Home » Lemmer » Visserij en schepen » Lemster Skûtsje » Lemster Skûtsje (1)

Lemster Skûtsje (1)

● LC-09-07-1973-Skûtsjesilen morgen onderbroken voor begrafenis schipper.
Klaas van der Meulen (66) dood na hartaanval tijdens wedstrijd.

STAVEREN Skûtsje-schipper Klaas van der Meulen, is zaterdagmiddag tijdens het skûtsjesilen op het IJsselmeer aan een hartverlamming overleden en overboord gevallen. De dood trof de bijna 66-jarige schipper terwijl hij aan het helmhout van zijn Woudsender skûtsje zat. Volkomen onverwacht gleed de schipper voor de ogen van zijn ontstelde bemanningsleden, onder wie zich drie zoons en een schoonzoon bevonden,  van het hellende en slingerende schip in zee. Zijn 25-jarige zoon Teake sprong hem na en bleef bij zijn toen al overleden vader. Daar beiden vesten droegen bestond er geen gevaar dat zij in de golven verdwenen.

Nadat een in de buurt varend jacht enige assistentie had verleend werd het stoffelijk overschot van Klaas van der Meulen, aan boord van de reddingboot Arthur uit Hindeloopen gebracht. Het skûtsjesilen werd direct gestaakt.

In overleg met de familie Van der Meulen, heeft de Sintrale Kommisje Skûtsjesilen met de schippers en de bemanningsleden besloten het skûtsjesilen deze week door te laten gaan. Morgen wordt er niet gevaren. Dan wordt in Staveren Klaas van der Meulen begraven. Dinsdag zou ook de dag geweest zijn van het skûtsjesilen in Woudsend.

Klaas van der Meulen van het Woudsender skûtsje. De dramatische dood van deze sympathieke schipper betekent een gevoelige slag voor het skûtsjesilen.

STAVEREN.  Met skûtsje schipper Klaas van der Meulen, die zaterdagmiddag op bet IJsselmeer aan het roer van zijn tjalk en zogezegd in het harnas stierf, heeft het skûtsjesilen een gevoelig verlies geleden. Deze rondborstige Woudsender schipper, was immers niet slechts een van de oudste en getrouwste deelnemers hij was vooral een bijzonder sympathieke persoonlijkheid, naar wiens woord altijd geluisterd werd. Hoe emotioneel hij soms kon zijn, Klaas van der Meulen had zeker gezag niet alleen bij de eigen bemanningsleden maar bij iedereen in het skûtsjeslegioen. Vast staat ook dat hij het skûtsjesilen een grote liefde toedroeg. Men zou kunnen zeggen dat de jaarlijkse wedstrijdenreeks met de stoere tjalken voor hem een hartstocht was, een hartstocht die zijn einde mogelijk heeft bespoedigd.

Klaas van der Meulen was nog een schipper, van zoals men dat noemt de oude stempel. Hij werd op 20 juli 1907 te Workum geboren en moest reeds als knechtje mee op het schip van zijn vader toen hij pas zeven was. In Hylke Speerstra’s boek Heil om Seil vertelt hij "Wy leine leech yn ’t Heidenskip en moasten dy moarns wer in nije fracht modder üt de Harnzer terp hel je. De wyn helle oan út it noardeasten. Heit pakte my by ’t skouder, krige de swurdlopers en boun my fêst, "Ik moat dy langer brûke as hjoed zei er, "dou sûst net forsûpe". "Doe sette er de swurdlopers deeglik oan ’e bolder fêst en sei: "Stjûre" Ik sjoch him noch op ien knibbel foar de mest sitten- Hij stjûrde my mei syn eagen. Op ’e Thomashoeke by de Kruspólle helle er my nei f oaren boun my in Stik tou oan ’e poat en sei dat ik nou de fok mar ris oanskuorre moast. Ik wie sawn jier en fielde my in keardel".

Vier keer kampioen.

Toen hij veertien was stond hij al enige keren in een wedstrijd aan het roer van een skûtsje. Een jaar later voer hij een vol seizoen mee als wedstrijdschipper. Zijn eerste kampioenschap won hij vlak na de oorlog in de zomer van 1946 op de Langweerder Wielen. Die zege behaalde hij na een formidabele loefpartij met Ulbe Zwaga uit Langweer. Sommige Langweerders meenden dat hun favoriet recht op de titel had. Klaas van der Meulen liet zich door hun dreigende houding niet uit het veld slaan. Hij sneed voor de prijsuitreiking een gat in zijn broekzak en stak daar een dikke gummislang in, die hij in zijn broekspijp liet bungelen. Met zijn beide handen in de zakken en met in de ene hand die gummi stok, stapte hij bedaard de zaal binnen waar hij de kampioensprijs kreeg.

Verder werd Klaas van der Meulen, kampioen in 1947 in 1951 en in 1954. Hij zeilde onder meer op de tjalk van zijn schoonvader Teake Salverda en de skûtsjes van de commissies van de Zuidwesthoek Lemmer en Sneek. Een jaar of zes geleden kwam hij weer op zijn eigen schip het Woudsender skûtsje, dat de naam van zijn vader Keimpe van der Meulen kreeg. Daarmee ging een grote wens van Klaas van der Meulen in vervulling. Een schipper moet baas zijn op zijn schip, zo was steeds zijn standpunt. Dat standpunt heeft hem vroeger wel eens in moeilijkheden gebracht met de commissies.

Strijd en armoede.

Maar Klaas van der Meulen kon nu eenmaal geen andere houding aannemen. Het leven had hem zo gemaakt. Hij leed vroeger veel armoede en moest een voortdurende strijd leveren om het bestaan. Die strijd en rivaliteit maakte van hem een voortreffelijk schipper. Toen er na de oorlog ook voor Klaas van der Meulen een zekere welvaart kwam, begon hij ook de betrekkelijkheid van veel dingen te zien. Je moest je niet zo gauw druk maken over allerlei kleinigheden bij het skûtsjesilen, die vergeleken bij die strijd van vroeger nauwelijks betekenis hadden. Die instelling maakte van hem ook een gemoedelijke en sportieve schipper die in het gehele skûtsjeslegioen alle achting had.

Klaas van der Meulen was emotioneel met de vroegere schipperij verbonden en had zoals gezegd een hartstocht voor het skûtsjesilen. De laatste jaren had hij reeds hartklachten maar dat weerhield hem er ondanks waarschuwingen niet van om toch weer aan het roer van zijn geliefde schip te gaan staan. Tegen goede vrienden moet hij wel eens gezegd hebben "Ik hoop op mijn schip te sterven" Welnu die hoop is dan zaterdag in vervulling gegaan. Maar daarmee is wel een akelig lege plaats ontstaan in de gelederen van de echte oude skûtsjesschippers.

Klaas van der Meulen.


● 06-08-1981. Snelle race van Sietse Hobma.

Juist op tijd kwam er wind op het IJsselmeer bij de negende wedstrijd skûtsjesilen in Lemmer. De vele toeschouwers konden daardoor genieten van een boeiende wedstrijd. Een voortreffelijke start hadden Piet de Vreeze en Sietse Hobma.

Geweldig liep het Jouwster skûtsje en wist een aanval van Keimpe van der Meulen af te slaan. Sietse Hobma de glorieuze winnaar van deze wedstrijd wist direct na de start de eerste plaats te pakken en stond deze niet meer af.vIn de middenmoot had een fraaie strijd plaats tussen Lodewijk Meeter, Tjitte Brouwer en Rienk Zwaga. Door de wisselende wind kwamen veelvuldige wisselingen in de posities voor

De uitslag:

1. Sietse Hobma, Lemmer.

2. Piet de Vreeze, Joure.

3. Keimpe van der Meulen, Woudsend.

4. Joop Mink, Grouw.

5. Rienk Zwaga, Langweer.

6. Lodewijk Meeter, Huizum.

7. Tjitte Brouwer, Heerenveen.

8. Jan van Akker, Sneek.

9. Siete Meeter, Bolsward.

10. Albert van Akker, Leeuwarden.

11 Meindert de Groot, Zuidwesthoek.

12 Jeen Zwaga, Eernewoude.

13. Hattum Hoekstra, Drachten.

14. Chris Brouwer, Drachten.

De kop van het klassement met aftrek van de slechtste wedstrijd ziet er als volgt uit:1. Tjitte Brouwer. 18.8: 2. Jan van Akker 27.9: 3. Rienk Zwaga 28: 4. Lodewijk Meeter 30.8: en 5. Sietse Hobma 37.9.

De eerste skûtsjeschipper die koninklijk onderscheiden werd, is Sietse Hobma van Lemmer. Hier samen te zien met zijn vrouw Akke.

LC. 19-10-1992. Sietse Hobma (1911-1992)

Sietse Hobma.


● LC-24-07-1979. Jelle Reijenga.

Het skûtsjesilen bij Lemmer is zelfs in Amerika bekend geworden. Het weekblad  Time drukte een advertentie af over een hele pagina van de KLM met een meer dan halve pagina grote kleurenfoto van de strijd bij Lemmer. The trilling races zo wordt in een verklarend onderschrift uitgelegd en dat is iets wat er op aan komt.

Lemmer is in The Thrilling races behalve door het eigen skûtsje ook door het startschip van de plaatselijke watersportvereniging vertegenwoordigd. Siebe Kuipers, Siebe Kooistra en Jan Warringa bemannen dat schip, hun skûtsjedag begint vroeg.

Een uur of zes-half zeven staan ze op om om acht uur op de plaats van bestemming te zijn. Daar worden dan de boeien uitgelegd die het wedstrijdwater markeren. Dan volgt de start en de wedstrijd en na afloop worden die boeien - vaak minder dan uitgelegd zijn - weer opgehaald.
Soms zijn de Lemsters ’s avonds voor tienen niet thuis. Sommige commissies kennen hun omstandigheden en komen deze vrijwilligers in nature wat tegemoet. "Mar der binne ek guon by, dan sit der gjin kopke kofje oan. Bist nei fjirtjin dagen deawurg, mar lykwols wy dogge it mei plesier"

Tel bij dit alles dat het skûtsjesilen in Lemmer een sfeer heeft die nauwelijks door andere plaatsen wordt geëvenaard, dan kan het niet anders - zou men zo zeggen - of Lemmer staat pal achter het eigen skûtsje.

Nou kennelijk kan het toch anders Op het Lemster skûtsje varen maar twee Lemsters Marten Coehoorn en Jelle Reijenga. Marten is stukadoor en Jelle timmerman. Een groot deel van hun vakantie gaat op met skûtsjesilen maar daarover straks meer.

Waarom niet meer Lemsters op dat skûtsje? Jelle "Se steane der op ’e Lemmer net om to springen, oars hienen der wol mear west. Der ha wolris mear west, mar ja der binne nou ienris lju dy’t der om de frou óf- gean en dat kin ik etc wol hwat bigripe. Us kommisie bistiet feitliken mar ût ien man Sjaak Cramer. Hy giet wolris mei as passagier. Hy sit by de gemeente en bigjint dan moarns al om healwei sawnen om in kear mei to kinnen". "Mei it opknappen is it krekt sa. Moatst it efter de helsdoarren weihelje". Sjaak Cramer: "Mar wy ha in skipper dy’t der in soad oan docht. Hy leit al tsien wiken fantofoaren mei syn eigen skip op ’e Lemmer. Dér nim ik myn pet foar ôf".

Jelle en Marten vullen aan dat de naam van Pieter Wouda, in dit verband ook genoemd moet worden. Hoe deelt een bouwvakker zijn vakantie in als hij bemanningslid is. Marten Coehoorn: "Wy ha trije wiken fakânsie, twa derfan geane nei it skûtsjesilen. Yn it forline giene wy dy oare wike altiten nei it bûtenlan. Dat wie dan sneintomiddeis nei Skiphol, en dan nei Itaelje. We ha nou in lytse jonge krigen en nou ken dat net mear. Ik  tink wol dat dat skûtsjesilen by oaren swierrichheden jowt. By my net Myn frou giet faek mei to sjen. Wy ha it der wol foar oer, oars die ’k it ek net".

Jelle Reijenga: "Wy ha in goede frou sa moatst it bisjen. Fjirtjin dagen dat is foar de measten in hiele opoffering. Doe’t wy net langer as fjirtjin dagen fakânsie hienen, sylden wyek al`

Het feit dat Grouw met averij de strijd bij Staveren, voortijdig moest staken, kwam Johannes Mink (16' zoon van schipper Joop Mink, niet eens zo slecht uit. Hij vaart mee in de roef van het skûtsje, maar werd erg zeeziek `Ja ik moast spuije. As wy trochfard hienen, hie de amer fol west".

Links Jelle Reijenga en rechts Marten Coehoorn.

● LC-28-07-1986: Triomfator Jelle Reijenga  "Dit is ûnmooglik" Groots onthaal Lemster skûtsje.

LEMMER - Triomfator Jelle Reijenga (35 en zijn bemanning van het Lemster skûtsje zijn afgelopen zaterdagmiddag op onvergetelijke wijze thuis in Lemmer ontvangen. De gracht door het dorp was omzoomd door een kraag van duizenden uitbundige toeschouwers. Evenals langs de kaden viel de kampioen Skûtsjesilen 1986 ook in het GIB-gebouw aan de Vuurtorenweg in Lemmer niets dan applaus muziek, vreugde en loftuitingen ten deel. Het feest was de huldiging van een winnaar van de Elfstedentocht waardig.

Wat een dag Wat een geweldige dag. Wat een feest. Wat een geweldig feest. Waar of niet waar" riep burgemeester, Geert Eijgelaar de joelende menigte in het GIB-gebouw toe. Woorden schieten te kort. Er moet worden gezongen en gedanst en gehost. Die opmerking bleek niet aan dovemansoren gericht.

Een vrouw uit het publiek griste even later de microfoon onder de neus van Eijgelaar vandaan en zette in met: "De strijd is gestreden" waarna het publiek uit volle borst met haar mee zong "al op de volle zee. De punten zijn binnen. De Lemmer is oké. Ze staan aan de top. Daar is niets meer aan te doen. Maar ze wilden nog hoger, want de Lemmer is kampioen".

Na de herhaling van dit lied roemde Eijgelaar, Jelle Reijenga en zijn bemanning nogmaals. De overwinning noemde hij 'promotie van het beste soort voor Lemmer'. Uit dank daarvoor kregen de schipper en zijn manschappen een tegeltableau van het oude gemeentehuis van Lemsterland.

Reijenga draaide wat verlegen met het geschenk rond het spreekgestoelte, toen twee politiemannen Piet Sandman en Robert Wopperkamp, hem op de schouders tilden en hem daar zij het met moeite, op droegen. Het publiek reageerde uitzinnig van enthousiasme.

In het feestgedruis zag ’Reade Sake’ Visser (72 uit Heerenveen zijn kans schoon de microfoon te bemachtigen. Sake afkomstig uit Lemmer kon zijn tranen amper bedwingen toen hij de feestgangers luidkeels toevertrouwde " Mijn hart is elke dag en nacht bij Lemmer. Ik leef met jullie mee".

Daarop verhaalde hij de menigte van een weddenschap met ’Bram Teut' de Jong uit Lemmer. Op het toilet van hotel 'De Wildeman' in Lemmer, zou De Jong de allerduurste fiets aan Sake hebben beloofd, wanneer het Lemster skûtsje, kampioen zou worden. De Jong hield zijn woord en samen kochten ze afgelopen zaterdag een ’Koga Myata Giant’- racefiets ter waarde van ongeveer f 1500,-

Om het publiek ervan te overtuigen dat hij dit verhaal niet zomaar uit zijn mouw schudde werd de fiets naar voren gehaald, Sake ging op het zadel zitten terwijl de honderden toeschouwers hem toezongen ’Sake in de Tour de France’

Het Lemster skûtsje maakte een ware zegetocht, door de grachten van de thuishaven. Aan dek de volledige bemanning met schipper Jelle Reijenga, (omkranst) aan het roer.

Het skûtsjesilen bij Lemmer wordt omgeven door een aparte kermisachtige sfeer. Café de Wildeman, bruist van gezelligheid.

Jelle Reijenga is met twee kampioenstitels de meest succesvolle schipper van het Lemster skûtsje ooit.


● LC-06-08-1998: Lemster Peke Ritsma, wint op eigen water.

"NO HJIR" Met een harde klap plaatst Lemsterlands burgemeester Jo Bosma, een fles gedistilleerd op de lange tafel in het volgschip. "Dy meitsje wy fuort burgemeester",merkt schipper Peke Ritsma snedig op. Gebak, zang, de Lemster lui hebben een feestje te vieren. Winnen in eigen huis met een invaller-schipper nog wel.

Het Lemster skûtsje is in de IJsselmeerbaai altijd op zijn best. Net of het de eigen stal ruikt. Ritsma gaf het schip vanaf het begin de sporen. Hij maakte een droomstart door eerst langs de dijk te scheuren en vervolgens over stuurboord voor het hele veld langs te gaan.

Schipper Peke Ritsma (zoon van Rintje Ritsma Sr.) van het skûtsje van Lemmer, kan zich geen mooier debuut wensen. Voor eigen publiek kwam hij als eerste over de finish.

PEKE RITSMA kan met opgeheven hoofd het Lemster skûtsje verlaten. Een vijfde plaats in het eindklassement het skûtsje drijft nog, iedereen aan boord is heel gebleven én er werd woensdag voor eigen publiek een dagoverwinning-om-nooit-weer-te-vergeten behaald. Gisteren sloeg hij op eigen water opnieuw toe, nu pakte Ritsma bij Lemmer een verdienstelijke tweede plaats.

Gisteren zongen Ritsma c.s. toch maar een klein toontje lager. Om een herhaling van het schippersavontuur, zit de 56-jarige invaller-stuurman overigens niet te springen. Op het vertrouwde startschip 'De Zevenwolden' voelt hij zich toch het beste thuis.

"It wie in aardich ûtstapke", glimlacht Ritsma. Hij kan zich als de dag van gisteren herinneren dat hij dik drie weken geleden, daar nog heel anders tegenaan keek  "Eins skrok ik my de bulten, doe’t de kommisje my frege. Wa hie dit no ek ferwachte? Ik alteast net!".

Wat was er loos, Jelle Reijenga stapte enkele maanden geleden onverwacht als schipper van het Lemster Skûtsje op. Het verantwoordelijke stichtingsbestuur, waarvan ook Ritsma deel uitmaakt.. stelde bemanningslid Ale Zwerver in zijn plaats aan.

Totdat vorige maand - een slag bij heldere hemel - het hoofdbestuur van de Sintrale Kommisje Skûtsjesilen, liet weten dat Zwerver niet kon worden geaccepteerd, omdat hij met zijn eigen schip vanaf morgen ook aan de Iepen Fryske Kampioenskippen Skûtsjesilen, deelneemt. De Lemster had zich daarvoor al eerder opgegeven en wilde zijn bemanning niet meer teleurstellen. Voor beide clubs zeilen staat de SKS echter niet toe.

"Doe’t dy meidieling kaam seagen de oare kommisjeleden fuort my oan. Wat moast ik? Ik koe slim ’nee’ sizze, want dan hie it skûtsje dizze twa wiken foar de wal lein. Sa lei it. Ik ha wol in dei betinktiid frege, mar eins hie it gjin sin want ik koe gewoanwei net wegerje".

Ritsma deelt het oordeel van zijn commissie, dat de schipper van het skûtsje een Lemster moet zijn. Over de SKS-regel dat een skûtsjeschipper uit een oud ’skipperslaach’ dient te komen heeft hij meer twijfels.

Het moet niet te geforceerd worden. Een keus uitsluitend op basis van een naam, vindt hij twijfelachtig. Een garantie voor kundig zeilen is het in elk geval niet (meer)
Ritsma prijst de bemanningsleden voor de wijze waarop ze hem deze wedstrijdreeks hebben gesteund "Foarôf hie ik de mannen ek frege oft se my wol ha woenen. Foar my wie dat ek in absolute betingst. As ek mar ien twifels hawwe soe hie ik it net dien. Mar alle hulde".

De waardering gaat met name uit naar zijn trouwe bondgenoot en adviseur Zwerver, die officieel en SKS goedgekeurd per 1 september als vaste schipper aantreedt.
Een enkel keertje bood Zwerver Ritsma, een helpend helmhouthandje. "Fral it oansnijen is in kwestje fan erfaring. Dy mis ik gewoan. Ale hat my hjiryn treflik sûfleard".

Het was ook een hele poos geleden dat Peke Ritsma, op een skûtsje had gevaren. In 1958 kwam hij aan boord van ’De Lemmer’ onder het schipperschap van zijn vader Rintje (de pake van de befaamde schaatscrack) In 1968 stapte de hele ploeg boos op na onenigheid met de eigen commissie Twee jaar daarvoor hadden de mannen de SKS-titel nog gewonnen. Peke Ritsma kon toen van het skûtsje meteen doorlopen naar De Zevenwolden, de kotter van de gelijknamige Lemster zeilvereniging die intussen niet meer bij de SKS silerij is weg te denken.

Ritsma kan na vandaag dezelfde route nemen. Terug naar het klassieke startschip terug naar zijn vaste en ’noflike’ bootsmaten Jilling Kingma en Dick Brunt. "Op it startskip binne wy mei wedstryddagen, langer yn it spier as de jonges op in skûtsje. Dochs is it in stik ûntspannener. Dat skûtsjesilen falt dy noch net mei. Ik ha alle bewûndering foar dy mannen. It is bannich genôch. Lykwols hie ik dit kampioenskip net misse wollen. Dat kin ik achterôf ek maklik sizze. Sa’n woansdeijûn ek. Wy kamen thûs, de kiel in bytsje smard nei in pear oeren ferskessjongen. En dan hat de hiele strjitte de flage ût. Dat die my wol wat. Soks ferjit ik net gau wer"....

Door Willem Altena.

Schipper Peke Ritsma bleven Jan Dirk en Alco Reijenga bij de bemanning


Lemster skûtsjesschipper, Ale Zwerver.

LEMMER - Drie zeildagen zitten er inmiddels op en de sfeer aan boord van het Lemster skûtsje is uitstekend, zo melden de mannen die onder leiding van schipper Ale Zwerver de Lemster eer verdedigen. Met een tweede plaats in Grou is het spits glorieus en hoopgevend afgebeten. De mannen zijn erop gebrand om te winnen. Ze hebben zich de afgelopen winter terdege voorbereid. Allemaal varen ze mee in de vloot en zo mogelijk met het hele gezin op eigen schepen. Trefpunt tijdens de veertien dagen van de SKS is en blijft de klipper Aljo van Ale en Eke Zwerver, waar het voor, na en tijdens de wedstrijden altijd heel gezellig is.

De bemanning stelt zich voor:

Ale Zwerver.

Ale Zwerver (65) kwam in 1982 als bemanningslid aan boord. De binnenvaartschipper in hart en nieren stamt uit een Frysk geslacht van skûtsjesschippers. Lemmer en de Lemster bevolking hebben hem altijd na aan het hart gelegen. De kinderen van Ale en Eke groeiden op in het dorp aan het IJsselmeer. Ze woonden in het schippersinternaat waarvoor Ale zich in die dagen als bestuurslid inzette. Als het moest sprong hij zelfs in Den Haag voor het Lemster internaat op de bres. Hiermee wordt eens te meer duidelijk hoe onze Lemster skûtsje schipper echt in elkaar zit. Het is een man van weinig woorden, maar als het moet dan is hij er.

Van de 25 jaar dat Ale aan boord is van het skûtsje van de Lemmer is hij 8 jaar schipper. In die acht jaar behaalde hij met zijn bemanning een maal een vijfde, tweemaal een achtste, een maal een elfde en liefst vier maal een tweede plaats. Niet alleen tijdens de wedstrijden, maar ook waar het gaat om onderhoud van de ’trots van Lemmer’ zijn het Ale en zijn mensen die heel wat vrije uurtjes in touw zijn. Het is dan ook niet voor niets dat schipper, bemanning en bestuur een nauwe en uitstekende band met elkaar hebben.

Sjoerd van der Wal.

Sjoerd van der Wal (54) uit Oudehorne vaart sinds 2002 actief mee op het skûtsje waar hij sinds de jaren ’80 al een zwak voor heeft. De maritiem monteur is aan boord van het Lemster skûtsje zwaardenman.

Cor Schotanus.

Cor Schotanus (37) uit Lemmer werkt in het dagelijks leven bij de algemene dienst van de gemeente Lemsterland, maar deze weken is hij bemanningslid van het Lemster skûtsje. In 1993 kwam hij aan boord als schotenman, nu is hij zwaardenman en springt indien nodig bij aan de schoot. Misschien viert hij aanstaande zaterdag met zijn maten aan boord van het Lemster skûtsje wel een dubbel feestje: zijn verjaardag en een overwinning.

Jacob Zwerver.

Jacob Zwerver (39) uit Akkrum groeide net als zijn jongere broer Jan op in Lemmer waar zij in het internaat voor schipperskinderen woonden. Jacob kwam 25 jaar geleden tegelijk met zijn vader Ale aan boord van het Lemster skûtsje. Daarvoor zeilden hij en zijn broer Jan onder andere met hun vader op het eigen skûtsje de Elisabeth Z (in de IFKS). Jacob onderbrak zijn Lemster skûtsje periode door twee seizoenen als invaller mee te zeilen op Langweer. Aan boord van het Lemster skûtsje is hij fokkenist.

Jan Zwerver.

Jan Zwerver uit Lemmer is van beroep schipper en aan boord van het Lemster skûtsje is hij schotenman. Hij is bemanningslid sinds 1998 en is altijd in de buurt van zijn vader op het achterdek te vinden.

Jan Apperloo.

Lierenman Jan Apperloo (48) uit Lemmer is van beroep projectbegeleider bij scheepswerf Balk op Urk. Hij is al fan van het Lemster skûtsje sinds de jaren ’80, maar stapte pas aan boord in 2004 op uitnodiging van Ale Zwerver. Daarvoor zeilde hij tien jaar lang als bemanningslid op het skûtsje van Langweer: één jaar onder schipper Hoekstra en negen jaar met schipper Tjitte Brouwer.

Jan Tjitte Brouwer.

Jan Tjitte Brouwer (29) uit Lemmer is sinds 2000 bemanningslid op het Lemster skûtsje. De nieuwbouwmonteur van riool- en oppervlaktegemalen is deze weken voorhouder bij de fok. In de jaren ’90 maakte hij onder zijn vader Tjitte Brouwer deel uit van de bemanning van het skûtsje van Langweer. Jan Tjitte gaat ervoor: ,,Ik hoop dat we dit seizoen, voor al in het begin, beter presteren dan vorig jaar. Dan zal het eindresultaat ook veel beter zijn.

Johan Postma.

Johan Postma (47) uit Lemmer omschrijft zijn beroep als ,,produceren en verkopen van impuls ijsjes voor de hele retail in Europa’’, maar deze twee weken is hij voordekker aan boord van het Lemster skûtsje. Hij is bemanningslid sinds 2005 en streeft ernaar om minstens één keer kampioen te worden met het Lemster skûtsje.

Lieuwe Bergstra.

Lieuwe Bergstra (48) uit Lemmer weet nog precies hoe zijn liefde voor het Lemster skûtsje ontlook. ,,In 1965 zaten we samen met onze ouders op het Lemster strand naar het skûtsjesilen te kijken. Lemmer had de L van Lieuwe in het zeil en mijn broertje heet net als de schipper van toen Rintje. Daarom ben ik al op 7-jarige leeftijd fan van het Lemster skûtsje geworden. We woonden toen nog op Tjerkgaast. Toen ik 14 was verhuisde ons gezin van Tjerkgaast naar Lemmer en vanaf die tijd is de ‘liefde’ voor het Lemster skûtsje alleen maar gegroeid’’.

De beleidsmedewerker kunst en cultuur is bemanningslid van het Lemster skûtsje sinds 2006 en doet aan boord dienst als zwaardenman. Hij maakte voor hij bemanningslid werd jarenlang deel uit van het bestuur van het Lemster Skûtsje. Omdat het beleid van het bestuur is dat leden niet tot de bemanning toe kunnen treden maakte Lieuwe de keuze. Hij vormt samen met Ale Zwerver, Jan Apperloo, Siene de Vries, Sjoerd van der Wal en Hendrik Hak de technische commissie, eerst vanuit het bestuur en nu vanuit de bemanning.

Piet Kortstra.

Piet Kortstra (48) uit Lemmer is al fan van het Lemster skûtsje sinds zijn jeugd en trad in 1996 aan als bemanningslid. Aan boord van het skûtsje is hij lierenman en na de wedstrijden heeft hij nog de speciale taak om de wedstrijdverslagen te schrijven voor de website www.lemsterskutsje.nl. Kortstra is van beroep ongevallenanalist bij de politie.

Siene de Vries.

Siene de Vries (47) uit Lemmer is volgens eigen zeggen al ,,fan van het Lemster skûtsje sinds mensenheugenis’’. In het dagelijks leven is hij bedrijfsleider, maar sinds hij in 2000 aan boord van het Lemster skûtsje stapte was hij eerste zwaardenman. Sinds dit jaar fungeert hij als derde man bij de zeilschoot en hij houdt het wedstrijdveld in de gaten.

De Vries voegt toe: ,,Naast het Lemster skûtsje zeil ik ook nog elke donderdagavond samen met Lieuwe in een open zeilboot (Sailhorse) in de clubwedstrijden van de Zevenwolden. Daarnaast ben ik nog te vinden op de driemast schoener de Eendracht als kwartiermeester en sinds kort als stuurman na het behalen van de daarvoor noodzakelijke diploma\'s aan de Enkhuizer Zeevaartschool.

Simon Apperloo.

Simon Apperloo (zoon van Jan Apperloo) uit Lemmer is met zijn 20 jaar de telg aan boord. De kraanmachinist van beroep stapte in 2004 aan boord van het Lemster skûtsje als peiler. Daarvoor voer hij onder wijlen Jitze Grondsma op de Halve Maen. 

Ale Zwerver.


● LC- 15 december 2008: LEMMER - Binnenvaartschipper Johannes Meeter (37) wordt de nieuwe SKS-schipper van het Lemster skûtsje. De Lemster is daarmee de opvolger van Ale Zwerver (66), die in september aankondigde te stoppen. Meeter is nu adviseur op het skûtsje van Bolsward. Hij is de zoon van Hidzer Meeter, oud-schipper van Earnewâld. Lodewijk Meeter is de pake van Johannes.

23-22.jpg

Foto Zuid-Friesland-H. Hak. Het Lemster skûtsje gaat hier als eerste door de finish.


TOP