31 jaar, M. Westerveld 34 jaar.

Door het Waterschap Zuiderzeeland is een plaquette tot stand gekomen, deze plaquette heeft een plaats gevonden in het Bumagemaal als herinnering aan de ramp.

Engelse luchtaanvallen

De Engelsen die sinds 28 mei 1940 regelmatig met hun bommenwerpers, jagers en verkenningsvliegtuigen boven Friesland vlogen, van tijd tot tijd aanvallen ondernamen, onder andere op schepen in de buurt van de eilanden, mijnen afwierpen en ook bommen gooiden.

Zo vielen eind juni drie bommen in de buurt van de spoorlijn bij Franeker en werd in de nacht van 13 op 14 juli een aanval op de Harlinger haven gedaan. Harlingen werd ook aangevallen in drie achtereenvolgende nachten, tussen 18 en 22 juli, waarbij nogal wat schade werd aangericht. Veel Harlingers gingen in die dagen hun huizen uit om ergens buiten de stad in de open lucht te slapen. De Engelsen weerden zich dus danig en hielden door verkenningsvluchten de zaken in Friesland terdege in de gaten.

Op zaterdag 27 juli 1940 kwam een Britse bom terecht op het terrein van de werkhaven van Lemmer. Het ding ontplofte niet, maar raakte wel een buis van de waterleiding. Nog dezelfde dag begon men daar met het herstelwerk en toen explodeerde die bom wel, wat aan acht mensen het leven kostte. Drie werknemers van het waterleidingbedrijf lieten het leven, Klaas Verhoeff (31), Jacob Leijenaar (46) en Geert Nieuwenhuis (34), en verder de Lemster veldwachter Jacob Derksen (34), de hoofdopzichter van het waterschap De Zeven Grietenijen, Cornelis Bartholomeus Koole (50), de elektricien Michiel Westerveld (39), de betonwerker Tjasso Roossien (38) en bakker Jan Koopmans (36).

Diezelfde zaterdag, 27 juli, kwam nog iemand in Friesland om ten gevolge van een Engelse bombardementsvlucht. Een enkele Bristol Blenheim-bommenwerper deed die dag een aanval op het Leeuwarder vliegveld - waar toen gewoon gewerkt werd; de vrije zaterdag was nog niet uitgevonden. Het bombardement kostte het leven aan de 31-jarige Theunis Stroop uit Berlikum.

De toen niet door drieste berichtgeving uitmuntende Leeuwarder Courant wijdde aan de slachtoffers in Lemmer en die op het vliegveld een berichtje op de voorpagina van maandag 29 juli 1940, waarin echter het accent gelegd werd op het levensgevaarlijke van 'ontplofte en schijnbaar niet-ontplofte projectielen.

De volgende dag, dinsdag 30 juli, stond weer zon waarschuwing in de LC - maar niets over de nieuwe Engelse luchtaanval op het vliegveld van de dag tevoren. De Duitse greep op wat gepubliceerd mocht worden en wat niet was al duidelijk. De waarschuwing, deze keer namens de commissaris van politie, hield in dat men bij bombardementen niet de straat mocht opgaan en zeker niet in de richting moest gaan waar wellicht wat gebeurde of gebeurd was. Dat belemmerde dan namelijk het verkeer. Ouders moesten hun kinderen dit vooral duidelijk maken. En verder liet de brave commissaris in één adem door ook nog even weten in de krant dat de verlichting van alle voertuigen en rijwielen ook afgeschermd moest zijn, omdat men anders een proces-verbaal kon krijgen. Overheidsvoorlichting anno 1940.

'Arbeidersbevolking'

Maar niets over de bommen op het vliegveld in die krant van 30 juli. Pas de volgende dag, woensdag 1 augustus 1940, verscheen een klein berichtje onder het kopje Stadsnieuws', ter grootte van ongeveer twee Gehoord en Gezientjes van nu, waarin melding werd gemaakt van Engelse luchtaanvallen. Het berichtje besluit: „Van officieele zijde vernamen wij, dat het aantal dooden tengevolge van de luchtaanvallen van Maandag en Dinsdag acht bedraagt. Deze slachtoffers zijn gevallen onder de plaatselijke arbeidersbevolking". Vlak daaronder staat wel een bericht over de begrafenis van Bernardus Rodenburg uit Leeuwarden, „die Dinsdag zoo noodlottig om het leven kwam".

De achtereenvolgende Engelse bommen op doelen in Friesland kostten in enkele dagen dus zeventien Friezen het leven: de acht in Lemmer en de Berlikumer Theunis Stroop op zaterdag 27 juli en acht anderen op het vliegveld.

Van die acht kwamen vier uit Appelscha, vier jonge, getrouwde mannen: Wiebe de Jong (30), Lambertus Sloterwijk (29), Jan Wieldraaijer (29) en Sijtze Veenstra (29). De anderen waren de Leeuwarders Aalbert Aalbers (56), Gerrit Tichelaar (56) en de al genoemde Bernardus Rodenburg (35) en de 37-jarige Klaas Veldman uit Terherne. Bovendien vielen er op het veld nog vier ernstig gewonden en vier licht gewonden.

De volgende dagen bracht de LC nog wel uitgebreide verslagen van de begrafenis van Aalbers en Tichelaar, waarbij steeds vermeld werd dat er bloemen waren van de NV Nederlandsche Basaltmaatschappij, de Nederlandse maatschappij die de uitbreiding van het vliegveld had aangenomen. Op 1 augustus vielen ook nog zeker vier bommen bij de Condensfabriek, in het oosten van Leeuwarden, zonder overigens slachtoffers te maken. Niet alle bommen daar ontploften, aldus een mededeling van de Leeuwarder burgemeester Van Beijma aan de Luchtwachtinspectie in Den Haag. Die dag viel ook een bom in de Potmarge op de grens van Leeuwarden en Huizum, die explodeerde, maar geen doden of gewonden maakte. Maar ook die dag kwamen weer Engelse bommen op het vliegveld neer.

Details ontbreken, maar aangenomen mag worden dat de werklust op dat vliegveld in die tijd zo goed als verdwenen moet zijn. De Tagesmeldungen' van de Duitse politie vermelden in elk geval op 2 augustus 1940 dat twee Leeuwarders, Sjoerd Verhoeve en Johannes Pol, als aannemers betrokken bij het vliegveldwerk, gearresteerd waren 'wegens sabotage. Verhoeve was op 17 juli ook al eens aangehouden, wegens slecht werken, aldus de informatie die de Duitse politie doorgaf.

Verhoeve en Pol zaten meer dan tien weken vast in het huis van bewaring in Leeuwarden, waar Verhoeve ernstig ziek werd. Hij zou kort na zijn vrijlating overlijden. De werkers op het Leeuwarder vliegveld, die daar na mei 1940 gekomen waren, ontdekten dat hun boterham weliswaar beter belegd was dan vóór de Duitse inval, maar dat ze in feite uit rijden waren op een tijger, hetgeen een riskante bezigheid is. Toch ging het werk door. Al vrij spoedig was het vooroorlogse vliegveldje een enorme Duitse Fliegerhorst' geworden, het Wespennest Leeuwarden', zoals het later werd genoemd. In de volgende oorlogsjaren stegen daar dag en nacht Duitse jagers op, die honderden Engelse en Amerikaanse vliegtuigen hebben neergeschoten. De prijs van de 'boerebûter' zou hoog worden.

Chris Kruisinga.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.