Jager, Aalzen de

Aalzen de Jager, geboren op 6 november 1899 te Ureterp, overleden op 14 april 1945 te Ureterp, zoon van Jan de Jager en Wimke Buursma. Gehuwd met Aukje Dragstra.


De bekendste personen in Ureterp zijn waarschijnlijk Cornelis Tump en Aalzen De Jager. Deze twee mannen werden op de dag dat Ureterp werd bevrijd van de Duitsers gedood in een vuurgevecht. Als iedereen in Ureterp zich al opmaakt voor de bevrijding, vindt er op 14 april 1945 een gevecht plaats tussen leden van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten en de laatste terugtrekkende Duitse soldaten. De overmacht van de Duitsers is veel te groot en de NBS'ers proberen een goed heenkomen te zoeken. Ze verschuilen zich in café Gorter. Doordat er pantserfusten in het café worden geschoten, ontstaat daar een grote ravage.

Maar even later klinken er enkele zware schoten en rolt er een serie Canadese tanks de Weibuorren in. Met enkele salvo's uit hun zware wapens weten de Canadezen snel het verzet van de Duitsers te breken. Ureterp is eindelijk bevrijd en de balans kan worden opgemaakt. Bij de NBS'ers zijn 4 doden gevallen, bij de Duisters 5. Ook vindt tijdens het vuurgevecht een kind de dood, door een afgedwaalde kogel. Op woensdag 18 april worden de gevallen NBS'ers onder grote belangstelling met militaire eer begraven. Cornelius Tump en Aalzen de Jager zijn 2 van de gestorven NBS'ers. In Ureterp zijn er twee straten vernoemd "De Tumpstraat' en "De Jagerstraat".

Impressie: Vrijdag 13 april.

Appelscha bevrijd door Canadezen via brug Stokersvallaat. Wolvega bevrijd door Canadezen. Bij Oldeberkoop 10 gevangen genomen Landwachters en SS'ers zonder vorm van proces doodgeschoten door een Nederlander, met goedvinden van de Canadezen. BS bezet brug over de Linde ten zuiden van Wolvega; kort daarna passeert colonne Canadezen. BS van Ureterp neemt vier Duitsers gevangen. Canadese brenguncarriers bij Mildam. 'Paps' Vinke van BS-Heerenveen krijgt daar contact met Canadese troepen. Nachtelijk gevecht tussen Sneker BS en groep Duitse parachutisten langs straatweg naar Leeuwarden. Enkele Duitsers sneuvelen.

Duitsers blazen bij Lemmer vier bruggen op; plaats alleen nog via Noordoostpolder en Follega bereikbaar. Op vliegveld Leeuwarden laten Duitsers bunkers in de lucht vliegen en vernielen startbanen. Bouwe van Ens uit Nieuwehorne en Sijbren Sijtsma, gevangenen van de SD in Crackstate, bij Luinjeberd vermoord. Als waarnemend commissaris der koningin aangewezen mr. A.W. de Haan meldt mr. J. Algera dat hij burgemeester van Leeuwarden wordt.

In de nacht van donderdag op vrijdag 13 april besluit het grootste deel van de tweehonderd Duitsers in Garijp om verder te trekken. Zestig man blijven achter, met drie vrachtwagens en twee motoren. 's Morgens parkeren de Duitsers de voertuigen in het centrum van het dorp, waar nu de gereformeerde kerk is. Ze sluiten de straat volledig af. De militairen besluiten hun voertuigen en munitie te vernietigen. Etenswaren delen ze uit. Harmen Benedictus is van de partij. "Dominee kreeg ook een kist mee. Een van de Duitsers riep hem terug, omdat dominee nogal met de kist sjouwde". Het blijkt een kist met munitie te zijn. Deze wordt teruggevorderd, de dominee krijgt een andere, met eten. De kist met munitie wordt op de stapel gegooid.

Harmen Benedictus zit twintig meter verderop verscholen achter een ligusterhaag. Hij slaat het schouwspel gade. Vijftig jaar later zal hij zich afvragen hoe hij het in zijn hoofd kreeg om zo dichtbij te gaan zitten. De Duitsers steken het materieel en de munitie in brand. Snel volgen de explosies. "Jonge, de velgen van de motoren vlogen door de lucht, tot boven de kerktoren. Ik zie ze nog landen in de kastanjeboom van Dirk van der Meulen." Een dag later geven de Duitsers zich over aan de Canadezen. In Garijp is de oorlog voorbij.

Tymen van den Berg, de baas van de palingrokerij, keert op deze vrijdag terug in Makkum. Hij vraagt Sipke Horjus de ravage op te ruimen die de Duitsers een week eerder in het bedrijf hebben aangericht. Op de zolder vindt Horjus een kistje met koptelefoons, draden en een apparaat dat hij niet kan thuisbrengen. Hij neemt het kistje mee naar beneden. "Wat moeten we hiermee?", vraagt hij en laat het aan Tymen zien. "Dat is een zender", zegt Van den Berg. "Daar kun je Engeland mee opbellen". "Mag ik hem houden?", vraagt Sipke. Dat mag, en Sipke loopt ermee naar het huis van zijn ouders, dat pal naast de visfabriek staat.

Zijn vader wil er niet van weten. Zo'n apparaat in huis, stel je voor dat de Duitsers er achter komen.. Horjus gaat er mee terug naar Van den Berg. Misschien is het maar het beste het ding in het water te dumpen. Sipke neemt een hengel, stopt de zender in een aardappelzak en legt hem voor op de transportfiets. Hij rijdt de Brouwersstraat door, het hellinkje op naar de dijk. Daar wordt hij aangehouden door twee Duitsers, die willen weten wat hij gaat doen. Een van de twee knoopt een praatje aan. Hij houdt ook van vissen. Sipke kan doorfietsen.

Op de weg langs de dijk richting Idsegahuizum is het weer raak. Een auto stopt. Ditmaal zijn het SS'ers die Sipke staande houden. Ze laten hem een aantal namen zien. Kent hij deze personen soms? Sipke houdt zich van de domme. Een van de Duitsers wil een sigaret opsteken. Heeft de Hollander een vuurtje? Sipke geeft hem een doosje lucifers. De Duitser geeft hem ook een sigaret. Dan rijden ze verder.

Eindelijk. Ter hoogte van de derde lantaarnpaal buiten het dorp haalt Sipke het kistje van zijn bagagedrager. Hij gooit zijn hengel uit. Aas zit niet aan het haakje. Dan laat hij voorzichtig de kist te water. Het ding wil niet zinken. Sipke doet een klomp uit en zet zijn voet op het apparaat om het onder water te drukken. Een paar luchtbellen en het ding is onder water. Als hij zijn voet terugtrekt stopt er een auto achter hem. Sipke draait zich om. Het zin de Duitsers van daarnet. Een van de mannen stapt uit, loopt naar Sipke, geeft hem zijn doosje lucifers terug en een doosje waar nog twee sigaretten inzitten. Dan stapt hij weer in en de auto rijdt weg.

Site Veenstra en zijn vrouw Bet Veenstra-Adema uit Tijnje voelen zich op vrijdag, de dertiende niet meer veilig. Uit de richting Heerenveen horen ze gebulder. Hun boerderij, zo vlak bij de Warrenbrug in de weg van Tijnje naar Oldeboorn, zou bij de nadering van de Canadezen wel eens in de vuurlinie kunnen komen te liggen, zo vrezen ze. Ze hebben een zoontje van een paar jaar oud, Gerrit. De schippers Hamstra en Plantinga liggen met hun boten in de Hooivaart bij de boerderij. Een van hen zegt: "Jimme moatte meitsje dat jim fuortkomme." Ze mogen wel meevaren naar de Uilesprong.

Ruim een kilometer van het huis bij de brug kiezen de schippers, met Site en vrouw en zoon aan boord een nieuwe ligplaats bij het sluisje in de Deel. Ze liggen daar mooi verscholen in de kom, die wordt gevormd door de terugwijkende polderdijk en het sluisje. Het lijkt een veilige plaats tegen rondvliegende kogels, mocht het bij de Warrenbrug tot een treffen komen. Dat gevaar lijkt Site niet denkbeeldig.

Dat er tien mangaten vanaf de brug richting Tijnje zijn gegraven wijst er al op de Duitsers de brug willen verdedigen. In de loop van de middag gaat Veenstra terug naar zijn huis, want de koeien moeten worden gemolken en verzorgd. Omdat hij de volgende ochtend weer moet, besluit hij na het melken die nacht thuis te blijven.

De Duitse eilandcommandant kapitein-luitenant Wittko van Schiermonnikoog, ook wel 'Ico von Schiko' genoemd, is woedend als de Duitse grenswachten van Oostmahorn op het eiland aankomen. De vluchtelingen vertellen dat ze geen tijd meer hebben gehad om papieren en voorraden te vernietigen. Wittko stuurt vijftien zwaar bewapende marinesoldaten met beurtschipper IJsjes Teerdstra naar Oostmahorn om dat klusje alsnog te klaren. De mariniers zullen pas de volgende dag terugkeren. Met een sleepbootje, de veerboot Brakzand en de reddingsboot Insulinde. Reddingsbootschipper Mees Toxopeus en zijn mannen hebben in Oostmahorn de motoren van de schepen onklaar gemaakt en zijn ondergedoken.

In Ureterp gonst het 's middags van de geruchten. "De Kanadezen binne al yn Fryskepaellen." Jacog ten Berge, lid van de BS, is de bevrijders in Siegerswoude tegengekomen en heeft met hen gesproken. De Canadezen zijn op verkenningstocht en gaan daarna weer terug naar Donkerbroek. De BS van Ureterp besluit dat de tijd om in actie te komen is aangebroken. Gewapende mannen in blauwe overalls en met oranjebanden om de arm nemen hun intrek in het café van Hedzer Gorter aan de Weibuorren.

De broers Foppe en Joop Veenstra, allebei schooljongens, hebben enkele van die mannen op de Skoalleane zien lopen en ze besluiten snel naar huis te gaan. Ze gaan binnendoor, op sokken. Hun ouders, Durk en Grytsje Veenstra, zijn blij dat de kinderen thuis zijn. Het wordt menens, denken ze. Tegen vijven vinden de eerste schermutselingen plaats. Een paardenwagen passeert, waarop drie mannen en een vrouw zitten. De mannen worden herkend: landwachters. Enkele BS'ers willen de wagen aanhouden. Maar in plaats van te stoppen zet het gezelschap de sokken er in. BS-commandant Piet Lourens legt zijn geweer aan de schouder en schiet.

Foppe Veenstra ziet stofwolkjes bij de schoorsteen van de lagere school: Lourens heeft de dakpannen geraakt. Politieman Cornelis Trump , Tjitze de Roos en Gerben de Jong zetten dan op bevel van Lourens de achtervolging in. Bij het Ureterperverlaat liggen BS'ers uit Drachten in stelling. Daar worde de drie mannen en de vrouw gearresteerd, zij het niet zonder slag of stoot. Tjitze de Roos krijgt een kogel door zijn hand. Als het viertal is ingerekend komt er een vrouw aan. Het is Lies Atsma , koerierster met een grote staat van dienst in het verzet. Zij en Gerben de Jong kennen elkaar. Ze stellen vast dat de wapens van de aanwezige BS'ers te licht zijn. Maar Lies weet ergens een paar stenguns en haalt ze op.

Dan naderen enkele zwaarbewapende soldaten in Duits uniform. Ze hebben handgranaten aan hun koppel riem. De Jong en Tump overleggen kort. Tump beveelt de soldaten zich over te geven. Tot de verrassing van de BS'ers doen ze dat. Het blijken Oostenrijkers te zijn.

Andere BS'ers zijn intussen het dorp ingegaan om NSB'ers en andere collaborateurs op te halen. Uit voorzorg. Als het tot en serieus treffen komt met terugtrekkende Duitsers, zouden zij de vijand wel eens kunnen helpen, is de gedachte. Onder hen zijn 'boerenleider' Luite van der Meulen, een gevreesd man in de streek, en de NSB-burgemeester van Opsterland, Pieter Staal. De gevangenen worden bijeengebracht in de schuur achter café Gorter. Naderhand vinden de BS'ers die verzameling Duitsgezinde wel wat een risico. Al die mensen moeten ook worden bewaakt en dat verzwakt de groep.

De familie Veenstra woont vlakbij café Gorter. Foppe ziet het allemaal aan.. Hoewel het spannend is, besluiten zijn ouders 's avonds toch te blijven en af te wachten. Als het donker is geworden, gaat de familie slapen. Foppe en Joop slapen beneden, hun moeder, hun broer Oebele en het dienstmeisje Maaike de Wit boven. Vader Durk besluit niet naar bed te gaan, maar gaat koffie zetten voor de jongens van de BS.

Middernacht. In Ureterp overlegt politieman Tump met commandant Lourens. Beiden zijn niet erg gerust. Een schuur vol gevangenen collaborateurs en de Canadezen zijn er nog niet. Tump biedt aan Canadese hulp te gaan halen uit Oostellingwerf. Lourens gaat akkoord. Om twee uur die nacht gaat hij op pad samen met P. Leenes, die Frans spreekt. Want er is immers kans dat ze een Franse parachutist tegenkomen. Iemand anders gaat bij de BS in Hemrik en Wijnjeterp versterking halen.

Rond twee uur 's nachts komt in Bolsward de stroom vluchtende Duitsers weer op gang. Dan wordt het lijk van een gedode Duitse soldaat in een gestrande legerwagen gevonden. De man is ongeveer drie uur geleden het slachtoffer van een misverstand geworden. De vorige avond, tegen elven, is de Bolswarder BS onderweg gegaan om de Blauwpoortsbrug omhoog te draaien of onklaar te maken.

Met politiechef en verzetsman Arjen van der Hauw was afgesproken, dat er die avond geen politiemensen op straat zouden zijn. Toen een van de agenten zich rond middernacht toch even buiten heeft begeven, is hij op de Dijk op een gestrande Duitse legerwagen gestuit. De twee, onderofficieren van de Weermacht, hebben hem gevraagd waar zij een garage kunnen vinden. Op dat moment is een groepje BS'ers uit tegenovergestelde richting de straat in komen fietsen, waarna het tot een schietpartij is gekomen en een Duitser is getroffen. De ander heeft weten te ontkomen.

De in Sneek zetelende Ortscommandant Schneider verordonneert dat vier mannelijke bewoners van de straat waar de soldaat is gedood buiten de stad gefusilleerd moeten worden. Even later worden Jan de Koning (57), Jacobus de Koning (31), Ruurd Jorrisma (28), en de evacué Herman Hennekes (35), die bij Lambertus Zijsling onderdak heeft gevonden, van huis gehaald.

De Sneker NSB-burgemeester Schut is er getuige van. Schut en voormalig dominee, die in zijn haast om weg te komen in het Sneker gemeentehuis in de kelder van de centrale verwarming is gevallen en er danig gekreukeld weer is uitgehaald, zit in een Duits legervoertuig dat juist de Dijk passeert. Door de autoruiten ziet hij hoe de vier mannen, die niets met de schietpartij van doen hebben, door gewapende soldaten per auto de stad worden uitgevoerd.

Ter hoogte van het transformatorhuis bij Marnezijl stopt de legerwagen. Als de vier mannen zijn uitgestapt en naar het transformatorhuis worden gedirigeerd, zet Jorrisma het ineens op een lopen. Hij sprint naar de sloot, smijt zijn jas weg en springt in het koude water. De Duitsers reageren te laat en krijgen hem niet meer te pakken. De drie andere mannen worden even later neergeschoten. De volgende dag zal de Blaauwpoortsbrug toch onklaar worden gemaakt. De Duitsers blazen haar op.

Als in Bolsward de dode Duitse onderofficier wordt gevonden, is het in het noorden van Friesland aardedonker. Over de binnenweg van Brantgum naar Holwerd sluipen vier gewapende leden van de Binnenlandse Strijdkrachten. Een paar dagen daarvoor heeft de 24-jarige Klaas van Duinen de wapens van de zolder van de hervormde kerktoren gehaald. Ook dat ene graf op de begraafplaats waarin de in Aalsum gedropte munitie lag verborgen heeft zijn geheim prijs gegeven. Van Duinen:"In moai plakje, dat grêf. Ik wie de soan fan de grêfdolder. Dus foel it net op dat ik in protte op it hôf wie."

De vier mannen praten weinig. Als er wat gezegd wordt, dan gaat het over de soldaten van de Duitse kustwacht in Holwerd. De informatie luidt dat de groep naar Leeuwarden wil vluchten. Van Duinen en zijn maten versperren de weg tussen Holwerd en Blija met een oude boerenwagen. Daarna duiken ze weg in de berm en maken hun gezichten zwart. Gerrit Brouwer uit Holwerd laat zijn pakje tabak rond gaan. De blikken van de vier gaan onophoudelijk richting Holwerd.

Plotseling worden ze opgeschrikt door stemgeluid van de andere kant. "Het binne Dutsers. Dekke", waarschuwt Van Duinen. De Duitsers zien de barricade en openen het vuur. De vier Friezen vuren terug. Van Duinen: "Wy oan de iene kant fan de dyk, sy oan de oare kant. In meter of seis fan inoar ôf. Mar wy koene de mannen net sjen. Sa donker wie it." De vijf of zes Duitsers, Van Duinen weet het nu nog niet precies, zijn verrast over zoveel weerstand en slaan op de vlucht.

Een handgranaat moet hun aftocht dekken. De granaat treft Brouwer die levensgevaarlijk gewond raakt. Van Duinen: "Ik wie noch gjin meter fan de man ôf. Wie de handgranaat tusken us beiden yn fallen, dan hie ik der ek net mear west. Want Brouwer is letter ferstoarn." Van Duinen heeft aan de explosie van de handgranaat een beschadigd trommelvlies overgehouden. "It dôve ear fertelt my elke dei oer dy nacht tussen Holwert en Blija. In donkere nacht", aldus de Bantgumer. Omstreeks drie uur 's nachts zijn de Ureterpers Tump en Leenes doorgedrongen tot de streek

Haulerwijk en Haule. In het donker voor zich ontwaren ze twee naderende silhouetten. Een stem spreekt hen in het Frans aan. Tump is in zijn illegale werk gewend in het donker te zeggen dat hij van de politie is. Het heeft hem altijd geholpen. Nu niet meer. De Franse parachutist voor hem schiet onmiddellijk. Door het hoofd van Tump. Dodelijk getroffen valt de politieman neer. Zijn metgezel duikt het weiland in en zet het op een rennen naar een voor hem liggend stuk bos. Hij komt daar veilig aan en ontsnapt.

In Ureterp zelf kijken Grytsje Veentra e Maaike de Wit kort na vijven boven uit het slaapkamerraam. Ze ontwaren in het donker een wagen met paarden ervoor, die van de oostkant het dorp binnenkomt. Ook de BS'ers zien de wagen en fietsers die er achteraan komen. Piet Lourens roept de onbekenden toe te stoppen. Een geweersalvo is het antwoord. Het blijkt een troep van zo'n 45 bewapende Duitse soldaten te zijn. De BS'ers schieten terug. De Duitsers gaan in dekking achter de paarden die door het vuur van de BS zijn geraakt.

De Veenstra's verschuilen zich zodra het schieten begint in de kelder. Iedereen is bang. Door het kelderraam kunnen ze naar buiten kijken. Ze zien niet veel, maar er wordt hevig geschoten. Er vallen doden en gewonden. Vier Duitse soldaten laten het leven, de BS-leden Aalzen de Jager (45), Jan L. van der Broek (40), Jan Welfing (24) uit Hemrik en J. Visser (25) uit Drachten sneuvelen eveneens. De twintigjarige Jacobus ten Berge heeft de pech, dat zijn geweer weigert als hij de Duitsers onder vuur wil nemen.

Een Duitser krijgt hem te pakken en doodt hem met een nekschot. Dan ontploffen er Duitse granaten en worden pantservuisten afgeschoten. De BS wijkt terug voor zoveel geweld. De Veenstra's horen Duitsers het huis binnenkomen. Ze besluiten eerst zich stil te houden, maar als er van boven wordt geschreeuwd of er ook mensen zijn, antwoordt vader Hoekstra: "Ja." Foppe gaat voorop, zijn handen in de nek. De anderen volgen.

Ze lopen achter elkaar naar buiten en worden op een rij tegen de muur geplaatst. De Duitsers hebben de geweren in de aanslag. Ze beschuldigen Durk Veenstra op hen te hebben geschoten. Veenstra ontkent. Hij heeft de schijn tegen, aangezien enkele BS'ers op zijn erf vanachter stropakken lagen te schieten. Hij wordt niet geloofd. De Duitse officier besluit de Veenstra's dood te schieten.

Maar dan komt er een soldaat het erf oplopen, die zijn kameraden toeroept dat ze nieuwe paarden nodig hebben, want de Canadezen komen er aan. De man die hem nog net wilde doodschieten, stuurt Durk Veenstra er op uit om paarden te halen. Durk trekt Foppe mee, de Duitser laat hem begaan. De rest van de familie blijft achter als gijzelaar.

Op de Weibuorren zien ze de chaos. Dode paarden en gesneuvelde mannen; de gewonden kermen. De Duitser hebben de gevangenen collaborateurs bij Gorter vrijgelaten. Die zoeken samen met drie Duitsers een goed heenkomen. Durk brengt zijn zoon onder bij Antje Bron en vindt na veel moeite een paard bij Durk Nijboer. Hij legt uit wat er aan de hand is en mag het paard meenemen.

Als hij terugloopt naar Gorter naderen over de Mounleane zes Canadese gevechtswagens. De bevrijders zijn in de vroege zaterdagochtend aan hun opmars naar Dokkum begonnen, die oostelijk Friesland deze dag de bevrijding zal brengen. De Canadezen hebben het lawaai even tevoren in Ureterp gehoord en beginnen nog voor ze het dorp binnenrijden te schieten. Durk Veenstra is net bij café Gorter aangekomen. Hij laat het paard los en vlucht het weiland in. De Canadezen schieten op hem, maar zigzaggend weet hij weg te komen.

Grytsje Veenstra staat achter haar huis, met de Duitser bij zich. Hij dreigt haar dood te schieten, maar gaat er vandoor als de Canadezen verder doordringen in het dorp. Het vuurgevecht duurt circa tien minuten. Dan geven zesentwintig Duitse soldaten en vier landwachters zich over. De drie Duitse soldaten die met de bevrijde collaborateurs naar een boerderij zijn gegaan, worden ook gevangen genomen.

Korte tijd later breekt er bij het kerkhof, westelijk van het dorp, opnieuw een vuurgevecht uit. Daarbij komt een jonge Ureterper om het leven: Gerard Hempenius. De gesneuvelden worden van de weg gehaald. Dan blijkt dat niet iedereen zich even waardig heeft gedragen. Twee dagen lang zoekt de vriendin van de gesneuvelde BS'er Jan Welfing naar de verlovingsring die haar aanstaande droeg. Zonder resultaat.

In deze nacht wordt er in Crackstate, het Heerenveense gemeentehuis dat dient als hoofdkwartier van de SD, niet geslapen. De cellen zijn koud en vochtig. Een brits met strozak en legerdeken, een bak water, en een emmer als toilet. Bonny Biersma en haar celgenoten zitten stil bij elkaar.

In doodsangst voor de SD. "Ga maar veel bidden, want morgen blazen we de hele zaak op", heeft de Belgische SD'er Emil Steijlaerts hun toegesnauwd. Bidden is het enigste wat ze kunnen doen. Bonny Biersma is koerierster en is op 9 februari gearresteerd in de woning bij haar ouders in Wolvega. Met zes vrouwen heeft ze in een drie persoons cel gezeten. Twee zijn inmiddels vrijgelaten. De laatste vier proberen de moed er in te houden. Blijven hopen, elkaar troosten, vooral in de moeilijkste momenten wanneer het geschreeuw te horen is van de mannelijke gevangenen die worden gemarteld.

Maar de laatste dagen is de situatie ander. Bonny en haar celgenoten merken het aan de Belgische SD'ers, de Rexisten. Ze hebben het ook gezien. Door het piepkleine gaatje dat ze met een binnengesmokkeld schaartje in het kozijn van de cel hebben gemaakt. In het park naar Crackstate wemelt het van de Duitsers. Smerig, mager, in kapotte kleren, op oude fietsen of met boerenwagens en karren: een gehavend leger. De hele dag hebben de vrouwen gehoord hoe er beneden is gesleept met dozen en kisten. Munitie, heeft Emil Steylaerts gezegd, toen hij het avondeten bracht. "Alle munitie is in de hal gesleept. We verdedigen ons tot de laatste man en als het niet meer gaat is de laatste opdracht Crackstate de lucht in te laten vliegen." De uren verstrijken. Langzaam wordt het licht. Het is zaterdag 14 april.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.