Home » Lemmer » Scholen te Lemmer » Christelijk onderwijs |1| » Christelijk onderwijs |5|

Christelijk onderwijs |5|

Schoolzaken.
Meester Funcke, pleit nog altijd voor een geregeld hand-werkonderwijs. Tot 1906 voeren een aantal dames dit nog steeds vrijwillig uit. Als de onderwijzer Bergsma, in dat jaar vertrekt, acht meester Funcke, de tijd rijp om een onderwijzeres aan te stellen met een akte voor handwerken. Juffrouw Kruif, krijgt de aanstelling tegen hetzelfde salaris als haar mannelijke kollega's, wat uitzonderlijk te noemen is voor die tijd. Zij pakt het gelijk goed aan en slaat een behoorlijke voorraad handwerkmateriaal in.

Voor f 60,- kun je in die tijd veel krijgen. Voor één el linnen betaalt men b.v. f 0,55 en een el katoen kost f 0,45. Dat het voornamelijk de nuttige handwerken betreft kan men wel opmaken uit het verdere materiaal dat zij aanschaft: breikatoen, ongebleekt katoen, stopnaalden en andere garens (voor sokken breien?).

De voorraad handwerkmateriaal wordt regelmatig door juffrouw Kruif aangevuld.

Ten opzichte van het lesmateriaal zijn de prijzen ook niet meer te vergelijken, waarbij genoteerd dient te worden dat men dit materiaal niet meer kan vergelijken met het huidige. Een schoolboekje voor aardrijkskunde 'De wereld door', kost b.v. f 0,17 per stuk en een lei heb je al voor 60 cent Behalve de lei gebruikt men ook schriften, waarin met kroontjespen en inkt geschreven wordt.

Meester Anske Boschker, heeft wel een heel eigen methode om de kinderen zijn afkeuring omtrent het geschrevene te laten merken: als er niet netjes genoeg op de lei geschreven wordt spuugt hij erop en laat de kinderen de lei met hun eigen handen schoonmaken .... In 1907 gaat men over van petroleum- op gaslicht.

Financieel komt het niet goed uit maar Van Putten, die de gasleiding en de lampen aanlegt wil het schoolbestuur wel zo lang krediet geven. De gaslampen voldoen prima! Als de jaarlijkse bazar is geweest kan Van Putten, zijn geld krijgen en blijft er nog voldoende geld over om nieuwe 'privaten' te bouwen. De inspektie van gezondheid heeft al een aantal jaren aangedrongen op verbetering, want de hygiëne in deze afdeling is niet om over te roemen.

De eisen aan de lokaal- en verdere schoolinrichting zijn in de loop der jaren verscherpt Als in 1909 het maximum aantal leerlingen veris overschreden moet er een 5e lokaal bij en wordt het aantal leerkrachten vergroot. De school is alweer te klein, maar kans op verbetering is er op dat moment nog niet.

Cursiefje.

Van de in 1986 op 87-jarige leeftijd overleden Poppe W. Kok, zijn een aantal opstelschriften bewaard gebleven. Hij maakte deze opstellen op 11-jarige leeftijd. Titels als 'Zwartkop', 'De ijverige student' en 'De reis naar Batavia' zijn op een goed bedachte wijze uitgewerkt Eén van de leukste verhaaltjes 'Een winkelier en een schilder': Een winkelier, verwaand in alle zaken, liet een schilder bij zich komen om een uithangbord te maken. De schilder vroeg: „Hoe wilt gij het hebben"? De winkelier sprak „zus en zo, maar bovenal een beer, gelegen aan een paal en aan een touw gebonden". De schilder sprak „Dat is niet goed, mijnheer, de beer moet niet aan een touw maar aan een ketting worden vastgeklonken". „Hoe Bloed, wilt gij mij leeren? Ik wil geen ketting, maar een touw is mijn begeeren. En wilt gij het niet doen, zoo laat ik een ander komen". „Ik zal het doen", sprak den schilder„ naar uw behagen, maar wat er ook van komt gij zult den spot verdragen".

Om zijn doel te bereiken deed de schilder den beer met waterverf en het touw met olieverf. Hij bracht het bord tehuis; men roemde het naar waardij. Men hing het op en de winkelier was blij. Maar des nachts, wie zou dat kunnen denken, kwam er een onweersbui, vergezeld van een hevigen regen, waartegen de beer niet was bestand. Zodra het daglicht werd vernomen, ging men naar buiten om te zien. Alles was in orde, alleen de beer was verdwenen. De schilder wordt geroepen, men toont de zaak hem aan. „Ja", zegt de schilder„ hadt gij mijn zin gedaan, dan zou de beer nog op het bord staan pronken. Nu is het touw door hem losgerukt en hij is er vandoor gegaan. Ge ziet hem nimmer weer"!

De hereniging en de nieuwe school.

Een man die altijd zeer veel werk in de verbouwings- en nieuwbouwplannen heeft gestoken, is burgemeester Hendrik Luiking. Op organisatorisch gebied en met het stichten van fondsen ter bevordering van de financiële toestand, heeft hij zijn sporen wel verdiend. Hij overlijdt in november 1909 en heeft dan 38 jaar lang deel uitgemaakt van het bestuur van de vereniging. Zijn zoon, Sietse Luiking, volgt hem op in het bestuur.

Het blijkt wel dat de meeste bestuursleden tot hun dood zitting bleven houden in het bestuur. Zo ook A. Riemersma, die in 1917 op 100-jarige leeftijd overlijdt en die vanaf 1864, dus meer dan een halve eeuw, bestuurslid is geweest! De statuten van de vereniging zijn thans wel zo gewijzigd, dat dit niet meer mogelijk is. Men heeft ook vroeger wel getracht hierin wijzigingen aan te brengen, maar dit ging zoals in een latere periode zal blijken, niet zonder slag of stoot.

In 1912 begint men over een nieuwe school te praten. De Christelijke school in Lemmer mag best groeien. Dit is alleen mogelijk als er een groter gebouw komt. Men acht de tijd nu rijp weer kontakt te zoeken met de Hervormde broeders. Dit gebeurt op bestuurlijk niveau, want men moet wel beseffen, dat in al die jaren van scheiding er toch steeds kinderen van Hervormde ouders op de school zijn geweest.

In deze eerste fase van toenadering zijn dit ongeveer 50 kinderen en een 13-tal van andere kerkelijke gezindte; de overige leerlingen zijn Gereformeerd. De eerste poging mislukt want er komen maar 2 Hervormde broeders ter vergadering. Ds. Zoete, de Hervormde predikant is wel positief in zijn reakties en hij gaat in de komende jaren dan ook een belangrijke rol spelen in de hereniging.

Een verslag van de viering van het 50-jarig bestaan van de Christelijke school te Lemmer, opgetekend door de secretaris van het schoolbestuur de heer M. F. de Vries.

In den voormiddag van den 16 augustus 1915 is aan de kinderen in de school, zooveel mogelijk naar ieders bevatting, de geschiedenis van de school verteld en zijn de kinderen onthaald. Aan den avond van dien dag was er in het kerkgebouw der Gereformeerde kerk een openbare samenkomst waarin door den voorzitter van het schoolbestuur in een gedachtenisrede geschetst werd de opening van de school vóór 50 jaar, verklaard werd de strijd, hier al meer dan 50 jaar om de school gestreden, gedacht werd aan de voorgangers in dezen arbeid, gewezen werd op de vruchten van het gegeven Christelijk onderwijs, bemoedigd werd tot den nog komende strijd en bevestigd werd het begeven en het verwachten voor den toekomst.

Tot dezen avondvergadering waren op uitnodiging mede vertegenwoordigd het Dagelijks Bestuur der Gemeente en de Commissie van plaatselijk schooltoezicht De beide Heeren Schoolopzieners hadden zich verontschuldigd, doch van hunne belangstelling schriftelijk doen blijken. Ook was tegenwoordig de Inspecteur van Christelijk Nationaal Schoolonderwijs, die nog een hartelijk woord tot de aanwezigen richtte. Na dankgebed, waarin ons 98-jarig bestuurslid, de Heer A. Riemersma, zeer stichtelijk voorging, is de vergadering gescheiden. Door de oude leerlingen der school en eenige belangstellenden is aan de school bij dezen gelegenheid ten geschenke gegeven, een kast met eenige natuurkundige instrumenten".

Bijzonder bloemrijk werd het bestuur der Christelijke School gelukgewenst door pastoor H. G. G. Overbeek: weleerwaarde en weledele Heeren, sta mij toe, op dezen Uwen jubeldag, een krans van eere te leggen bij het Monument van geloof hoop en liefde, dat gij voorde ziel van het kind hebt opgericht en in stand gehouden vijftig jaren lang. Moge Hij, Die gezegd heeft: wie een kind ontvangt in Mijnen naam, ontvangt Mij - ook in de toekomst Uw troost, Uw moed. Uw kracht en Uw loon zijn. w.g. H. G. G. Overbeek

Bij dit 50-jarig bestaan van de school in 1915 zijn de kansen op een hereniging wel gegroeid, maar er zijn nog geen definitieve plannen.
Ondertussen woedt er een wereldoorlog; hoewel Nederland neutraal is, gaat deze oorlog niet zonder meer aan ons land voorbij. Het is mobilisatietijd en ook onderwijzers zijn opgeroepen hun dienstplicht te vervullen.

Ook meester Winsemius, ontkomt hier niet aan. Na zijn dienstplicht vervuld te hebben, komt hij weliswaar nog een tijdje terug op school, maar hij vertrekt uiteindelijk naar Nederlands-Indië. Meester Inne de Jong, die hem opvolgt blijft ook niet lang aan de school verbonden, want hij krijgt in 1917 een redaktionele funktie bij het Friesch Dagblad. Zolang deze oorlog duurt is er geen sprake van nieuwbouw: de goederen worden schaarser en het personeel moet een duurtetoeslag ontvangen.

Een merkbaar gevolg van de Eerste Wereldoorlog: Verdedigingsbelasting.

M. F. de Vries en E. de Jong hebben hun posities in het bestuur inmiddels verstevigd als respektievelijk penningmeester en secretaris, een bestuur dat overigens nog steeds door ds. De Geus, wordt voorgezeten. En dit bestuur zit niet stil, want de bouwplannen vorderen nu gestaag. Dan verschijnen op 31-10-1919, na vele stukken land onderzocht te hebben, o.a. een stuk naast het oude kerkhof, voor notaris Elzer, de bestuursleden om het stuk land te kopen van Jan Pen, kadastraal bekend onder sektie A nummer 1062, groot 58 are en 74½ ca. voor een bedrag van f 5.874,50, gelegen aan het Zwartewegje. Het Zwartewegje, de huidige Flevostraat, is een ongeplaveide weg, die bij regenachtig weer verandert in een modderpoel. Maar wat deert het, de eerste aanzet is gegeven.

ds. De Geus.

De definitieve plannen houdt men nog een jaar op, want men hoopt op een verbetering in de financiën in verband met de in de maak zijnde schoolwet (Pacificatie). Dan zijn er onder leiding van Commer de Geus, architekt, al mooie plannen gesmeed voor een nieuwe school: 9 lokalen en ruim speelplein en een gymnastieklokaal.

Alleen de blauwdrukken van dit plan zijn bewaard gebleven, want tot uitvoer van dit overigens zeer fraaie plan is het nooit gekomen; de bouwprijs is gewoon te hoog en bovendien is het gemeentebestuur van mening dat er geen gymlokaal bijgebouwd kan worden. Zij vindt het niet nodig juist dit alleen aan de Christelijke school te gunnen en is voorstander van een openbare gelegenheid.

Ondertussen komt eindelijk de lang verbreide samenwerking Hervormd/Gereformeerd tot stand. Samen met ds. Zoete bereiden H. Dijkman en W. Propsma, deze hereniging voor. Op 18 februari 1920 is het zover. Dit heeft tot gevolgd dat er een wijziging in de statuten komt en het huishoudelijk reglement, alsmede de instruktie voor de hoofdonderwijzer wordt aangepast. Uiteraard brengt deze samenwerking een wijziging in het bestuur mee. De heren Semplonius, Van der Meer en Visser staan hun plaatsen af aan Propsma, Dijkman en ds. Zoete.

Het Huishoudelijk Reglement van de school komt in grote lijnen overeen met de bepalingen, die gesteld zijn in de statuten. Art. 10 van dit reglement behelst het volgende: De leden der vereeniging komen samen in gewone en buitengewone vergaderingen. De gewone vergaderingen zijn twee in het jaar: één tusschen 1 januari en 1 april, waarin o.m. door het Bestuur rekening en verantwoording wordt gedaan van het in het verloopen jaar gehouden beheer en de verkiezing van bestuursleden plaats heeft; één tusschen 1 oktober en 15 december met de ouders der schoolgaande leerlingen, in welke vergadering zo mogelijk de vruchten van het onderwijs in de werken der leerlingen worden getoond en een opvoedkundig onderwerp wordt behandeld en besproken; in deze laatste vergadering wordt tevens een commissie benoemd om de rekening van het lopende dienstjaar tijdig na te zien en daarvan rapport uit te brengen in de vergadering tusschen 1 januari en 1 april.

Buitengewone vergaderingen worden gehouden als het bestuur ze noodig óórdeelt, of wanneer minstens tien leden ze schriftelijk met opgaaf van redenen aan het Bestuur verzocht hebben. Geen voorstellen worden ter tafel gebracht dan die minstens veertien dagen te voren bij het Bestuur zijn ingediend.

Sinds 1884 was de instruktie voor de hoofdonderwijzer niet gewijzigd. In verband met de hernieuwde samenwerking met de Hervormden en de nieuw ingevoerde Onderwijswet van 1920 is het nu de tijd om hierin verandering te brengen. Het hoofd van de school blijft weliswaar 'baas' in de school, maar de onderwijzers krijgen wel een grotere inspraak.

De voorbereidingen voor de bouw van de nieuwe school gaan nu in een versneld tempo door. Onder toezicht van een bouwcommissie ontstaat er een geheel nieuw plan, een plan dat beter betaalbaar is en ook de instemming van het gemeentebestuur heeft: een zevenklassige school mèt een personeelskamer. Een kamer voor het bestuur is niet bij het plan inbegrepen, maar als de oude school een ingrijpende verbouwing ondergaat, is er ook een plaatsje ingeruimd voor de bestuursleden. Zij vergadert gewoonlijk óf bij iemand thuis, óf in de consistorie van de kerken.

Heeft men in eerste instantie nog rekening gehouden met de verkoop van de oude school, de wet van Minister De Visser, die een tweehoofdige school gebiedt, doet het bestuur besluiten de oude school aan te houden voor de ulo en alleen het lager onderwijs bij de nieuwbouw te betrekken. Over het ontstaan en reilen en zeilen van de ulo-school is een apart onderdeel in dit boek opgenomen. Geld voor de bouw wordt geleend bij een bank en van partikulieren via een aandelen-systeem. De aandelen bedragen f 100,-, f 250,-, f 500,- of f 1.000,- tegen een rente van 5%.

De aanbesteding van school met schoolhuis vindt plaats op 12 december 1921.

De Vries en Nobacht, uit Noordwolde zijn de laagste inschrijvers en bouwen de school en het huis voor f 60.500,- (deze firma gaat overigens een jaar later failliet). Van Slageren, verzorgt het verfwerk aan de school en Prins, uit Kuinre verft het schoolhuis.

Dat ondertussen het ruimteprobleem in de oude school nijpend wordt met 207 kinderen moge duidelijk zijn. Maar meester Funcke, heeft al weer een mooie oplossing gevonden. Als noodoplossing wil hij een kamer in het huis van meester Rindertsma (een eindje verderop aan de Langestreek), inrichten als schoollokaal voor meester Schurer. In een ruimte van 5x5 meter kan hij dan aan 22 leerlingen les geven. De schoolinspectie geeft hiervoor toestemming.

27 November 1922 kan de nieuwe school haar poorten openen voor de leerlingen en hun begeleiders en natuurlijk is er dan feest, de leerlingen zingen een vrolijk lied: Hoera de nieuwe school is klaar, vrij vieren vrolijk feest! De traktatie bestaat uit chocolademelk, koekjes, kwattarepen en peren. En bij de spelletjes is bijna voor iedereen een prijs weggelegd; er zijn tenminste bij de Fa. Noppert en Steenstra een groot aantal spelletjes naai- en verfdozen, spaarpotten en andere kleine geschenken aangeschaft.

Een nota van de Coöp. Stoomzuivelfabriek te Oosterzee geeft aan dat er heel wat chocolademelk gedronken is die dag (200 liter melk, 6 pond Van Houten cacao en 13 pond suiker) en het blijft niet alleen bij chocolademelk, want de bierbottelarij van B. J. Koopmans levert ook nog het een en ander! De bakkers Oldendorp, Joh. Schirm, L. Loen en Wed. Blessinga leveren elk nog eens 75 eierkoeken. Kortom de school viert uitbundig feest!

De nieuwe school, die dan nog 'De school met den Bijbel' heet, is op 16 mei 1923 omgedoopt in KONINGIN WILHELMINASCHOOL.

De goedgekeurde bouwplannen.

LEMMER 12 Dec. Uitslag aanbesteding bouw van een Chr. School met Onderwijzerswoning alhier.

De aanbesteding vindt plaats en men kan beginnen met de bouw.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.