Home » Historie-Friesland » Friese Verzetsstrijders » Abbema, Johannes van & en Jetze

Abbema, Johannes van & en Jetze

Johannes Broers van Abbema, geboren op 21 juni 1878 te Longerhouw, overleden op 6 april 1947 te Longerhouw/Schettens, zoon van van Broer Johans van Abbema en Tietje Jetses Reitsma. Gehuwd met (1) Aaltje Hijltjes Pasma (2) Grietje Gerards Knorr

Jetze Broers van Abbema, geboren op 19 december 1884 te Longerhouw, overleden op 7 maart 1944 te Witmarsum, zoon van van Broer Johans van Abbema en Tietje Jetses Reitsma. Gehuwd met Lijsbeth Johannes Osinga.

De heer J. van Abbema, veehouder te Witmarsum, kreeg een 50-tal Duitsers op zijn boerderij. Getuige was niet thuis. De vader was nog niet op. Er werd door een deur geschoten, waardoor de oude heer werd gedood. De heer van Abbema weet niet, waarom deze razzia werd gehouden.

Mei 1948: Bijzonder Gerechtshof Leeuwarden De illegaliteit in S.W.-Friesland opgerold

Vandaag: werd de zaak behandeld tegen Franciscus Hendrikus Adrianus Michon, de jeugdige S.S.'er, die in 1944, door verraad, de illegaliteit in Noord-West-Friesland deed oprollen. Als S.S.'er of lid van een afdeling der Duitse weermacht deserteerde hij, drong zich in de illegaliteit te Sexbierum, te Beetgum, te Oudega (W.), te Gaastmeer en te Bolsward enz., en deelde hetgeen hij te weten was gekomen, mede aan de S.D. te Groningen met alle gevolgen van dien.

En deze waren zeer ernstig. Vier illegale werkers werden gefusilleerd, twee anderen kwamen in kampen om en een groot aantal kwam in concentratiekampen terecht. Michon, thans 23 jaar oud, kantoorbediende te Nijmegen, was ten laste gelegd, dat hij in het tweede halfjaar van 1942-te Osnabrück vrijwillig in dienst was getreden en wel bij de Waffen S.S.;

2e. dat hij in het tweede halfjaar van 1943 en in het eerste halfjaar van 1944 te Groningen aan de S.D. de namen bekend, heeft gemaakt van een groot aantal Nederlanders, die de vijand zouden tegenwerken en wel o.m. Gerben Oswald, Gerrit Schuil, Folkert Bergsma, Lolle Rondaan, Rients Bruinsma, Jan Bruinsma, Jelle Bruinsma, Hendrik Sijtsma, Rients Westra, Klaas Westra, Wijbe Dijkstra, Philippus Bakker, Willem Noorman, G. Bertsch, Ludzer de Goede, Bauke de Jong, Jan Willems, Hilbrand Zijlstra, Sjouke Hielkema, Ruurd Abma, Siebe Haagsm'a, Johannes Attema, Gosse Hofstra, IJpe Reinsma, Johannes van Abbema, Klaas Mol en Herman Gaarman. Deze mensen werden gearresteerd zulks met gevolg, dat Oswald, Schuil, Bergsma en Rondaan werden gefusilleerd, dat R. Westra in een concentratiekamp om het leven kwam en de anderen lange tijd gevangen zijn geweest, en

3. dat hij in 1943 en 1944 in vele plaatsen de Moffen is behulpzaam geweest bij de opsporing van vele der bovengenoemde personen, door aan de Duitsers de plaatsen aan te wijzen, waar zij zich zouden bevinden en zich ook inderdaad bevonden.

De heer R. Bruinsma te Sexbierum vertelde dat hij 2 Februari 1944 verdachte als onderduiker had gekregen. Daar bleef hij tot Pasen. In Oktober keerde hij terug en kwam in contact met 'n knokploeg, waarin hij werd opgenomen. In November dook hij onder in Marssum. In de nacht van 22 op 23 November kwam de razzia te Sexbierum.

Mevrouw Bruinsma hoorde roepen: „Hier is de schuilkelder" en ogenblikkelijk dacht zij aan Michon. Wapens, munitie, en uniformen, afkomstig van een kraak, werden gevonden en in de tuin werd een trommel met papieren opgegraven, een bergplaats, welke verdachte alleen maar kende.

In 't laatst van zijn onderduiktijd vertrouwde de heer Bruinsma hem niet meer. Als oorzaak van het verraad noemde hij het feit, dat verdachte was weggezonden. De heer H. Sijtsma, tuinier te Sexbierum, kreeg dezelfde nacht bezoek, tot grote verbazing van hem was Michon er ook bij en wel in Duitse uniform. De onderduikers waren vertrokken. Getuige kon niet volharden bij zijn ontkentenis dat hij geen onderduikers had geherbergd, daar verdachte dit wist. Hij kende de mensen zelfs bij hun schuilnaam.

Des avonds kreeg de heer Sijtsma weer huiszoeking. Toen werd zijn radiotoestel gevonden. En bij het derde bezoek werd de heer Sijtsma gearresteerd en meegenomen naar het erf van de heer Bruinsma, waar beiden met anderen in een overvalwagen werden gezet. De gevangenen kwamen in Groningen terecht in het huis van bewaring, waar de heer Sijtsma tot 7 Januari 1944 gevangen bleef en waar hij verdachte in een cel en bij het luchten had gezien.

Sijtsma kwam vervolgens in Vught, Utrecht, Kleef en in een concentratiekamp terecht. Tegen betaling van ƒ 400 werd hij voorwaardelijk in Vrijheid gesteld. Daarna kwam de heer J. Bruinsma aan de beurt. Duitse en Nederlandse politiemannen vroegen naar het radiotoestel, dat gevonden werd. De heer Bruinsma zag kans weg te komen en dacht zijn heil te vinden bij zijn broer. Daar werd hij door 15 man omsingeld en ook in de overvalwagen gezet.

In Groningen was de heer Bruinsma 40 uur lang gehoord door toedoen van verdachte in een voor getuige zeer pijnlijke houding. Verdachte bracht de Duitsers op de hoogte van een en ander. Ook deze getuige had verdachte als gevangene opgemerkt. Vervolgens kwam hij te Assen terecht, waar tegen hem en 5 anderen de doodstraf werd geëist.

Getuige kreeg 15 jaar tuchthuisstraf. De anderen werden ter dood veroordeeld. Door de Amerikanen werd hij bevrijd. Hij werd verdacht van terrorisme. De raadsman, mr. de Geer, vroeg getuige over de onenigheid tussen zijn broer en verdachte. Volgens getuige kwam dit, doordat zijn broer verdachte betrapte op leugens. De heer K. Westra, koopman te Sexbierum, werd ook de vraag gesteld, waar de onderduikers verborgen waren, waarbij hij met de gummistok werd mishandeld.

In de overvalwagen hoorde hij, dat zij de gevangenneming te danken hadden aan het verraad door Michon. Ook in Groningen werd hij gevraagd naar de onderduikers. Via Vught geraakte hij in de gevangenis te Utrecht, waar hij tot 5 maanden werd veroordeeld. Mevr. A. Bruinsma te Sexbierum vertelde dat haar echtgenoot ook ter dood was veroordeeld, later veranderd in 15 jaar tuchthuisstraf. Ook hij kwam om het leven.

Dezelfde nacht hoorde de heer Ph. Bakker, landbouwer te Sexbierum, glasgerinkel. Toen hij was opgestaan en er op uit ging om te onderzoeken wat er aan de hand was, was de bende al in de kamer. Een onderduiker, een student uit Delft, werd bij een poging tot ontvluchting gearresteerd. Alles werd overhoop gehaald. Ook deze beiden werden naar Groningen overgebracht en daar verhoord door een luitenant Elzinga, die later van kant is gemaakt. Hij werd verhoord over de aanslag op de politieman v. Wijnen te Harlingen. Op 17 Maart 1944 werd hij naar Amersfoort getransporteerd, waar hij tot 3 Juni gevangen bleef. De student was de heer W. Nooman, wonende te Leeuwarden. Deze werd verdacht van de overval op het kantoor van de plaatselijke bureauhouder. Hij werd 14 Augustus 1944 te Amersfoort in vrijheid gesteld.

De heer Z. Brouwer, smid-bankwerker te Beetgum, vertelde van de aanhouding van zijn broer in de tijd, dat verdachte was ondergedoken te Marssurn. Deze was aanwezig bij het verhoor van broer Lolle, die ter dood werd gebracht. Bij mevr. Jelsma-Smits, zonder beroep, thans te Bergum, vroeger te Beetgum, was de agent Prins uit Harlingen ondergedoken. Michon, zich noemende Frans Mulder, had wel eens met Prins gesproken. Deze vertrouwde Mulder niet en had daarom een ander onderduikadres gekozen.

22 November 1943 kwamen twee overvalwagens. Toen verscheen Michon ook. Herken je mij niet meer? U had me eens te eten gevraagd, had verdachte gezegd. Jelsma werd gevangen genomen en mocht tegen f 500 boete weer naar huis. Dr. Bellmer, verblijvende in de strafgevangenis te Groningen, lid van de S. D., vertelde dat verdachte uit Amsterdam naar Groningen was gekomen. Daar wilde hij gehoord worden door een Duitse instantie. Tevoren wist men in Groningen niets van Sexbierum. Ook getuige had de tocht naar Friesland meegemaakt. Op last van Knorr, die deze verraadzaak onderzocht, was verdachte naar het huis van bewaring gebracht.

Michon vertelde, dat in Sexbierum zijn persoonsbewijs werd gewijzigd in Mulder. Hij was achtereenvolgens verder ondergedoken in Oosthem en Tjerkwerd, resp. bij de heren Abma en Galama. Vandaar was hij naar Amsterdam gegaan en had in het café Neutraal aan een Duitser verteld, wat hij wist van de illegaliteit in Friesland. Deze Duitser bracht hem naar een Duitse instantie, waar hij de mededelingen herhaalde. Daarna werd hij naar Groningen geroepen naar het Scholtenhuis, waar hij Knorr zoveel vertelde, dat de razzia te Sexbierum volgde. Voorts vertelde hij, dat Oswald en Schuil Van Wijnen hadden neergeschoten. Beide namen had hij aan Knorr genoemd. Verder had hij bekend, verteld te hebben van de overval op het kantoor van de bureauhouder, waar onderduikers waren, van de overval op 't gemeentehuis te St. Annaparochie. Hij had de woningen te Sexbierum op een tekening aangegeven. Hij was toegetreden tot een onderdeel van de Duitse weermacht.

De heer P. Wybenga, thans chef-redacteur van het Friesch Dagblad, was in het bezit gekomen van een versnipperd briefje, gevonden in een prullenmand in het Scholtenhuis, waarin de naam van de Goede werd genoemd, adjudant bij de Rijkspolitie te Groningen en werd in 1943 gearresteerd. In Groningen werd hij door Elzinga en later door Knorr gehoord. Hij werd gehoord in verband met het vervalsen van persoonsbewijzen, welke vervalsing hij ook had gedaan met het persoonsbewijs van Michon. Na een verhoor werd de heer de Goede in een gang geplaatst met de neus naar de muur. Naast hem plaatsten ze Michon, die de heer de Goede toefluisterde, dat hij tot de kogel was veroordeeld en probeerde de heer de Goede aan het praten te krijgen. Doch deze vertrouwde het zaakje niet.

De heer J. Willems, destijds wachtmeester te Oudega (W.) werd 15 December 1943 opgepakt na een huiszoeking evenals de heer S. Haagsma, dierenarts aldaar. Willems werd gehoord door Elzinga, later door Knorr. Het ging over onderduikers. Verdachte was bij een bakker te Gaastmeer ondergedoken geweest. Getuige vertrouwde hem niet vanwege zijn fantastische verhalen.

De heer Haagsma werd door Elzinga en Rauwerda gearresteerd. Wie bent u ? Kleed u maar aan!, zo werd hem slechts toegevoegd. Bij 'n huiszoeking vond men de radio. Via Gaastmeer, Bolsward en Harlingen kwam hij o.a. met de politiemannen de Goede en de Jong in Groningen terecht, waar hij ook door Elzinga werd gehoord. Hoe hij verraden was, kon hij niet verklaren. Wel werd hij telefonisch gewaarschuwd voor razzia's, welke waarschuwingen hij doorgaf.

Later werd de heer Haagsma gehoord door de S.D. in verband met de moordaanslag op Van Wijnen.

De heer G. Hofstra, veehouder Schraard was ook in aanraking geweest met Michon, die naar Galama onder Gaast werd gebracht, daarna naar Reinsma en tenslotte weer naar Bruinsma, daar verdachte een paar mensen niet vertrouwde.

6 Maart volgde een razzia te Schraard, waarbij Lammers en Sleyffer als burgers en Duitse officieren aanwezig waren. De bende zocht naar wapens, munitie en papieren. Niets werd gevonden.

Getuige werd met anderen naar Groningen vervoerd. Dezelfde ochtend werd van Abbema doodgeschoten. 9 Mei werd hij vrijgelaten met veroordeling tot f 2000 boete.

In Maart had getuige enige onderduikers geherbergd. Men wilde hem betrekken in het complot te Sexbierum.

De heer IJ. Reinsma, veehouder te Schettens, had verdachte onder de naam Mulder thuis gehad. Hij kwam van Gaastmeer. Hij vertelde fantastische verhalen. Hij had in Denemarken gespioneerd. Na 7 weken wilde hij weer naar Sexbierum, om zich aan te sluiten bij de K.P. Getuige had een radiotoestel verborgen en aan verdachte de plaats verteld. Gelukkig had hij het op een andere plaats verborgen. Want toen er om gezocht werd, ging men naar de eerste bergplaats. Verdachte wist ook, dat er nog een nieuw kostuum in de kast hing, dat verdween, evenals een hoeveelheid spek. 11 Mei werd hij vrijgelaten tegen betaling van ƒ 2000. Met hem was Anne de Haan naar Groningen gebracht, die niet was teruggekomen. Michon was met de toestand ten huize van getuige op de hoogte.

De heer J. van Abbema, veehouder te Witmarsum, kreeg een 50-tal Duitsers op zijn boerderij. Getuige was niet thuis. De vader was nog niet op. Er werd door een deur geschoten, waardoor de oude heer werd gedood. De heer van Abbema weet niet, waarom deze razzia werd gehouden.

Mevr. Gaarman-Bonte te Bolsward vertelde van een huiszoeking op 15 Dec. Haar man was op het dak gevlucht, waar men hem niet vond. Waar is uw man, want het bed is nog warm! werd haar toegevoegd.

De heer K. Mol, fotograaf te Bolsward, die niet was verschenen, werd met 6 man uit Harlingen en met anderen naar Groningen overgebracht. Het ging om een pasfoto op het valse persoonsbewijs van Michon, waarvan deze alles wist. Bij het verhoor was deze kwestie aangesneden.

Daaruit bleek, dat Michon wel eens correspondeerde met Elzinga. Van Knorr kreeg verdachte de boodschap hem te schrijven, als hem iets te binnen schoot. Dat was toch niet nodig geweest, werd hem toegevoegd.

In Groningen had verdachte enige dagen in hotel Victoria gelogeerd en daarna was hij in het huis van bewaring opgesloten. Als hij alles vertelde zou hij vrij uit gaan. Hij vertelde toen van Gaastmeer, voorts dat iemand in Heeg een wagen in de sloot had gereden. Het ging er om, om een betrekking in Duitsland te krijgen. En u moet niet zeggen, aldus de president, dat de illegaliteit je zocht. Heb je 't niet gedaan uit spijtigheid, uit gekwetste ijdelheid?

Er waren twee psychiatrische rapporten. Dr. Klein concludeert: ten dele toerekenbaar; dr. Verwey: wel toerekenbaar.

Wat is er een verschrikkelijk verraad tegenwoordig, had hij gezegd, toen hij in het Scholtenhuis naast de heer De Goede stond. Als mede lotgenoot sprak u met hem. Bij het verhoor hebt u achter sommige mensen gestaan.

U vertelde van een onderduiker te Schraard. Waarom werd u gevangen genomen? vroeg de president. Voor de schijn, om je te kunnen uitbuiten, werd er aan toegevoegd. Voorts vertelde u van 't geval in Bolsward.

In April 1944 werd u ontslagen en met f 100 naar Arnhem gezonden. Vandaar ging u naar Duitsland, waar je trouwde en weer ging scheiden, om met de Amerikanen aan te pappen.

In Duitsland werd hij opgeleid, vervolgens naar Denemarken gezonden; met verlof kwam hij toen in Nederland. Hij trad toe tot de N.S.B. toen hij in conflict kwam met zijn vader; uw moeder, aldus werd hem toegevoegd, hééft u ook niet in die richting opgevoed.

Zo wordt dan, aldus de proc.-fiscaal, vandaag het verschrikkelijk geval behandeld. Uit praatzucht, uit groot-doen, uit wraak, werd een grote groep niet-pratende mannen aangebracht. Het waren helden, die als getuigen verschenen, voor wie hij groot respect had. Deze aangelegenheid had hij aangegrepen om hun namen te noemen.

De illegaliteit in N.W.-Friesland werd opgerold, een groot aantal mannen werd verraden. Het gehele verraad heeft een bittere smaak door het oprollen der illegaliteit, die hem als deserteur uit de Duitse weermacht had opgenomen. Schuilplaatsen en wapendepots wees hij aan. Bij een inval in een woning, waar hij liefdevol werd opgenomen, werden goederen gestolen. Hij wilde de grote prijs verdienen, welke was gesteld op de hoofden der mannen, die de aanslag pleegden op van Wijnen.

Verdachte is een groot gevaar voor de maatschappij, waarin hij niet mag terugkeren. Daarom vorder ik, zeide mr. Nubé. levenslange gevangenisstraf, door te brengen in een R.W.I.

Als raadsman was hem toegevoegd mr. J. v.d. Geer te Heerenveen, om in het belang van de berechting de volle maat te geven wat kan worden aangevoerd.

Een woord van eerbiedige nagedachtenis wijdde hij allereerst aan degenen, die als slachtoffer zijn gevallen, nu de nabestaanden deze dag moesten meemaken.

Verdachte had diepe spijt over de gevolgen van hetgeen mede door hem is aangericht.

De dagvaarding valt uiteen, omdat hij in 1942 in Duitse militaire dienst trad en dus de feiten niet als Nederlander pleegde. Spr. vroeg of er geen rekening moet worden gehouden met hem, wat bij het einde van zijn loopbaan in het Duitse leger is geschied. Hij heeft zijn Nederlanderschap verloren. Spr. vroeg wel te willen overwegen wat na 1942 is geschied, hoe hij er toe is gekomen, hetgeen buitengewoon moeilijk is te beantwoorden. Spr. wijst er op dat, toen de oorlog uitbrak, verdachte 16 jaar was. Daarin valt de tijd, door hem in Duitsland doorgebracht, de tijd, toen hij lid werd van de N.S.B, en de breuk kwam met zijn vader.

Op zeer jeugdige leeftijd verkeerde hij in omstandigheden, welke weinig alledaags zijn. Hij heeft kennis gemaakt met het onderduiken. Van hem werd grote psychische daagkracht gevergd.

Bijzondere omstandigheden zijn de draagkracht van deze verdachte te boven gegaan. Hoe wordt zijn gedrag geoordeeld tegenover de illegaliteit. De heer R. Bruinsma kan in hem geen Gestapoagent zien.

't Was voor hem een kwestie van meedoen en doorslaan, bij de illegaliteit, bij de N.S.B., en bij de Amerikanen. Bij de illegaliteit heeft hij opgeschept en doorgeslagen. Hij heeft getoond, dat hij te weinig weerstandsvermogen bezat, om in de situatie een karaktervolle indruk te kunnen maken. We hebben niet genoeg gehoord, hoe hij in Groningen tot deze verhalen is gekomen. Knorr leidde het onderzoek. We zouden vollediger zijn ingelicht, wanneer Knorr en Elzinga hier verklaringen konden afleggen. Toen de strijd uitbrak tussen de illegaliteit en de bezetter, wilden de Duitsers dat verzet neerslaan en daarbij hadden ze aan verdachte een gemakkelijke prooi. Spr. wilde de medewerking van een derde psychiater inroepen opdat aan deze jongen ten volle de feiten kunnen worden toegemeten.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.