Home » Historie-Friesland » Stoomschepen rond de Zuiderzee. » De ondergang van het stoomschip Friesland

De ondergang van het stoomschip Friesland

Archief Leeuwardercourant
Foto's: eigen archief, Charlotte Sterk-Huiskes, Hillebrand Visser en Karin Kamminga.

-18 december 1939

DE SCHEEPVAART OP HET IJSSELMEER.

Ondervindt hinder van het ijs. Het stoomschip Friesland, van de Holland- Friesland-Groningen-lijn, is in verband met mogelijke ijsvorming in het IJsselmeer, zondagnacht nacht om 12 uur van Lemmer naar Amsterdam, vertrokken om den bij de boot behoorenden ijsbreker op te halen. De "Jan Nieveen" van de Groningen-Lemmer Stoombootmaatschappij, is tegelijk met "De Friesland" vertrokken. Hedenmorgen kwamen de beide booten met weinig vertraging in Amsterdam aan. Vanavond varen ze terug. Hoewel het voor de Lemmer haven nog niet vol ijs ligt, ondervindt de scheepvaart hinder. De zeilvaart is vrijwel gesloten.

De scheepvaartvaart in de binnenwateren ondervindt veel hinder. Vijf vaartuigen voorzien van sterke motoren voeren vanochtend de Oranjesluizen uit, doch bleven op het Buiten-IJ steken en moesten terug keeren. Een dezer motorschepen had nog de hulp van een voortstuwende sleepboot maar ook dit mocht niet baten. Beide waren gedwongen ter hoogte van Durgerdam naar de Oranjesluizen terug te varen. De schipper van dit vaartuig deelde mede dat het ijs op het Buiten-IJ ongeveer 8 cm dik was. Met zijn verrekijker had hij de situatie nabij Pampus bezien. Zoover hij kon kijken ongeveer een uur gaans was ook daar niets dan ijs.

-17 januari 1940

De tocht van Amsterdam over het IJsselmeer naar Kampen. De drie schepen in het ijs bekneld. "De Friesland" waarschijnlijk verloren.

Amsterdam 17 Januari. Een redacteur van het A.N.P. heeft aan boord van het vracht en passagiersschip "Holland" welk schip met "De Friesland" en "De IJssel" Maandagochtend vroeg uit Amsterdam was vertrokken, om te trachten het ijs op het IJsselmeer te breken en Kampen
te bereiken, den tocht op het meer gemaakt.

Na een moeilijke wandeling van vijf uren over het hier en daar kruiende ijs, is de redacteur er vanmiddag in geslaagd Elburg, te bereiken en verslag te doen van den strijd, die de drie schepen gedurende de laatste dagen op het IJsselmeer tegen het ijs hebben gevoerd en welke is geëindigd met het vastraken der schepen, niet alleen doch waarvan het resultaat zeer waarschijnlijk zal zijn dat een der schepen "De Friesland" geheel verloren zal gaan en de beide andere schepen ernstig zijn beschadigd

Passagiersschip "Holland" te Lemmer.

Passagiersschip "Holland" te Lemmer.

Het einde van de geregelde verbinding.

Het kruiende ijs opgezwiept door den fellen wind uit het noord-oosten, welke Dinsdag over het IJsselmeer blies aldus meldt de A.N.P. heeft een einde gemaakt aan de poging de geregelde verbinding tusschen Amsterdam en Kampen te herstellen. Dinsdagochtend ochtend te half twaalf raakten de schepen in het ijs bekneld, nadat zij gedurende de uren daarvoor slechts uiterst langzaam vooruit hadden kunnen komen.
Met geweldige kracht kwam het ijs opzetten en in zeer korten tijd was het pleit beslist. De drie schepen hadden toen zooveel schade opgeloopen dat de heer Koppe, zoon van den reeder die zich aan boord van een der schepen bevond het niet raadzaam achtte den tocht nog verder voort te zetten.

De A.N.P. meldt verder dat Dinsdagochtend tegen half twaalf de "IJssel" en de "Holland" vooraan voeren. "De Friesland" welke reeds Maandag ten gevolge van het stooten tegen het ijs lichte schade had opgeloopen, volgde op ongeveer vijftig meter in de vaargeul, die de beide andere schepen in het ijs maakten

Het ijs raakte los.

Toen men Urk naderde is het ijs losgeraakt en gaan kruien. Met geweldige kracht kwam een groot ijsvlak aandrijven en stootte tegen de schepen. De drie vaartuigen raakten in het ijs bekneld waarbij de flanken werden ingedrukt. De "IJssel" en de "Holland" stootten lek. De spanten kraakten op angstige wijze en een groote hoeveelheid nagels vloog naar alle kanten uit de platen. Het was op de schepen een angstig oogenblik, doch het bleek spoedig dat de schade niet zóó groot was dat direct gevaar voor zinken bestond. Met de machinepompen konden de vaartuigen drijvende blijven. Gelukkig kwam spoedig het ijs tot rust.

"De Friesland" in moeilijke positie.

Erger was "De Friesland" er aan toe. Dit vaartuig voer zooals gezegd ruim vijftig meter achter de beide andere schepen. Toen het ijs begon te kruien werd "De Friesland" omhoog getild en volkomen door het ijs ingedrukt. In de machinekamer sprong een stoomleiding. Het gelukte den machinist den heer De Jong slechts met moeite op het allerlaatste oogenblik uit de machinekamer te vluchten. De ketel liep onmiddellijk leeg zoodat ook het vuur gedoofd moest worden. Het schip maakte op vele plaatsen water en het was niet mogelijk de lekken te stoppen.
De schade is zeer groot. De dekken stonden doordat het schip aan beide kanten geheel was ingedrukt bol en de brug was gebroken.

De bemanning ging over.

De bemanning van "De Friesland" begaf zich dadelijk op het ijs, daar gevaar voor onmiddellijk zinken bestond. Het bleek echter dat "De Friesland" zoo vast in het ijs beklemd zat, dat het schip niet zonk ondanks het feit dat het water spoedig tot aan het dek stond.
Tot vanmorgen toen de A.N.P. redacteur van de schepen vertrok was "De Friesland" nog niet gezonken.

De bemanning van het schip begaf zich nadat zij haar bagage voor zoover deze bovendeks was, van boord had gehaald over het ijs naar de "IJssel" en de "Holland" aan boord van welke schepen zij voorloopig werd opgenomen. De wind wakkerde gistermiddag nog meer aan en liep ruimende om van het noorden naar het oosten Het ijs kruide echter niet meer en hoewel de positie van de "Holland" en de "IJssel" moeilijk was bestond er geen direct levensgevaar voor de opvarenden, terwijl de schepen wel drijvende zullen blijven.

De nacht van Dinsdag op Woensdag werd in angstige spanning aan boord doorgebracht. Men vreesde dat het ijs opnieuw zou gaan kruien, waardoor ook de "Holland" en de "IJssel" wel eens in zinkenden toestand zouden kunnen geraken. Gezien de felle koude en den hevigen wind zou er dan ernstig levensgevaar voor de in totaal 36 personen die zich aan boord van de beide schepen bevonden kunnen ontstaan. De wind nam echter af en toen het vanmorgen dag werd was de wind geheel gaan liggen. Van de vlet van de "IJssel" werd met behulp van enkele balken en een gedemonteerden koker van het gebroken roer van de "Holland" een ijsvlet gemaakt.

Om half tien Woensdagmorgen vertrokken vier leden van de bemanning onder leiding van den kapitein van "De Friesland" den heer Bolhuis en de genoodigden die zich aan boord van de "Holland" bevonden, twee gasten van den heer Koppe Jr, drie fotografen en de A.N.P. redacteur met de ijsvlet over het ijs in de richting Elburg, ten einde te trachten verbinding met den wal te krijgen en een nieuwen voorraad levensmiddelen naar de schepen te kunnen brengen.

Na een zwaren en vermoeienden tocht van ruim vier uur over het krakende doch overigens zeer dikke ijs, bereikte de vlet vanmiddag te half twee Elburg. Vanmiddag om twee uur kon men vanuit Urk den eersten ijsbreker zien. De ijsvlet van Urk is omstreeks kwart voor twaalf bij de schepen aangekomen en vanmiddag om twee uur was de vlet er nog.

'De IJssel' voor het Centraal Station, te Amsterdam.

-18 januari 1940

Drie schepen voerden den strijd tegen het ijs.

De 'Holland' de 'IJssel' en de 'Friesland' gaven het op.
De 'Friesland' ging verloren, de anderen ernstig beschadigd.

De redacteur van het A.N.P. die den tocht met het stoomschip Holland medemaakte, schrijft na zijn terugkeer in Amsterdam nog het volgende. De toestand van de drie schepen van de Reederij Koppe N.V. "De Friesland" de "Holland" en de "IJssel" was toen wij des morgens om half tien met de ijsvlet naar Elburg vertrokken niet ongunstig. Er was geen wind en de zon scheen prachtig. Het ijs was volkomen komen rustig zoodat althans op dat oogenblik voor de 26 achtergebleven opvarenden geen gevaar te vreezen was. De toestand van de schepen is n.l. van dien aard dat indien het ijs weer gaat kruien ook de "Holland" en de "IJssel" als verloren beschouwd moeten worden.

"Een leeg blikje dat met een hamer gebeukt was".

Van "De Friesland" zal zooals reeds eerder werd gemeld weinig of niets meer te redden zijn. Wij maakten Dinsdagmiddag tegen één uur een tocht over het ijs van de "Holland" af naar dit schip om de schade in oogenschouw te nemen. Wat wij te zien kregen is misschien het beste te vergelijken met een leeg blikje waarop met een hamer is geslagen. De ontstellende kracht van het kruiende ijs had de flanken van het schip samengedrukt.

Vrijwel geen zij of of dekspant was meer heel. De dekken stonden bol de tweede klasse kajuit in het voorschip was één groote ravage van stukken houtwerk. De brug was gebroken en het schip was doorgeknakt, waardoor de mast was gespleten. Dat het schip dan ook vanmorgen nog niet ten onder was gegaan is vermoedelijk te danken aan het feit dat het wrak tusschen het ijs gekneld zit en het water ter plaatse niet diep is zoodat de mogelijkheid bestaat dat het schip op den bodem van het IJsselmeer rust.

Een droevig gezicht.

Het was een droevig gezicht het fraaie schip in zoo'n toestand te moeten terugvinden en wij hadden te doen met kapitein Bolhuis, die in den korte spanne tijds van drie minuten zijn mooie schip had zien veranderen in een wrak, het schip waarop hij sinds dit in 1925 was gebouwd als kapitein had gevaren. Het koste kapitein Bolhuis veel moeite het dek van "De Friesland" te verlaten en aan boord van de "Holland" te gaan pas toen de heer Koppe Jr, die eveneens de reis meemaakte persoonlijk kapitein Bolhuis, verzocht aan boord van de "Holland" te komen verliet hij zijn schip dat sindsdien geheel verlaten is. Vanmorgen stond het water tot op het dek.

Op de bovenste rij v.l.n.r.: Gerben Bootsma, Jan Visser, Andries Koornstra, een hofmeester, kapitein Doornspleet en een dekknecht.

Beneden v.l.n.r.: Een knecht, machinist Kamminga met vlak achter hem Sake Koornstra en daarachter een knecht. Op de voorgrond een machinist en schuin achter hem Gerke Bootsma, een knecht, kapitein Bolhuis en een stoker.

Bemanning van "De Friesland". 3e van rechts is Kapitein Bolhuis en uiterst rechts is Piet Kamminga. Pieter Kamminga.

Links: Jan Kamminga de jongeman is niet bekend.

De toestand van de IJssel en de Holland.

De beide andere schepen zijn er gunstiger afgekomen, al hebben ook zij zulke zware schade opgeloopen dat zij voorloopig -de heer Koppe Jr meende de eerste zes of acht maanden niet meer zullen kunnen varen.

Van de beide schepen zijn de flanken ingedrukt en circa tien spanten gebroken. Bij de "IJssel" is de reservepompinstallatie, welke in de machinekamer stond opgesteld door het indrukken van den scheepswand naar binnen geschoven en totaal gebroken. Het schip maakt aan beide boorden water, doch de lekken konden in den loop van Dinsdag grootendeels worden hersteld en met behulp van de machinepomp is het thans ruimschoots mogelijk het nog binnen stroomende water weg te pompen.

Aan boord van de "Holland" is in de machinekamer schade ontstaan aan beide boorden. De bakboordstortkoker is ontzet. Het roer is ernstig beschadigd en de askoker gebroken waardoor een flink lek is ontstaan. Ook in het ruim is aan de stuurboordzijde een lek gekomen. De bakboordhut in de eerste klasse-salon is geheel vernield. Beide schepen hebben zooals kapitein Berends van de "IJssel" zeide hun kracht verloren door de schade aan de constructie.

De scheepswanden zijn hierdoor niet meer in staat weerstand te bieden tegen grooten druk en mocht de wind het ijs wederom opstuwen dan word de toestand zeer precair.
Op onzen tocht naar Elburg, merkten wij tegen elf uur dat er inderdaad werking in het ijs was gekomen. Er kwam uit het Noorden een sneeuwstorm opzetten. Langs de kust zijn echter maatregelen getroffen om spoedig hulp te kunnen bieden, zoodat de levens van de opvarenden naar alle waarschijnlijkheid geen gevaar loopen.

De stemming aan boord.

De stemming aan boord van de "Holland" bleef ondanks de tegenslagen -aanvankelijk was er op gerekend dat de schepen Maandagavond Kampen zouden bereiken zeer opgewekt. Een uitstekende hofmeester zorgde voor den inwendigen mensch en zoolang de machines draaiden werd stoom door de verwarmingsinstallaties geblazen, zoodat in de eerste klasse kajuit een hoogst behaaglijke warmte was te genieten. De gasten van den heer Koppe, een vrouwelijke en een mannelijke passagier twee persfotografen een filmoperateur en de A.N.P. verslaggever maakten het zich zoo gezellig mogelijk.

Vooral nadat de situatie bedenkelijk was geworden. Dinsdagmorgen had men veel steun aan elkaar en de vrouwelijke opvarende gaf blijken van moed en sportiviteit, waaraan vele mannen een voorbeeld kunnen nemen. De nacht van Maandag op Dinsdag werd door de genoodigden doorgebracht in de eerste klas kajuit, waar de banken wel smal waren en de kussens welke er op lagen een zachte matras vormden. Er was evenwel niet op gerekend dat in het ijs overnacht moest worden en derhalve waren slechts weinig dekens aan boord. Men behielp zich met overjassen en truien zoo goed en zoo kwaad als het ging en al waren verschillende opvarenden den volgenden ochtend wat stijver dan den avond te voren, over het algemeen was goed geslapen.

Een dag vol sensatie.

Dinsdag was een dag vol sensatie, een dag waarop het niet noodig was afleiding te zoeken in de kaarten. Vooral de landrotten waren geruimen tijd sterk onder den indruk van het gebeurde. Nadat ’s avonds evenwel gebakken aardappeltjes met gebraden knakworstjes waren gegeten en gebleken was dat de situatie van de schepen minder hachelijk was dan aanvankelijk werd verondersteld -reeds was de bagage en de proviand naar het bovendek overgebracht ingeval het schip zou zinken week de bedruktheid spoedig.

Tegen half twaalf werden kooien d.w.z. de banken in de eerste klasse kajuit en in de dekkajuit opgezocht, met het oog op het gevaar was het slapen beneden uitgesloten en weldra heerschte op het schip een oogenschijnlijk diepe rust. In werkelijkheid werd echter met één oog dicht geslapen en ieder geluidje van het ijs of het schip had de volle aandacht.

Ieder wist immers wat het zou beteekenen wanneer het ijs zijn verraderlijke kracht zou toonen en de gedachte midden in den nacht met een vorst van ruim 10 graden Celsius en een sterken Noord-Oosten wind het ijs te moeten opgaan om de kust te bereiken was niet bepaald geruststellend. Het is evenwel allemaal goed afgeloopen en toen wij vanmiddag voet aan wal zetten bij Elburg, na een vermoeienden tocht over het ijs, dat onder den druk van de 700 kilo wegende vlet vervaarlijk kraakte waren waren wij zeer dankbaar het avontuur er heelhuids afgebracht gebracht te hebben.

Wat de vlieger 1e luitenant Sluyters opmerkte.

De burgemeester van Urk, heeft gistermiddag omstreeks drie uur den sportvlieger Sluyters, van de Nationale Luchtvaartschool, die thans als reserve eerste luitenant op Soesterberg is gedetacheerd, telefonisch verzocht een brief op een der vastgeraakte schepen te werpen, waarin de vraag werd gesteld of er nog een ijsvlet noodig was. Luitenant Sluyters, cirkelde op geringe hoogte boven de schepen en wierp vervolgens den brief met ballast omlaag.

Nadat de leden der bemanning den inhoud hadden gelezen schreven zij met kolen op het ijs het woord. "Neen" De vlieger begaf zich daarop naar den burgemeester van Urk, wien hy de boodschap overbracht. Deze evenwel wilde ter geruststelling een uitvoeriger boodschap hebben waarop Heymans, andermaal opsteeg en een tweeden brief op een der schepen wierp waarin om een uitvoeriger antwoord werd verzocht.

Wederom met behulp van kolen verschenen op het ys de woorden "Indien noodig lichtseinen" Onmiddellijk keerde luitenant Sluyters naar Urk terug om het antwoord bij den burgemeester te laten afgeven. De vlieger vertelde nog dat hij gezien had dat de achtersteven van een der schepen geleidelijk zonk, terwijl een tweede schip water maakte. Aan het derde vaartuig kon hij niks bijzonders bemerken.

-19 januari 1940

De op het IJsselmeer vastgeraakte schepen. IJSBREKERS HEBBEN HUN DOEL BEREIKT. Parmentier werpt levensmiddelen uit.

Amsterdam 19 Januari. Het met spanning verwachte bericht, dat de twee ijsbrekers welke al eenige dagen op zoek zijn naar het op het IJsselmeer ingevroren convooi hun doel hebben bereikt, werd vanochtend tegen half twaalf ontvangen toen Parmentier van zijn tocht naar Urk op Schiphol terugkeerde.

Op de heenreis van het vliegtuig werd waargenomen, dat de ijsbrekers bij de "Holland" en de "IJssel" lagen. Ze hadden het ijs aan alle kanten stuk gemaakt, zoodat de booten waren omgeven door een groote plek open water. Op het oogenblik dat het vliegtuig passeerde was men bezig alles in gereedheid te brengen voor het vertrek. Parmentier wierp een tweetal brieven uit, bestemd voor de opvarenden van de schepen der reedery Koppe en voor de bemanningen der sleepbooten van de firma Goedkoop.

Hierin werd gevraagd of de opvarenden nog speciale wenschen hadden. Parmentier vloog daarop door naar Urk om er 39 zakken post af te geven. Voor de terugreis hadden drie passagiers geboekt terwijl tevens een hoeveelheid post van het eiland werd meegenomen. Parmentier vloog toen voor de tweede maal boven de schepen, waar bleek dat men inmiddels had geantwoord op de schriftelijk gestelde vraag. Op het ijs stond thans geschreven "Alles o.k Voedsel tot Zaterdag"

Hoewel deze mededeeling van optimistischen aard was, achtte Parmentier het toch gewenscht de tien zakken levensmiddelen welke hij aan boord had uit te werpen. Voorts stond op het ijs geschreven "Varen naar Amsterdam" Het spreekt vanzelf dat de mededeelingen van Parmentier een groote opluchting voor alle betrokkenen beteekenden.

De terugreis zal zoo spoedig mogelijk worden begonnen, waarbij de twee ijsbrekers voorop zullen varen om zoo noodig opnieuw een breede vaargeul te maken. Het staat niet vast of de sleepbooten "Holland" en de "IJssel" op sleeptouw zullen nemen. Weliswaar zijn beide laatstgenoemde schepen lek geslagen, doch het schijnt dat er weinig gevaar voor zinken bestaat. In ieder geval zijn de beide machinekamers intact gebleven zoodat zij op eigen kracht zullen kunnen varen.

De ingesloten stoomboten.

Nog op een andere wijze zou de luchtvaart in de winter van 1940 de Urkers te hulp komen. Op het IJsselmeer waren drie stoomboten van de rederij Koppe, de 'Holland', 'Friesland' en 'IJssel', op weg van Amsterdam naar Kampen, in zware strijd met het centimeters dikke ijs verwikkeld.
In de buurt van Kampen zat het zusterschip 'Zuiderzee' in het ijs bekneld. Op dinsdag 16 januari kwam bij Urk een groot ijsveld in beweging dat de boten noodlottig werd. De 'Friesland' kwam binnen drie minuten tot zinken en na een hachelijke tocht over het ijs bereikte de bemanning de eveneens beschadigde 'Holland' en 'IJssel'.

Om 12 uur 's middags werden de schepen ontdekt door Parmentier, die met de PH-ACT op weg was naar Urk en vanaf het hoogste punt van Urk waren de zwarte stippen reeds te zien. Op woensdagmorgen vertrokken om half zeven uit Amsterdam de ijsbrekers 'Wilhelmina Goedkoop' en 'Daniël'. Een vliegtuig wierp deze boodschap op een briefje en voorzien van een rookbom, boven de gestrande schepen uit waar het op de voorplecht van de 'Holland' terecht kwam.

Maar voorlopig gebeurde niets en de bemanning, ongerust wordend, schreef met zwarte latten - om kolen te sparen - op het ijs WAAR ZIJN DE IJSBREKERS. Deze vraag werd door een van de KLM-vliegers opgemerkt. Hij kon geen antwoord geven, maar wel vertrok in de loop van de middag de F.VIIa PH-AEB met Tepas als piloot van Schiphol, met voedsel voor 25 man voor twee dagen. Vanwege sneeuwval en mist kon hij echter de schepen niet ontdekken, waarop hij te Urk landde om half vijf naar Schiphol terug te keren.

Parmentier had de schepen wel in zicht gekregen. Met de DC-3 PH-ARX 'Xema' op terugtocht van een vlucht naar Ameland en Schiermonnikoog had hij besloten nog even over de schepen te vliegen. In een rode doek verpakt wierp hij de vraag uit of nog iets nodig was. Het antwoord op het ijs kwam spoedig: ETEN VOOR 35 MAN. Dit werd door Parmentier doorgegeven.

Bij de tweede tocht die hij maakte kon hij nog niets melden over de positie van de ijsbrekers, maar toen hij uiteindelijk besloot weer koers te zetten naar Schiphol doemden plotseling de ijsbrekers voor de neus van het toestel op. Verheugd improviseerde hij verpakt in een rode lap, de volgende boodschap: „IJsbrekers vijf kilometer ten westen van U". De vreugde was begrijpelijk groot, al duurde het nog wel even voor de twee ijsbrekers de laatste barrière, een ijswal van ongeveer 4 meter dikte, hadden geforceerd.

Bron: www.avianet.eu 

"De Friesland" blijft waar zij is.

"De Friesland" welke zich in deplorabele toestand bevindt en eigenlijk nog maar op het ijs hangt, zal worden achtergelaten. Het water is ter plaatse zeer ondiep, zoodat bij zinken het schip waarschijnlijk nog voor een deel boven de oppervlakte zal uitsteken. Wellicht zal het later nog mogelijk zijn het vaartuig te bergen. Het valt bij benadering niet te zeggen wanneer de schepen te Amsterdam zullen aankomen.

Indien de geul, welke de ijsbrekers op de heenreis hebben gemaakt, nog open is zouden de booten reeds in den loop van Zaterdag de Oranjesluizen kunnen bereiken. Mocht dit niet het geval zijn dan zal deze nieuwe tocht ongetwijfeld nog vele moeilijkheden opleveren, zoodat de schepen naar verwacht wordt wel eenige dagen onderweg zullen blijven.

Vanmiddag om halfeen zal Parmentier opnieuw post naar Urk brengen. Hij zal wederom de situatie van het convooi opnemen. De heer van Munnik, van de reederij Goedkoop, zal dezen tocht meemaken om als deskundige poolshoogte te nemen. Het eiland Urk vertoont een Siberischen aanblik. Alles ligt bedolven onder de sneeuw en rondom het eiland zijn huizenhooge ijsbergen opgestapeld. Het weer is goed en het zicht helder.

-16 februari 1940

HET WRAK VAN "De Friesland" OP HET IJSSELMEER.

Kan de lading geborgen worden?

Gistermiddag hebben twee Amsterdamsche metaalhandelaren, vergezeld van vier personen van Elburg, over het ijs een tocht ondernomen naar het op het IJsselmeer te midden van ijs en sneeuw weggezonken wrak van het s.s "Friesland" van de reederij Koppe. Naar men zich herinnert is dit schip vier weken geleden verloren gegaan, toen het met twee andere booten van genoemde reederij een poging deed om Kampen te bereiken.

De expeditie van gisteren welke ten doel had na te gaan of het mogelijk zou zijn de lading bestaande uit tachtig ton blik te bergen, werd met twee auto’s gemaakt, in elk waarvan drie personen hadden plaats genomen. Het gezelschap werd geleid door een beurtschipper uit Elburg, die den weg op het IJsselmeer op zijn duim kent terwijl men ter oriëntatie tevens een vloeistofkompas bij zich had.

Om één uur werd de haven van Elburg verlaten en na twee uur rijden kwam men op de plaats van bestemming aan. Het was een moeizame tocht waarbij tot zesmaal toe ijsbarrières welke zich evenwijdig met de kust over een afstand van vele kilometers uitstrekken moesten worden gepasseerd. Daarbij moest met behulp van bijlen een weg door de oneffenheden worden gehakt.

Bovendien geraakten de auto’s in een dichten sneeuwstorm welke het uitzicht volkomen belemmerde, zoodat tijdens deze bui moest worden stilgehouden. Toen het na een half uur opklaarde kon de tocht worden voortgezet. Uit het onderzoek bij het wrak, kwam vast te staan dat dit tot aan de reeling in het ijs is weggezakt. IJsschotsen en sneeuwbergen stapelen zich rondom "De Friesland" op. Ook het achterdek is geheel onder de witte massa bedolven. De brug de salonruimte de schoorsteen en de voormast steken boven de oppervlakte uit.

De zes mannen hebben zoo goed en zoo kwaad als het ging aan boord een onderzoek ingesteld, zij verschaften zich door een der gebroken ramen van de salon toegang tot het inwendige van het schip. De salon welke bij den ondergang van het schip onder water was geloopen, is thans met een dikke ijsvloer bedekt.

De machinekamer is door ijs en water in een ruïne herschapen. Op het voordek waar een dikke laag ijs zich eveneens overal heeft vastgezet, heeft men getracht tot de laadruimte door te dringen, doch daarin is men door tijdgebrek niet geslaagd. Men heeft een klein gedeelte van het bovenluik van sneeuw en ijs weten vrij te maken, waarbij bleek, dat boven het luik nog ruim een halve meter water staat.

Na vijf kwartier op het wrak te hebben verbleven, is men naar Elburg teruggekeerd; ook op den terugtocht moesten groote moeilijkheden worden overwonnen. Tijdens het "nemen" van een der ijsrichels is een der mannen, die zich niet tijdig uit de voeten kon maken, toen de auto vaart had gezet, door den wagen welke op het gladde ijs niet kon remmen gegrepen en licht aan het gelaat gewond.

Om halfzes werd Elburg bereikt, waar de bevolking met spanning den tocht had gevolgd. De beide handelaren zijn voornemens binnen eenige dagen opnieuw naar het wrak te gaan, ter voortzetting van het onderzoek. Volgens hun verklaringen zal het, indien de vorst aanhoudt of wanneer er slechts een lichte dooi intreedt, mogelijk zijn de lading te bergen. Men zal daarbij de hulp van twee duikers dienen in te roepen, die in het ruim zullen moeten afdalen om de lading aan hijschkettingen te bevestigen.

Verder zouden ijzeren mandkachels ter verwarming der arbeiders moeten worden aan boord gebracht. Het vervoer naar den wal zou met sleden moeten geschieden, waarbij over de verschillende hindernissen planken zouden moeten worden gelegd. Met dezen arbeid zullen naar verwacht wordt, niet minder dan veertien dagen gemoeid zijn. Indien het weer echter omslaat en het ijs zou gaan kruien, dan zal van het schip en lading niets meer kunnen worden gered.

"De Friesland" GELICHT.

Lading blik geborgen.

Het stoomschip "Friesland" van de reederij Koppe te Amsterdam, dat in Januari j.l. op het IJsselmeer tijdens een poging om door het 40 centimeter dikke ijs een weg tusschen Amsterdam en Kampen te banen zonk, is gelicht en naar Amsterdam gesleept. Gistermiddag bereikte het convooi bestaande uit het zwaargehavende schip, dat sterk slagzij naar stuurboord maakte en twee sleepbooten welke het bergingswerk verrichtten de Oranjesluizen.

De schade welke het kruiende ijs heeft veroorzaakt, is ernstiger dan men aanvankelijk dacht. De zijwanden van het schip vertoonen op talrijke plaatsen groote gaten waarvan sommige grooter dan een vierkante meter. Heden zullen deskundigen een onderzoek instellen naar de schade opdat ten aanzien van de reparatie een beslissing kan worden genomen. De lading blik welke ondanks de waterschade nog een waarde van duizenden guldens vertegenwoordigt is geborgen.

fd46faacf3154bc290bc9b61002a89b9.png

Zie ook mooi filmpje van De Friesland

01 jan 1925: Verslag van proefvaart van S.S. Friesland, tevens eerste dagelijkse dienst Amsterdam - Lemmer van de Maatschappij Holland en Friesland, een nieuwe Zuiderzeedienst van Verschure & Co's Algemeene Binnenlandsche Stoomvaart Maatschappij.