Visserij algemeen, te Lemmer |1|

Lemmer was rond 1900 de grootste en belangrijkste vissershaven van Friesland en een van de topvisserijplaatsen van Nederland. Tussen 1883 en 1933 beleefde de visserij op de Zuiderzee een grote bloei. De vloot groeide uit tot meer dan 100 à 146 vissersschepen (vooral Lemsteraken). Door de komst van de Afsluitdijk in 1932 veranderde de zoute Zuiderzee in het zoete IJsselmeer, wat een abrupt einde maakte aan deze bloeiende zeevisserij.

In de Binnenhaven van Lemmer, vlakbij de sluizen in het centrum liggen traditionele historische vissersschepen, dat in het teken staat van de oude visserijhistorie, ambachten en cultuur.

Deze 11 pagina's bevatten veelal foto's.

Zie voor meer op deze site

Friese Zuiderzeevisserij voor Lemster vishandelaren

Visserij bij De Lemmer.

Lemmer forneamde haven oan e Sudersé

7 april 1984

Als vissersplaats heeft Lemmer vrijwel geen betekenis meer. Nog slechts enkele vissers brengen hier de vangst uit het IJsselmeer aan de wal en alleen voor hun bestaat nog steeds de gemeentelijke visafslag. Steven Visser, de nu tachtigjarige directeur van de afslag, slaat de aangevoerde vis nog dagelijks af. Gevoelsmatig is de visafslag in Lemmer nog van veel waarde. Immers Lemmer houdt officieel op vissersplaats te zijn, als besloten wordt tot opheffing van de visafslag. Een stuk historie zal dan worden afgesloten.

Een sluiting van de visafslag van Lemmer zal velen aan het hart gaan. Er ligt immers een roemrijk stuk geschiedenis in de herinnering van de oude vissers, die vroeger de Zuiderzee bevisten. Alom bekend zijn de Lemster bokkens, die voor deze havenplaats een bekend handelsartikel waren. Een halve eeuw lang draaide in Lemmer alles om de visserij. De plaats had een vloot die in 1930 was uitgegroeid tot over de honderd aken, botters, schouwen of andere boten. Honderden personen vonden een bestaan op het water of in de hangen, 'de baan', de hellingen of de zeilmakerijen.

De penetrante geuren die afkomstig waren van de visrokerijen, zouterijen en netten-taanderijen kenmerkte op treffende wijze de bedrijvigheid in de toenmalige vissersplaats Lemmer. En de frase "Wee binne Lemsters jonges, wee leve fan de sč, en al hwat wee fertsjinje forpierewaaie wee. Wee witte fan gjin sparjen, wee lizze noait hwatwei, wee leve as God yn Frankryk fan de iene yn de oare dei" uit het officieuze Lemster volkslied, zegt veel over de mentaliteit van de Lemster vissersbevolking.

De bloei als vissersplaats had overigens niet direct een positieve weerslag op de welstand van de bevolking. velen waren afhankelijk van de besommingen uit de visserij en anderen vonden slechts een armzalig bestaan bij de hangbazen. Het waren met name deze palingrokers en haringrokers die met de handel in vis goede verdiensten binnenhaalden. Heel anders was het met de vissers en de arbeiders.

Sprak men in het 1808 van een vergelijking van de visserij met het zoeken van eieren in de lage hooi en rietland, "welk zoeken tot zeer weinig voordeel sterkt" en beschreef men de visserij als "eene zeer schrale kostwinning", voor veel vissers was het rond 1900 niet anders. Als kredietgevers bepaalden veel hangbazen de financiėle positie van de vissers. Niet alleen vroegen de visrokers rente en aflossing, ook werd de afspraak gemaakt, dat men de vangst moest leveren. Het ontbreken van een visafslag in Lemmer wreekte zich dan algauw. De visrokers, die overigens al vanaf het begin van de negentiende eeuw in Lemmer bloeiende bedrijven hadden, maakten vanaf 1850 afspraken met de vissers om de vangsten rechtstreeks te leveren. Het kwam de prijsstelling niet ten goede, want van openlijke concurrentie was geen sprake. De roep om een gemeentelijke visafslag werd dan ook steeds luider.

Van verschillende kanten werd na de eeuwwisseling herhaalde malen aangedrongen op de instelling van een visafslag. Uiteindelijk kwam deze er in 1916. Nadat de Zuiderzeevisschersbond andermaal een dringend verzoek had gedaan, besloot de gemeenteraad tot oprichting. In een voorstel zijn burgemeester en wethouders kort en krachtig: "De ze vischafslag wordt verlangd om de visschers in de gelegenheid te te stellen bij publieken verkoop zeer waarschijnlijk een hoogeren prijs voor hun vis te bedingen. Voorts verwacht men, dat na oprichting van een vischaflag zich meerdere vischrookers, zouters en handelaren te Lemmer zullen vestigen en visschers uit andere plaatsen hun visch aan den afslag ten verkoop zullen aanbieden wat den ingezetene dezer gemeente ten goede zal komen"

Eerder had de "visschersvereeniging" te Lemmer in 1908 aangedrongen op de vestiging van een visafslag. In een brief aan de raad wijst men ook op de misstanden die toentertijd golden onder de vissersbevolking van Lemmer. Men geeft te kennen dat de vischhandel te Lemmer in een eigenaardige toestand verkeert, doordat de aangevoerde visch steeds aan dezelfde vischhandelaren geleverd wordt, die de prijs van de visch naar eigen goedvinden kunnen regelen.

Niet alleen wezen de Lemster vissers op het eigen belang. Men verwachte weliswaar dat ook vishandelaren van Urk of uit Enkhuizen of andere plaatsen naar Lemmer zouden komen om voor de nodige concurrentie te zorgen, maar men wees er ook op dat "vreemde visschers die thans Lemmer vermijden, niet zouden aarzelen ook hier hun visch ter afslag aan te bieden.

Toch zou het nog een aantal jaren duren voordat in 1916 tot de oprichting van de visafslag in Lemmer was besloten. Ondanks de komst van de gemeentelijke visafslag bleef aanvankelijk nog de schrille tegenstelling tussen de rijke hangbaas en arme visserman. Later door vele overeenkomsten is dat beeld verandert het kwam nu in rede waardoor er een plotselinge opkomende bloei kwam van Lemmer als vissersplaats. Niet toevallig was het dat de Lemster vissersvloot rond 1880 in aantal begon toe te nemen. Waren er in 1880 zestien schepen, in 1905 was dat aantal gestegen tot 84 aken, botters, schouwen of andere vissersboten.

Maar ook in de aan de visserij verwante bedrijven zagen de (voormalige) boeren en veenarbeiders mogelijkheden. Dankzij de bloeiende visserij konden immers ook zeilmakerijen, scheepshellingen, masten en blokmakerij of netten-taanderijen in Lemmer gedijen. Of men kon wel in de hangen, de al langere tijd goed draaiende visrokerijen aan de slag. En wilde men de Zuiderzee op, dan kon men krediet krijgen van vis-rokers als De Rook, De Jager, en Sterk of door ondernemer Jan Pen, die in Lemmer een belangrijke rol heeft gespeeld in dit soort zaken.

Foto van Hielke Roelevink: Een foto van 1910 in de hang van Tjebbe de Jager, in de vaten zit ansjovis, die behalve aan de wal soms ook pas later in de hang werd gekopt, en in vaten gestopt. In de hang werd ook haring gerookt. De pijpen op de achtergrond zijn van de gebroeders Sterk.

Omschrijving van Evert de Vries: De mensen die er op staan zijn: De vrouw met de muts is wed. W. Scheffer-Ras. Bij haar kochten we altijd groenten en fruit en voor de zondag een stuk Urkerbrok. Dan Mevr. Aaltje Scheffer-de Vries. De volgende is Mevr. Molenberg-Scheffer, van de textielwinkel, waarin nu haar zoon (7 augustus 1980) H. Molenberg en zijn vrouw de scepter zwaaien. Mevr. Molenberg, bereikte de hoge leeftijd van 93 jaar. De man met de pet op is Simon Scheffer. Hij heeft o.a veel gedaan voor het Lemster skûtsje. De volgende is Jan Duim. De man met de hoed en de snor is Johannes Coehoorn. Hij was koopman in groenten, maar ook visser en werkte waar maar werk te vinden was. Hij woonde in één van de stegen van het Achterom.

De volgende is Andries Scheffer, iemand die ook heel wat werk heeft verricht. Hij was bovendien een echte geheelonthouder. Wat werd er genoten als hij toneel speelde voor de vereniging van de geheelonthouders. Naast Andries Scheffer, zien wij Harm Duim. Uit het feit dat hij de mouwen opgestroopt heeft, is te zien dat hij bezig is de ansjovis uit de pekel te halen. Het was een bekwame visrokers knecht. Als laatste staat op de foto Bonne Blinksma. Een zeer gezien en bekend mannetje in Lemmer. Voor hem was de grootste en mooiste gondelvaart van Friesland, die toen in Lemmer werd gehouden, een hoogtepunt. Als de kaden dan vol stonden met kijklustigen zat Blinksma, parmantig op een Zwaan en kreeg voortdurend applaus van de omstanders.

Bovenstaande serie van 5 foto's, zijn van Jenny Baartjes, het betreft de familie Poepjes.

Jan Adriaan Visser met boven Theunis Visser (de Flapper) op de LE 91

Foto van Kristien Kramer-Visser: Theunis Visser (de Flapper)