S

Sake, Jan, fan.

Jan Visser.

Gezinsbenoeming, naar vader.


Sanderine, Oeke, fan.

Oeke Koopmans.

Gezinsbenoeming, naar moeder.


Schone Elza.

Aaltje Feenstra.

Elegant, bewust en mooi.


Sechie, Hinderik.

Hendrik Strampel.

(Wat) 'Sechie' was zijn (Gieterse) stopwoord.


Sek, Auke.

Auke Ykema en/of Auke de Haan.

Handelde in jutezakken.


Seune, Ate, myn.

Ate Knol.

Moeke Knol, als zij over haar zoon sprak. Werd nagebootst in het stads-Fries.


Sheadow, de.

S, de Hey.

Stil en onopvallend.


Siden, Tryntsje.

Tryntsje Zijlstra.

Presenteerde zich uitzonderlijk elegant.


Sik, Hinderik.

Hendrik Landman.

Had een klein Baardje, Sikje.


Silveren Skouder.

Gerben Bootsma.

Kreeg bij een operatie zilveren onderdelen in de schouder.


Sinten, Eibert, mei de. En Sinten, Jan, mei de.

Eibert Visser en Jan Visser.

Waren redelijk vermogend.


Sipel, Jan.

Jan Sionsma.

Deed handel o.a. in uien.


Skêch, de.

Gauke Bootsma.

Had een grote haviksneus.

De vis wordt uit de netten gehaald. Geheel links is Gauke Bootsma.


Skeet, de.

Arend Visser en Rikus Bootsma. e.a.

Lieten veel winden.


Skele Andrys.

Andries Visser.

Loense ogen.


Skepleuner.

R. Gielman.

Grondwerker, die vaak een pauze nam.


Skeppe. de.

Bouke Boersma.

Was grafdelver.


Skeve holtsje.

De Vries.

Hield het hoofd altijd scheef/schuin tijdens het wandelen.


Skoen, Jan.

Burgemeester Jan Dijkstra.

Zijn vader had in Lemmer een Schoenmakerij.


Slide, de.

Steven Visser.

Verwees naar de vorm van zijn boot.

In 1948 is de Slide (Fries voor slede) gebouwd in opdracht van Lemster visserman Steven Visser, als zeilend vissersvaartuig.

De Slide.


Sliper, Jaap, de.

Jaap de Vries.

Sliep graag en veel.


Slingerbile, de.

Wouter Hoekstra.

Lange man met lange armen en benen.


Snoepie.

Anton Beljon.

Als kind vroeg hij geregeld om 'un snoepie'


Sondaar, de.

Harm Kuipers.

Moest trouwen, en als gereformeerde voor de gemeente zijn zonden belijden.


Spek, Aant.

Aant van der Bijl.

Niet te mager uitgevallen.


Spjirring, de.

Peke Wouda.

Tenger manneke.


Spylman, Steven, de.

Steven Visser.

Speelde bij stil weer harmonica op zijn Aak.


Stammerige Marten.

Marten Koopmans.

Stotterde nog meer als andere Lemsters.


Staverse Theunis.

Theunis Visser.

Kwam uit Stavoren.


Staverseman, de.

Jan Mulder.

Kwam uit Stavoren.


Steil, Harm.

Harm Lammers.

Liep met een kaarsrechte rug.


Steil, Meine.

Meine Lammers.

Zoon van Harm Lammers.


Sterrekieker, de.

Hendrik Dam.

Keek altijd wat omhoog, met het hoofd in de nek.


Stok(jes) onder de egen.

Andries Visser.

Was op school vaak wat slaperig.


Stokkie, Jennie.

Jennie Jongsma.

Viel als tamboer-maître nogal op.


Stút, Jouke.

Jouke Albeda.

Werkte bij de Centrale brood bakkerij.


Stuur, Antje.

Antje Platte.

Was nogal ingesnoerd in haar korset.


Stuur, Rienk.

Rienk Platte.

Stuurde de Jiskepream.


Sûkerpotsje's, de.

Gezusters Bootsma.

Spraken tot erotische verbeelding.


Sûpe, Ike.

Ike Rippen.

Melkboer die o.a. karnemelk verkocht.


Sûre, de.

Gauke Gerben Bootsma.

Niet erg vrolijk, Lytse Gauke de Gôlle.


Suup, Jaap, fan de.

Jaap Bijlsma.

Melkboer die stads-Fries sprak.


Suurtsje, Ruud.

Ruud Dijkstra.

Vroeg vaak om een 'Suurtsje'


Swarte Hindrik.

Hendrik Jongsma.

Man van Reade Jantsje. (Jantje Blauw)


Swartferver, Gradus, de.

Gradus Bruning.

Verfde kleding van rouwende personen zwart, bij gebrek aan zwarte kleding.


Sweer, Jaap.

Jaap Hulzinga.

Praatte, en discussieerde luidruchtig.


Switter, Jelle, de.

Jelle Lemstra en Jelle Reijenga.

De eerste was een drukke baas die veel zweette. De tweede kreeg de bijnaam van Pake.

TOP