Home » Historie-Friesland » Friese Verzetsstrijders » Heide, Hielke van der

Heide, Hielke van der

Hielke van der Heide, (wachtmeester) geboren op 4 maart 1919 te Beetgumermolen, overleden 6 september 1944 te Vught.

Hielke wordt in mei 1940 onder de wapens geroepen en komt na zijn acties tijdens de meidagen van 1940 in aanmerking voor een onderscheiding. Hij weigert zijn onderscheiding met de woorden dat hij slechts zijn plicht heeft vervuld. Na de capitulatie worden Hielke en zijn vriend Wim opgeleid tot marechaussee, zij worden gestationeerd te Bedum.

In april 1943 tijdens de grote staking komt het tot onenigheid tussen Hielke, Wim en hun superieuren. Hielke en Wim weigeren het enige joodse echtpaar in Bedum te arresteren, maar waarschuwen hen juist. Hielke en Wim moeten zelf onderduiken.

Ze raken daarna betrokken bij het verzet, eerst verrichten ze spionage activiteiten maar later zijn ze ook betrokken bij het gewapend verzet en bevrijden ze onder andere verzetslieden uit de gevangenis.

Na verraad worden Hielke en Wim gearresteerd. Een postadres is door de Duitsers geïnfiltreerd en als Hielke en Wim zich daar melden probeert de SD hen te pakken te krijgen. Er volgt een vuurgevecht waarbij Hielke gewond raakt. Wim geeft zich pas over als zijn munitie op is. Wim wordt naar Duitsland gebracht en overlijdt in een Duits concentratiekamp.

Hielke word naar Vught gebracht waar hij zwaar gewond op 6 september 1944 wordt gefusilleerd. Hielke’s laatste woorden zijn aan een van zijn bewakers gericht: "Wat een tuig zijn jullie om de moed te hebben, een zwaargewonde te fusilleren".

Meer op de site van Han Meijer: www.jodenvervolgingbedum.nl

1947: Weekblad 'De Zwerver'

HOEVELEN werden in „De Zwerver" op deze plaats reeds gememoreerd. Zonder uitzondering waren het personen, die door hun karakter en levensbeschouwing, wel haast vanzelfsprekend aan het verzet moesten deelnemen.

Met deze overpeinzing begin ik aan het „In Memoriam", gewijd aan onze onvergetelijke vrienden, Hielke v. d. Heide (Piet v. d. Eist) en Wim Homoet (Hommes). Naast de velen, welke reeds zijn herdacht, is het moeilijk hen in het juiste daglicht te plaatsen. Ook moeten beiden in één adem worden genoemd, onafscheidelijk als ze waren. Wanneer je den ene zag, kon de andere niet verre zijn.

Piet ogenschijnlijk de stuurse, Wim altijd even opgeruimd en blijmoedig in alles; beiden „Kerels", waarop, in de moeilijkste en de meest gevaarvolle omstandigheden, zonder meer kon worden gerekend.

Hielke werd 4 Maart 1919 te Beetgumermolen in Friesland geboren en 6 September 1944 te Vught gefusilleerd.

Wim had dezelfde leeftijd, geboren 4 September 1919 te Zeist; hij overleed 22 Febr. 1945 in het concentratiekamp Bergen-Belsen in Duitsland. In de oorlogsdagen van Mei 1940 hebben zij als militair hun plicht gedaan. Hielke zou voor een onderscheiding worden voorgedragen. „Ik heb slechts mijn plicht gedaan en wens daarvoor geen beloning", waren zijn woorden.

Na de capitulatie van ons leger werden ze opgeleid tot marechaussee en kregen naderhand Bedum in de Prov. Groningen tot standplaats. Gedurende de Meistaking in 1943 hadden ze moeilijkheden met hun superieuren en onderduiken was het resultaat. Spoedig kregen ze contact met Henk Ridder (Henk de Vries) en hun eerste taken waren het schaduwen van de S.D., etc, spionage, terwijl ze daarna ingeschakeld werden bij de KP.

Na de overval op het distributiekantoor te Slochteren, waarbij o.a. „kleine" Keesje Roeters van Bedum was gearresteerd en deze, mogelijk door het beulswerk van het Scholtenshuis te Groningen, zou kunnen doorslaan, benevens de arrestatie van Frits, een week tevoren, stond onze KP er precair voor.

Toen het op dat moment er echter om ging, een paar „Trouw"-contacten uit de cel te Delfzijl te bevrijden, aarzelden Wim, Piet en anderen geen ogenblik, daartoe het uiterste te wagen. Aan hen lag het niet, dat deze bevrijding onmogelijk kon slagen; het verraad omvatte ons toen reeds. Dit was ook de oorzaak, dat zij beiden in het harnas werden gegrepen. Hen kennende is het zo logisch, dat zij zich maar niet zó aan de SD. overgaven.

Enkelen van ons waren afzonderlijk in een val gelopen, door de S.D. voorbereid; door verraad was een postadres bezet. Gezamenlijk kwamen voor een bespreking ook Wim en Piet op dat adres. Het daarop volgend vuurgevecht gaf ons hoop op bevrijding. Piet werd echter zwaar gewond en Wim, geen munitie meer hebbende, gearresteerd.

Op de rampzalige Septemberdag in 1944, toen het kanongebulder van België uit, de bevrijding van ons land aankondigde, werd Piet gefusilleerd. Hij werd niet transportabel geacht voor vervoer naar Oraniënburg.

Piet was afzonderlijk naar Vught opgebracht; de anderen gezamenlijk, dus ook Wim. Zowel op het Scholtenshuis als in de bunker te Vught was het o.a. Wim, die ondanks onze hopeloze vooruitzichten, vol vertrouwen de toekomst tegemoet zag. En als ik dit in Memoriam in de geest van deze beide jongens besluit, dan doe ik dit met de laatste woorden van Piet, die, wetende wat hem zo aanstonds te wachten stond, zijn bewakers toevoegde: „Wat een tuig zijn jullie om de moed te hebben, een zwaargewonde te fusilleren".

En ik denk hierbij aan Wim's woorden in de bunker bij een vertrouwelijk gesprek: „Ik vrees niet de dood, maar wel het verschijnen voor God, want ik weet, dat ik niet rechtvaardig heb geleefd en denk hierbij aan het leed van mijn Moeder".

Ook Wim mochten wij helaas niet weer in ons midden terugzien. Zij beiden hebben de tol betaald, welke lederen KP-er voor ogen stond, bezig zijnde met de bevrijding van ons Volk, het oog hebbend op een eensgezind Vaderland in de toekomst, hun plicht doende voor onze Vorstin.

Zij rusten in Vrede.

„TOBY".

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.