Het Eintsje Fan é Daam, Lemmer

Het verhaal van een monument.

Wat is de waarde van een monument? Een oud gebouw toont hoe er vroeger werd geleefd en gebouwd, het heeft een cultuurhistorische waarde. Maar in gebouwen wordt gewoond en gewerkt. Mensen delen er lief en leed en daar horen verhalen en anekdotes bij. Gebouwen hebben ook een emotionele waarde.

Het gebouwtje op de kop van de Westhavendam van Lemmer is zo’n beladen monument. Het is bij de Lemsters beter bekend als het Eintsje fan’e Daam. Dat juist deze plek emoties oproept bleek toen de gemeente het plan opperde om het hokje te vervangen door een modern havenlicht. Vele Lemsters toonden zich betrokken bij het lot van ‘hun Eintsje’ en kwamen in actie voor het behoud ervan. De gemeente gaf daaraan gehoor; het hokje is inmiddels gerestaureerd. De gereconstrueerde lantaarn op het dak en het remmingswerk op de kop van de dam sieren weer de ingang van de Lemster haven.

Waarom waren zo velen bereid om hun stem te laten horen? Wat maakte de betrokkenheid van de Lemsters zo groot? Helaas kunnen de stenen zelf niet spreken. De vele initialen die in de bakstenen zijn gekerfd, zijn natuurlijk tekens van emotie maar een verhaal is er niet aan af te lezen. Wie de moeite neemt om iets in een steen te kerven moet daar toch iets hebben beleefd?

Na een oproep in de lokale media om anekdotes over dit monument met ons te delen kwamen er diverse reacties. Tineke Warringa en Stoffel Zandstra hebben tijdens nazomeren op vrijdagavond 7 september 2018 in de Hervormde Kerk van Lemmer een compilatie daarvan voorgedragen. Hieronder zijn alle inzendingen integraal gebundeld. Wij danken allen voor hun bijdrage. De betekenis van het Eintsje fan’e Daam krijgt met het optekenen van de verhalen meer diepgang en kleur.

 

Kees de Haan, secretaris


Foar de beslissers.

(Ut🦆 )

Ut wetter slagt tsjin stien en pealen
De kjelt docht sear tot op'e huud
En wyn die kâlder is dan'k togt hie
Makket net un noflik luud

Toch wol ik op dit plakje bliuwe
Ut plakje wer de leafde wie
Wer jonkjes mei de famkes buoten
Un frommes soms te wachtsjen stie

Dot plak dot is nog steeds ut Eintsje
Hjir komt men faaks de Lemmer yn
Ut beaken skynt nog op ut hokje
Fynt men sa de lemmer blyn

De leite socht, makket de wyn
Ta plak fan hoedjen op'e daam
K'sjoch ut ferliene no wer foar my
Hjir wie uus heit doe my de faam

"As tiiden tiiden hebbe"
Tink don un de skiedenis
Wont wat fuort is, is ferlern no
Pos don fielst echt wol ut gemis.

Wietze de Haan, Lemmer


Verhaal van Liekele (roepnaam Kiki) Lemsma, oorspronkelijk Poepjes, geboren 15-6-1936 aan de Benedenschans te Lemmer, zoon van Obbe en Janke Poepjes.  

Als zoon van een visser, Kiki zijn vader had eerst een schouw, de Lemmer 49, later viste hij met Steven Visser met een vlet en een klein visbootje erachter, leerde Kiki het zwemmen achterin de vluchthaven bij de toenmalige inlaatsluis. Deze inlaatsluis is, waar nu ongeveer de huidige Riensluis ligt. Daar liep de haven een beetje af, zodat je er eerst een klein beetje in kon “staan”, waarna deze na een paar meter in één keer diep werd. Uiteraard gebeurde dit stiekem, want mem en heit mochten dit beslist niet weten.  

’s Zomers ging heit met een klein roeibootje om de Westhavendam heen richting het strand. Daar ging Kiki bij heit op de rug het water in, waarna heit met Kiki onder het roeibootje door dook, met het angstzweet in de handen van mem. Dit om Kiki te leren geen watervrees te krijgen.  

Eén maal kunnende zwemmen mocht Kiki bij de vuurtoren zwemmen, daar kon je in het water “staan”. Vanaf de vuurtoren stond er een lange rij fuiken in zee. Daar werd naar de eindpaal van de fuiken gezwommen. Je kon natuurlijk telkens van paal tot paal “zwemmen”, zodat je je steeds even vast kon houden. Als je in één keer naar de eindpaal kon komen, kon je echt wel zwemmen. Uiteraard werd er natuurlijk ook even stiekem de vuurtoren beklommen.  

Daarna werd de volgende uitdaging aangegaan om van de Westhavendam naar de Oosthavendam te zwemmen, uiteraard ook weer zonder toestemming van thuis. Als Kiki’s ouders tijd hadden wandelden ze zondag’s richting “eintsje van de daam”. Onderweg bij de vuurtoren zagen ze dan wel de stapeltjes kleding van Kiki en zijn vrienden liggen, zonder de jongens te zien? De heren waren dan naar de Oosthavendam gezwommen en lagen daar achter het riet het vertrek van Kiki’s ouders af te wachten. Nog weer later zwommen de heren bij het “eintsje van de daam”, waar ze niet meer gecontroleerd werden.  

Als Kiki’s heit van zee kwam, waar hij samen met Steven Visser viste, wachtte Kiki hem op aan het “eintsje van de daam”, waar hij en zijn vrienden dan het water insprongen om hen een eindje tegemoet te zwemmen. Met een beetje geluk konden ze dan het volgbootje vastgrijpen, zodat ze een eindje mee terug konden varen. Steven riep dan: “wie mis grijpt heeft pech, wij stoppen niet!”, met het risico het eind terug te moeten zwemmen.  

Voor Kiki is het “eintsje van de daam” onlosmakelijk verbonden met zijn jeugd, waar hij en zijn vrienden vele avonturen beleefden.   Toen Kiki ouder werd, en volgens horen en zeggen, er veel amoureuze avonturen daar op “eintsje” plaatsvonden, moest Kiki afhaken. Kiki zijn vriendin Betsje (later zijn vrouw, overleden 25-6-2015), kwam uit Bantega, en was als de dood voor water. Tsja…..en dat “eintsje van de daam” was omringd door water, helaas dus……

Dit verhaal werd uit naam van Liekele Lemsma opgetekend door Bertha de Heij, Lemmer


Jaren geleden hadden wij als gezin:
Heit en Mem, kinderen,
partners van de kinderen en kleinkind
een fotoshoot voor Pake en Beppe bij de
vuurtoren. Nadat wij klaar waren vroeg
mijn vader aan mijn nichtje van
toen 1,5 of 2 jaar: 
‘Sille wy efkes nei it eintsje fan de
daam?’  Waarop mijn nichtje
natuurlijk ja zei:) daar aangekomen
vroeg ze:
“Wêr is it eintsje dan Pake?”
Ze dacht dus dat er een eend was :) 
Mijn vader kwam niet meer bij van
het lachen en m’n nichtje was een
beetje teleur gesteld want ‘t wie gjin
eintsje... 

Tineke Berkenpas


It Eintsje fan de Daam, rode draad in het leven van Lemster Antoon Beljon ( 1930-2018)   

Doe uw ogen dicht en neem in gedachten het “Eintsje fan de Daam” in Lemmer.  Een strekdam die vanaf de Vuurtoren het water in loopt met helemaal aan het eind een huisje met een lichtopstand. Een baken.  

Het is rond 1935: Een vader en een klein, leergierig mannetje met spierwit haar staan daar samen met hun gezichten naar de zee, het water van de voormalige Zuiderzee nog brak, lang niet zoet. *  

De vader spreekt de historische woorden: “Sjoch Antoan, ast do letter grut bist dan sjochst do lân wer’t no see is” **  

Vijf jaar daarvoor ,14 september 1930. Antoon Beljon wordt geboren als jongste zoon van koopman, groetenboer Jacobus Beljon en zijn echtgenote Akke van der Meer aan de Nieuwedijk . Kind van de Lemmer toen nog aan de Zuiderzee. Liggend op zijn bed kon hij de golven horen.  

In de oorlog maakte hij zich als tiener verdienstelijk voor het in Lemmer goed georganiseerde verzet, door voedselbonnen te verspreiden die hij vervoerde onderin de zakken met groenten waarmee hij op pad was.  

Het was ook spannend en vaak beangstigend als er bommenwerpers overvlogen vanuit Engeland naar Duitsland. Of als het afweergeschut bij de stationsremise achter hun huis werd ingezet. Dat geluid kon Antoon vele tientallen jaren later nog als de dag van gisteren beschrijven.  

Gesneuvelde soldaten, vliegtuigbemanningsleden wiens kist was neergehaald. Met de jeugd van Lemmer zag Antoon, vanaf het Eintsje fan de Daam, hoe hun dode lichamen binnengebracht werden door hun reddingsboot de “Hilda”.  

Na de oorlog was het voor hem ook niet meer dan normaal dat hij zijn dienstplicht vervulde en zelfs tekende bij de Koninklijke Marine. Hij vertrok naar Nieuw Guinea. Het was de periode van na de oorlog die voor Antoon voelde als een vredesmissie.  

Antoon Beljon, een Lemster in hart en nieren, runde in de periode 1971-1988, samen met zijn echtgenote Attie Beljon-Langenberg,  dorpshuis “De Helling” aan de Kortestreek 13 in Lemmer. Ze zetten in die tijd met talloze activiteiten, waaronder de jaarlijkse feesttent bij de Lemstersluis, Lemmer op de kaart.  

Daarnaast was Beljon bij veel Lemsters bekend van de IJsvereniging waarvan hij meer dan 25 jaar voorzitter was ( 1985-2010)  

Op vrije momenten liepen Antoon en Attie als het maar even kon samen naar het Eintsje fan de Daam. Een bijna dagelijks ritueel. “We ronne even nei It Eintsje”.  

Na het verlies van zijn vrouw in 2004 fietste Antoon dagelijks naar haar graf op het RK kerkhof in Lemmer en naar hun “Eintsje fan de Daam “. Op zijn sterfbed, 30 maart 2018, kijkt Antoon terug op een waardevol leven waarin het dorp Lemmer en “ It Eintje” de rode draad vormen.  

Op zijn sterfbed zegt hij tegen zijn oudste dochter : “Hilda, … ik waard fonnemoarn wekker en bin yn myn gedachten noch nei it Eintje fan de Daam fytst. Der haw ik een poaske hearlijk sitten. “   

Op de rouwkaart die de familie stuurde en in meerdere overdenkingen vormen het “Eintsje fan de Daam” maar ook het “Liet fan de Lemmer” van Fedde Schurer, de rode draad:   

En elts dy’t ienkear mei de earst tate De salte seewyn op syn lippen preau Hoe’t him it libben fan syn oarsprong skate En wer’t it wife lot him hinne dreau Hy sil foargoed en oeral Lemster weze Dyn oantins trou bewarje oan’t de dea Yn’t stjerren sil men fan syn lippen leze: Dit hert fergeat syn goede Lemmer nea.

Hilda Boesjes-Beljon, Lemmer  

* In 1932 werd de Afsluitdijk gedicht   

** In 1942, zeven jaar na de woorden van Antoons vader, viel de Noordoostpolder droog


Geen anekdote, maar de tekst van wat eens als een Lemster volkslied werd gezongen: Wy ha in kijkje yn ùs herte. Zie couplet 3.

Us Heit en Mem hebben daar in de dertiger jaren het begin van hun verkering beleefd. Dit geldt voor heel wat Lemsters! Nog altijd is het Eintsje een romantische plek, die gelukkig behouden is gebleven. Ik ben benieuwd naar de anekdotes.

Langstme nei de âlde Sudersé
(It kykje) Tekst: Jehannes Duim (1910-1997)
Wiize: Als de klok van Arnemuiden

Refrein:

Ik haw in kykje yn myn herte
Tink sa faek, by will’ en smerte
Oan ansjofisk en oan hearringfiskerij
Alse Sudersé, dou bliuwst my nei

1) Ik tink sa faek noch oan myn bernejierren
Doe’t ik wenne earne yn ‘e Skâns
En dan eltse dei aloan wer swalke
Alde Sudersé, dyn wâl bylâns

2) Ik sjoch dan wer de botters en de aken
Mei de flet fol fisk der efteroan
Yn ‘e Skâns koe ’t alderheislikst rykje
Dat wie in Lemster byld, sa moai, sa skoan

3) Ik sjoch dy sé, as flakke glêdde spegel
Op in stille simmerjoun oan ’t strân
Doe’t ik, as feintsje, mei in aerdich famke
Stevich earm yn earm nei ’t Eintsje roun

4) En dêr, oan dat stille Skieppedykje
Ha wy faek in bulte wille foun
Mannich feintsje hat dêr, oan ‘e séwâl
Syn faem it allerearste tútsje joun

5) Lit ik nou myn eagen jitris stoarje
Oer dat nije, greate polderlân
Dat dêr leit, ûntwraks’le oan it wetter
Makke troch sa mannich warb’re hân

6) Sjoch ik dêr in boer dan drok oan’t siedzjen
En syn trekker rydt de ekers lâns
Dan tink ik mei wémoed oan de jierren
Doe’t ik wenne, earne yn ‘e Skâns

7) Ik hear dan wer de wylde stoarmwyn gûlen
Oer dyn hege weagen, wyt fan skom
En dêr boppe út de rop fan ’t séfolk
Minsken help ús, wy fordrinke, kom!

8) Sjoch, dêr stean sy klear, dy stoere keardels
Alles ré? Stap yn ‘e reddingboat
Om troch it siedend, kolkjend skom te rûzen
Om te rêdden út ‘e stjerrensnoad

9) Ik sjoch dy sé, as yn in barre winter
Fûle froast in part oan bannen lei
Waerstou doch altyd wer de oerwinner
Ek dy snie en iistiid gie foarby

10) Kaem dan lang om let wer ‘t mylde foarjier
Mei moai waer en waerme sinneskyn
Wiene kjeld en earmoed gau forgetten
De hearring kaem en soel waerd wer de wyn

Refrein:
Ik haw in kykje yn myn herte
Tink sa faek, by will’ en smerte
Oan ansjofisk en oan hearringfiskerij
Alde Sudersé, dou bliuwst my nei

Anneke Hop-Duim, Amersfoort


Ik was ongeveer 10 jaar oud. Nadat ik met mijn vrienden de vuurtoren had beklommen, kwamen wij tot het idee, in de  zuivere Lemster lucht...om vanaf het Eintsje fan e daam, eens naar de overkant te gaan zwemmen, naar de noord oostpolderdijk..!

En dat was voor mij best wel een onderneming, daar ik alleen maar droogzwemmen had gehad op het Lemsterstrand. Maar niet bang uitgevallen gingen we onderweg, aan de overkant beland, hadden we nog een schapenstront gevecht . Op de terugweg dreef nog een ballon voorbij, mijn vrienden zeiden zoiets als is kapotje, maar dat betwijfel ik nu nog steeds,  want er zat een knoop op het eind en hij dreef??

Zeer vermoeid kwamen wij weer op het Eintsje fan e daam aan. We klommen langs de oude roestige deur, naar boven, ik bleef nog even met mijn zwembroek aan één van de scherpe punten haken, maar het was toch de oude van mijn broer, dus dat was niet zo heel erg. Boven aangekomen droogden we al snel op. Het was helder weer, en ik kon nog net zien dat er in de Gaasterlandse bossen iemand uit een boom viel.

Veertig jaar later kwam ik nog geregeld in het huisje van het Eintsje fan e daam,  als ik met collega's de aangelijnde boeien voor de afbakening van het Lemster strand, welke hier opgeslagen lagen, weer te plek bracht, en voelde mij dan als een oude visserman van weleer ..!  Kwam binnen in het huisje toen nog eens een zeer grote spin tegen , die had klompen aan, en oefende de klompendans..!

Op de zuidkant van het huisje,  waren vele initialen gekrast van Lemsters, op één ervan in een hartje, met een liefdespijl doorkruist stond: 19-05-1967 Tommie/Jollie.

Tom Meijer, Lemmer


De Lemster daam

By uus op ‘e daam stiet un âld hokje
It wie us mooie plakje och sa lang verlyn
Do wiest krekt âs my noch jong en ferlegen
De earste tuut wie net te ferjitten  

myn hân dy socht dyn waarme hûd
yn’t ljocht fan ut eintsje fan’e daam
Wyst sa fereale, Sa leaf en hyt  

De daam dy skynt ut wetter oer
Lit ut mar skyne
Wy wolle ut ljocht fan do daam net kwyt
Ut ferliene set de takomst fèst
Jout ús de daam werom.  

Wietze de Haan, Lemmer


Bijgaand het verhaal dat mijn man mij zo vaak heeft verteld en dat dinsdagavond weer werd verteld toen we even naar het Eintsje fan e daam liepen om de nieuwe steiger met zitbanken te bewonderen:

Nadat de vis was gelost in Enkhuizen kwamen Heit en omke Willem na een visweek weer naar de Willemshaven in De Lemmer. En daar stonden Koos en ik op het Eintsje van ‘e daam te wachtsjen dat Heit naar binnen kwam met de kotter. Omke Willem voer de LE62 dan met de kop tegen het Eintsje fan e daam en Heit hees ons aan 1 hand zo binnen boord. In de haven aangekomen vroegen ze op de wal: binne jimme de hele wike mei west jongens?
Ja zeiden we en heel stoer stapten we dan aan wal!

Elke keer als we een rondje fietsen en dan ook nog even om de vuurtoren fietsen komt dit verhaal weer naar boven en dit wil ik jullie niet onthouden…. Mooie herinneringen die steeds waardevoller worden en moeten worden opgeschreven!

De frou fan ‘ik’

Petra Toering


Aintsje fon ‘e daam

November 1982: min waar op ‘e Lemmer! Súdwester störm. Ik sol even nai myn freondin Hinke. Ot ik ut paad opron, komt se krek mai har dochter Jenny (12) nai búten. ‘Even de hoon útlitte…” ‘No, dan ron ik even mai’

We gean richting vuurtoren. (Is no trouwes even fon syn plak) We bûge feroer om sjin ‘e wyn yn te ronnen. Dot het wol wot: ‘Kom, even nai ut aintsje fon’e daam: sponnend!’ Wij ronne op ut dykje en hingje föroer yn ‘e wyn. Wardy (de hoon) wrakselt sjin: hij fynt it net leuk, mar we skurre him mai.

Os we bij ut hokje binne, begint ut te rainen...te spjillen...en nóg hudder te waaien… We stean mai de rêch sjin ut hokje oan, nêst mekör....oan de kant wer’t letter Skirm syn bankje komt. ‘Jonges, we mutte jir wai...kenne we achter ut hokje komme? Don stean we yn ‘e lijte’ We kenne mekör hast net ferstean. We skreeuwe wot troch mekör hinne. We kenne dus nèt ön ‘e achterkant fon ut hokje komme, wont we kenne ús nerges ön fêsthoare. ‘Help...jonges, dit komt op ‘e kop fekeerd’

En ut raint mar en ut waait sa hurd; weromronne is gien opsie wont we waaie för de wyn grif fon ‘e dyk au. ‘Leave God, help ús!’ We swaaiie wot mai de jermen, yn ‘e hoop dot er erges minsken binne dy ‘t ús sjogge. Jachthaven ‘De Friese Hoek’ is der nog net. ‘Mulder en Rijke’ is ut lêste gebouw för de vuurtoren. De hege golven fanút de baai beuke sjin de daam en ut wetter stoot oer de daam hinne.

Wot wij net wiete, is dot der boppe yn ut kantoor fon Mulder en Rijke een pear monnen nai ús stean te sjen en úze rampsalige posiesje ynskotte. Se belje de reddingboat, mar krije te jerren, dat die mai dizze wyn onder gien voorwaarde oanlizze ken bij ut aintsje om minsken op te pikken.

De monnen beslúte om self deropút te gean. Wij sjogge de rêders oankommen! ‘Goddank, der komme guddens oan’ Trije monnen. Se nimme elk ien fon ús yn ‘e earm. We krije ynstruksies: ‘Ot wíj ut sizze, gean we ollegear plot op ut liif lizzen’ We waaiie hast fon ‘e daam, selfs mai die stevige monnen, mar úteinlik komme we veilig bij de vuurtoren oan. We skrieme derfan.

We bedanke úze rêders: Wim Looyens, Harm de Vries en Jappie Bootsma.

Tineke Warringa-Kuipers, Lemmer


Naar aanleiding van Uw voorstel om verhalen te verzamelen over gebeurtenissen op de Westhavendam te Lemmer, het volgende: In mijn ‘Wie is Waar Begraven Register’ heb ik tot nog toe vier overledenen opgenomen welke de dood vonden in de nabijheid van de Westhavendam te Lemmer.

In het geval van de broertjes Harmen en Koop Urk kunt U denk ik het beste contact opnemen met de heer Marten Meester, bestuurslid van de Lemster Oudheidkamer. Ik heb begrepen dat de broertjes ter hoogte van de Lichtopstand op de Westhavendam op een ijsschots zijn gestapt en vervolgens geen kans meer zagen de wal op te kunnen. Zij zijn afgedreven en op de Zuiderzee uiteindelijk door onderkoeling gevolgd door verdrinking overleden. Koop Urk is door Urker vissers gevonden en hun Vader Wiebe Urk is met zijn Aak naar Urk gevaren om het stoffelijk overschot van zijn zoon op te halen.

Niet het mooiste verhaal, maar wel de realiteit. En ik denk dat dit verhaal een plekje verdient in Uw verzameling. Dat geld natuurlijk ook voor vader Pieter Hendrik Janse en zijn zoon Willem welke eveneens door verdrinking nabij de Westhavendam om het leven kwamen.

Er is leven ontstaan en dood gegaan sprak Wietze de Haan in zijn toespraak. En daar kan ik mij heel goed wat bij voorstellen.  

Peter van den Brandt, Lemmer


'Eintsje fan é daam’

Mijn moeder, Baukje Visser, werd op 24 juni 1911 geboren in Lemmer aan Het Leeg. In 1946 trouwde ze met mijn vader, een weduwnaar met twee kinderen uit Amsterdam en in 1947 werd mijn broer Rens geboren. Het was niet altijd makkelijk, soms botsten Amsterdamse en Friese karakters, maar toch hield het huwelijk 57 jaar stand.

Lemmer was bij ons thuis vaak het onderwerp van gesprek. Mijn moeder vertelde graag over haar jeugd en zodoende raakten wij vertrouwd met haar verhalen over de Zeedijk, Het Leeg, de Schans, de haven, het Skieppedykje, de vuurtoren en uiteraard ook 'it Eintsje fan 'e Daam'.
Door regelmatig familiebezoek konden wij kinderen de Friese taal al aardig verstaan, dat moest ook wel, want zodra er familie uit Lemmer over was, werd er thuis Fries gesproken, daar was mijn moeder strikt in.

We brachten ieder jaar onze zomervakantie door in Lemmer. De overtocht met de Jan Nieveen was niet altijd een feest, met zwaar weer werden wij zeeziek bij de Val van Urk, maar dat was gauw vergeten als we na uren varen de kustlijn van Lemmer zagen opdoemen. Kijk, daar was de schoorsteen van het stoomgemaal en de kerktoren aan de Schans, de vuurtoren... Wanneer we Lemmer dan eindelijk binnen voeren met links het huisje op het Eindje van de Dam en verderop de Lemstersluis knepen onze strotten zich samen van spanning en ontroering!

Wat hadden we heerlijke vakanties in Lemmer en wat genoten we van de toen nog onderlinge hardzeilerij tijdens de kermisweek! We hoorden het kraken, kreunen en vloeken als de bocht om 'it eintsje' moest worden genomen. De prijsuitreiking na afloop in het Nutsgebouw met het Friese Volkslied, zullen we nooit vergeten.

Hoe ouder mijn moeder werd, hoe meer ze terugverlangde naar De Lemmer. Toen het, op haar 97e jaar, geheel onverwacht zover was gekomen, werden de rode rozen op haar kist nog dezelfde dag op het familiegraf van haar ouders gelegd.

Ruim zes weken na de crematie zijn we met haar urn naar Lemmer getogen. We wandelden naar 't Eintsje fan 'e Daam. Er stond een stevige wind en we moesten elkaar vasthouden om niet van de schuinte te vallen. Het water klotste over de oude door de golven glad gepolijste basaltstenen. Voorzichtig strooiden wij de as in het water maar we konden niet voorkomen dat een klein gedeelte terug woei en tussen de keien terecht kwam. De meegebrachte bloemen en een piepklein houten Lemsteraakje vergezelden haar as in de richting van de oude haven, al gauw dreef het meters van de kant. Een werkschip naderde, de schipper begreep welke plechtigheid zich op dit uiterste puntje van de dam afspeelde. Voorzichtig stuurde hij zijn schip rondom de bloemen en het houten aakje en voor hij doorvoer blies hij drie maal respectvol met de scheepshoorn. Een mooiere thuiskomst hadden wij onze moeder niet kunnen geven...

Anneke Koehof 


Ut Eintsje fonne daam

Muins earst nei ’t Achterom ta
Moai yn ‘ e sneinse klean
Sneinsskölle, dot wie toen sa
‘ k Sjoch ut Earmenhuus noch stean

Dêrnei de frijhyd fiere
Os jonges der opút
Wot laitsje en wot kliere
We mienden ’t för gyn sprút

Dus klokslach elf oere
Nei ut Eintsje fonne daam
Gewoan wot ouwehoere
Te jong noch för un faam

Sjen nei de Greenzer monnen
Mei angels yn ‘e wear
De holle fol mei plonnen
Kweajonges en net mear

Gyn weet fon de history
Fon Lemster fiskerij
Gyn weet fon d’ âlde glory
Dot wie ollang förbij

Mar toch os wij dêr wienen
Sa sneins, un ein fon huus
Don wisten wij ynienen
Ja jir jère wij thús

Ut Eintsje bloeit ús Eintsje
’t Jout un spesjaal gefoel
För un Lemster us ’t gyn geintsje
Dy wyt wot ik bedoel

Stoffel Zandstra, De Lemmer


Het is klaar september 2018


Reactie plaatsen

Reacties

Nelleke Koehoorn
2 maanden geleden

Prachtige verhalen , zelfs 1 van mijn nicht Tineke Berkenpas..die van het uitstrooien van de urn ontroerde mij heel erg, wat een mooi gebaar! Mooie gedachten's en gedichten etc, fijn dat dit blijft bestaan hier door.

Anneke Koehof
2 maanden geleden

Ik ben trots dat mijn herinnering hier tussen mag staan. Wat een mooi initiatief van de St. Oud Lemmer om deze gedichten en verhalen te verzamelen. Het is ontroerend om te lezen hoeveel Het Eindje van de Dam voor alle Lemsters heeft betekend en nóg betekent. Over kwajongensstreken, romantiek, een stormachtige redding, geboorte, jeugd, huwelijk, werk, sterven, het komt hier allemaal voorbij en hoort zeker bij Spanvis.

Rika Snijder
2 maanden geleden

Wat geweldig deze historie en po"ezie mooi dat dit bestaan blijft. Super.

Pelle de Vries
2 maanden geleden

In de oude vuurtoren heb ik ook nog gespeeld,ook op het strand was toen nog geen camping plaatszoals nu ,we waren ook wel wat stout bij het begin van de wegnaarhet stoomgemaal was een afsluitbare balk over de weg .