Home » Lemmer » Panden in 'De Lemmer' » Oude herbergen in De Lemmer

Oude herbergen in De Lemmer

Door Jaap van der Zwaag. 


Als we over logeren in het oude Lemmer hebben denken we altijd allereerst aan De Wildeman. Dat is niet verwonderlijk want dit etablissement had een zeer goede naam. Dat het dorp meer herbergen/logementen heeft gehad is minder bekend. Vooral rondom de zeehaven en aan de Markt heeft een aantal herbergen gestaan. Daarover gaat dit verhaal.

Elke Nederlandse plaats van enige betekenis bezat in de 18de en 19de eeuw een logement of een herberg, meestal in de nabijheid van de plaats waar de diligences en postwagens arriveerden en vertrokken. Op bepaalde uren van de dag kon het daar een drukte van belang zijn. De passagiers op doorreis konden in de herbergen hun benen strekken. Men kon er wat eten en drinken.
In de logementen kon men overnachten en veel reizigers deden dat dan ook. Als er veel gasten waren, deelde men het bed met verschillende medepassagiers; daar was men niet kinderachtig in. Of dat vroeger ook in De Lemmer gebeurde, weet ik niet, maar niets is onmogelijk.

Voor een rondtrekkende toerist was overal in Nederland wel een herberg te vinden. Als hij geld had, behoefde hij nergens honger of dorst te lijden. Op de meest afgelegen plaatsen waren eetwaren en dranken te koop, al voldeed de kwaliteit meestal  niet aan de eisen, die de reizigers meenden te kunnen stellen. De herbergen en logementen stonden dicht bij de plaatsen waar de diligences en postwagens vertrokken en arriveerden; in De Lemmer stonden ze aan de markt en aan de haven waar de schepen uit Amsterdam aanlegden.

De etablissementen waren zeer eenvoudig. De kamers hadden geen wastafels met koud en warm stromend water, er was geen elektrisch licht. Het licht kwam van petroleum-hanglampen. De kamers waren klein. Er stond een krakend ledikant in met wat eenvoudig beddengoed en een tafeltje waarop een waskom en een – gevulde – lampetkan. De kamers waren in de winter ijskoud want een centrale verwarming of zelfs een andere verwarming was er niet. Alleen in de gelagkamer stond een kachel (soms een open (haard)vuur) en in de keuken een kolenfornuis. Er waren geen w.c.’s; naast het ledikant stond een kastje met daaronder een po. En het drinkwater kwam uit de regenbak van de herberg.

herberg1.jpg

De gelagkamer was meestal een donkere, rokerige ruimte met een tapkast en wat tafeltjes en stoeltjes. Bedienend personeel was er niet; de kastelein, meestal ook de eigenaar van het etablissement, zorgde voor alles wat de klant nodig had. Veel kamers hadden de herbergen/logementen in het algemeen niet, vier, soms vijf, meer niet. Overigens werd er in de herbergen en logementen niet alleen gelogeerd, gegeten en gedronken, maar ook vonden er regelmatig verkopingen plaats en zelfs biljartwedstrijden, zoals in Het Posthuis.

De herbergen en logementen werden in krantenadvertenties vaak aangeduid als "deftig", wat ze in de meeste gevallen niet waren, ook al werden ze soms "Heerenlogement" genoemd. Vaak stond de prijs niet in verhouding tot het gebodene. Er waren herbergiers, die teveel geld vroegen, er waren vaak te kleine of onzindelijke kamers, en vlooien en ander ongedierte, het kwam allemaal voor.

Na 1870 verdwenen de herbergen en logementen geleidelijk. De reismogelijkheden verbeterden sterk als gevolg van de opkomst van de trein. De herbergen werden òf afgebroken, òf verbouwd tot een andere niet-horecabestemming óf werden hotel.

De Lemmer kende vroeger naast De Wildeman nog verschillende herbergen en logementen. Enkele zijn op onderstaande plattegronden te vinden. Aan de Markt stonden ’t Rad van Avontuur, Het Amsterdamsche en Groninger Veerhuis, Logement & Stalling Rotiné en het ’t Heerenlogement, aan de haven Het Posthuis, Het Wapen van Vriesland, Het Oog in ’t Zeil. En aan de Lange Streek stond het Sneeker Veerhuis.

Over genoemde herbergen/logementen is het volgende bekend.

1. Het Posthuis.

Hesselius Brandenburg, de bet-overgrootvader van mijn tante Lammigje Brandenburg, die getrouwd was met Kleis Visser, een broer van mijn moeder, kocht op 28 juli 1809 voor 10.000 gulden van Willem Ferwerda het logement "Het Wapen van Lemsterland", dat vier bovenkamers en twee benedenkamers en een keuken, een kelder bevatte, en een paardenstal en een bleek had. Het logement lag aan de haven van De Lemmer. De naam "Wapen van Lemsterland" wordt nog eenmaal genoemd, namelijk in 1815, toen in de herberg een huis publiekelijk werd verkocht.

Daarna wordt de naam van de herberg niet meer genoemd. Waarschijnlijk werd de naam veranderd in "Het Posthuis", want die naam is sindsdien regelmatig te vinden, in ieder geval na 1816. De indeling van Het Posthuis is bovendien gelijk aan die van "Het Wapen van Lemsterland", zodat aangenomen mag worden dat het om dezelfde herberg gaat. De weduwe, Yttje Roelofs heeft waarschijnlijk na dood van haar man de naam veranderd in "Het Posthuis".

Het Posthuis grensde zowel aan de haven als aan de markt en had als buurman Het Wapen van Vriesland van Kornelis Thomas van der Pol. Het etablissement had vier bovenkamers, twee benedenkamers, een keuken met pomp en een regenwaterbak, een kelder,een bleekveld en een paardenstal.

In de Het Posthuis werden net als in De Wildeman en Het Wapen van Vriesland regelmatig verkopingen gehouden van bijvoorbeeld huizen, landerijen, partijen hout, schepen enz.
Op 23 maart 1831 werd het etablissement verkocht aan haar zoon Jan Hesselius Brandenburg en Bauke Poppes voor 4.155 gulden.

De herberg werd als volgt aangeboden in de krant:

  • De Notaris WAUBERT de PUISEAU, residerende in de Lemmer, zal, krachtens autorisatie der Regtbank van eersten aanleg, zitting houdende te Sneek, en ten overstaan van het Vredegeregt van het kanton Lemmer, op Woensdag den 6 April 1831 bij de finale toewijzing, des namiddags te een uur, ten huize van de Wed. H. Brandenburg, in het Posthuis in de Lemmer, in het openbaar presenteren te verkoopen: Eene HUIZINGE en HERBERG, staande aan de Markt in de Lemmer, genaamd het Posthuis, en gemerkt wijk 4, buurt 4, no. 375, met BLEEKVELD en STALLING, voorzien van vier Bovenkamers, twee Benedenkamers, een Keuken, met Pomp en Regenwaterbak, thans in gebruik bij de Wed. Hesselius Brandenburg, Logementhouderesse aldaar; belendende te Oosten aan de Markt, ten Westen aan het Havenhoofd, ten Zuiden aan Cornelis Thomas van der Pol en ten Noorden aan de Markt; den 12 Mei 1831 vrij te aanvaarden. De Memorie van lasten ligt ten kantore van genoemden Notaris ter visie.

Cornelis (ook als Kornelis gespeld) Thomas van der Pol, was eigenaar van "Het Wapen van Vriesland"). De weduwe van Hesselius Brandenburg en haar zoon Jan Hesselius Brandenburg hebben Het Posthuis nog tot 1837 geëxploiteerd. Op 11 april 1837 stond in de krant de volgende advertentie:

  • LOGEMENT: De Ondergeteekende maakt aan het geëerd Publiek bekend, dat hij met Mei aanstaande zich als LOGEMENTHOUDER in de Lemmer zal vestigen in het alleraangenaamst gelegen Logement genaamd het Posthuis, thans bewoond door de Weduwe Brandenburg & Zonen; de vrijheid nemende zich aan H.H. Reizigers en het Publiek minzaam te recommanderen; belovende in alle opzigten eene prompte en civiele bediening, en zullende hij alles aanwenden om het genoegen zijner geëerde begunstigers te verwerven.
    J. ADEMA

Adema pakte de exploitatie van Het Posthuis voortvarend aan. Naast de gewone werkzaamheden en verkopingen/veilingen organiseerde hij regelmatig biljartwedstrijden. De eerste wedstrijd vond plaats op 26 juni 1838. Als prijs werd o.m. "Eene extra zwaren zilveren zak tabaksdoos" beschikbaar gesteld. Op 1 juni 1840 was er weer een wedstrijd. Het ging toen om een fraai gouden zakhorloge en "eene nader te bepalen PREMIE".

Op 30 december van hetzelfde jaar was de volgende wedstrijd met als prijzen een zilveren tabaksdoos een "eene fraai ingelegde" biljartkeu. Op 22 juni 1848 werd er gestreden om drie gouden "Willems" (gouden munten met een afbeelding van de koning). Uit onderstaande advertentie in de Leeuwarder Courant zien we dat de tijden veranderden, want in 1857 ging de wedstrijd niet meer om zilveren of gouden voorwerpen, maar om geld.

Jan Ybeles Adema, getrouwd met Fokje Iebes Offringa, heeft het etablissement nog tot 1874 in gebruik gehad. In dat jaar werd Het Posthuis te huur aangeboden voor 5 jaar, namelijk van 12 mei 1874 tot 1879. De tekst van de advertentie in de Leeuwarder Courant luidde als volgt:

  • Logement te Lemmer: Bij gesloten briefjes TE HUUR voor  5 jaren, van 12 Mei 1874 tot 1879.
    Het van ouds gunstig bekende Logement, het Posthuis te Lemmer, bestaand in eene ruime Huizinge met Stalling en Erf, staande op eenen zeer gunstigen stand aan de Markt en de Haven te Lemmer, in de onmiddellijke nabijheid van de aanlegplaats der Stoombooten, thans nog in gebruik bij den Heer J. IJ. Adema. De voorwaarden liggen ter lezing in bovengemeld Logement en ten Kantore van den Notaris F. Schaafsma te Lemmer; zullende de briefjes van inschrijving franko moeten worden ingeschreven ten huize van de eigenaar, den Heer R.H. Brandenburg te Lemmer, vóór den 20 Januari 1874.

Op de hoek Markt-Emmakade "Het Posthuis"

Detailfoto van bovenstaande

Hier is het logement van Tulleners, te zien.

Detailfoto van bovenstaande


2. Het Wapen van Vriesland.

Deze herberg stond aan de Haven naast Het Posthuis. De oudst bekende eigenaar was Klaas Ages Dijkstra, die met zijn dochter Nanke Klazes Dijkstra het etablissement exploiteerde. De naam Klaas Ages ben ik voor het eerst tegengekomen in 1803, toen op 26 november in zijn herberg o.m. woningen en bleekvelden in De Lemmer werden verkocht. Op 11 april 1828 werd het logement als volgt te koop aangeboden:

  • UIT DE HAND TE KOOP: Een zeer wel beklantte en ter nering staande HUIZINGE en LOGEMENT, het Wapen van Vriesland genaamd, met daarbij zijnde ruime STALLING, staande aan de Markt te Lemmer en aldaar gekwoteerd met wijk 4, no. 374, waarin sedert eene reeks van jaren met succes het bedrijf van Tapper, Logement- en Soecieteithouder is gedreven; zijnde de Huizinge nog voor vijf jaren aanmerkelijk verbeterd en vernieuwd, alles zoodanig en diervoege, als thans bij den mede-eigenaar Klaas Ages Dijkstra wordt bewoond en gebruikt; op den 12 November 1828 of vroeger, ter keuze van den kooper, vrij te aanvaarden. De Conditien zijn intusschen te vernemen bij de Eigenaars en bij den heer J. Greijdanus, Secretaris van de Grietenij Lemsterland, in de Lemmer.

Klaas en Nanke (die getrouwd was met Hielke Libbes Tjalma) verkochten het aan Kornelis Thomas van der Pol uit Follega voor 9727 gulden. Toen Kornelis in 1845 overleed verkocht zijn weduwe, Louis Kroes 'Het Wapen van Vriesland' nog in hetzelfde jaar en wel aan Johannes Franciscus Tulleners. Die heeft het logement tweeëntwintig jaar kunnen exploiteren, want op 30 november 1867 overleed Johannes.

Een jaar later verkocht zijn weduwe, Anna Catharina van Spaare, tezamen met haar kinderen 11/12 deel van de herberg aan Regnerus Josephus Tulleners, die het resterende 1/12 deel bezat en die Het Wapen van Vriesland ging exploiteren. Nadat Regnerus op 1 juni 1893 was overleden verkocht zijn weduwe, Agatha Hendriks Nijdam, in 1900 voor 8000 gulden de herberg aan de veehouder Roelof Eilers. De naam van der herberg werd toen veranderd in Hotel en Stalhouderij R. Eilers.

Het einde van Hotel Eilers kwam in 1929 toen in de krant de volgende advertentie verscheen:

HOTEL "EILERS", LEMMER. Notaris A.I. BAKKER te Lemmer zal Maandag 7 October 1929, des namidd. 3 uur, in na te melden hotel, wegens ver-gevorderden leeftijd van den eigenaar-bewoner, finaal verkoopen:

  • Het van ouds bekende HOTEL "EILERS", waarin CAFE met vergunning, ruime VERGADERZAAL en afz. verhuurde BOVENWONING met vrijen opgang, op eersten stand, zeer gunstig gelegen aan de Markt en de Emmakade te Lemmer, kad. Groot 2.20 are. Geboden slechts 9784 gulden.
  • De in onmiddellijke nabijheid van voornoemd perceel gelegen SCHUUR, waarin stalling voor ongeveer 20 paarden, gemakkelijk in te richten voor garage. Geboden slechts 659 gulden.
  • Nota. In het café is de eenigste vergunning tot verkoop van sterken drank in het klein in die wijk. Het pand is gelegen in de onmiddellijke nabijheid van de ligplaatsen der Oude Lemmerbooten, dicht bij het Tramstation, de Haven, het groot scheepsvaarwater en de ligplaats der Holland-Frieslandlijn; vóór het café is de stopplaats van diverse autodiensten.
    De kooper wordt gratis in het bezit gesteld van 2 verklaringen van afstand van vergunningsrecht.
    Aanvaarding 1 November 1929.
    Biljetten verkrijgbaar.

Roelof Eilers was toen 71 jaar oud.


3. ‘t Rad van Avontuur.

Deze herberg lag ook aan de haven, maar de juiste locatie heb ik niet kunnen vinden. De vroegste eigenaar die ik heb kunnen vinden was Claas Ulbes. Op 3 november 1768 werden in ’t Rad van Avontuur door de Erfgenamen van Jan Lubberts zogenaamde Vastigheden (w.o. landerijen) , gelegen in Weststellingwerf verkocht. Claas Ulbes was toen logementhouder. Op 11 april 1772 werd het etablissement als volgt aangeboden in de krant:

  • Gradys Secretaris van Lemsterland presenteert op den 16 April 1772 bij de Finaale Palmslag, op één Uur na Noen, ten Huize van Fokjen Gosses Weduwe Claas Ulbes Hospita in het Rad van Avontuur in de Lemmer, publyk en bij Stryk-geld te verkopen, deszelfs heerlyke en op het beste ter Neeringstaande Herberg, geleegen aan de Haven van de Lemmer, voorzien van drie Kamers, eene groote boven-kamer, Zomerhuis met verscheidene slaap-vertrekken, Bak, Bleek en groote Stallinge voor meer dan 20 Paarden, en verdere Commoditeiten tot een bekwame Herberg aan een Zee-haaven behoorende en May 1772 vry van Muurjaren. Waar op geboden is 3500 g.gls.

Op 21 april 1772 werd deze mededeling min of meer op dezelfde manier herhaald. De herberg werd toen als "deftig" betiteld. Er werd echter toen nog maar 2900 g.gls. geboden.
Koper in 1773 werd Gerrit Gerrits Brouwer.

Onbekend is wat er verder met de herberg is gebeurd.

Emmakade aan de vroegere zeehaven van Lemmer

Hoek Markt-Emmakade


4. ’t Heeren Logement.

’t Heeren Logement stond aan de Markt, aan de noordkant. Het oudst bekende bericht is van 20 november 1756 toen in de krant werd aangekondigd dat "ten Huize van Klaas Meinardi, Kastelein in ’t Heeren Logement op de Lemmer", een "Deftige en Welbezeild Coffe-schip" werd verkocht. Twintig jaar later werd het logement te koop aangeboden:

De Secretaris G. Radys en Dr. J. Witteveen presenteren by Strykgelt te verkoopen:

  • Een deftige en wel ter Neringstaande HERBERG, ’t Heeren Logement genaamd, staande voor aan ’t Merkt in de Lemmer voorzien met vier Royale boven Kamers, twee beneden Kamers, een groot Voorhuis, een deftige Keuken, een groote Kelder, Bak Put cum annexis, als mede een groote Stalling en Hoeyschuur. Wie daar aan gadinge heeft, kome op Woensdag den 6 November by de Beste Zitdag, den 13 dito by de Verhoginge, den 20 November 1776 by de Finale Palmslag, telkens om Een uur na Noen ten Huize van C: Meinardi Castelein in gemelde Herberg.

Nieuwe eigenaar van ’t Heeren Logement werd Tjalling Andries Teitsma. Toen hij op 8 oktober 1829 overleed kwam het logement korte tijd in handen van de Erven Tjalling Andries Teitsma, maar in 1831 komen we zijn zoon Andries Tjallings Teitsma (Beroep logementhouder, stalhouder, veehouder; Adres wijk 2 huisnr 206, de Lemmer wijk 3 huisnr 447, de Lemmer) tegen als de nieuwe eigenaar van ’t Heeren Logement. Andries was niet alleen logementhouder, maar hij exploiteerde samen met Gerrit de Ruiter (afkomstig uit Sneek) o.m. een diligencedienst tussen De Lemmer en Leeuwarden via Sneek.

  • (1843 Lemmer, notaris J.L.T. Waubert de Puiseau Borgtocht Betreft een kapitaal van fl. 800 - Dirk Lourens Landmeter te Lemmer, borg Betreft ondernemer postwagendienst van Lemmer, Sneek en Leeuwarden- Andries Tjallings Teitsma te Lemmer Betreft ondernemer postwagendienst van Lemmer, Sneek en Leeuwarden - Gerrit de Ruiter te Sneek)

In januari 1837 werd ’t Heeren Logement in het openbaar verkocht. De volgende advertentie op 16 december 1836 in de krant werd aan deze verkoop gewijd;

  • De Notaris Waubert de Puiseau, in de Lemmer, zal, op Woensdagen den 11 en 25 Januarij 1837, telkens des avonds ten zeven ure, in het na te melden Logement aldaar, in het openbaar veilen en verkoopen: Een florisant en uitmuntend gesitueerd LOGEMENT, het Heeren Logement genaamd, staand aan de Markt op het beste gedeelte van de Lemmer, met de daarbij behoorende STALLING voor ruim 25 Paarden, staande aan de Rien, nabij de Huizinge, gemerkt wijk 2, buurt 4, no. 170 en wijk 3, buurt 4, no 267 (Kadastraal sectie A, no. 277 en 510); bij den eigenaar Andries Tjallings Teitsma in gebruik en op den 12 Mei 1837 vrij te aanvaarden. De Verkoop-Voorwaarden zijn te vernemen ten Kantore van den genoemden Notaris.

Op 13 januari 1837 werd de advertentie herhaald. Nadat Andries was overleden werd uit zijn boedel vastigheden verkocht. Het volgende stond onder "Verkoopingen te Lemmer" op 4 februari 1896 in de krant:

  • W. van der Meer, Notaris te Langweer, zal, ten verzoeke van de H.H. Notarissen de KOE en SPANNENBURG en de Heer Deurwaarder DIJKSTRA, na afloop vorenbedoelden palslag , in het zelfde lokaal (bedoeld werd Zaterdag 15 Februari 1896 in de Herberg "de Wildeman") nog finaal verkoopen de VASTIGHEDEN tusschen de Rien en het Achterom te Lemmer, behoorende tot den boedel van wijlen Andries Tjallings Teitsma, in de perceelen, zooals die op Zaterdag 1 Febr. j.l. zijn geveild, als: Perceel I, onderdeel a, WOONHUIZINGE met Erf, staande op 710 gulden; onderdeel b, KOEMELKERIJ, staande op 837 gulden. Perceel II. Vier WONINGEN en een SCHUURTJE, in huur bij H. Postma, Jan Teitsma, Roelofje Sanders en Jitske Joustra, te zamen voor 181 gulden in het jaar, staande op 917 gulden. Breeder bij biljetten omschreven.

We kwamen we de volgende advertenties van 1883 nog tegen.


Markt, nu Burgemeester Krijgerplein, Lemmer

5. Het Amsterdamsche en Groninger Veerhuis.

Op 1 maart 1839 werd dit logement als volgt te koop aangeboden in de krant:

  • De Notaris WAUBERT de PUISEAU, in de Lemmer residerende, zal, op Zaturdag den 2 Maart 1839, in het Logement de Wildeman, aldaar, veilen, en op Zaturdag den 9 dierzelfde maand, in het Logement het Amsterdamsche en Groninger Veerhuis, mede aldaar, telkens des avonds ten zes ure, verkoopen: Het LOGEMENT genaamd het Amsterdamsche en Groninger Veerhuis voormeld, waarin die affaire sedert zeer vele jaren met het beste succes is uitgeoefend en nog wordt uitgeoefend, staande aan de Haven voor de Veermans Kaaij* op het beste gedeelte van de Lemmer, gemerkt W. 2, B 3, no. 203, voorzien van diverse roijale Boven- en Benedenkamers, Keuken, groote Kelders enz. Op den 1 Mei 1839 vrij te aanvaarden. De Eigendomsbewijzen en Verkoopsvoorwaarden zullen 10 dagen vóór de veiling ten Kantore van genoemden Notaris ter lezing liggen; blijvende dit perceel inmiddels uit de hand te koop.

* waarschijnlijk de tegenwoordige Emmakade.

Het logement werd toen voor 3500 gulden verkocht door Hendrika Harms de Weerd, getrouwd met Hendrik Deddes van Wijk aan Jan Groeneboer te Workum (getrouwd met Leentje Weesenaar).
Op 23 juni 1843 werd het etablissement weer te koop aangeboden ("Uit de hand te koop") door Jan Groeneboer. Uit de advertentie blijkt dat het logement vier kamers, keuken, 2 regenwaterbakken, een zolder met beschoten dak, 2 kelders en "verdere gerijflijkheden" had.

Als locatie werd toen niet de Veermans Kaaij maar de Beurtmans Kaaij genoemd. En op 4 januari 1845 werd het Amsterdamsche en Groninger Veerhuis opnieuw aangeboden, maar nu "uit de hand te huur". In 1846 lukte het Jan Groeneboer (hij woonde toen in Makkum) eindelijk het logement te verkopen en wel aan Hendrikus Tulleners en Jan Simons Knol voor 1400 gulden; Groeneboer had daarmee 2100 (!) gulden verloren.

Wat er daarna precies is gebeurd is niet te achterhalen, maar in 1867 werd het etablissement voor 1600 gulden verkocht door Wiebe Jans Brouwer aan Tjeerd Johannes Samplonius. In 1874 volgde de verkoop voor 1200 gulden (400 gulden verlies!) door Gatske Jacobs Henstra, winkelierster in De Lemmer en weduwe van Tjeerd Samplonius en haar zoon Jacob Tjeerds Samplonius, timmerman in De Lemmer, aan Arie van Donk (logementhouder te De Lemmer en getrouwd met Trijntje Samplonius, een zuster van Jacob. Vier jaar later, in 1878, werd de herberg (en een huis) voor 6000 (!) gulden verkocht door Arie van Donk aan Gerben Pieters Waijer, boer te De Lemmer. Gerben Waijer was ook tabaksteler en bezat in De Lemmer een tabakskerverij aan de Lijnbaan.

Op 2 november 1878 betuigt Arie van Donk in een krant "zijnen hartelijken dank aan allen, die hem gedurende zijn twaalfjarig verblijf als Logement- en Koffiehuishouder, in het Logement Amsterdammer en Groninger Veerhuis te Lemmer, zoo zeer hun vertrouwen hebben geschonken en hem hebben begunstigd; terwijl hij de vrijheid neemt zijnen opvolger, Gerben Waaijer, minzaam aan te bevelen".

Op 17 januari 1882 tenslotte werd het logement uit de hand te koop aangeboden:

  • LOGEMENT Uit de hand te koop; Het sints vele jaren gunstig bekende, welbeklante LOGEMENT het Amsterdamsch en Groninger Veerhuis, staande op een besten stand nabij de Markt en aan de Haven bij de Aanlegplaats der Stoombooten te Lemmer, waarin beneden: groote Gelagkamer, Voorkamer, Kelders, en boven: 2 Kamers, kleinere Kamers en Zolder, thans in gebruik bij den Heer G.P. Waijer.
    Nadere informatiën te bekomen bij den eigenaar en ten kantore van Notaris F. SCHAAFSMA te Lemmer.

In 1887 werd de herberg (met enkele andere huizen in De Lemmer) door de Provincie Friesland voor afbraak onteigend en vanaf 1 juli in dat jaar begon de afbraak.
De locatie is niet duidelijk; waar was de "Veermans Kaai" of de "Beurtmans Kaaij"? Wie o wie helpt?


6. Sneeker Veerhuis.

Over het Sneeker Veerhuis is weinig bekend. Het logement stond op de Lange Streek, vlak bij de Sluis, vóór de aanlegplaats van de stoomboot op Strobos. Omstreeks 1827 was Helmer Jans de eigenaar. In 1848 bood Helmer Jans en zijn kinderen Jan Helmers, Roelof Helmers, Zacharias Helmers, Hendrika Helmers en Elisabeth Helmers het logement te koop aan. Het werd toen in 1848  verkocht aan zijn schoonzoon de uit Ulrum afkomstige Jacob Johannes Balk, de echtgenoot van Hendrika Helmers voor 1980 gulden.

Afdruk van Hillebrand Visser, uit omstreeks 1860, in ieder geval voor 1880: De brug links vormde de verbinding tussen de Kortestreek en de straat langs de sluis.

1848


7. Oog in ’t Zeil.

Over het Oog in ‘t Zeil, gelegen aan de haven, heb ik elders op deze website een verhaal geschreven, namelijk  over de verkoop van de inventaris van deze herberg in 1860.


8. De Poststal.

Het enige wat ik weet van deze herberg dat in 1867 dit etablissement door Wilco van Andringa de Kempenaer werd verkocht aan Jan Johannes Oly. Maar waar deze herberg stond is onbekend.


9. Logement & Stalling Rottiné.

Dit etablissement stond aan de Markt maar moest worden gesloopt toen de Rien werd omgebogen. (zie onderstaande foto).

c405f200bdaf424085a7873fef026306.jpg

10. Pasveer.

In 1838 werd een huis en herberg Pasveer voor 587 gulden verkocht door Holke Gerrits Dijkman te Oosterzee, zijn broer Jan Gerrits Dijkma eveneens te Oosterzee, hun zuster Aaltje Gerrits Dijkman te De Lemmer en Harmen Hanzes Woudstra, boer te Eesterga, tevens voogd van Geeske Wiebrens Dijkman en Hans en Geeske Harmens Woudstra. Koper was het Waterschap De zeven Grietenijen en de Stad Sloten. Waar de herberg stond weet ik niet.

 


11. ???

Voorts schijnt er op de hoek van de Markt en de Haven een logement/koffiehuis hebben gestaan, dat eerst door Jacob Reinhard Vegter werd geëxploiteerd en na zijn overlijden (op 15 september 1891) door zijn weduwe Minke Hiddes Visser. Wat de naam van dit etablissement was weet ik niet.

 


12. Van der Hoff.

Ook het Hotel Van der Hoff op de Nieuwburen is ontstaan uit een logement. Logementhouder was in de tweede helft van de 19de eeuw H. L. van der Hoff.


13. Het Roode Hert.

In De Lemmer heeft in de eerste helft van de 19de eeuw nog een logement, later hotel Het Roode Hert gestaan, eigendom van Broer Lubberts van Asma. Maar waar?