Vissersburen, Rien en Weverswal, Lemmer |5|

Aan de achterkant van het oude gemeentehuis was een vaart, een soort inham vanuit het Dok (nu Gedempte Gracht) voor de aan- en afvoer van producten per schip. Het water, het zogenaamde Deade Gat (Dode Gat), heeft aan de ene zijde de achterkant van de huizen van de Nieuwburen en aan de andere kant het Kerkhof van de Hervormde Kerk. In 1888 is het water gedempt, gelijktijdig met het stuk Rien dat nu Gedempte Gracht wordt genoemd.

Vissersburen

Deze buurt werd al vóór 1800 zo genoemd en het zal duidelijk zijn dat zich hier meest de vissers ophielden. Tot 1957 liep hier het vaarwater De Rien, dat Lemmer met het Tjeukemeer verbond. Met name in de 19e eeuw toen Lemmer als vissersplaats in opkomst kwam, werden er talrijke kleine één-kamerwoninkjes langs het water opgericht, op plaatsen die tot dan onbebouwd waren.

Na de Tweede Wereldoorlog werd tot de demping van de Rien besloten, om een betere verbinding met de toen nieuwe Noordoostpolder te realiseren.
Het is met name dit gebied waar Lemmer veel dorps-schoon heeft moeten prijs geven. Ooit werd de Vissersburen tot één van de mooiste dorpsgezichten van Friesland gerekend.
Enkele panden aan de noordzijde herinneren nog aan vroeger tijden. De zuidzijde bezit echter geen enkel vooroorlogs bouwwerk meer.

Bron: Monumentenwandeling

1957: Hier is het begin van de demping goed te zien.

Zo zag de Vissersburen er op het ogenblik van de spuisluis/inlaatsluis af gezien zien uit. De mooie inkijk vanaf de zijde Van de Noordoostpolder op de Vissersburen in Lemmer, het karakteristieke hoekje waarover de ANWB zich nogal heeft druk gemaakt, is sedert enkele dagen sterk gewijzigd.

Er is een begin gemaakt, met de uitvoering tot demping van de Rien en als eerste fase van het plan werd een verbinding gelegd van opgespoten zand tussen de Vissersburen en de oude inlaatsluis. Dag in dag uit wordt onafgebroken zand gespoten, zodat de dag waarop de Rien door Lemmer geen Rien meer zal zijn, maar een vlakte van geelwit zand, waarop de kinderen naar hartenlust kunnen ravotten niet ver meer schijnt. De boerderij is reeds grotendeels afgebroken. Het verkeer, dat zich nog steeds met moeite over het huidige parcours beweegt, zal het werk zeker nooit vlug genoeg gaan.

We zien hier dat het zand al gevorderd is tot de vroegere winkel van Harm van der Wolf, de plaats waar later Yvonne Lingerie kwam. Onder water is het zand al verder en wie niet bang is voor een paar natte voeten kan al lopen tot de voorkant van de tegenwoordige Friesland Bank. Een paar jongens zijn daar al met schoppen bezig. Langs de kanten zijn de buizen te zien waarmee het zand uit de richting van de Spuisluis werd aangevoerd. Van de bebouwing aan de rechterkant is nu niets meer over, alleen de toren van de Katholieke kerk is nog onveranderd. Hier zien we nog een hoekje van het blok waarin onder andere Molenberg een naaiatelier had.

Dan de woning van de familie Coehoorn. Daarnaast stond enkele meters achteruit de woning van melkboer Sterk en zijn gezin. Dan volgt de oude boerderij waarin aannemers Visser opslagruimte voor hun materiaal hadden. Het nieuwere huis werd bewoond door Cees Lemstra, de bezorger van onder andere de Telegraaf. Drie kleine huisjes en dan de woning van timmerman Bosma en de bijbehorende werkplaats. Op de linkerkant was toen nog de distilleerderij van “De Weeskes” Visser. Het smalle en puntige bouwsel is de eigenlijke distilleerderij.

Juli 1956

Eén van de grootste veranderingen in het centrum van Lemmer is wel het dempen van de Rien geweest. Een beslissing waarvan velen nu spijt hebben. Er zijn plannen gemaakt om de oude vaarweg weer open te krijgen maar die zullen wel nooit uitgevoerd worden. Als alles technisch en financieel geregeld kon worden dan bleef nog het vraagstuk over van de winkels en bedrijven die aan weerszijden ontstaan zijn.

Duidelijk is op deze afdruk te zien dat de walmuren aan beide kanten onder het zand verdwijnen. Als we daar nu langs lopen is er bijna niets meer van de oude bebouwing terug te vinden. Niet alleen van de kant van de vroegere Vissersburen maar ook de kant van de eerdere Weverswal heeft zich op dezelfde wijze ontwikkeld. 

Op de foto is alles al behoorlijk volgespoten. Een prachtig speelterrein voor de jeugd. Op de rechterkant het blok woningen waarin o.a. het atelier van Molenberg gevestigd was. Op links een deel van de distilleerderij van Visser, de fotozaak van Hak, de woning van Romke de Jong. Na het huis van schilder Verbeek wordt het wat wazig met aan het eind het hoge dak van het huis van Jan Steensma en de fietsenzaak van Harm v.d. Wolf.

1956: Kijken naar het dichtspuiten van de Rien, verkeersverbetering in Lemmer. In Lemmer is een belangrijke verkeersverbetering tot stand gekomen: het verkeer van Sneek naar de Noord-Oostpolder behoeft nu niet meer van de Nieuwburen de slinger over de Truitjezijlbrug te maken, maar schiet over de gedempte Visserburen (achtergrond) direct de Schans in.
In de toekomst komt men de gisteren buiten gebruik gestelde Truitjezijlbrug toch nog weer tegen op z'n weg en wel over de nieuw te maken sluis aan het eind van de Schans, welke sluis toegang geeft tot de haven bij de houtfabriek e.d. De Lemster oudjes vonden de verkeersverbetering een pracht onderwerp voor hun discussie!

In het Fries komt nog het lidwoord 'de' voor de plaatsnaam Lemmer. Op sommige kaarten is die Friese benaming overgenomen en bij een herziening heeft dr. F. J. Omeling hetzelfde gedaan in de "Schoolatlas der gehele aarde" van Bos-Niemeijer. Dit ter inleiding van deze afdruk, die een brok oud-Lemmer laat zien, dat de laatste jaren nogal is veranderd.

Rechts de nieuwe Blokjesbrug. Op die plaats was vroeger een sluis, maar dat is al lang verleden tijd, want er moest een grotere sluis komen met een binnenhaven voor de Lemmerboot.

Sluis en binnenhaven zijn er nog. Daar passeren elk jaar een dikke zevenduizend schepen, maar de Lemmerboot is er sinds 1959 niet meer bij. In dat jaar is de laatste bootverbinding met Amsterdam opgeheven. De boten lagen bij het witte pand midden-rechts, waarin later hotel Centraal is gehuisvest.

In het hart van de foto het hart van Lemmer, Markt waaraan het gemeentehuis van Lemsterland staat (links van de eerste zebra).

Nog niet zo heel veel jaren geleden liep er van de binnenhaven een vaarwater langs de Markt door de Vissersburen (weg recht naar boven) naar de Rien. Midden bovenaan de foto is de brug over de Rien nog juist te zien.

De kale plek links van de Vissersburen is de rest van het Rienplan. Daar werd later het bejaardencentrum gebouwd. De werkstraten liggen er al en een witte streep vertelt, dat er al een doorbraak naar de Vissersburen is geforceerd. Even 'hoger' (weg recht naar boven) naar de Rien.

Midden bovenaan de foto is de Schans. Dat was voorheen dé verkeersweg. De kraampjes in deze straat leren, dat de foto op een donderdagmiddag is gemaakt.

De kerk linksonder is de Hervormde kerk. Links daarvan loopt de Lijnbaan, die werd afgebroken..

Het witte gebouw geheel midden-links is het koopcentrum, waarin vooruitstrevende middenstanders zich hebben verenigd. Het staat met het front aan de Nieuwburen, de straat die naar links overgaat in de weg naar Sneek.

Toen en Later

Een foto van een stukje Weverswal. Eigenlijk is het dan al een stukje Vissersburen, want het is na het dempen van de Rien. De eerste helft van de Rabobank is al gebouwd en het zal kort voor de uitbreiding daarvan zijn. De gordijnen voor de ramen bij het hoge huis, waar het gezin van Johan Bosma woonde, en voor het kleine huisje ernaast, zien eruit alsof ze zo maar even opgehangen zijn, met het idee dat de ruiten dan niet zo gauw zullen sneuvelen. Helemaal op links de timmerwinkel van Bosma. Ook al enigszins in verval. Als ik dat gebouw nu bekijk is het toch jammer dat dit verdwenen is. Als dit ook eens een opknapbeurt had gekregen, zoals Jelle de Jong aan de Emmakade heeft laten doen, was het ook een pronkstukje aan de Vissersburen geweest. Maar dat zagen we toen niet, en we kunnen ook niet alles wat mooi en waardevol is bewaren.

1973: Links is Evert de Vries zijn visbakkerij nog te zien

Spinhúspôlle

De Spinhúspôlle was eigendom van de armvoogdij van de Hervormde Kerk (het armhuis). En deze was nog 100 jaar eigenaar van de grond door verkoop in erfpacht. De eerste bebouwing is van 1845 van en door timmerman Hendrik Harmens Visser. In 1883 was de Spinhúspôlle aardig volgebouwd. Maar nog wel omgeven door water (ook nog te zien op de militaire luchtfoto van het Achterom). Zie kadasterkaartje (opgemaakt 1883). Blauw is water (De Rien) en donkerblauw (nr1765) is de eerdere RK kerk

Steven G. de Jong

Woning H126

De familie Kok-Kuipers (Jan Kok x Antje Kuipers) woonden op nummer H126 naast de timmerwerkplaats van Bosma, en Elske was hun enige kind. Later trouwde Elske, met Van der Neut en woonden boven de mastmakerij op de Polderdijk. Jan Kok was werkzaam in de smederij van Van den Berg in de Beneden Schans.

Omstreeks 1936 ging de weduwe Heins, de schoonmoeder van Meye Bosma, in de woning H126 wonen. Dus naast haar dochter. Van huisbaas Bosma moest het gezin Kok-Kuipers naar de vrijgekomen woning H124 verhuizen. Het gezin Visser-Vleeshouwer (H124) vertrok naar Den Oever (Wieringen). De aanleg van de Afsluitdijk en polder was voor enkele Lemster vissers aanleiding om te verhuizen naar Den oever, Wieringen (3 met de naam Visser) of Makkum (“Jan met de centen”). Om daar hun geluk maar eens te beproeven.

Woning H125

In het hogere huis H125, woonde Albert Bosma (van de timmerwerkplaats) en later (na ±1928?) zijn zoon Meye Bosma. Albert Bosma werd wethouder en liet een huis bouwen aan de Schoolstraat. (op de hoek aan de Parkstraatzijde, achter de nu gesloopte Openbare lagere school).

Bouwblok H124-H123-H122

Hiernaast stond op de Weverswal een bouwblok waarin drie kleine woningen. Ook deze waren bezit van de familie Bosma.

Woning H124

Direct naast Meye Bosma op nummer H124 woonde Steven Visser met zijn vrouw Trijntje Vleeshouwer. Steven Visser) ( LE84 ). Zij woonden er van het voorjaar 1924 tot in 1936. De eerste maanden van hun huwelijk (Jan. 1924) woonden ze in bij de ouders van Steven (Jan Stevens Visser X Rinske Friso) . Die woonden tussen de RK-kerk en de boerderij van Huitema. 

Marius, de broer van deze Steven Visser woonde dichtbij op de Spinhúspôlle. Dit is een andere Steven Visser dan in de beschrijving van Evert over de bewoners van deze panden in ”Vissersburen”. Best wel verwarrend dat er zoveel Stevens zijn. Wanneer grootvader en oom (Greate Steven) en neef ook dezelfde naam hebben gaat het snel. Everts beschrijving lijkt mij van voor 1928, hoewel Nijholt (timmerman bij Bosma) weer van veel later is. Het water “Deade gat” waarover hij schrijft is dan (in 1928) al gedempt.

Woning H123

Hier woonde (in 1928) de familie Kuipers-Zandstra. (Bouke Kuipers X Boukje Zandstra). De moeder van Elske Kok (Antje Kuipers) woonde dus niet ver van haar broer Bouke Kuipers. Zij kregen vier kinderen: Siebe, Akke, Anne en Geartsje. 

Woning H123

  • Siebe Kuipers X Aaltje van der Gaast
  • Akke Kuipers X Frans Visser
  • Anne Kuipers X Johannes Jongsma *
  • Geartsje Kuipers X Tseard Heeres

Woning H122

Hier woonde (in 1928) het gezin Age Visser x Gepke Scheffer.

Steven G. de Jong

* Mijn naam is Boukje Beije-Jongsma, geboren op 6 december 1957 op de Vissersburen 23, toen de Rien net een aantal maanden eerder was gedempt. Dochter van Johannes (Joop) Jongsma (geb. 30-12-1922) en Anna Kuipers (geb. 22-10-1921) Ik heb een zus Lucie (23-04-1961) en een broer Jaap (15-03-1963)

Ik ben een kleindochter van Bouke Kuipers en Baukje Zandstra. Mijn pake Bouke en beppe Baukje (mijn beppe heb ik nooit gekend) woonden met hun gezin in het middelste huisje van een rijtje van 3 op de Vissersburen 23, wat toen nog Weverswal 7 heette, aan de Rien.
Ze kregen 4 kinderen: Siebe, Akke, Anna en Geertje.

Een zus van mijn pake Bouke, Ant Kuipers, woonde naast ons met haar man en ze hadden 1 kind, dochter Els (Later getrouwd met Wim van der Neut) aan de rechterkant (als je met je rug tegen de voordeur zou staan) Aan de andere kant naast ons woonde buurvrouw Gep Visser met man en kinderen. Hoeveel weet ik niet, maar ze hadden in elk geval een dochter Clara die ongehuwd is gebleven en een zoon Jan.

Het was een klein visserswoninkje (pake Bouke was visser en in de wintermaanden werkte hij op het stoomgemaal)met een wc (ton) buiten. Toen Siebe, Akke en Geertje al getrouwd waren en Beppe Baukje op jonge leeftijd was overleden, bleven Anna en haar vader samen over. Later trouwde zij met Joop Jongsma en hij trok bij hen in op de Vissersburen, waar wij allen zijn geboren.

Tegenover ons woonde het gezin van Pieter Frankema, welke een bakkerij en bakkerswinkel hadden. Ik speelde wel eens met Ittie Frankema, zij is van mijn leeftijd. Mijn mem had altijd mooie verhalen over de Vissersburen; in de jaren 40 en 50 kwamen er wekelijks verschikkende kooplui aan de deur, die mijn moeder goed kon imiteren.

Ook hadden die verkopers aan de deur vaak vaste openingszinnen, zoals bijv. “Het fonds” en” Bôale, Baukje?” In de oorlogsjaren zat het gezin Kuipers vaak met z’n allen in het kleine keldertje als er vliegtuigen overkwamen. Toen wij na 6 jaar verhuisden naar de Willem Barentszstraat 11, ging pake Bouke met ons mee.

Vissersburen (Zuidzijde) 1973

Hoek Schans-Vissersburen