LE: 121-171

  • LE 121 
  • Opm: 1921-1923: halfgedekte zeilboot van Lykle Poepjes, (v/h O.O.W.1 (>?)), in '23 verkocht

  • LE 122   
  • Opm: 1921-1925: open zeil-/of roeiboot z.n. van Yge Visser

  • LE 124   
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: Eigenaar: H. H. Visser. Bijnaam: Essje. Woonplaats: Lemmer. Soort: Aak vt 28. Naam Schip: "De Harmonie" Bouwjaar: 1897. Werf: Gebr. de Boer.

  • LE 126    
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: Eigenaar: J. Koornstra, (eign Sterk). Woonplaats: Lemmer. Soort: Botter. Naam Schip: "De Jonge Klaas"  

  • LE 128    
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: (later LE 23) Eigenaar: D. Coehoorn. Woonplaats: Lemmer.

  • LE 129     
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: Eigenaar: S. Zandstra. Woonplaats: Lemmer. Soort: Botaak. Naam Schip: "De Vrijheid"Bouwjaar: 1897. Werf: Gebr. de Boer.

  • LE 130    
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: Eigenaar: W. Scheffer. Woonplaats: Lemmer. Soort: Botter. Naam Schip: "Paul Krûger"

  • LE 131
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: Eigenaar: R. van Slageren. (Later LE 31) Woonplaats: Lemmer. 

  • LE 134 
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: Eigenaar: A. Rienkstra. (Later LE 55) Woonplaats: Lemmer.

  • LE 136
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: Eigenaar: S. Seldenthuis. (Later LE 56 en LE 91) Soort: Aak. Woonplaats: Lemmer.

  • LE 137
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: Eigenaar: A. Fortuin. (Later LE 54) Woonplaats: Lemmer.

  • LE 138 
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: Eigenaar: Meinte van der Bijl. (Later LE 33) Woonplaats: Lemmer.

  • LE 139
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: Eigenaar: Arend Poepjes. Woonplaats: Lemmer. Soort: Aak vt 29. Naam Schip: "De Vrouwe Fenna" Bouwjaar: 1877. Werf: Auke van der Zee in Joure.

  • LE 141
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: Eigenaar: Jan S. Visser. (Later LE 41) Woonplaats: Lemmer.

  • LE 142 
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: Eigenaar: A. W. de Jong. (Later LE 42) Woonplaats: Lemmer.

  • LE 143 
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: Eigenaar: Jan Pen. Woonplaats: Lemmer. Soort: Botter. Naam Schip: "De Goede Verwachting" 

  • LE 145   
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: Eigenaar: Jelle J. Visser. (Later LE 45) Woonplaats: Lemmer.

  • LE 146   
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: Eigenaar: H. Coehoorn. Woonplaats: Lemmer. Soort: Aak vt 40. Naam Schip: "De Jonge Jan"

  • LE 147 
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: Eigenaar: J. H. Poepjes. (Later LE 100) Woonplaats: Lemmer.

  • LE 148 
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: Eigenaar: P. H. Poepjes. Woonplaats: Lemmer. Soort: Aak vt 40. Naam Schip: "De Jonge Hans" Bouwjaar: 1898. Werf: Auke van der Zee in Joure.

  • LE 149 
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: Eigenaar: S. Zandstra. (Later LE 24) Woonplaats: Lemmer. - Eigenaar: S. de Haan. Woonplaats: Lemmer. Naam Schip: "De Toekomst"

  • LE 156   
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: Eigenaar: T. Thijsseling. Woonplaats: Lemmer. Soort: Schouw. Naam Schip: "De Jonge Douwe"

  • LE 157 
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: Eigenaar: H. Mulder. (Later LE 43) Woonplaats: Lemmer.

  • LE 158   
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: Eigenaar: J. A. Visser. (Later LE 58) Woonplaats: Lemmer. 

  • LE 159   
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: Eigenaar: A. S. Visser. Woonplaats: Lemmer. Soort: Schouw. Naam Schip: "De Jonge Steven"

De LE 160 : Tineke Vlig-Harkema, vertelde dat de man rechts naast de mast, Marten Vlig is.


  • LE 161 
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: Eigenaar: Lykele Poepjes. (Later LE 69) Woonplaats: Lemmer.

De STL 8 van de familie Poepjes


  • LE 164   
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: Eigenaar: R. A. Visser. (Later LE 64) Woonplaats: Lemmer.

  • LE 165   
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: Eigenaar: J. de Blaauw. (Later LE 65) Woonplaats: Lemmer.

  • LE 166   
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: Eigenaar: G. P. Bootsma. (Later LE 66) Woonplaats: Lemmer.

  • LE 170 type:
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: Eigenaar: J. R. Visser, later Aant Rienksma LE 55. Woonplaats: Lemmer.

Aanvulling: 1899- LE 170 - Murnzer klif - Croles

Deze 41-voet aak werd gebouwd voor Jan R. Visser en gefinancierd - zoals zovele aken - door T.H. de Rook. De zoon van deze 'Jan van Fetje', zelf dertig jaar als jachtschipper gevaren op de Schollevaer van W. Bruynzeel, vertelde dat het een best schip was, 'maar geen hardzeiler'.
Dat kon ook niet, volgens hem, want 'de zes Gebroeders' was iets breder dan de aken van de Boer, en bovendien klein getuigd met een heel grote bun om de bot in leven te houden. Ook was de diepgang 30 cm minder dan bij de andere Lemsteraken.

De aak werd later verkocht aan S. Kooistra (LE 37) en daarna aan A. Rienksma ('Reade Aant' genaamd want iedere Lemster had een bijnaam).

Onder de naam Murnzerklif werd het schip - nog steeds in vissermans uitvoering - eigendom van P. de Jong en H. Koopman te Balk en thans van Jhr. ir. a. van Swinderen in Wijk bij Duurstede.
Ten behoeve van dit artikel is het schip dit jaar opgemeten en in tekening gebracht.

Rectificatie door: Jan Pieter Rottiné; De door u genoemde aak LE 170, was later de LE 55 (zie de foto, waarvan overigens het negatief nog altijd in mijn bezit is) Deze aak is jarenlang gevaren door mijn overgrootvader Aant Rienksma, geb. 16-01-1870 te De Lemmer, overl. 22-02-1954. Hij werd inderdaad “Reade Aant” genoemd, waarschijnlijk vanwege zijn rossige haarkleur. De aak was genaamd “Jaantje”. De naam “Murnzer Klif” is een “jachtennaam” die waarschijnlijk door de latere kopers, die hem als jacht in gebruik namen, aan het schip is gegeven. De zoon van “Reade Aant”, Rienk Rienksma heeft nog jaren met de LE 55 gevist, ik ben zelf ook nog wel samen met deze oudoom als “knecht” wel enkele malen mee geweest.


  • LE 171   
  • De Lemster vissersvloot van ± 1915 volgens Jan Wouda: Eigenaar: A.S. Rottiné. Naam Schip: "De Jonge Schelte" Woonplaats: Lemmer.

Aanvulling: 1899 - LE 171 - Breehorn-Croles

Dit zusterschip van de LE 170, "De Jonge Schelte", werd eveneens gefinancierd door T.H. de Rook ten behoeve van A.S. Rottiné. In 1913 wordt het gekocht door H. Wouda ('Manus van Mette') voor  f 1.250,- en krijgt het no. LE 75.

Na 1928, als de Wouda's naar Medemblik zijn verhuisd, vaart de aak tot ongeveer 1950 als ME 6.

De zoon van Wouda uit Medemblik, een man met een onvoorstelbaar geheugen die heel wat informatie voor dit artikel heeft aangedragen, vertelt dat de aak slecht zeilde en laveerde. Vader Manus liet er daarom een 1 meter langere mast opzetten, de fok vergroten en een scheg van 15 cm aanbrengen. Toen zeilde de aak goed en de kop viel bij het laveren ook niet meer weg.

Dus ging men ook meedoen aan de wedstrijden voor vissersvaartuigen die ieder jaar door de 'Koninklijke' voor Amsterdam werden georganiseerd. Daarvan het volgende verslag: 'In 1913 gingen we er mee te hardzeilen naar Amsterdam. Er was een dikke topskoelte. Toen we in de Oranjesluizen lagen hoor ik de oude nog zeggen: 'Maar ik zeil er de mast niet af'. Want zo'n Amerikaanse grenen mast was niet goedkoop. Maar toen we in de wedstrijd lagen en het maar net ging voor de volle zeilen dacht hij niet meer aan de mast, maar moest hij een beetje 'vlokesgud', dat was een borrel. Want we lagen voor. We lagen in het lange rak van de Knar bij de wind op Marken aan en o, wee, daar brak het voorste ijzerwerk van de gaffel en het zeil zakte tot de blokken in de mast tegen elkaar kwamen. Ome Liekele de mast in met een stuk ketting, een sluiting en een takelt je en hij kon het zeil weer zo hoog krijgen en dat we met de giek op het boord verder konden zeilen. Maar de tweede ging ons mooi voorbij, maar we werden toch tweede. Dat was niet slecht voor zowat de slechtste zeiler van de Lemster vloot'.

Het schip komt vervolgens terecht in Wieringen, vaart onder de no.'s WR 24 en WR 27 en wordt dan door de scheepsbouwer Stofberg gekocht die de aak in de jaren 1964/65 verbouwt tot jacht.

Sinds 1967 eigendom van mr. J.R. Carp onder de naam Breehorn (59 VB). Ook dit schip heeft evenals de LE 170 een wat platter vlak en werd eens bij reddingsacties gebruikt, omdat door de brede vorm en het kleine tuig de aak zich daarvoor goed leende. De jonge Schelte was altijd makkelijk te herkennen aan twee ogen voorop waaraan de netten werden vastgemaakt.

Hermanus Wouda, 1878-1966. Kocht de LE 75 op 9 juli 1913.

Oorkonde uitgereikt aan Hermanus Wouda, bemanning van de LE 74, bij een reddingsoperatie in 1906.


LE 194 Foto van: www.lemsteraakfotohielke.nl


LE 195 Foto van: www.lemsteraakfotohielke.nl


LE 196 Foto van: www.lemsteraakfotohielke.nl


● De schepen kregen hun LE Nr toegekend door de gemeente, nadat er internationale afspraken waren gemaakt voor de zee en kustvisserij per 1 augustus 1882. Maar als een visser zijn schip verkocht..mocht hij zijn eigen nr meenemen op zijn volgende aangekochte schip. Dit hield in dat er meerdere schepen waren met hetzelfde nr. In 1911 werd bij het visserijbesluit besloten om via een vernummering (de) ontstane lege nummers op te vullen, die ook waren ontstaan.





TOP