Clara (bot) Bosma

Hartelijke "visvrouw" uit Lemmer, Clara (bot) Bosma.  

Samengesteld door Durk Bosma en Marijke Keulen Bosma.


Hendrik Bosma en Clara Bosma.

Clara Visser, geboren te Lemmer op 21 april 1853, overleden te Lemmer op 16 mei 1932, begraven te Sint Nicolaasga, 79 jaar oud, dochter van *Steven Visser, (Steven Jelles Visser) en Susanne Gerrits ter Velde.

Clara is getrouwd te Lemsterland op 21 mei 1876, op 23-jarige leeftijd (1) met Jan Martens van der Heide (ongeveer 24 jaar oud), postiljon houder, geboren te Joure rond 1852, zoon van Marten Roelofs van der Heide en Trijntje Jans Bakkerus. Clara is getrouwd (2) op 31 augustus 1888 te Lemsterland met Hendrik Bosma, werkman, geboren rond 1857 te Lemmer, zoon van Durk Engberts en Cornelia Vogelvanger.

* Steven Jelles Visser, geboren te Lemmer op 10 juni 1828, overleden aldaar op 27 augustus 1905, 77 jaar oud, zoon van Jelle Stevens Visser en Clara Jacobs de Blaauw. Hij is getrouwd te Lemsterland op 13 juni 1852, op 24-jarige leeftijd met Susanne Gerrits ter Velde, geboren op 9 januari 1834 te Lemmer, overleden op 21 januari 1896 aldaar, dochter van Gerrit Lazes ter Velde en Beerendina Hanzes.

De visserij was vooral een zaak voor kerels. Tussen allerlei attributen, die herinneren aan de visserij uit die tijd dat het IJsselmeer nog Zuiderzee heette en de Afsluitdijk op papier nog niet bestond, staat echter een krijtfoto met daarop twee vrouwspersonen. De foto is van 1907, zo heeft conservator Ruud Huygens vastgesteld. Wie de krijtfoto maakte is hem onbekend. Wel weet hij wie de dames zijn: Clara Visser en een van haar dochters. De naam van de dochter bleek even niet te achterhalen. Wel bekend is dat het meisje dertien was op het moment dat ze werd vereeuwigd, dat ze naar Californië emigreerde en op latere leeftijd weer naar Lemmer terugkeerde.

In de oudheidkamer van Lemmer was in februari 1989 een fototentoonstelling over oud Lemmer, hier was een tekening bij, waarop Clara Visser en een dochter van Clara te zien waren, het bijschrift vermelde, "Clara Visser, had de bijnaam Clara Bot, dit omdat zij met botvis ventte langs de schippers die aan de polderdijk lagen afgemeerd. Clara kocht de vis op, in de haven. Waste eerst de vis en ging er dan mee langs de deur, aan huis maakte ze de vis klaar. In de ene hand een net met vis, en in de andere hand haar mesje en dan de handen ook nog kruiselings over elkaar heen, zij woonden op het Turfland. Later woonden Clara en Hendrik op de oude sluis. Overdag kon men haar vinden in het centrum van Lemmer, voor de vroegere herberg van Minke Vegter (1989 cafetaria Cor Schaaf) In 1904 kocht zij het winkeltje aan de oude sluis".

Rechts, Marijke Bosma Swart, op het Turfland.

Clara trok ook de wereld in, maar haar actieradius bleef beperkt tot Lemmer en nabije omstreken. 's ochtends om zes uur was ze al op weg met haar handkar richting polderdijk, om de aldaar afgemeerde schippers van haar botvis te voorzien. Vanwege haar handelswaar werd ze in het dorp 'Clara Bot' genoemd, zoals trouwens veel Lemsters weinig verrassende bijnamen kregen.

Clara was 8 jaar later na haar huwelijk met Jan Martens van der Heide weduwe, en is in 1888 getrouwd met Durk Bosma, die ook al werkzaam was in de vis, hij was werknemer van een visrokerij. Clara was behalve visvenster ook huisvrouw en moeder van acht kinderen.

Na het bezoek aan de schippers aan de Polderdijk spoedde Clara zich huiswaarts om haar kroost te verzorgen en naar school te dirigeren. Daarna toog ze met haar viskar naar het centrum, waar ze voor de herberg van Rinke Vegter- nu het cafetaria van Cor Schaap - opnieuw pogingen deed om haar handel te slijten. Als dat eens niet mocht lukken, was het een goede dag voor de bewoners van het oude - mannenhuis aan het Achterom. Die kregen de niet verkochte vis gratis en voor niets.

Later had Clara een eigen winkeltje, in het pand Oude Sluis 12, waar nu onder de vlag van "Bierstube Oude Sluis" (1989) van Manfred Snijder, in grote pilzen kan worden gehapt. Het winkeltje was ingericht in het voorkamertje en voorzien van een piepklein toonbankje, dat geheel uit zicht raakte als Clara ervoor plaatsnam. Dat lag niet alleen aan het formaat van de toonbank, maar had ook te maken met Clara's postuur. Ze was een fors gebouwde vrouw, vooral breed in de heupen.

Clara overleed in 1932, op 79-jarige leeftijd. Ze is begraven op het rooms-katholieke kerkhof in Sint Nicolaasga. Waarom niet in Lemmer, zou je denken, Huygens weet het: De katholieken hadden hier toen nog geen begraafplaats."

Je zou het bijna vergeten met al die watersporters die het dorp van het vroege voorjaar tot het late najaar bevolken. Maar Lemmer was vroeger toch echte een vissersplaats. Wie daaraan twijfelt moet maar eens een bezoekje brengen aan de Lemster oudheidkamer, gevestigd in een deel van het oude gemeentehuis. De visgeur kun je er opsnuiven, bij wijze van spreken dan.

Detailfoto van bovenstaande, waarop Oude Sluis 12 met pijl te zien is.

Op deze foto staat Durk Bosma jr, met zijn hondenkar waar hij de vis mee rondventte.

Durk Bosma, geboren op 11 juli 1889 te Lemmer. Gehuwd op 27 februari 1919 te Haskerland met Marijke Swart, geboren te Joure, dochter van Auke Andries Swart en Tetje Halma.

DURK BOSMA (78) MET DRIE HONDEN IN DE KAR NAAR LEMMER.

Als je 65 jaar visventer bent geweest dan kun je heel wat verhalen vertellen. Die visventer is in dit geval de 78 jarige Durk Bosma, wonende aan het Turfland in Lemmer. Vanaf zijn twaalfde jaar moest hij reeds mee aanpakken, maar nu, na 67 jaar langs de streek te hebben gevent, vindt "Durk Bot" (zoals hij doorgaans word genoemd) het welletjes en heeft hij zijn viskar op stal gezet. Hiermee heeft dus de laatste van de zes visventers, die Lemmer heeft gehad, er een punt achter gezet.

Al jong ging de kleine Durk met de hondenkar op stap (met soms twee a drie honden ervoor) in de richting Oosterzee, Echten, Echtenerbrug, Delfstrahuizen en  later ook nog verder naar St. Nicolaasga, Joure en Akkrum. Ook in Gaasterland werd de vis uitgevent, in het voorjaar bokkingen, later in het jaar bot en in de winter spiering. Als hij in de beginjaren een dag op stap was geweest – van `s morgens vijf tot `s avonds tien uur en soms nog later -  dan had hij zo`n rijksdaalder verdiend hetgeen in die tijd een fiks bedrag was.

Avonturen.

De heer Bosma heeft diverse avonturen meegemaakt, en kan daar uren over vertellen. Toen hij zeventien jaar was, heeft hij eens een bijzonder bang avontuur gehad. Het was hartje winter, en Durk moest nog wat uitventen. Hij ging naar Echtenerbrug en toen alles was verkocht besloot hij niet de normale (slechte) weg te nemen, maar die over het dicht gevroren Tjeukemeer.

De felle Noordooster kreeg hem echter op het spiegel gladde ijs te pakken, zodat hij de kar niet in het rechte spoor kon houden. De kar en de honden gleden echter alle kanten uit en Durk trok zelfs zijn klompen uit om beter op de been te kunnen blijven. Tenslotte kwam hij met zijn hele hebben en houden tegen de polderdijk bij Doniaga terecht. Bosma had geen hele sok meer aan zijn bebloede voeten. Ook de honden waren afgemat en hadden bloedende poten.

Bij boer Pietersma werd hulp gehaald, en deze bracht hem met een paard voor de hondenkar naar de straatweg bij Follega, waar hij vervolgens – met de drie honden in de kar – naar Lemmer is gelopen. Op 20 jarige leeftijd kwam hij met zijn viskar en de honden niet op het ijs, maar in het water terecht. Doordat een der honden een kat achterna zat, reed Bosma met kar en al langs de verkeerde kant van de brugleuning. Het hele zaakje kiepte in de Follegaaster vaart, Bosma wist de honden los te snijden en een schipper hielp hem om de hele zaak weer op het droge te brengen. Hij kwam echter zonder geld, handel en weegschaal weer thuis.

Zo zou Durk Bosma nog urenlang door kunnen vertellen.

Tot ongeveer 1930 ging de heer Bosma op stap met de hondenkar en daarbij hebben een 35 honden bij hem onder de kar gelopen. Daarna schafte hij een motorbakfiets aan, waarvan hij echter slechts drie jaar heeft geprofiteerd. Nadat de motor verbrandde kon hij geen nieuwe kopen. Hij kocht een "kedde" voor de kar. Maar dit voldeed hen helemaal niet, zodat hij weer een hond voor de bakfiets kocht. Na het in werking treden van de trekhondenwet is hij met zijn bakfiets blijven fietsen. Sinds kort heeft hij er een punt achter gezet, nadat hij het de laatste jaren al wat kalmer aan was gaan doen, door alleen in Lemmer te venten.

En thans is Durk Bosma visventer af en kan hij na lange tijd eens rustig rentenieren.

Durk Bosma.

FRIES MOZAIEK: D. BOSMA (78) GEEN VISVENTER MEER.
IK KOE 'T NOCH WOL OAN, MAR DE AERDICHHEIT IS DER OF.
RUIM 65 JAAR MET DE HONDENKAR BIJ DE STREEK.

Durk Bosma uit Lemmer heeft zichzelf op pensioen gezet. Langer dan 65 jaar was Bosma de streek op met zijn viskar, een hondenkar. Maar enkele jaren geleden is zijn vrouw overleden en toen "wie de aerdichheit der of". "Ome gesontheit hie ik it noch best dwaen kinnen, al bin ik 78 jier ald".

Wij schrijven Bosma, maar in Zuidwest-Friesland zullen velen zijn echte naam nooit gekend hebben. Voor hen was hij Durk Bot. Geen scheldnaam, maar een vertrouwd handelsmerk, want het was wel het grote artikel van de heer Bosma.

DE BOER OP.

Geboren in 1889 begon Bosma als dertienjarige jongen, met een kar met twee honden ervoor. Een paar manden en teilen met bot en kistjes bokking. En dan de boer op. Want er moest verdiend worden in die dagen, toen iedere cent in een arbeidersgezin zorgvuldig geteld werd. Al spoedig werd het een vaste route en zo bleef het bijna een mensenleven lang.

's maandags de tocht naar de Akkrum en omgeving, dinsdags Echten, St. Johannesga en zo om het Tjeukemeer, woensdag Langweer, donderdag Scharsterburg en Joure en vrijdag St. Nicolaasga en op zaterdag door de Echtener polder.

In de Herfst en in de winter begon de tocht in het pikkedonker, en bij thuiskomst was 't weer nacht. In de warme zomermaanden was het beter, maar dan hadden de honden het vaak te krap door de warmte.

KEDDE.

In 1939 heeft Bosma het met een kedde geprobeerd,  "Dat waerd lijen man. Hy gie op è rin en de karre yn è plomp en alles stikken en ruzie mei de minsken, om`t de kedde altyd yn è bermen stiet o fretten fan in oar syn gers". Na de tweede oorlog werd het anders opgezet. Hij kocht een motorbakfiets, maar wie zo lang met de honden op de weg is geweest, is niet geschikt voor motorische trekkracht.

Al spoedig stond de motorbakfiets in brand en daarna kwam er weer een gewone bakfiets, met een hond er voor. Volgens de politie moest Bosma nu naast de fiets lopen. Hij mocht er niet op zitten, en zich door de honden laten trekken Over honden en trekhonden weet hij alles. Bijna alle wegen waren "macadamwegen", bestrooid dus met scherpe, puntige steentjes. Vooral in de winter, bij harde vorst, sleten de eeltkussens van de trekhonden.

Over het ijs.

En zo gebeurde het volgende aan het Tjeukemeer, bij een harde Noord-ooster en een vorst van een graad of 7 had hij zijn kar langs de weg tot Echtenerbrug gekregen, maar toen hadden de honden op de macadam hun poten doorgelopen. Wel -dacht de toen nog jonge Bosma, "as ik nou weerom oer it ijs gean, foarsichtich, dan ha dy bisten folle better paed."

Het eerste eindje ging heel best, in de beschutting van de dyk. Maar daarna kreeg de wind vat op de kar en honden en bestuurder hadden geen houvast op het gladde ijs. De hele zaak gleed weg naar lager wal. Eerst recht op een groot wak aan, maar met kousenvoeten kon Bosma nog net een ramp voorkomen. Toch kwam hij met zijn kar in de hoek onder Doniaga terecht en een medelijdende boer bracht met paard en wagen, de kar, de honden en Bosma zelf weer tot de weg.

Daar laadde Bosma zijn honden in de kar en duwde het zaakje naar Lemmer.

Sa gie dat froeger.




Bidprentje van Dina Bosma. Berendina Bosma, geboren 18 november 1894, zij trouwde in Amerika met de uit Balk afkomstige Siebrand Dooper, beroep: legerofficier. Na zijn overlijden te San Francisco in 1951 kwam Dina Bosma terug naar Lemmer om voor haar broers te zorgen. Zij is overleden te Lemmer op 29 januari 1976.


Bidprentje van Siebrand E. Dooper, echtgenote van Dina Bosma.



Familie Bosma. Marijke Boom-Plantinga vertelt:  We beginnen met Durk Bosma zijn vrouw Marijke Bosma Zwart, het Bruidspaar is Auke Bosma en An Dekker, Henk Bosma en zijn vrouw Roeli de Graaf, Harm Plantinga en zijn vrouw Clara Bosma, Anne de Vries, Dina Bosma, Andries Bosma, Andries Plantinga, en ik sta achter Marijke Bosma, Hennie Bosma, Durk Bosma, Marijke Bosma Hennie en Durk en Marijke, dat zijn de kinderen van Henk Bosma en Roeli Bosma-de Graaf.

Marijke Keulen Bosma.

Marijke vertelt "We zijn op 7 juli 07 naar de  begrafenis (crematie) geweest in Noord-Brabant, van oom Auke Bosma. Zijn echtgenote Ann Bosma Dekkers, vroeg aan de familie of we de bloemstukken mee wilden nemen naar Lemmer, om op het graf van zijn ouders te leggen. Ik vond dit zelf een heel mooi gebaar van Tante Ann. Zijn jongste zus Dina de Vries Bosma, haar man Anne, en Tjeerd en Corrie hebben de bloemstukken daar naar de begraafplaats toegebracht".

 


TOP