Leeg, het
Oude nummering van 't Leeg en de Baan.
J 52a - L.P. de Rook, vishandelaar
J 54 - W. Postma, jager
J 55 - F. Tuinier, werkman
J 56 - J. de Boer, bootsknecht
J 58 - S. de Jong, brugwachter
J 60 - D. Dijkstra, sluisknecht
J 62 - S. Coehoorn, sluisknecht
J 63 - A. Coehoorn, brugwachter
J 66 - J. Rottiné, visroker
J 67 - P. Bootsma, visser
J 69 - A. Woudhuizen, visroker
J 70 - G.T. Bootsma, visser
J 73 - J. Vogelzang, kapitein
J 74 - F. en H.F. en G.F. Bootsma, vissers
J 75 - Tj. K. Kuipers, werkman
J 77 - A. Kooy, schilder
J 78 - W. Toering, visser
J 80 - M.R. Lemstra, houtzager
J 81 - O. Woudhuizen, visroker
Bewoners van het Leeg - De Baan in de jaren '50
1. Fam. Jurjen de Rook. 2. Fam. Otto de Rook (bovenwoning). 3. Jan Rottiné. 4. Geert Feenstra. 5. Rens Rottiné Feenstra. 6. Weduwe Visser Meester. 7. Gebr. Bootsma 3x (de Ruubertjes). 8. Libbe Bouma, lakkerij (Libbe Lak). 9. Johannes de Jager, vishandel. 10. Klaas Sterk, vishandel en rokerij. 11. Vogelzang, Kapitein Lemmerboot. 12. Fimme Bootsma, (Fan Betsje). 13. Age en Regina van der Bles. Vishandel en handel in kaas, boter en eieren (Zie reactie). 14. Steven Visser (Grutte). 15. Willem Toering. 16. Jan Haagsma. 17. Rinze Visser (Fan Beike). 18. Obbe Woudhuizen. 19. Sjerp de Blauw, ansjovishandel. 20. Woonhuis Fam. Sjerp de Blauw. Opmerking; de nummers 14 t/m 18 waren bovenwoningen van de Baan, dit was een touwslagerij annex netten-boeten-werkplaats.
Herinnering aan de bevrijding van Lemmer op 17 april 1945
'Dicht bij het vuur'
In maart 1945 was ik 11 jaar geworden. Met mijn vader, die visserman was, mijn moeder, zusje van 7 en broertje van ruim 2 jaar, woonde ik in het Leeg boven de ,,baan” van de fa. Pen, een lange werkplaats, die onder 5 woningen doorliep en voor het instollen” van netten, het maken ,,kuilen” en fuiken werd gebruikt.
In mijnjeugd, dichtbij de haven, heb ik weinig momenten van verveling gekend. Rondom de haven was een grote bezetting van het Duitse leger en marine. Vele Duitse barakken waren gebouwd langs de Sluisweg in het ,,Hop”, nabij het oude voetbal- veld, in het Patrimonium (waar nu fa. Slump zit), met de daarbij behorende bunkers, zoeklichten en af- weergeschut. De haven lag soms vol met marineschepen (konvooi-boten noemden wij ze). Mijn grootste angst was als ’s nachts de ,,Tommies” overvlogen. Wij moesten dan de kleren aan en naar beneden tot het brommende geluid wegstierf.
De laatste weken voor de Lemster bevrijding bespeurden we een grote nervositeit bij de Duitsers. Als ik melk moest halen bij boer Hoekstra aan de weg naar Oosterzee, kwam ik veel Duitsers tegen, lopend, fietsend of met paard en wagen, alles volgepropt met etenswaren. Deze werden in grote schepen in de haven geladen of-opgeslagen in de kunst- mestloods. Ik weet nog dat er een grote zak met gedroogde tuinbonen (mallebonen waarschijnlijk meegenomen uit Groningen) was stuk gegaan en de inhoud op de kade lag. Wij hebben toen tijden lang deze bonen op de kade gepoft, dat was heerlijk.
Mijn vader had voor alle zekerheid de aak uit de voile haven gehaald en naar binnen gebracht. Deze was nl. in 1940 gevorderd en zonder mast terug gekomen. Hij lag nu voor zo- genaamde reparatie in het helling- gat van de gebr. de Boer (nu werf Poppen).
In de laatste week werd er gefluisterd dat de Lemmer zou worden beschoten door de Canadezen vanaf Spannenburg of St. Nicolaasga en dat het hoofdzakelijk op de haven gericht zou zijn. We werden gewaarschuwd de ramen open te zetten en een goede schuilplaats te zoeken. Zoals veel vissers die bij de haven woonden zijn we toen aan het einde van de Rien nabij het Tjeukemeer met de aak voor anker gaan liggen. In de verte klonk toen al een dof gerommel. Toen na een dag of 2 er niet zoveel aan de situatie veranderde, zei mijn vader: ,,er gebeurt niks, ik ga weer terug”.
Er waren al veel schepen uit de haven verdwenen, maar de stroom met proviand bepakte Duitsers liep maar door. Om de haven was het een chaos met duidelijk wanhopige en schietgrage Duitsers. Ik mocht daar dan ook niet komen. Later bleek dat ze Harm v. d. Wolf, smid aan de Polle in zijn knie hadden geschoten. En juist die avond begon de beschieting. Het was ongeveer 9 uur, schemerdonker, toen na een gierend geluid een geweldige klap volgde. Onze woonkamer kraakte er over en de ramen sneuvelden. Verschrikt zijn we toen snel naar onderen in de baan gaan schuilen, waar zich ook de andere gezinnen die boven de baan woonden een heenkomen hadden gezocht. Ook de fam. v. d. Bles, die naast ons op de begane grond woonde, kwam in de baan schuilen.
Ze hadden een boerenzoon uit Sondel bij zich. Deze had met de van zijn vader gevorderde paard en wagen munitie en paperassen uit het Duitse kamp Sondel naar de haven van Lemmer moeten vervoeren. Daar het te gevaarlijk was (de Duitsers schoten maar in het wilde weg) om nog terug te gaan, werd het paard in de schuur van buurman v. d. Bles gestald. Na nog enkele van die zware schoten brak ineens de hel los. De barakken aan de Sluisweg, dicht bij het kleine sluisje, waarin munitie was opgeslagen vlogen met een daveren- de klap de lucht in en brandden als een gek. Daar het in de baan angst- aanjagend was, het oog op de flink brandende barakken en het door- gaande ontploffen van de explosie- ven, het schreeuwen en schieten van Duitsers in het Leeg en het steigeren en tekeer gaan van het paard in de schuur naast ons, zijn we allemaal verhuisd naar een werkplaats onder de toenmalige nettenwinkel van Pen. Dit was een kleine ruimte met tegen de muren werkbanken. Hieronder hebben we de nacht door- gebracht.
De schoten, die na het in de lucht vliegen van de barakken (later hoorde ik dat de ondergrondse dit had gedaan voor markeerpunt, of het waar is weet ik niet) elkaar om de 15 a 20 minuten opvolgden, begonnen met een gierend geluid, waarop we tot vijf of zes telden (dat hadden we inmiddels al in de gaten) en dan de klap afwachtten. Als het dan weer stil was kwamen de tongen los van: ,,dat was dichtbij of deze was iets verder”. Dit gebeurde allemaal in het pikkedonker. Halverwege de nacht kwam er een voltreffer op de winkel van Pen. Een enorm grote klap, die de muren hef- tig deed schudden, kachelpijp en stukken steen kwamen naar beneden. We waren sprakeloos van angst. Toen zei een van de jongens, die was wel heel dichtbij. Nadat we gemerkt hadden, dat niemand gewond was, begonnen we allemaal door elkaar te praten, Na inspectie zo goed en zo kwaad in het donker, bleek dat de werkplaats het gehouden had, alleen de buiten deur hing scheef in de kozijnen. Geen beweging in te krijgen, alleen een kleine opening links onder en rechts boven.
Een ander punt was, dat er door de angst vaak geplast moest worden. Hiervoor werden de grote klompen van mijn vader gebruikt, waarna de inhoud door de ontstane ruimte in de deur naar buiten werd gewerkt. Toen bij het lichter worden de schoten ineens weg bleven en het stil werd, hebben de mannen de deur verwijderd en zijn op verkenning gegaan. Wij mochten niet weg. Alleen Jouke Smits uit Sondel, die de hele nacht naast mijn slapende zusje had gezeten, wou graag naar zijn paard en dan naar huis. Zijn ouders zouden ook wel ongerust zijn. - Toen mijn vader terugkwam met de boodschap dat er geen Duitser meer te zien was en alle schepen weg waren. zijn we naar huis gegaan, waar we de eerste verrassingen tegen- kwamen. Voor de ingang van ons trapportaal lag een omgevallen wagen met daar- naast een kanon. Waarschijnlijk tegen de stoep gereden, want daar was een heel stuk af. Op de trap lag een haastig wegge- worpen trekharmonica. Ik mocht natuurlijk niet weg, maar heb toch wel gezien dat het stuk haven bij de spuisluis vol met hout dreef en om de kade liep onze burgemeester Krijger met 2 mannen in overall en banden om de arm en 2 Poolse soldaten, die ik wel kende.
Nadat mijn vader had gekeken, hoe het met zijn moeder aan de Zeedijk en zijn zuster en haar gezin, die ook het nodige hadden meegemaakt, was, zijn we toch weer de Rien opgevaren, omdat er sprake was dat de Duitsers terug zouden komen. Halverwege zijn we aan wal gaan liggen en hebben afgewacht. Toen ik op de Straatweg een grote kolonne legerauto’s en daarachter soldaten met hele andere uniformen en helmen dan de Duitsers door mijn vaders verrekijker ontdekte, was ik niet meer te houden. Ik ben dwars door de weilanden en over sloten er naar toe gerend. Er liep al een hele stoet mensen achter te juichen. Ik werd op een wagen getild en kreeg een dik stuk bittere chocola. Hier- van ben ik later doodziek geweest en lust ik nog steeds geen chocola.
De aankomst in Lemmer vergeet ik nooit. Juichende en hossende menen kwamen ons tegemoet. Er gebeurde van alles. De bakkershoek en de Schulpen stonden vol met legerauto’s, jeeps, geschut enz. In- kwartieren in school, dus de komen- de dagen vrij, kauwgom (voor het eerst) enz. Als in een droom gingen de dagen voorbij Er was zoveel, het lekkere spierwitte brood dat we bij bakker Loen haalden, het jaloers zijn op oudere meisjes die met de Canadezen in hun jeeps reden, het kaalscheren op het bordes van het gemeentehuis van N. S.-ers en meisjes die met moffen waren omgegaan, teveel om op te noemen.
Een domper op de vreugde was, toen bleek dat er onder de bevolking do- den en gewonden waren gevallen, vooral in de Schans en Achterom. Er bleek zelfs een noodhospitaaltje in de bewaarschool te zijn ingericht. Toen ik hoorde dat de zoon van schil- der Van Slageren was overleden en zijn grootmoeder een arm moest missen, vond ik dat heel erg. In het Achterom en elders waren nog meer doden gevallen.
Nu besef ik pas goed dat wij heel veel geluk hebben gehad, het er levend af te brengen, vooral omdat wij zo dicht bij het „vuur” zaten.
J. Feenstra-Visser
Lemmer
De bokkingrokerijen aan 't Leeg.
Foto van Helen Uijldert: Kleindochter van Albertus Vogelzang, de eerste gedoopte in de Heilige Willibrorduskerk te Lemmer. Achterkleindochter van Jan Vogelzang en Rinske Wierdsma, voormalig woonachtig aan ’t Leeg 8, slechts gescheiden van de aangrenzende bokkingrokerijen door een naamloos steegje.
Op het bord staat zo ongeveer te lezen: Lakkenvernisenverfwaren verf in bussen ?
Rauwe en gekookte LIJNOLIE MACHINEOLIE TEER ? Wagensmeer Carboleum Terpetine Lijm. L. Bouma (Libbe Bouma)
De dame met de muts is Weduwe W. Scheffer-Ras. Vervolgens zien we Mevrouw Aaltje Scheffer-de Vries en Mevrouw Molenberg-Scheffer. De heer met de pet is Simon Scheffer. Daarnaast volgt Jan Duim (geboren in 1876). De heer met de hoed en de markante snor is Johannes Coehoorn. Hierna wordt Andries Scheffer afgebeeld. Naast Andries Scheffer staat Harm Duim (geboren in 1872). Als laatste op de foto zien we Bonne Blinksma, ook wel bekend als Lietse Bonne.
Een kar met diggelgoud in het Leeg. Op de achtergrond ”De Baan” met de woningen erboven. Tussen de twee personen links de toegangsdeur naar “De Baan”. Welke onder het niveau van de straat ligt. Direct ernaast de trapopgang naar de eerste twee woningen. Meer rechts de trapopgang naar de derde woning. Onder de woningen in de gevel de raamkozijnen met de ijzeren spijlen voor daglicht in de werkplaats.
Steven de Jong
- Ingezonden: Foto genomen op het Leeg te Lemmer: Nu de huisvrouwen gemobiliseerd zijn voor de voorjaarsschoonmaak en ook Lemmer mobile is, heeft de koopman in porselein en aardewerk handen vol werk. Wat stuk is moet vernieuwd worden, wat "schurf" is vervangen en ach; 't kost maar 'n "krats" De heer in het midden is Friso.
Hoek Emmakade en 't Leeg met "De Hangen" Aan de linkerzijde bevindt zich de woning van de familie Poppe de Rook, gevolgd door het voorste gedeelte van "De Hangen," waar de visverwerking plaatsvond. Direct daarachter was de rokerij gevestigd. In de aangrenzende vier woningen woonden respectievelijk Jan en Griet Rottiné in de eerste woning, Obbe Woudhuizen in de tweede, Toon Woudhuizen in de derde, en Gauke Bootsma in de vierde. Vervolgens treffen we het vismeelfabriekje van Libbe Bouma aan, met daarnaast de visrokerij van de familie De Jager, die later fungeerde als palingrokerij van de zonen van Klaas Sterk.
- Leeuwke Bootsma: Rechts in het laatste huisje woonden de gebr. Bootsma Steven Germ en Fimme (de Rubertjes)
- J D JD Weber: Naast die huisjes rechts stond later de netten fabriek, gebouw is mooi gerestaureerd nu.
Foto van Arjan Baarssen. Op de foto het gezin van visroker Obbe Woudhuizen uit Lemmer. Obbe werkte bij Poppe de Rook en was een zwager van de bekende Jan Pen (nettenhandelaar, socialistisch gemeenteraadslid) Obbe was mijn betovergrootvader. Zijn dochter Hendrikje trouwde op Urk met Gerrit de Wit. Op de foto: Obbe Woudhuizen (1861-1936), Douwe Woudhuizen (1894-1946), Jan Woudhuizen (1891-1917), Hendrikje Woudhuizen (1899-1955) en Grietje Pen (1864-1932). Bij interesse: https://ajbaarssen.wordpress.com/.../de-verheffing-van.../
Nettenleverancier Jan Pen bezat in 1944 een professionele taanderij, gelegen achter de Schans.
- Jaap Andela: Zijn zoon kwam lezend de Excelsior winkel van mijn ouders binnen, later een zeer goede econoom geworden, zelfs professor !!
- Roelie Spanjaard-Visser: Jan Pen (Lemmer, 15 februari 1921 – Haren, 14 februari 2010) was een Nederlandse econoom. Hij was geruime tijd hoogleraar te Groningen, daarnaast columnist en schrijver van verschillende boeken over economie.
- Roel Kingma: Jan Pen, alias Jan Plum, kon beter rekenen dan de onderwijzer. Dat vertelde mijn moeder die met Pen in de klas zat. Interessante familie. Een andere Pen was voorzitter van de SDAP-afdeling Lemmer. De vergaderstukken werden afgedrukt op papier van de firma Pen, zag ik toen ik het SDAP-archief eens bestudeerde. Mijn vader noemde de familie Pen “humane kapitalisten.”
- Loesje Bootsma Koornstra: Daar woont mijn broer die heeft van 2 huizen een gemaakt.
- Iemkje VanderVeen: Pake en beppe Toering hebben daar gewoond, tweede van links
- Daniel Dick: Ben al 15 jaar een trotse bewoner van ‘t Leeg, er is geen andere straat als deze
- Arend Toering: Daar ben ik geboren eerste trapje links
- Janny Visser: Hier hebben mijn ouders ook gewoond. Welke woning weet ik niet meer precies. Eerst beppe Meintsje en pake Alle visser met hele gezin, daarna zijn zij verhuisd en zijn mijn vader en moeder er gebleven. Later zijn ze verhuisd naar de zuiderzeestraat. Leuk hoor!
- Anneke Slofvisser: Mijn vader is daar ook geboren Meines Visser
- Rein Landman: Hebben wij ook n kleine 3 jaar gewoond
Het Leeg met op de achtergrond de locatie genaamd “De Baan”, welke destijds onder het straatniveau was gesitueerd. Daarboven bevonden zich woningen, waarbij de gevels onder de woningen waren voorzien van raamkozijnen met ijzeren spijlen om daglicht in de werkruimte te laten vallen. Op de foto is het personeel van Tjebbe en Bertus de Jager te zien. Van links naar rechts betreft dit: Libbe Bouma, die later een kleine vismeelfabriek in Het Leeg oprichtte; daarnaast Harm Duim; een onbekende persoon; vervolgens Jan Duim, Lammert van der Werf, Willem de Jong en Atze van der Werf. Harm Duim is op het moment van de foto bezig met het inpakken van bakbokking in een houten kist. In een dergelijke kist werden tien speten van 20 stuks verpakt, dat is een tal haring
- Anneke Koehof: Het Leeg, daar is mijn moeder geboren, in 1911.
- Willem-Jan de Vries: Eén van de rokerijen aan het Leeg? Indien er een herkenbare letter op de kistjes zichtbaar was geweest (R, S of B), hadden wij dit met zekerheid kunnen vaststellen. Helaas is door het inkleuren van dergelijke foto's veel detail verloren gegaan. Desalniettemin blijft het een bijzonder interessante afbeelding.
Reactie plaatsen
Reacties
Hallo Roelie,
Op de pagina.
https://www.spanvis.com/lemmer/afbeeldingen-van-de-straten-in-lemmer/leeg-het
Staat dat op Nr. 13 Age Bles woonden. Dat zijn mijn grootouder Age en Regina VAN DER Bles. Kun je dat aanpassen?
Teven hadden daar nog niet hun stomerij activiteiten maar was het Vishandel en handel in Kaas. Boter en Eieren. Mijn Opa verkocht dat in Gasterland vanaf een fiets met bak of hondenkar. Hij liep ook elke week één of twee keer te voet met de hondekar vol vis naar Heerenveen waar hij bij het station zijn handel verkocht. Nogmaals lopend. Wat een tijden.
Steven van der Bles