Wissink, Johannes

Johannes Wissink, bouwkundig opzichter en scheepstimmerman bij de Koninklijke Marine in Den Helder, geboren op 4 april 1920 te Scheveningen, gefusilleerd op 27 februari 1945 in het Fonteinbos, in de buurt van camping"de Waps en de bosvijver bij Oudemirdum.


Na de oorlogsdagen in mei 1940 vertrok Wissink naar Sneek, waar hij als oud-onderofficier commandant van de sabotagegroep werd. In het verzet stond hij bekend onder de schuilnaam 'Alex'. Hij is gefusilleerd in het Jolderenbos samen met Jacob Wilbers.

Zijn in augustus 2003 overleden verzetsmakker Johannes Walinga uit Oudega (W) schreef na Wissinks dood het gedicht ‘It Offer’. Zijn herbegrafenis met militaire eer volgde op 10 juli 1945 op Nieuw Eykenduynen te 's-Gravenhage.

***

Conny Wittekoek-Wissink: Graag zou ik het een en ander aanvullen in het verhaal over mijn oom Jan die op 28 februari 1945 is gefusilleerd in Oudemirdum. 

In Memoriam Johannes Wissink (4.4.1920 Scheveningen – 28.2.1945 Oudemirdum)

Jan Wissink was een avontuurlijk ingestelde jongen uit een gezin van zeven jongens en een meisje, waar hij de op een na jongste was. In 1939 begon hij als scheepstimmerman bij de Marine en na de capitulatie in 1940 vertrok hij naar Friesland, waar hij werk en zijn grote liefde Trijnie Zijlstra vond. Toen zijn hele familie moest evacueren vanwege de aanleg van de Atlantikwall was hij een tijdje terug in Den Haag.

In mei 1943 moest hij zich als krijgsgevangene melden in Amersfoort, wat hij niet van plan was, waarna hij onderdook in Friesland en zich aansloot bij het verzet. Hij wilde zijn vrijheid en die van zijn landgenoten terug. Onder de schuilnaam Alex (Verduin) hield hij zich in Sneek onder meer bezig met wapenvervoer en sabotage. Later in Gaasterland werd hij Sabotagecommandant van de Knokploeg Oudemirdum. Hij was niet bang aangelegd en voerde met anderen de meest gevaarlijke opdrachten uit. Zo was hij ook betrokken bij de bevrijding van verzetsmensen uit het politiebureau in Sneek op 12 februari 1945 die, net als de legendarische overval op 8 december 1944 in de gevangenis van Leeuwarden, zonder bloedvergieten verliep.

Een deel van de mensen deed aan beide overvallen mee. Zijn verloofde werkte als koerierster. Veel joodse mensen en mannen die aan de Arbeitseinsatz wilden ontkomen, doken onder in Friesland. Het werd de belangrijkste onderduikprovincie van Nederland. Razzia’s namen toe en steeds meer mensen werden opgepakt. De Sicherheitsdienst zat het verzet op de hielen. Nadat een belangrijke verzetsgroep in Woudsend rond huisarts Bonga na verraad werd opgerold, sloeg Jacob Wilbers - een van de opgepakte en bij Bonga ondergedoken mannen - door en noemde namen van verzetsmensen, waaronder die van Jan Wissink. Wilbers die als verzetsman zich had beziggehouden met het onderhoud van wapens, werd de laatste maanden al buiten alle belangrijke zaken gehouden, omdat hij de spanning niet meer aankon en een gevaar vormde voor zijn verzetsgroep. Helaas wist hij de SD nog genoeg andere belangrijke informatie door te spelen, in de belofte daarmee vrij te komen.

De dag erna, op 24 februari 1945, zette een veertigtal SD’ers en Landwachters het gebied af tussen Oudega en Gaastmeer en hield een razzia. Daarbij werd Jan Wissink vanuit een SD-auto aangewezen en gearresteerd. Hij had daarvoor nog enkele kopstukken kunnen waarschuwen en net zijn wapen weggegooid, maar had nog bezwarend materiaal op zak. Op het Politiebureau van Sneek volgden vier dagen van zware mishandelingen, waarin hij niets losliet. Er is door zijn verzetsmaten nog geprobeerd hem een pistool toe te spelen, maar hij was er te slecht aan toe om die nog te kunnen gebruiken. Ook een bevrijdingsactie is niet meer gelukt.

Op 28 februari 1945 in alle vroegte werd Jan Wissink samen met Jacob Wilbers uit het Politiebureau gehaald en door drie SD’ers en hun chauffeur geboeid en geblinddoekt meegenomen naar het Fonteinbos in Oudemirdum. Daar werden beide mannen gefusilleerd en bovenop elkaar in de kuil gegooid. Een arbeider die van afstand de schoten had gehoord en later op onderzoek is gegaan, kon na de oorlog de plek aanwijzen, waarna de lijken zijn opgegraven. Uiteindelijk heeft Mellius Werkman, Jans kostbaas hem uit de beschrijvingen in de krant herkend aan zijn ring met T.Z. erin gegraveerd. Aan een lange, onzekere tijd kwam daarmee voor de familie een eind.

In Den Haag is hij op 10 juli 1945 met militaire eer herbegraven op Nieuw EykenDuynen in Den Haag. Jan is 24 jaar oud geworden. Hij stond bij de Friezen in hoog aanzien. Voormalige verzetscollega’s roemden zijn betrouwbaarheid en onverschrokkenheid en noemden hem ,,De Hollandse Leeuw onder de Vrije Friezen". De groep Bonga werd uit de cel bevrijd op 6 maart 1945. Postuum werd aan Jan Wissink het Oorlogsherinneringskruis toegekend met de gesp "Nederland Mei 1940". In oktober 2020 in zijn 100e geboortejaar is Jan herbegraven op de Erebegraafplaats Loenen, graf 1451.

In Oudemirdum in het Fonteinbos staat een monument ter nagedachtenis aan beide mannen.

Reactie plaatsen

Reacties

R vd Veen, Aldemardum
een jaar geleden

de locatie klopt niet. Hij is gefusilleerd in het Fonteinbos, in de buurt van camping"de Waps en de bosvijver.

Roelie Spanjaard-Visser
een jaar geleden

Dank voor het bericht, ik heb het aangepast