Home » Historie-Friesland » Friese Verzetsstrijders » Postma, Gaele Harmannus

Postma, Gaele Harmannus

Gaele Harmannus Postma, overleden op 3 maart 1989 te Burgh-Haamstede. Gehuwd met H.C. Janse, die ook koerierswerk deed.

Gaele H. Postma, medewerker van het GAB te Leeuwarden die met de overval op het GAB op 25 juni 1943 meteen onderdook, heeft in bezettingstijd vier verschillende pb's gehad. Een eerste ten name van Thomas Vrijland, geboren op 28 mei 1926 te Semarang. De tweede was identiek aan de eerste, met uitzondering van de geboortedatum. Volgens dit pb was hij op 28 mei 1919 geboren. Dit was een gebruikelijke wijziging, waarmee men de arbeidsinzet hoopte te kunnen ontlopen.
Op het derde pb was zijn naam veranderd in Thomas Brokking en de geboorteplaats in Bandoeng. Ook het opgeven van een geboorteplaats op Nederlands-Indië was een gebruikelijke truc. Voor de Duitsers was het immers niet mogelijk dit te controleren.

Verzetsmensen namen archief mee op klaarlichte dag Kwart eeuw geleden: overval op Arbeidsbureau in Leeuwarden

IN HET VOORJAAR VAN 1943 gelastte Sauckel, die voor de Duitsers de deportatie van buitenlandse arbeiders moest regelen, alle burgemeesters lijsten met namen van alle mannelijke ingezetenen van hun gemeente die tussen 1917 en 1924 geboren waren, bij de arbeidsbureaus in te leveren. De maatregelen waren er vooral op gericht jongens van 19, 20 en 21 jaar naar Duitsland te sturen.

De plannen om dit ook in Leeuwarden te organiseren vielen letterlijk in het water. Dankzij het brein van verzetsman Krijn van der Helm en de moed van ambtenaar Gaele Harmannus Postma, belandde de hele cartotheek met de namen van de gezochte jongens in een sloot bij Dokkum. De overvallers moesten rekening houden met 2 gegevens: het tijdstip, waarop (alle lijsten zouden zijn ingeleverd en de week waarin circus Giezen zijn tenten op zou slaan op het Zaailand, omdat de tent de SD het uitzicht zou benemen.

Gaele Postma was twintig jaar en sinds kort werkzaam op het arbeidsbureau te Leeuwarden. Van een aantal betrouwbare ambtenaren had de illegaliteit waardevolle gegevens over de lijsten van de Arbeidseinsatz. maar van Postma werd, toen hij op een avond op een bepaald adres ontboden werd, meer gevraagd. Hem werden een aantal instructies gegeven. Elke dag werd het namenarchief van het SD-hoofdkwartier, het in 1945 verbrande Weeshuis aan het Zaailand (achter de Beurs), naar het hulpkantoor van het Gewestelijke arbeidsbureau gebracht. Dit was ondergebracht in het ontruimde gebouw van Gerzons winkel, de tegenwoordige Hema. 's Avonds haalde de SD het weer terug.

Vrijdag 25 juni 1943 ging het anders. Tussen half een en half twee, toen alle ambtenaren naar huis waren, klampte Postma de surveillerende agenten aan. Hij had een telefoontje van de SD gehad. Alle waardevolle gegevens moesten naar het hoofdkwartier aan de andere kant van het Wilhelminaplein overgebracht worden. Het hele archief werd in een blauwe auto geladen. Postma stapte in en met 2 marechaussees en het kaartsysteem verdween hij. Niet naar het Weeshuis, want het telefoontje had Gaele nooit ontvangen. Ook de wagen en de marechaussees waren niet echt. De auto was, toe hij werd gestolen, een gele Mercedes Benz. De marechaussees waren de gebroeders Bram en Wim van der Linde, voor de oorlog marechaussee en in de oorlog met uniform en al ondergedoken en actief in het verzet.

De agenten, noch de SD-ers aan de overkant hadden argwaan, want op het Zaailand stond de circustent. De auto reed naar Dokkum, waar Postma ondergebracht werd op een onderduikadres en de kaartenbakken via een hooiwagen in de sloot belandden. (D) Toen het bedrog ontdekt werd, nam de SD Gaeles vader en een collega, die niets vermoedend de bakken mee ingeladen had, Sjoerd Spijkstra, in gijzeling. Ze zouden vrijkomen als ze beloofden, zodra ze iets over Gaele wisten, dit te vermelden. Vader Postma, deed dit op aandrang van buiten af en werd na 8 weken vrijgelaten. De belofte lapte hij aan zijn laars. Spijkstra beloofde niets en werd overgebracht naar een concentratiekamp, wat hij gelukkig overleefd heeft.

Toen er in Dokkum razzia's kwamen, werd een zwaar zieke man per ambulance met een verpleegster naar het Gooi vervoerd. In 't Gooi werd de zieke man plotseling erg actief in het verzetswerk, onder de aan 'Jan Vrijland' In november 1944 wilde 'Jan' bonkaarten halen in Baarn, toen hij gearresteerd werd en naar Amersfoort overgebracht. Met 2 uitbrekers met stalen zenuwen vluchtte hij bij noodweer over het prikkeldraad en door het afweergeschut. Tot het laatst van de oorlog zat hij weer in de verzetsgroep en verzamelde hij gedropte wapens.

Een dag na de bevrijding reed Postma op een gammele fiets naar het noorden terug. Na een mislukte studie aan de Landbouwhogeschool te Wageningen, solliciteerde hij in augustus van 1945 bij de politie in Rotterdam. Met zijn HBS-diploma kwam hij een heel eind en werd hij hoofdinspecteur bij de gemeentelijke waterpolitie van Rotterdam.

Bij de politie kon hij zichzelf zijn, kon hij organiseren en vond hij afwisseling, hoewel hij zelf toegeeft dat er van de hem eigen vrijbuiterij weinig kon komen. Hij werd vader van 2 kinderen: een jongen van 19 en een meisje van 15. Soms ontmoette hij nog wel eens oude kennissen, maar dan meestal buiten Friesland, want veel van zijn leeftijdgenoten waren over het land uitgezwermd.

Hij vroeg zich soms wel eens af waarom men hem gekozen heeft de overval te plegen. „Waarschijnlijk omdat Van der Helm bij de belastingen werkte en mijn vader ook. Hij dacht misschien dat ik net zo was als mijn vader en als Fries — ik ben wel in Groningen geboren, maar mijn vaders familie komt uit de buurt van Sneek — mijn mond wel kon houden".

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.