Home » Lemmer » Scholen te Lemmer » Christelijk onderwijs |1| » Christelijk onderwijs |12|

Christelijk onderwijs |12|

Na de oorlog.

In de eerste naoorlogse jaren is er aan veel zaken nog schaarste. Door de slechte brandstof waren de kachels niet meer bruikbaar. Van der Gaast, die de kachels verzorgde, was geëmigreerd en men besloot toen naar Van der Wolf te gaan. Er was ook een groot gebrek aan brandstof Verder was er in die jaren een groot tekort aan woningen. De gemeente zorgde toen voor verdeling en toewijzing. Ook werd er in de eerste naoorlogse jaren veel geëmigreerd. Dit was voor Van Dijk, waarschijnlijk reden om een cursus "Engels voor emigranten" te beginnen voor f 3,50 per avond. Hij vraagt hiervoor het bestuur een lokaal te mogen gebruiken.

Tot en met 1948 was er een enigszins verlicht examen, gevolg van vooral in 1944 zeer veel lesuitval door brandstofgebrek en vordering van de school. Het kwam namelijk vaak voor dat in de scholen evacués en ook wel Duitse militairen werden ondergebracht.

In 1947 verlaat ds. Keuzenkamp, Lemmer. Hij heeft jarenlang, zoals het toen heette, catechetisch onderwijs gegeven. Hij had nogal eens de gewoonte om op de preek van de voorafgaande zondag in te vragen !

In 1947 was de zomer zeer warm en Van Dijk, vraagt of de lessen gehouden mogen worden tussen 7.15 en 12.15 uur. Het bestuur gaat hiermee accoord indien de ouders geen bezwaar hebben.

In 1952 komt nog ter sprake of er ook een V.G.L.0. school in Lemmer moet komen, dit mede in verband met het grote aantal leerlingen in de 7e en 8e klas van de lagere school. Per 1 september 1953 gaat de heer Van Dijk, met pensioen.

Hij is dan 65 jaar. Hij deelt het bestuur mee dat hij Lemmer gaat verlaten en geeft het schoolbestuur de eerste kans om zijn woning te kopen. Die heer Van Dijk, had namelijk in de jaren dertig een eigen woning laten bouwen. In het begin van zijn loopbaan hier woonde hij evenals zijn voorgangers in de woning boven de school. Er wordt een nieuw hoofd gevraagd: Nederlands Hervormd - met wiskunde en zo mogelijk met een taalakte en handelskennis.

Van Dasier.

De heer J. van Dasier, voldoet aan deze eisen en hij wordt benoemd.
In 1920 was door het bestuur bepaald dat het hoofd van de ulo Nederlands Hervormd zou zijn en het personeel 50 procent Gereformeerd en 50 procent Nederlands Hervormd; bij oneven aantallen de grootste helft Gereformeerd, bij de lagere school was dit net andersom.

Afscheid van de heer Van Dijk en installatie van de heer Van Dasier, vindt plaats in het Nutsgebouw op 31 augustus 1953. Er wordt in deze bijeenkomst ook afscheid genomen van de heer Bootsma en kennis gemaakt met de heer Larooy. Bij zijn afscheid vergeleek de heer Van Dijk, sommige Lemsters vanwege hun 'gladheid' met palingen.

Van Dasier en Larooy konden met de akten die ze bezaten bijna de school met z'n beiden 'runnen', maar dat liet het groeiend aantal leerlingen niet toe. Onder Van Dasier, werd er o.a. veel zorg besteed aan de ouderavonden. Er werden op die avonden vaak sketches en dergelijke opgevoerd door de leerlingen en dat viel bij de bezoekende ouders in goede aarde.

Als de heren leraren in de pauzes ook even een fris luchtje gingen scheppen raakten ook de tongen nogal eens los en vergat men door de discussies de tijd wel eens, zodat de pauzes nog wel eens wat uitliepen, iets waar de leerlingen niet zo mee zaten.

In 1953 werd ook de Chr. ulo te Emmeloord geopend. Dit viel op dezelfde dag als het afscheid van Van Dijk, zodat het bestuur hierbij niet aanwezig was. Voordat er in Emmeloord een Chr. ulo was, bezochten leerlingen uit Kuinre en omgeving de school in Lemmer wel, hierna praktisch niet meer.

Nieuwe school ter sprake.

In een vergadering in oktober komt weer ter sprake dat de ulo niet aan de eisen des tijds voldoet, dat was niet alleen de mening van de schoolarts, maar ook van de inspecteur.

Zal men soms een nieuwe school aanvragen ? Men besluit dit punt te bespreken in de ledenvergadering van 23 oktober 1953, Deze gaat accoord. In een gesprek dat het bestuur heeft met de burgemeester zegt deze dat de bouw wel niet voor 1955 zal plaats kunnen vinden. Men werkt met urgentielijsten en volgens de inspecteur stond de Chr. ulo op de derde plaats voor Lemsterland.

Nummer één stond de openbare ulo en nummer twee de lagere school te Echten. Het schoolbestuur neemt op verzoek genoegen met enig uitstel onder voorwaarde dat men de school per 1 september 1955 in gebruik kan nemen. De lokatie van het gebouw staat dan nog niet vast.

Er waren namelijk meerdere mogelijkheden, o.a. bij de trambaan of op een terrein nabij de te bouwen huishoudschool aan de Straatweg. Het wordt zoals u weet een terrein aan de Zuiderzeestraat/hoek Flevostraat. In 1954 kan men een vierde leerkracht benoemen op artikel 56. Het moest iemand van Gereformeerde huize zijn met als bevoegdheid Duits; dit wordt de heer Walinga.

Zoals eerder vermeld is wordt de bovenwoning van de ulo nog steeds verhuurd. Als de familie T. Kuiper, de woning verlaat vraagt de familie Duyster, de woning te mogen huren. In 1955 worden er veel nieuwe leerlingen ingeschreven en kan de vijfde leerkracht worden benoemd op artikel 56. Dit wordt de heer Ter Haar.

Men moest wat de sollicitanten betreft afwijken van de afspraak, er moest namelijk een Hervormd iemand komen, maar die was er niet bij. De heer Ter Haar, was Gereformeerd. De Hervormde leden hadden geen bezwaar mits dit bij een volgende benoeming weer werd rechtgezet.

Haye Dijkstra.

In 1956 verlaat een vertrouwd gezicht de ulo en wel conciërge H. Dijkstra. Hij is conciërge geweest van 1938 tot en met 1956. Het bestuur wenst Dijkstra "een genoeglijke en rustige levensavond toe met zijn vrouw onder de zegen des Heren met een heerlijk en verblijdend uitzicht op de eeuwigheid". Gedurende de tweede wereldoorlog heeft de familie Dijkstra, onderdak verschaft aan Joodse landgenoten.

Voor het verzet deed Dijkstra, ook het nodige; zo heeft hij eens op klaarlichte dag wapens vervoerd voor het verzet. Hij gebruikte daarvoor een kruiwagen. Verder had hij in de Wilhelminaschool een radio op zolder, waar geregeld naar de Engelse zender of Radio Oranje werd geluisterd. In 1940 - in het begin van de oorlog - heeft Dijkstra een keer op zijn trompet geblazen; daarop moesten alle leerlingen zo vlug mogelijk naar huis rennen en thuis opnemen hoeveel tijd men nodig had om de afstand te overbruggen - dit in geval van luchtalarm. Verder heeft de heer Dijkstra voor de CHU deel uit gemaakt van de Gemeenteraad.

De groei gaat door.

In 1956 telt de ulo 136 leerlingen en het bestuur dringt er bij de instanties op aan om met de nieuwbouw te mogen beginnen, want het wordt krap met de ruimte. Er wordt ook nog een lokaal ter beschikking gesteld aan de ambachtschool op donderdagmiddags. Zoals de oud-ulo-leerlingen zich kunnen herinneren had de ulo drie vrije middagen en wel dinsdag-, donderdag- en zaterdagmiddag.

De goedkeuring voor de nieuwbouw komt in maart 1958 af. Er waren nog wat financiële problemen, met name wat de waarborgsom betrof. Men vraagt Mr. Hangelbroek, van de Schoolraad om advies. Het bestuur krijgt een lening aangeboden van het Pensioenfonds van het C.N.V. Het aquarium wat men had aangevraagd werd niet goedgekeurd. Hoewel wat het aantal leerlingen betreft men al de zesde leerkracht kon benoemen werd hiermee gewacht tot het nieuwe gebouw klaar was.

Opening nieuwe ulo.

Op woensdag 22 april 1959 vindt de officiële opening plaats. De voorzitter, de heer G. van der Laan, zegt bij die gelegenheid: „Onze architect heeft er iets moois van gemaakt". De nieuwe Chr. uloschool is ontworpen door architect J. C. Teeuw. Aanvankelijk lag het in de bedoeling een nieuwe ulo met drie lokalen en een natuurkundegebouw te bouwen. Het zijn er vijf geworden met één natuurkundelokaal. Burgemeester L. Brouwer, zei o.a.: „Het is een gelukkige ontwikkeling dat in Lemmer, zodanige mogelijkheden worden geschapen, dat de leerlingen die aan deze scholen afstuderen, ook in de plaats zelf en zijn omgeving werk kunnen vinden".

Hij zag dat als een belangrijke ontwikkeling. In die jaren werden ook de Huishoudschool en de Chr. lts gebouwd. De heer B. J. Sipkes, inspecteur van het lager onderwijs in de inspectie Sneek, was van mening dat de architect een prima stuk werk had geleverd. „Hoewel ik durf niet al te veel lof over dit gebouw te zwaaien", zo zei hij, „want mijn collega die hier over 25 jaar staat, zal het wel kraken en opmerken: hoe konden ze dat er neerzetten !" Waarmee gezegd wil zijn, dat de ontwikkeling op het gebied van het onderwijs snel gaat. Ook het ulo - "dat is een zeer belangrijke tak", aldus inspecteur Sipkes. „Het ulo heeft zich een goede naam verworven". De naam van de school wordt officieel: Koningin Julianaschool ; deze naam krijgt de Koninklijke goedkeuring.

P. Larooy.

In het jaar hiervoor was er directiewisseling geweest. De heer Van Dasler had een benoeming in Aalten, aanvaard en in zijn plaats werd de heer P. Larooy, benoemd. Hij was reeds aan de school werkzaam als leraar en woonde in die tijd vlak bij de school en werd door het bestuur in de vergadering gehaald waarin hem werd meegedeeld dat hij benoemd was.

Van Dasler had de school 5 jaar gediend. Bij zijn afscheid dat in het Het Baken werd gehouden werd door de scholieren onder andere een moderne versie van "Assepoes" opgevoerd onder regie van de heer Tjeerdsma. De familie Larooy, hield van planten en dat was toen ook in de school goed te merken. Er kwamen vele planten die door het echtpaar Larooy, met vakkennis werden verzorgd in de lokalen en de gang. Vaak werd een deel van het weekend hieraan besteed.

Iets uit het notulenboek personeelsvergadering.

In een notulenboek van de leraren kwamen we een paar openingswoorden tegen, waarmee de heer Larooy, de vergadering begon. April 1959: De vergadering wordt geopend door de voorzitter, de heer Larooy. Hij las een gedeelte uit het eerste hoofdstuk van het boek Prediker, waarin ons wordt uitgelegd "dat alles ijdelheid is en dat alle beken naar de zee stromen en nochtans de zee niet vol wordt, gelijk ook veel leerlingen niet vol kunnen of willen worden van de hen toegediende kennis".

In dat jaar is het aantal zittenblijvers groot en de ouders en leerlingen moeten tot de conclusie komen dat er op de ulo heel wat van de kinderen wordt gevraagd. Bij een volgende opening van de personeelsvergadering leest voorzitter Larooy, de gelijkenis van de talenten. Hij wijst er dan op dat de resultaten van de leerlingen niet alleen afhankelijk zijn van studie en lessen, maar ook en niet in de laatste plaats van de talenten die God hen geeft. De heer Larooy, stelde het zeer op prijs dat de personeelsvergaderingen door een bestuurslid werden bijgewoond. Dit was dan ook vaak het geval.

Verkoop woning aan de Langestreek.

De woning boven de oude ulo wordt door de gemeente aangekocht.

De heer A. H. Visser, namens het schoolbestuur en de heer P. Beetsma, namens het gemeentebestuur taxeren de woning op f 6.500,-. Verschillende families hebben er daarna ook nog gewoond. Een van de bewoners was de heer Th. Kuiper, met zijn gezin. Hij is auteur en later ook predikant, inmiddels met emiraat.

De olie voor de verwarming van de centrale verwarming in de nieuwe school moest van Shell komen, terwijl de provisie de eerste keer voor Slump was, de tweede keer voor Wagenmakers en de derde keer voor Bijlsma. Aan de hand van oude rekeningen kunnen we zien, dat het schoolbestuur bij voorkeur de plaatselijke middenstand begunstigde, in een enkel geval ook wel eens zichzelf.

In 1960 moet het bestuur zich buigen over de benoeming van de heer F. Smits. Deze was namelijk Baptist; na lange en uitvoerige bespreking besluit men toch de heer Smits te benoemen.

Mammoet.

In 1960 op 7 mei zal er een betoging tegen de zogenaamde Mammoetwet in het Concertgebouw te Amsterdam worden gehouden. Het bestuur wil wel een bus op haar kosten laten rijden. Een jaar later is er ook een bijeenkomst over de Mammoetwet in Leeuwarden waar de heer Hempenius spreekt. Hij was toen voorzitter van het mulo-verband en heeft in die functie veel voor het ulo gedaan. In deze periode is er nog steeds gebrek aan woningen, maar begin 1961 zullen de eerste woningen in het Rienplan gereedkomen.

De toewijzing van woonruimte geschiedt nog steeds door B en W van Lemsterland. Het al of niet aanvaarden van een benoeming, hangt vaak samen met het al of niet kunnen krijgen van een woning.

Toen de eerste woningen in het Rienplan gereed waren, verhuisde nogal wat onderwijzend personeel van o.a. de Wieringer- en Urkerstraat naar de Jacob de Rookstraat en de Fokelinus van der Walstraat. Het college van B en W vraagt het schoolbestuur of ze ook mee willen doen met de huizenbouw, zoals bijv. Halbertsma en Scheepswerf Friesland, dat deden, maar hierop wordt afwijzend beslist.

Uitbreiding.

In 1962 wordt met inspecteur Dorenbos, gesproken over uitbreiding van de Chr. ulo. Het hoofd ziet liever iets later twee lokalen ineens, dan een uitbreiding met twee maal, 1 lokaal. Mogelijk kan dit in 1963 gerealiseerd worden. De school telt in 1962 158 leerlingen en dit aantal maakt het mogelijk dat er een zevende leerkracht benoemd kan worden.

Het gemeentebestuur stelt voor drie lokalen te bouwen, maar het schoolbestuur ziet liever twee lokalen met daarboven een overblijflokaal en houdt hieraan vast. Het gemeentebestuur verleent hieraan toch zijn medewerking, zo ook het Ministerie van O.K. en W. Als zevende leerkracht wordt Blessinga benoemd.

In 1963 wordt door de heer Larooy onderzocht of het mogelijk is een havo-experiment in Lemmer te starten, maar dit wordt afgewezen.

1963 Lemmer - Urk v.v.

In 1963 neemt een groot aantal leerlingen onder leiding van vier leraren deel aan de schaatstocht Lemmer - Urk v.v. In dat jaar werden er zelfs tochten per auto over het IJsselmeer gemaakt, o.a. vanuit Workum naar Enkhuizen.

1929 - Schaatstocht Tjeukemeer V.l.n.r. Clara Visscher, Pietsje van der Brug, Alie van Dijk, Ittie Frankema, meester Jansen, Jantsje Rippen, Martha Visser, Aldert Deelstra, Isa van der Neut, Hendrik Kok, Jolke Klijnsma, Kees Bangma, Jantsje van Heerde. In strenge winters werden in schoolverband de schaatsen ondergebonden. In 1963 bijvoorbeeld Lemmer.

Voordat Larooy, naar Lemmer kwam had hij reeds ervaring opgedaan bij het voortgezet onderwijs, o.a. op een ulo- en een kweekschool in Den Haag. Larooy doet ook veel aan werving in de kop van de Noordoostpolder. Hij zag graag dat ook Creil z'n kinderen meer naar Lemmer ging sturen. Dit is gedeeltelijk gelukt. Rutten was mede in verband met de ligging al op Lemmer georiënteerd.

De uitbreiding.

Het aantal leerlingen neemt nog steeds toe en het bestuur zet vaart achter de uitbreiding. Architect Teeuw, berekent dat het gewenste overblijflokaal erbij f 37.500,- meer zal kosten. Er komt goedkeuring uit Den Haag. De Fa. A. M. Bosma, is de laagste inschrijver bij de aanbesteding, namelijk f 153.200,-. Het werk wordt aan deze firma gegund. Veel medewerking heeft het bestuur gehad van inspecteur E. Dorenbos.

Van ULO naar MAVO (per 1-8-'68) Van Gorkum.

Als opvolger voor de heer Larooy, die een benoeming aan de Chr. kweekschool te Sneek aanvaardde, wordt de heer J. D. van Gorkum, benoemd. Ongeveer in diezelfde tijd gaan we over van ulo naar mavo. Er komt een zogenaamd brugjaar havo/mavo; het vak handenarbeid wordt ingevoerd. De school kan een televisietoestel van Philips met 40 procent korting krijgen, mits het alleen voor schooltelevisie wordt gebruikt en dit toestel wordt aangeschaft. Ook doen pick-up en bandrecorder hun intrede in de school.

Een lokaal wordt als talenpracticum ingericht. Er wordt een achtste leerkracht benoemd. Het mavo-experiment wordt aangevraagd.

J. D. van Gorkum

P. Larooy.

Het nieuwe gedeelte wordt 24 oktober 1966 officieel geopend. Met de bovenzaal of aula had de school ook een geschikte ruimte om de schriftelijke examens af te nemen. Voor die tijd werden die in het Nutsgebouw, afgenomen en gaan we nog verder in de tijd terug, dan was het of Sneek of Heerenveen. Met de komst van de mavo hoefden de kandidaten ook niet meer voor hun mondeling examen naar Sneek.

Hiervoor kwam in de plaats het schoolonderzoek, dat uit verschillende onderdelen bestaat, te weten: luistervaardigheid, schrijfvaardigheid, spreekvaardigheid en repetities. Voor de leerlingen en leraren (want de onderwijzers werden leraren) was het eerst wel wat aftasten en wennen. Er waren in die jaren vele voorlichtingsbijeenkomsten. Ook werd er veel vergaderd.

De heer Van Gorkum zegt in de ledenvergadering van 27 juni 1968 : „Hoewel eerst nog niet geheel overzichtelijk begint men zich toch langzaamaan in te werken in de veranderde omstandigheden". Hij hoopt na een jaar, waarin veel van het aanpassingsvermogen van het personeel zal worden gevraagd dat dan alles beter zal functioneren.

Er is in 1967 ook nog een gesprek geweest met het college van B en W om met de openbare mavo tot een driejarige mavo te komen. Om principiële redenen achtte het bestuur dit niet haalbaar. Wel komt er meer contact met de Chr. scholengemeenschap te Emmeloord. Met de komst van het mavo wordt het hoofd nu directeur, de heer Brouwer wordt adjunct-directeur en een van de leraren wordt decaan. Ook krijgt de school een eigen conciërge, namelijk de heer A. Jaalsma, die al hulpconciërge was.

In september 1968 wordt afscheid genomen van mevr. A. Poppe-Bangma, die vele jaren het handwerkonderwijs aan de school heeft gegeven. Veel werkstukken die zij met de leerlingen maakte waren voor liefdadige doeleinden, zoals het Rode Kruis bestemd.

Geslaagd en dan 'feesten'.

In de zestiger jaren was het bij de leerlingen gebruikelijk, dat wanneer er iemand was geslaagd praktisch alle klasgenoten hem of haar thuis feliciteerden. Niet alle ouders stelden deze 'overvallen' op prijs, vandaar dat vanaf 1970 een feestavond door de leraren werd georganiseerd, nog later namen de leerlingen deze taak op zich.

H. Riezebos.

De heer Van Gorkum, vertrok per 1 maart 1970 naar Arnhem. Bij het afscheid hadden een aantal leerlingen sketches ingestudeerd, die gebaseerd waren op de toen zeer populaire Fabeltjeskrant. De figuren waren o.l.v. Ypma gemaakt en deze 'poppen' zijn later aan de kleuterschool geschonken.

In juni 1970 is er een oriënterend gesprek met het bestuur van de Chr. lts. Dit heeft niet al toen tot een fusie geleid. Er werd in die beginjaren '70 veel geschreven en gesproken over een zogenaamde middenschool; een idee van de toenmalige minister van onderwijs Van Kemenade. Deze school moest in de plaats komen van havo, mavo, huishoudschool en lts. Deze plannen veroorzaakten behoorlijke onrust in het onderwijsveld. Er werd in Lemmer een commissie uit de besturen van de Chr. mavo en de Chr. lts samengesteld (23-3-'71) om de mogelijkheid te onderzoeken om beide scholen in een scholengemeenschap onder te brengen.

De uitgangspunten waren:

  • 1e. Het Chr voortgezet onderwijs in Lemmer een zo stevig mogelijke grondslag te geven.
  • 2e. Voor het totale leerlingenpotentieel binnen onze scholengemeenschap optimale onderwijsmogelijkheden te bieden.

De directeur van de lts wil al zo ver gaan om te komen tot de benoeming van één directeur, aangezien een scholengemeenschap een eenhoofdige leiding moet hebben; dit zou dan volgens Van Asselt de heer Riezebos moeten zijn. Kort daarna kwam er van het bestuur van de Chr. lts een schrijven binnen om de scholengemeenschap die 1971 van start zou gaan een jaar uit te stellen. Het bestuur van de Vereniging voor Chr. Onderwijs weet niet wat ze hiervan denken moet, want het ging in de eerste plaats om het voortbestaan van de Chr. lts en ook om de afdeling electrotechniek in Lemmer te krijgen.

Waarschijnlijk speelt de directiewisseling aan de Chr. lts hierbij een rol. In het jaar 1971 vertrekt de heer Van Asselt en wordt de heer Busman waarnemend directeur. In de notulen van de Chr. lts wordt gesproken over veel misverstanden over en weer, waardoor de verstandhouding tussen beide scholen enigszins vertroebeld dreigt te worden. Het bestuur van de lts ziet er voorlopig liever vanaf omdat het samengaan op dit ogenblik beslist niet genoeg voordeel oplevert. Men wil wel overleg blijven plegen, omdat de scholen elkaar misschien in de toekomst nodig hebben. Het mavobestuur schrijft bij brief van 14 oktober 1971 dat ze de zaak als afgedaan beschouwt.

Samenwerking.

De Chr. mavo werkte wel samen in de zogenaamde Gemeenschap van Scholen met Emmeloord, Urk en Vollenhove, maar Emmeloord trok ondanks de afgesproken grenzen nogal aan kinderen die dichtbij Lemmer woonden. Dat bevorderde de goede samenwerking niet.

Andere samenstelling bestuur.

In een ledenvergadering wordt ook weer voorgesteld, met name door de Ned. Hervormde leden, om tot een andere bestuurssamenstelling van vier Gereformeerde en vier Ned. Hervormde leden te komen en om aan de wensen van andere kerkgenootschappen tegemoet te komen, door een lid van de Gereformeerde Gemeente of een lid van de Baptisten hieraan toe te voegen.

De Gereformeerde leden stellen voor vier Gereformeerden, drie Ned. Hervormden en een Baptist. De Gereformeerde Gemeente stelt aanvankelijk geen prijs op een zetel in het bestuur, later wel. In de stemming, die volgt in de ledenvergadering op 16 november 1971 wordt het Gereformeerde voorstel aangenomen met 46 stemmen voor en 25 tegen. In januari 1972 worden de nieuwe statuten goedgekeurd.

Verdere groei.

Met de komst van het mavo neemt ook de belangstelling voor dit onderwijs toe. Er werden geen 'strenge' toelatingsexamens afgenomen, zoals dat bij het ulo het geval was. Daarnaast werden er in de jaren 70-80 veel nieuwe woningen gebouwd, bijvoorbeeld in de wijk Lemstervaart en Lemmer-noord, waardoor ook het aantal inwoners sterk groeide.

In 1976 krijgt het bestuur toestemming om een gymzaal te bouwen aan de Albert Koopmanstraat De gemeente Lemsterland wil 1200 m2 grond verkopen. Het schoolbestuur heeft aan 600 m2 genoeg. Het rijk vergoedt 900 m2. Het houdt dus in dat het schoolbestuur niet de gehele grondkosten van het rijk vergoed krijgt. Het gemeentebestuur wil geen smalle strook overhouden, terwijl datzelfde gemeentebestuur niet zo ingenomen is met de bouw van dit gymnastieklokaal. Het kon een nadelige invloed hebben op de bouw van de door velen in Lemmer gewenste sporthal. Op 1 augustus 1970 telde de school 144 leerlingen; in april 1978 is dit aantal gegroeid tot 233.

Mavo-project.

In 1976 neemt de school als volgschool deel aan het zogenaamde mavo-project. In 1978 wordt dit project met een jaar verlengd. De bedoeling ervan was op twee niveaus binnen klasseverband les te geven. De leraren hebben hiervoor vele malen moeten vergaderen en cursussen moeten volgen.

In 1978 gaat het mavo-3 onderwijs verdwijnen. Er komt enkel een 4-jarige mavoschool met een examen op A of B niveau, later is dit C en D niveau geworden. Kon een kandidaat aanvankelijk of alle vakken op C niveau of op D niveau doen, later kon men per vak kiezen op welk niveau hij of zij examen zou doen.

Ook kan men herkansen op hetzelfde niveau of op een hoger of lager niveau, zodat de kans om een diploma te behalen groter werd. Moest de ulo-leerling in 14 vakken examen afleggen, bij het mavo was dit teruggebracht tot zes vakken. Het probleem dat hieraan kleeft: heeft de leerling wel het juiste vakkenpakket gekozen dat gevraagd of geëist wordt door de eventuele vervolgschool ?

Foto van Hendrika van der Gaast: Klassenfoto van klas 3, jaar 1976/1977 van de Koningin Juliana Mavo, aan de Flevostraat te Lemmer.

Achterste rij v.l.n.r.: ??, ??, Pia Hof, ??, Tom Abma, Truus Gouma, Aukje Zijlstra, Hanneke van der Veen, Janny Dijkstra, Pieter Dijkstra, ??, Anja Jaspers.

Middelste rij v.l.n.r.: Gretha Frankema, Tjitte Veldstra, Wilfried ?, Wim Koster (leraar Nederlands), Marja de Bruin, Johnny de Vries, Lenny ?, Sabriena Knobbe, Tjeerd Kuiper.

Voorste rij v.l.n.r.: Janny de Jong, Jos bij de Vaate, Leo Dorst, Hendrika van der Gaast, Hielkje Kok, Tieteke Deinum.

  • Aanvulling Leo Dorst: Pia Hof, Karin de Wolff, Ria Roukema, voorlaatste is Gert-Jan Heida. Tweede rij : Wilfried Peeters, Marja Bruin(geen de), Lennie Ruissen, Sarina Knobbe

Commissie mavo - lbo (1978.

Reeds in de zeventiger jaren was te voorzien dat het aantal leerlingen in de jaren tachtig voor alle soorten onderwijs sterk zal teruglopen. Door de komst van het mavo was de animo voor het lbo al sterk afgenomen.
Om de Chr. lts en ook het mavo in de toekomst veilig te stellen was door de Vereniging voor Chr. Nijverheidsonderwijs te Lemmer en de Vereniging voor Chr. Onderwijs te Lemmer, Eesterga en Follega, een commissie in het leven geroepen om met een advies tot een fusie te komen. De commissie heeft gemeend, uitgaande van haar opdracht de volgende aspecten vrij diepgaand te moeten behandelen:

a. De reden om te komen tot een fusie;
b. De fasering van geen-integratie naar integratie;
c. een inventarisatie van knelpunten bij integratie.

In de besprekingen ging de commissie uit van de volgende stelling: "De huidige terugloop van het aantal leerlingen op de Chr. lts en de komende terugloop van de instellingen voor voortgezet onderwijs in Lemmer in de jaren '80, noopt tot het vormen van een Chr. scholengemeenschap mavo-lbo ter plaatse".

  • Verloop aantal leerlingen aan de Chr. l.t.s.
  • Verloop aantal leerlingen aan de Chr. Mavo 
  • 1957 - 1978
  • 1968 - 1979

Personeel mavo in 1973. V.l.n.r. J. den Hengst, A. Ypma, J. Vrielink, J. Blessinga, A. Jaalsma, J. Wieringa, H. Riezebos. dhr H. Riezebos, J. Cnossen, R. Brouwer, Th. Fleer Ontbrekend: W. Koster, E. Okel, mevr. Hase, K. Stam, H. Heeringa.

Wat de integratie betreft adviseert de commissie:

  • 1979- 1980 overgang naar administratieve eenheid;
  • 1980- 1981 periode integratie van zes maanden;
  • 1981- 1982 geïntegreerd brugjaar.

Verder somt de commissie in willekeurige volgorde een aantal knelpunten op, o.a,:

a. determinatie mavo/lbo (hoe ? / wanneer ?)
b. doorstroming naar andere scholen.
c. differentiatie van de leerstof.

Door tijdgebrek en onvoldoende mankracht komt de commissie niet toe aan het geven van eventuele oplossingen, maar zegt "in het voorbereidingsjaar moet ook werk overblijven".

Vorm.

De commissie kiest nadat de voor- en nadelen van een vereniging of stichting tegèn elkaar zijn afgewogen voor de verenigingsvorm.
Gelet op de financiële situatie van beide scholen - de lts had een aanmerkelijke schuld tegen lage rentepercentages, terwijl de Chr. mavo een exploitatieoverschot had - wordt geadviseerd de Chr. mavo, los te maken uit de Vereniging voor Chr. Onderwijs en in te brengen in de Vereniging voor Chr. Nijverheidsonderwijs te Lemmer.

Hiervoor was wel een statutenwijziging nodig. Pas na de statutenwijziging is het mogelijk nieuwe leden te werven. In 1977 was er ook een bespreking over de eventuele fusie met de Chr. lts met de leraren van de mavo. Hierover deelt heer Riezebos, mee dat de meeste leraren, inclusief de directie van mening zijn dat indien de lts steun behoeft, ze dit niet kunnen weigeren, maar aan de andere kant ook niet staan te dringen om dit door te zetten. Wel zullen de leraren de kans moeten krijgen om zoveel mogelijk te kunnen doen aan het mavoproject.

Er ontstaat binnen het mavo-onderwijs namelijk de samenwerking vwo-mavo en de samenwerking lbo-mavo, aldus de heer Riezebos. Hij pleit ervoor dat de leerlingen wel de kans moeten behouden om na de brugklas over te stappen naar het voortgezet onderwijs te Emmeloord. De heer Riezebos maakt eerst voor de bestiiren een blauwdmk; hoe men het best te werk kan gaan.

Als men volgens dit concept werkt kan de commissie mavo-lbo al per 1 augsutus aan het werk. Door de heer Riezebos, was er al veel voorbereidend werk voor de genoemde commissie mavo-lbo gedaan.

In de ledenvergaderingen - er waren twee voor nodig - van 29 maart en 15 mei 1979, wordt het voorstel van de commissie, nadat het met name in de eerste vergadering door het bestuur uitvoerig is toegelicht, in stemming gebracht. In de vergadering van 15 mei wordt het voorstel unaniem door de aanwezige leden aangenomen.

De directie van de C.S.G. de Lemmer.

Tot directeur van de Christelijke Scholen Gemeenschap "de Lemmer" (de nieuwe naam na de statutenwijziging) is met ingang van 1 augustus 1979 benoemd de heer H. Riezebos; de heer R. Brouwer, is met ingang van dezelfde datum als adjunct-directeur aan de mavoafdeling benoemd en de heer H. Weits, ook met ingang van 1 augustus 1979 als adjunctdirecteur aan de afdeling lts.
Hiermee was de Christelijke scholengemeenschap een feit. Het totaal aantal leerlingen bedroeg op dat moment ± 350. De oude Vereniging voor Chr. Onderwijs te Lemmer, Eesterga en Follega wordt ingebracht in de Ver. voor Chr. Onderwijs voor Lemmer en omstreken.

Zoals bekend bleef het in Lemmer, wat het voortgezet onderwijs betreft niet bij deze fusie. In 1980 fuseerde de openbare mavo met de huishoudschool tot Algemene Scholengemeenschap Lemmer (A.S.L.) en in 1986 "fuseerde" deze combinatie met de C.S.G. "de Lemmer" tot de S.G. de Rien. Voor deze school werd de stichtingsvorm gekozen. Het bestuur bestaat uit acht personen: vier personen afgevaardigd door de Ver. van Openbaar Onderwijs en vier personen afgevaardigd door de Ver. voor Chr. Onderwijs, waarvan zij ook deel uitmaken in dat bestuur.

De heer Riezebos verliet de C.S.G. in 1980; hij wordt dan opgevolgd door de heer W. Scheer. In 1987 vertrekt deze weer. De huidige directeur (1988) van de S.G. de Rien, is de heer J. Broere.
Opm.: Wij zijn niet ingegaan op de geschiedenis na de beide fusies. We hebben ons beperkt tot de periode tot deze fusies.

Het voortbestaan van het voortgezet onderwijs in Lemmer hangt niet alleen af van de betrokkenheid en inzet van ouders, bestuur en personeel, maar ook van de politieke stellingname met betrekking tot het onderwijs: waar wordt de grens gelegd (het aantal leerlingen) om een school in stand te mogen houden. Natuurlijk moeten de direct betrokkenen hun uiterste best doen om de belangen van het voortgezet onderwijs in de gemeente Lemsterland zo goed mogelijk te behartigen.

De basisschool.

Na een periode van voorbereiding is de Wet op het Basisonderwijs per augustus 1985 van kracht geworden. De oude vertrouwde vormen van lagere school, met de Lageronderwijswet van 1920 en de Kleuterschool, met de wet op het kleuteronderwijs van 1954, hielden op te bestaan. Een nieuw schooltype deed z'n intrede.

Onderwijs aan kinderen van 4 tot ongeveer 12 jaar in een onondergebroken ontwikkelingsproces. Het was steeds zo, dat in het spelen op de kleuterschool de voorbereiding lag voor het volgen van het onderwijs op de lagere school. Van de één op de andere dag meestal na de schoolvakantie, volgde de overstap van de kleuterschool naar de lagere school.

Al vele jaren was gekonstateerd dat zo'n abrupte overgang eigenlijk niet goed was. De doelstelling van de basisschool is de leerlingen de kans te geven zich te ontwikkelen naar eigen aanleg en tempo en er zal in het bijzonder rekening worden gehouden met de belangstelling van de leerlingen.

Zo zal in de eerste leerjaren de nadruk komen te liggen op het spelen en spelend leren, de funktieontwikkeling. Als een leerling eraan toe is, rijp voor is, gevoelig voor is, dan zal steeds meer de klemtoon komen te liggen op het leren van nieuwe vaardigheden.

De leerkracht zal proberen om steeds het goede materiaal aan te reiken, zodat elke leerling in de goede richting wordt gestimuleerd. Als de kinderen op zesjarige leeftijd er nog niet aan toe zijn om met abstrakte getallen om te gaan, dan wordt daarmee gewacht. Aan de andere kant zullen er ook kinderen zijn die met hun vijfde jaar al rijp zijn om met getallen om te gaan.

Deze kinderen krijgen dan ook de kans om hiermee aan het werk te gaan. Bovenstaande geldt natuurlijk ook voor taal/ lezen en schrijven.
De basisschool moet proberen om tijdens het ontwikkelingsproces in dienst te staan van het kind.

In artikel 8 van de Wet op het basisonderwijs staat o.a. vermeld:

  1. Het onderwijs wordt zodanig ingericht dat de leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces doorlopen. Het wordt afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen.
  2. Het onderwijs richt zich in elk geval op de emotionele en de verstandelijke ontwikkeling en op het ontwikkelen van creativiteit op het verwerven van noodzakelijke kennis en van sociale, culturele en lichamelijke vaardigheden.
  3. Het onderwijs gaat er mede van uit dat de leerlingen opgroeien in een multiculturele samenleving.

Als een kind vier jaar is, mag het naar de basisschool. Een vierjarige valt nog niet onder de leerplicht, maar zodra een kind 5 jaar is, moet het op de eerste schooldag van de maand die volgt op de maand waarin het kind 5 jaar is geworden naar school. In de wet op het basis onderwijs staat aangegeven, dat de kinderen de eerste 3 jaar dat ze op school zitten recht hebben op 2240 uur onderwijs.

Hoe de school dit gaat spreiden wordt vastgelegd in het zogenaamde schoolwerkplan.
De wet op het basisonderwijs verlangt dat elke school een schoolwerkplan heeft Dit is een soort draaiboek van de school. Daarin staat beschreven wat en hoe onderwezen wordt, welke doelstellingen men nastreeft en hoe het onderwijs op school is georganiseerd.

Verschillende geledingen van de school (bestuur, ouderraad, medezeggenschapsraad, leerkrachten) denken mee en praten mee over hoe en welk onderwijs aan een school wordt
gegeven.

Zo zijn er een aantal nieuwe vak- en vormingsgebieden bijgekomen. In de hoogste leerjaren is het voorgeschreven dat er onderwijs wordt gegeven in de Engelse taal. Een ander vormingsgebied is Opvoeden tot gezond gedrag en zelfredzaamheid. In het bijzonder moet de aandacht worden gegeven aan geestelijke stromingen. In een multiculturele samenleving is het onvermijdelijk om kennis te hebben van andere culturen.

Binnen de school spreken we niet over de klassen, maar over groepen. De 4-jarigen zitten in groep 1 en de oudste leerlingen zitten in groep 8. Er wordt ook gesproken over de onderbouw, groep 1,2 en 3, de middenbouw, groep 4 en 5 en de bovenbouw, groep 6,7 en 8.

Er zal in de toekomst dus niet meer een plotselinge overgang zijn van groep 2 naar groep 3. In de praktijk zullen er toch bepaalde afspraken gemaakt moeten worden wat betreft de overgang van de ene groep naar de andere. Het toetsen, registreren en rapporteren zal een steeds belangrijker plaats innemen. In de nabije toekomst komt het zover, dat het leeftijdsjaarklassensysteem zal veranderen in groepen, waarin kinderen zitten met hetzelfde ontwikkelings-/belangstellingsniveau.

Het groepswerk zal een steeds belangrijker plaats in gaan nemen. Niet alle kinderen die in een bepaalde groep zitten zullen op hetzelfde tijdstip met dezelfde leerstof bezig zijn. De leerkracht kan ook individuele opdrachten verstrekken. In de basisschool staan centraal: spelen, leren, samenwerken, zelfstandig optreden, zelf oplossingen zoeken, beslissingen nemen, verantwoordelijkheidsgevoel bijbrengen. Er is al steeds geprobeerd om kinderen die bepaalde moeilijkheden ondervinden bij het volgen van de leerstof, zo goed mogelijk te begeleiden.

De basisschool heeft tot taak om kinderen met leerproblemen in het bijzonder met zorg te omringen. De extra hulp heet 'zorgverbreding'. Natuurlijk zullen de scholen voor speciaal of buitengewoon onderwijs nodig blijven voor kinderen met een bijzondere 'handicap'.

Een nieuw gegeven is ook dat als er een verzoek komt van de ouders, de basisschool wettelijk verplicht is te zorgen voor een overblijf voorziening. De kosten hiervan komen voor rekening van de ouders. Het is niet wenselijk dat het onderwijzend personeel hier in participeert. De ouders zullen onderling (via de ouderraad) tot een invulling van deze taak moeten komen.

De idealen die de Basisschool voorstaat zijn erg kindvriendelijk. Het is echter jammer dat deze door de verschrikkelijke bezuinigingen, in het bijzonder in de personele bezetting, in veel situaties onmogelijk in praktijk kunnen worden gebracht.

Aan scholen die samengevoegd werden, kleuter en lagere school en waar een teruglopend aantal leerlingen was, mochten geen leerkrachten worden ontslagen. Tot 1990 mogen ze aan de school verbonden blijven als boventallige of ze vallen onder een garantiebepaling. Zo kunnen er op een school met weinig kinderen in verhouding veel leerkrachten beschikbaar zijn, maar de andere kant van de medaille is dat op 'groei' scholen veel leerlingen zijn en weinig leerkrachten. Dit leidt soms tot frustraties wanneer geprobeerd wordt de idealen van de basisschool in praktijk te brengen.

De kinderen van groep één en twee ontvangen minder uren les. Het gevolg is dat de vrij- geroosterde leerkrachten dan ingezet moeten worden in de midden- en boven bouw. De Wet op het Basisonderwijs stelt dat de leerkrachten breed inzetbaar moeten zijn. Via applicatiecursussen zijn leerkrachten in de gelegenheid gesteld om de benodigde bevoegdheden te behalen.

Maar met het volgen van lessen en het toepassen van een aantal experimenten, blijkt in de praktijk dat het volledig functioneren in de bovenbouw erg moeilijk, zo niet problematisch is. Studenten die nu worden opgeleid om het onderwijs te dienen, studeren af aan de Pabo (= Pedagogische Akademie voor Basisonderwijs). In de stageperioden van deze 4-jarige opleiding moet ervaring worden opgedaan in groep 1 t/m 8.

In de toekomst wordt wellicht de problematiek van brede inzetbaarheid enigszins opgelost. Ook in de materiële sector en in het onderhouden van de gebouwen wordt bezuinigd. In opdracht van het ministerie van onderwijs is er een commissie werkzaam geweest die bepaalde normen heeft opgesteld wat betreft de exploitatievergoeding aan een bepaalde school. Deze regels zijn vastgesteld in de zogenaamde Londo-normen.

Het is voor het bestuur en de directies van de scholen steeds weer een wikken en wegen om de beschikbaar gestelde vergoeding zo verantwoord mogelijk te besteden. Dat het Ministerie van Onderwijs steeds meer invloed wil uitoefenen op het onderwijs, blijkt uit de besprekingen die worden gevoerd om te komen tot eindtermen van het basisonderwijs.

Het ministerie wil greep hebben op wat er op de scholen minimaal wordt geleerd. De vrijheid van de bevoegde organen van de bijzondere scholen kan op de tocht komen te staan. Het is dan ook erg belangrijk om het imago en de identiteit van onze scholen steeds opnieuw onder de aandacht te brengen.

Personeel Kon. juni 1988 Wilhelminaschool. Achteraan: Lieuwe van der Bijl, Albert van der Zwaag, Remmelt de Boer, Meine van der Zee. Vooraan: Ineke de Boer, Eelkje Loopik, Jannie Voerman (vakleerkracht), Betty Visser, Nel van Dalen, Johannes de Vries.

Het 'vaste' team van de Prinses Beatrixschool. Zittend: T. Visser, S. Hoekstra. Staand: P. de Boer, J. Feenstra, mevr, J. R. de Jong-Eggen, P. Huls. Niet op de foto aanwezig mevr. Huls-de Rover, mevr. Voerman-van der Klooster en G. Zigterman.

Personeel CBS De Morgenster. Bovenste rij: A. van Dijk, mevr. G. Ykema, mevr. R Leerink-Wedzinga. Onderste rij: mevr. M. Woudstra-Koudenburg, G. Bakker, mevr. A. M. Bergsma-Boschma, mevr. H. Hoekstra, mevr. M. Prinsen-Kelderhuis. Niet op de foto aanwezig: mevr. B. Visser en mevr. G. Kruisenga-Puite.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.