Dijken

Wikipedia: Dijken (Fries: Diken) is een dorp in de gemeente De Friese Meren in de Nederlandse provincie Friesland. Het is gelegen ten westen van het dorp Langweer en aan de oostkant van het Koevordermeer.
Tot de gemeentelijke herindeling in 1984 maakte Dijken deel uit van de voormalige gemeente Doniawerstal. Tot 1 januari 2014 behoorde Dijken tot de gemeente Skarsterlân.

Het dorpje is oorspronkelijk een boerenstreek met enige opvaarten naar het Koevordermeer. Oppervlakkig gezien lijkt het een ‘útbuorren’ van Langweer, maar oude kaarten laten zien dat de historie van het oude streekdorpje ‘binnen de dijken’ wel wat ingewikkelder moet zijn geweest. ‘Inde Dycken’ (1664), een halve eeuw later ‘De Dyken’ genoemd en nu dus Dijken, had haar eigen dorpsgebied, dat zich volgens W.T. van der Leij uitstrekte tot aan de westkant van het Koevordermeer. Dat wijst op de ontginningsgeschiedenis en een relatie met Smallebrugge nabij Woudsend. Het Koevordermeer was trouwens ooit zo ondiep, dat vee en veedrijvers erdoorheen konden waden. De bebouwing aan de westkant van het Koevordermeer kreeg na de oorlog overigens een nieuwe dorpsnaam: Koufurderrige.

Klokkenstoel

In Dijken stond vroeger een kerk. Rond 1650 was dit kerkje vervallen en rond 1720 was de kerk vervallen tot een ruïne. De kerk was blijkbaar van weinig waarde, aangezien deze niet op afbraak verkocht werd. Bij de kerk stond een klokkenstoel, die op het kerkhof bleef staan na het verdwijnen van de kerk. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de klok geroofd en omgesmolten in Duitsland. De klokkenstoel werd daarop afgebroken. In 1984 werd een nieuwe klokkenstoel geplaatst met een nieuwe klok. In 2002 werd het kerkhof gerenoveerd.


Het kerkje dat hier stond was rond 1650 in verval geraakt en rond 1720 was er alleen nog maar een ruïne. Er was geen toren maar wel een klokkenstoel. In de tweede wereldoorlog heeft de bezetter de klok naar Duitsland afgevoerd om als grondstof voor de oorlogsindustrie te dienen. In 1984 is de klokkenstoel herbouwd. In 2002 is de begraafplaats gerenoveerd.

Klok: Tekst op klok:

PETRUS VOCOR / IM MEMORIAM PETRI VAN LEEUWEN
QUI CUM FRATRE SUC ARNOLDO DEDIT PRIORES
CAMPANAS BELLI FURORE SUBLATAS
1924-1949 PETIT ET FRITSEN ME FUDERUNT 708

Vertaling: Ik heet Petrus, ter herinnering aan Petrus van Leeuwen, die samen met zijn broer Arnold de vorige klokken, die door oorlogsgeweld weggevoerd zijn, gegeven heeft. 1924-1949.

reliwiki.nl


DIJKEN

Obbema huis

In 1491 veroverde Hartman Harincxma van Heeg met negen soldaten het Obbe huys in die Dycken, terwijl de bewoner Obbe Iges met zijn vrouw, die een dochter was van Epe Tietes Hettinga naar de zondagse mis waren. Epe Hettinga kwam zijn schoonzoon te hulp en belegde het huis om het terug te veroveren.

De Vetkoper Idsert Janckez Douma van Langweer probeerde daarop Hartman Harinxma te ontzetten, maar werd op de vlucht gejaagd. Epe Hettinga belaagde daarop Hartman op Obbes huis: door brandend hooi en rook. Toen Hartman stenen vanaf de muren wierp werd hij met een busse geschoeten in zyn hooft, dat hy terstont neder viel, ende bleeff doot. Er werd gezegd dat Epe gemeen spel speelde, omdat er reeds over vrede werd onderhandeld. Jancko Douwama benadrukte in zijn kroniek dat Obbe zijn positie en zelfs zijn huis aan de Hettinga's te danken had.

Obbemahuis is dus te vergelijken met Hettingahuis in Teroele: beide waren het filiaal-huizen van Hettingahuis in de Hommerts. Obba Iges ondertekende in 1504 met zijn zoon Romka of Rouke de Saksische reversaalbrief; Obbe in de Dycken behoorde in 1505 samen met zijn zwager Benedicx Episz in Teroele en de kinderen van zijn vroegere vijand Idzert Janckez Douma van Langweer tot de "edellieden van Doniawerstal". In 1511 bezaten Rouke Obbes en (zijn moeder) Imck Obbesweduwe in de Dijken landerijen in de Hommerts, waarschijnlijk van haar familie afkomstig. 1529 werd Imcks zwanenmerk geregistreerd.

Rouke was getrouwd met een zuster van Jancko Douwama; in 1514 zouden Jancko en Rouke samen op bedevaart naar Rome gaan, ze kwamen niet verder dan Antwerpen. In 1530 verkocht Roukes zoon Tyepka Rouckaz Douwama landerijen en goederen in de omgeving van Langweer en de Dijken aan zijn verre neef Jancke Idsards Douwama van Langweer. Rond 1570 beschouwde Minne Broersma van Legemeer Obbe in de Dycken als een verre verwant: zijn voorvader Pier Ockama te Legemeer, stammend van Broersmahuis te Smallebrugge, zou met een dochter van Obbema huys in den Dycken zijn getrouwd. Evenals de stinzen Wolsma in Ousternijega, Broersma in Smallebrugge, Reynarda in Teroele en Ockema-Broersma in Legemeer beschouwde hij Obbema zo als een voorouderlijk huis. De precieze ligging van Obbema in de Dijken is nog niet bekend.

Solckema

In 1543 was Anne Tyercksz (Solckema) een der naastliggers van een stuk kerkeland van de Dijken; hij zelf schijnt echter in Teroele te hebben gewoond. Zijn kleinzoon Idzard Tjerckz van Solckema woonde in de Dijken.

In 1604 procedeerde hij met zijn zwager Uilcke Gerrits (Swaga) in Teroele tegen zijn tante Frouck Annes Solckema. Tegen de zin van de erfgenamen van Anne Tjercks had die haar man binnen de manestond na het overlijden drye schone koeyen uit de stal gehaald.

Idzard trouwde eerst met Janthien Lycklema à Nyeholt, daarna (1625) met Boelle Folckertsdr Broersma van Legemeer. Hij werd in 1625 in de Dijken begraven. In 1640 waren onder de Dijken vier aangrenzende sates eigendom van erfgenamen van Idzard van Solckema: SC18 en SC19 van Eede Eedes (Solstra uit Sondel), en SC20 en SC21 van Pybe Goslicks Jongma, dorpsrechter en kerkvoogd te Langweer. De kaart van 1718 toont de state Solkama binnen singels, enkele sates ten zuiden van de kerk van de Dijken.

P.N. Noome: De stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.