Brieven van de Grietman Lemmer 9
1881
22 maart 1881: Aan de directie van de Nederlandse tramwegmaatschappij te Utrecht, wordt bericht dat geen bezwaar tegen het verlenen van een concessie voor de aanleg van een stoomtramweg op de bermen der wegen in deze gemeente voor de lijn Lemmer-Heerenveen en Follega-Sneek, zou zijn doch dat deze wegen aan het rijk toebehoren met uitzondering van een gedeelte Follega tot Doniaga, dat in eigendom behoort aan het waterschap der Lemstersluis. Ook heeft de raad besloten in het maatschappelijk kapitaal voor de aanleg van deze tramweg f 10.000,- bij te dragen, zodra de weg Lemmer-Heerenveen in exploitatie is gebracht.
24 september 1881: Het bestuur van het waterschap de Lemstersluis heeft aan de gemeenteraad bericht, dat zij aanbiedt te leveren plaatsen en voortdurend onderhouden en bedienen van een mistklok op het einde van het westerhaven hoofd, één en ander op kosten van het waterschap. Het gemeentebestuur bericht dat de raad dit aanbod onder grote dank aanvaardt en heeft b. en w. gemachtigd daartoe het kleine havenvuur beschikbaar te stellen en zonodig dienovereenkomstig in te richten.
21 oktober 1881: Aan Ged. Staten wordt medegedeeld, dat door de jongste stormvloed te Lemmer zeer veel schade is geleden aan de woningen langs een Nieuwendijk de Haven en de Schans, dat deze huizen zeer zeker hebben bijgedragen dat de dijk niet is bezweken en werkelijk de provincie voor een vreselijk onheil hebben behoed, dat de meeste eigenaren dier panden niet bij machte zijn uit eigen middelen de schade te herstellen; dat Daarom van hier bij de commissaris voor de lijdenden door watersnood te Amsterdam een verzoek is gedaan om ondersteuning en daarop enige open is gegeven. B. en W. doen een beroep op Ged. Staten bij eventuele informatie dit verzoek met een gunstig advies te willen steunen.
26 oktober 1881: In de heden gehouden vergadering van den raad wordt benoemd tot onderwijzer aan de openbare school voor l.o. te Lemmer de heer B.S. Hijlkema te Leeuwarden tijdelijk te Akkrum werkzaam op een jaarsalaris van f 600,-
Bonne Sjoukes Hylkema (veelal geschreven als B.S. Hijlkema of B.S. Hylkema; 1862–1935) was een belangrijke Friese onderwijzer, toneelschrijver en fervent organisator en propagandist voor de Friese taal en cultuur.
1882
3 januari 1882: Aan Pieter van Andringa te Lemmer, tijdelijk te Breda wordt vergunning verleend tot het oprichten van een zeepziederij te Lemmer. Dit gebouw is thans nog als een complex woningen in gebruik en staat aan de Lijnbaan ter hoogte van de Schoolstraat.
10 januari 1882: Gemigreerd zijn: Gooitzen Hornstra, timmerknecht 25 jaar en Johannes Trinks, verversknecht 20 jaar. Beide hebben lotsverbetering als motief opgegeven.
7 februari 1882: Aan de hoofden van scholen wordt meegedeeld, dat de raad besloten heeft tot het beschikbaar stellen van gelden voor het inrichten van een schoolbibliotheek. Per school wordt hiervoor f 25,- uitgetrokken.
4 maart 1882: Aan de houders van tapperijen wordt de schrijven gericht verband houdende met het verlenen van vergunning tot de verkoop in het klein van sterke drank. Het te betalen vergunningsrecht wordt tevens opgegeven en zo men hier niet mee akkoord gaat kan binnen 5 dagen een hertaxatie worden aangevraagd. Er blijken heel wat tapperijen te zijn namelijk:
- Jentje Knol
- Grietje Langius
- Wed. J. de Rook
- Harm L.v.d. Hof
- Brandenburg
- G.L. Visser
- Harmen P. Wouda
- Anne Ligthart
- Atze Knol
- S.P.v.d. Bijl
- Pietje Witteveen
- Wed. A.L. Visser
- Gerben Wayer
- C.A. Sackse
- R.J. Tulleners
- J.L. Meijer
- Frederik v.d. Vies
- Andries Teitsma
- Berend Wielinga
- Boukje Bergman
- Wed. P.S. Bosma
- L.J. Lijklema
- Jan J. Driest
1883
26 September 1883: Aan Dirk Faber tuinman, te Lemmer wordt kennisgegeven dat de gemeenteraad hem heeft benoemd tot doodgraver op de algemene begraafplaats te Lemmer op een jaar wedde van f 50,-
23 maart 1883: Het gemeentebestuur besluit tot het organiseren van een collecte ten bate van slachtoffers van de ramp, welke de vissers van Paesens en Moddergat heeft getroffen. Bij schrijven van 29 maart wordt aan de penningmeester van het provinciaal comité bericht, dat de opbrengst n de gemeente Lemsterland f 407.60,- is geweest
1885
20 augustus 1885: De kerkenraad der Nederlands Hervormde gemeente van Lemmer c.a. heeft een verzoek tot raad gericht om tot afschaffing of vermindering van het aantal kermisdagen over te gaan. Bericht wordt dat de raad geen termen heeft kunnen vinden op dit verzoek in te gaan.
1886
20 maart 1886: Op een verzoek van W. Tieleman om voor het zwaaien van zijn stoomboot gebruik te mogen maken van de opvaart de z.g. Spinhuissloot tegenover de Vissersburen wordt goed gevonden en dat een daarvoor hinderlijk vaartuig zou worden verhaald.
14 september 1886: De burgemeester bericht aan de minister van Buitenlandse Zaken dat op zondag 12 september des avonds te ongeveer 8 uur de Franse luchtvaarder Julhes met zijn ballon ‘Etoile du Nord’ die tussen Mirderhoek en Urk of zee een noodlanding had gemaakt, door de Lemster vissers Steven Rinzes Visser en Jan Rinzes Visser is gered en te Lemmer binnengebracht. Deze luchtvaarder was een verdrinkingsdood nabij volgens verklaring van de vissers, doch zij hebben voor deze redding geen vergoeding willen aannemen in welke vorm ook. De burgemeester verzoekt echter de Minister deze visserslui zo mogelijk bij het Franse gouvernement aan te bevelen voor een eervolle onderscheiding, hetzij getuigschrift of onderscheiding, omdat deze redding voor hen gezien hun kleine vaartuig ook met levensgevaar is geschied.
1887
19 december 1887: Bouwvergunning wordt verleend aan H.H. Visser tot het bouwen van een woning op de Spinhuispolle en aan de weduwe J. de Rook tot het bouwen van een woonhuis in de zogenaamde Looierssteeg.
1888
19 december 1888: Het hoofd der school te Oosterzee heeft volgens een ingezonden stuk in de ‘Nieuwe Friese Courant’ toen te Lemmer verschijnende, aan de kinderen opdracht gegeven hun ouders mee te delen, dat ze de heer van Diggelen - voor zover ze stemrecht hebben- behoren te stemmen, onder bijvoeging, dat zo deze niet herkozen zou worden, schoolgeld moesten betalen. Het gemeentebestuur vraagt aan de betrokkene wat hiervan waar is en zou het op prijs stellen, indien u zich hiertegen verdedigt.
1889
13 mei 1889: Uit een van de Comm. des Koning ontvangen adres van de heren L.L. Lijklema en P.M. de Vries eigenaren van de voormalige veenderij de Mudsert, waarin verzocht wordt hun na de inpoldering en de voltooiing van de drooglegging van de in deze polder gelegen gronden de betaalde slikgelden ruim f 16.000,- hebben bedragen en thans kan worden uitgekeerd als aan de geldende voorschriften wordt voldaan. Het gemeentebestuur bericht dat vergunning tot vervening is verleend bij K.B. van 17 april 1868 aan de toenmalige eigenaren de heren F.O. Sleeswijk K.S. Andringa en H.J. Woudstra; dat even genoemde eigenaren de bepoldering van gemelde gronden geheel uit eigen beurs hebben betaald; dat de verveningen van die gronden thans is afgelopen en mede uit die oorzaak - en tevens als gevolg van het overlijden van de twee laatstgenoemde mede eigenaren- die gronden bij publieke verkoop in eigendom zijn overgegaan aan de adressanten; dat adressanten van plan zijn en daarmee de reeds voorbereidende werkzaamheden hebben gedaan, door gelegenheid te geven dat een deel der baggerspecie van het door de provinciale Friesland uitgevoerd worden werk- het verdiepen van het vaarwater van Heeg naar Lemmer- in de uitgeveende plassen kan worden gestort. Het gemeentebestuur adviseert het verzoek van andreasanten in te willigen.
23 augustus 1889: Aan de directie der Ned. Tramweg Mij te Heerenveen, wordt bericht dat de gemeenteraad in zijn heden gehouden vergadering besloten heeft- in beginsel- vergunning te verlenen tot het leggen van rails in de aan onze gemeente behorende grond voor de aanleg van een tramweg van Joure, Mits binnen 3 jaar na heden de weg tot stand en in exploitatie zal komen en onder door de Raad vast te stellen voorwaarden.
1890
31 januari 1890: Uit een door het gemeentebestuur aan Ged. Staten verzonden schrijven blijkt, dat er klachten bij dit college zijn binnengekomen over beschadiging van de zeewering ten westen van Lemmer. Het blijkt dat enkele personen zich onledig houden met het afvoeren van zand van het strand. Voorts wordt opgemerkt, dat sinds het gereed komen van de haven- en dijkswerken hier een belangrijke aanspoeling van zand en zeewier ontstaan is aan het Noordeinde van de Westhavendam, waardoor niet alleen de geul, waaruit het zeezand in deze werken is opgeperst, reeds door de natuur gevuld is, maar ook in de hoek door de zeewering en Westhavendam gevormd met zuidwestelijke wind en vloeden het zand en wier vele malen tot boven gewone vloedshoogte wordt opgespoeld. Het tot verrotting overgaand zeewier en met rotte organische stoffen vermengde zand en slik veroorzaakte verleden zomer dikwijls een stank als voormaals nooit opgemerkt werd, maar nu bij zuidwestenwind over de hele plaats, zelfs aan de landzijde er van hinderlijk soms haast onuitstaanbaar was. In de volksmond wordt deze hoek dan ook bestempeld met de naam Stinkhoek.
24 juli 1890: Aan het bestuur van de ‘Kerkelijke Kas’ te Lemmer, wordt in antwoord op een ontvangen adres bericht, dat de gemeenteraad besloten heeft om het luiden der dorpsklok te Lemmer voor kerkelijke doeleinden geheel te verbieden.