Sinnema, Leendert

Leendert Sinnema, geboren op 27 april 1886 te Leeuwarden, overleden op 18 februari 1945 te Neuengamme, zoon van Pieter Pieters Sinnema en Anna Leenders Rodenhuis. Gehuwd met Johanna Jeelof.

Sinnema begon in 1940 op eigen initiatief met vervalsingen aan te brengen in de bevolkingsregisters om de Duitsers te misleiden.

● De noodzaak voor de bezettende macht gedurende de jaren 1940—1945 om iedere burger strak aan een papieren touwtje te houden opdat men van zijn gedragingen op de hoogte was, zijn bewegingen onder druk kon leiden of hem kon dwingen te gehoorzamen op straffe van uitsluiting van distributiegoederen is een feit, dat iedereen wel weet. Het ondergrondse verweer tegen deze controle door middel van steeds weer andere en nieuwe paperassen vormde fraude op grote schaal, die ook op vele stadhuizen in den lande werd gepleegd. Een van die helpers van de goede zaak waarvan de naam in het Leeuwarder Lekkumerend voortleeft, was Leendert Sinnema.

De in Leeuwarden geboren en getogen heer Sinnema, tijdens de oorlog wonend aan Achter de Hoven, was al vroeg in dienst van de gemeente. In totaal heeft hij 41 jaren op het stadhuis zijn werk verricht, aanvankelijk in de onderste regionen maar staag opklimmend bij de sporten van de ambtelijke ladder. Toen de Landelijke Organisatie voor Steun aan Onderduikers (L.O.) hem in 1942 benaderde was de heer Sinnema chef van de afdeling Bevolking en Militaire Zaken, een stipt werkend, onkreukbaar man, die allerminst ijverde voor een plaatsje in de heldengalerij doch wiens geweten hem niet toestond te weigeren nu zijn hulp van essentieel belang was voor het ondergrondse werk.

De illegaliteit, in wier rijen keer op keer bressen werden geslagen door verraad of onvoorzichtigheid, soms ook door een grillige, dodelijke zwier van het toeval, had voortdurend de beschuttende papieren nodig, die haar medewerkers en de vele door haar verzorgde onderduikers in staat stelden hun gang te gaan en buiten de grijpvingers van de Sicherheitsdienst te blijven.

Ieder, die gesignaleerd werd er wiens ware identiteit de S.D. bekend was geraakt, leefde op een vulkaan zo lang men hem niet van een nieuwe naam, een nieuwe afkomst en een ander beroep had voorzien. Dat kon alleen wanneer men beschikte over voldoende persoonsbewijzen waarmee de allengs steeds knappere vervalsers van de illegaliteit ware kunststukken uithaalden. En het vrijelijk graaien en knoeien in de kaartenbakken van het bevolkingsregister en het stelen van de PB's was slechts dan mogelijk wanneer de chef van de betrokken afdeling deze machinaties volledig dekte en zijn gehele steun gaf aan degenen op de afdeling, die de stukken doorspeelden aan de LO.

Een van de trucs waarmee meer dan eens de Duitsers een rad voor ogen werd gedraaid was het overbrengen van de identiteit van een gestorvene op een illegaal werker wiens leeftijd overeen kwam met die van de ander op het moment van diens overlijden. De man in kwestie liep dan weliswaar rond onder een valse naam maar werd hij aangehouden en aan zijn papieren getoetst dan was zelfs een scherpere controle in het bevolkingsregister niet in staat aan het licht te brengen, dat hier iets fout zat. Want zelfs zijn geboorteakte was immers aanwezig. Het enige wat mankeerde was de acte van overlijden. Die had men verdonkeremaand!

Heden ten dage is het in ons strikt gereguleerde vaderland ondenkbaar, dat enkele ambtenaren er ongeveer een dagtaak aan hebben om de boel op een geraffineerde manier te bedriegen maar toen was het toch maar zo, zoals iemand ons vertelde, dat hij op het Leeuwarder stadhuis ijverig valse PB's tikte terwijl een politieman met het pistool op tafel naast hem zat ter bewaking van de in een bunker gevatte kluis vol persoonsbewijzen. „Wist die vent veel?"

Ongeveer twee jaar lang heeft de afdeling Bevolking te Leeuwarden op volle kracht de Duitsers tegengewerkt. Een lid van de LO herinnert zich de heer Sinnema nog heel goed en zei: „Vooral toen de tweede distributiestamkaart werd ingevoerd heeft hij heel nuttig werk gedaan. Ik geloof, dat hij in zijn hart vrees koesterde en piekerde over de gevolgen, die deze voor ons zo nodige medewerking voor hem kon hebben. Maar juist daarom heb ik hem steeds bewonderd. Er waren genoeg mensen, die zonder enige nervositeit de gevaarlijkste stukjes uithaalden en schijnbaar geen moment angst hadden. Althans dat niet toonden. Maar de heer Sinnema had die koelheid niet, Hoeveel Nederlanders waren precies zo en wie zal iemand er ooit een verwijt van kunnen maken, dat hij zwaarder aan de zaken tilt dan die anderen? En dan tóch meedoen. Daar heb ik respect voor."

Alles ging goed tot 28 december 1944. Toen werd de heer Sinnema op zijn kantoor gearresteerd door enkele SD'ers waarbij ook de beruchte boerenzoon Meekhof uit Drente, in die tijd een verbitterde fanaticus van even in de twintig. Ook Henk Sinnema, 20 jaar werd opgepakt, hij zat thuis als onderduiker. Beiden zijn overgebracht naar de Spaarbank aan het Zaailand waar zij zwaar werden mishandeld.

De heer Sinnema jr.: „Ze wilden van mij weten wie de man was, die af en toe bij ons thuis kwam om pakjes op te halen. Ik wist het niet maar zij zeiden dan dat ik het gerust kon opbiechten want mijn vader had het ook al bekend. Zo probeerden ze ons tegen elkaar uit te spelen. Ik heb mijn vader niet ontmoet. Toen niet en daarna nooit meer. Leendert Sinnema, 57 jaar oud, werd een dag of tien later op transport gesteld naar het Scholtenshuis in Groningen.

Wat daar met hem is gebeurd weten alleen degenen, die het gehate uniform droegen. Zij hebben geen moment geaarzeld om hun gevangene niets te besparen. Na de verhoren zonder enige vorm van proces werd Leendert Sinnema naar het concentratiekamp Neuengamme gestuurd. Op 18 februari 1945 is hij daar overleden maar zijn graf is na de oorlog ontdekt en op 25 oktober 1951 is zijn stoffelijk overschot in alle stilte herbegraven op het kerkhof van Huizum.

Het is vooralsnog niet zeker waarom Meekhof c.s. zo resoluut op de heer Sinnema zijn afgegaan. Zijn zoon, die in een kamp bij Wilhelmshafen werd afgebeuld en op het nippertje de dans ontsprong zij het met blijvend rugletsel, die bij zijn terugkeer in Leeuwarden niet meer woog dan 70 pond en geestelijk maanden lang een wrak bleef, meent: „Uit betrouwbare bron heb ik gehoord, dat Meekhof getipt werd door een pro-Duitse caféhouder."Iemand anders, die in die jaren tot zijn nekharen in het LO-werk zat, betwijfelt dat: „De: SD ging eerst naar het huis van de heer Sinnema. Na de arrestatie van Henk ging men naar het stadhuis. 's-Middags om drie uur pakten zij de heer Sinnema. Ik vind het vreemd, dat je naar iemands woning gaat om hem gevangen te nemen, als je weet, dat hij op zijn bureau te vinden is. Ik geloof, dat Meekhof geknoei ontdekt had in het PB van Henk en toen gedacht heeft, dat de vader daar meer van wist".

Nimmer is de juiste toedracht bekend geworden. Het gezin Sinnema was de geliefde man en de goede vader van twee zoons voor altijd kwijt. Leeuwarden verloor een uitstekend burger, wiens grote muzikaliteit vijftig jaar geleden de oprichting tot stand bracht van een kamermuziekgezelschap, dat nu nog bestaat onder de naam 'Salonorkest Sinnema'* en in vele kringen zeer populair is.

De 'Leendert Sinnemastraat' herinnert aan een van de zeer velen, die ondanks een niet aflatende zorg over de gang van zaken in de zware oorlogsjaren en de wetenschap, dat hij met eigen onrust zou blijven kampen zolang hij zijn geweten bleef volgen, zijn plicht als goed Nederlander met inzet van alle krachten volledig heeft gedaan.

* Leendert speelde voor de oorlog in een orkest dat de naam "Kamer Muziekvereniging" droeg. Het werd opgericht op 15 december 1918 in de lunchroom van "Kimp" aan de Leeuwarder Nijstad. In de tweede Wereldoorlog heeft het orkest niet gespeeld, omdat ze niet voor de Duitse Kultuurkamer wilden optreden. Toen na de oorlog bleek dat Leendert was omgekomen in een Duits concentratiekamp werd de naam van het orkest als eerbetoon veranderd in "Salonorkest Sinnema"

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.