Lijnbaan, Lemmer |2|

1  |  2  |

Aardappelopslagplaats Rippen aan de Lijnbaan

Links-onderaan het koopcentrum, waar vroeger de bunker stond.

We ergeren ons tegenwoordig aan enkele rotte plekken in Lemmer. Denk maar aan de westkant van de Nieuwburen en het eind van de Schans. Maar er is weinig nieuws onder de zon. We herinneren ons het gat dat er jarenlang was aan de Langestreek na de brand bij Boonstra. ‘It gat fan Oene’ zoals het dan genoemd werd. Dat werd tenslotte ook weer ingevuld. In een verder verleden zijn er in ons dorp ook zaken geweest waar je niet mee kon pronken.

Op deze foto een indruk van hoe het er op de Lijnbaan heeft uitgezien. Op rechts de achterkant van Rijwielhuis Dijken. Op de linkerkant een blokje van twee oude huisjes, even verder nog het voorste stuk met o.a. het schoenmakereitje van Johannes Eilers en de smederij van Jan Gort. Helemaal links zien we het rijtje huizen van de Bantegastraat dat ook op het punt staat om afgebroken te worden.

Zoals het nu lijkt krijgen we daar straks de toestand dat midden in het rijtje één huis blijft staan. Het is de ontwikkelaar van het gebied nog altijd niet gelukt om dat aan te kopen. Als het op onteigening uit loopt kunnen we daar nog lange tijd genieten van een woning met binnenmuren als buitenmuren. We blijven het met belangstelling volgen.

Lijnbaan, gezien vanaf de Flevostraat.  Rechts de slagerij van Douwe Sijswerda.

Op deze foto is de oude melkfabriek te zien, deze stond op de hoek van de Nieuwburen en de Lijnbaan, waar later het Koopcentrum kwam.

Van links naar rechts: Jan van der Meer, Jan Schippers, de kaasmaker Anne Pranger en Hendrik Schippers. Eerder was Bles hier kaasmaker. Deze Bles heeft vroeger de arme jongens die vaak honger hadden, veel kaaskorsten toegestopt.

Ook werd in de helft van een dubbele woning, vlakbij de oude melkfabriek aan de Lijnbaan het politiebureau in gebruik genomen. Zie hier het verhaal van Gerrit: 

De plysje.

Ik ha faak dronken minsken op strjitte sjoen en as der ien lestich waard, dan kaam der in plysjeman, dy 't de man nei 't gemeentehûs brocht oan de Gedempte Gracht en dan kaam er yn in oanboud stik oan de kant fan de Herfoarme tsjerke. Wy koenen bûten de man wol protestearen hearre tsjin syn opsluting. Benammen plysje Hoekema hie der wol slach fan om in dronkene man mei sêfte hân mei te krijen. Fjochterijen kamen ek wol faak foar.

It plysjeburo wie yn 't midden fan de Lynbaan, it wie mear in part fan in hûs, mei in gongkje en dan twa keamers. Ik wit it sa goed omdat ik der twa kear west ha. Ien kear moast in hiele klasse mei nei 't buro, omdat der útsocht wurde moast wa 't hieltiten stiennen smieten fan ús skoalplein ôf yn de tún fan de haadmaster fan 'e Roomse skoalle, dy 't pal achter de iepenbiere skoalle wenne. Ja, dêrfoar moasten je doe noch mei nei 't plysjeburo…
De twadde kear wie wat earnstiger. Se bouden twa blokken nije huzen yn 'e Cornelis Houtmanstrjitte. In moai plak foar bern om te boartsjen as it wurkfolk nei hûs ta wie: klimme en klatterje nei boppen ta, al wie der wol in âld mantsje dy 't oppasse moast. Mar wy wienen dan op plakken dêr 't hy krekt wei wie…
Mar op in kear wie in moaije wite muorre yn 't treppensgat hielendal betekene mei in stik reade dakpanne en doe kaam de plysje ek by my, want ik wie dêr wol sjoen fansels. Op it buro besocht de plysje te witten te kommen wa 't de dieder(s) wie of wienen en elk fan ús moast goed foar 't ferhoar. Se sille wol útfûn ha wa 't it dien hat, want ik ha der letter neat wer wat fan heard. Mar we kamen net wer by dy huzen, want skrokken wienen we wol.

De kafees op 'e Lemmer moasten op in fêste tiid ticht, mar by Pytje v.d Werve yn 'e Skâns slagge dat net altyt samar. Dan kaam de plysje om op te treden. Ik ha fertellen heard dat doe 't in nije, Hollânske plysjeman by dit kafee optrede soe, de mânlju tsjin him seinen: “ Wat soesto hjir, jonkje " en se hawwe him it pistoal ûntnaderde, him tsjin de muorre oan setten en bedrige. As it wier is wit ik net, mar al ridlik gau dêrnei wie hy út de Lemmer wei en kaam ik him jierren letter noch ris tsjin as plysjeman op Skylge.

Ik ha as skoaljonge ris hiel hurd drave moatten om oan in plysjeman te ûntkommen, doe 't ik nei skoaltiid op it dak fan ús skoalle klommen wie om der in bal ôf te heljen dy 't dêr ûnder skoaltiid op rekke wie. Krekt doe 't ik op 'e nok siet, seach ik in plysjeman oankommen. Ik as de bliksem nei ûnderen ta en doe oan de oare kant as in aap oer it puntige stek, nêst de "bewaarskoalle" lâns de Lynbaan op en doe hurd nei de "Hoeke" ta, dat wie it plak by de Blokjesbrêge en gong tusken de pratende manlju stean. Ik seach lykwols goed om my hinne, want as myn efterfolger der oan komme soe, dan koe ik it steechje by Noppert, de Dûbele Stege, wol yndûke. Mar dy plysjeman sil wol wizer west ha as de heale Lemmer troch te draven…

Gezin van man, vrouw en drie kinderen in één kleine kamer. Talrijke krotten en stinksloten in het vriendelijke Lemmer

"Bij sommige boeren ziet het kippenhok er beter uit dan ons huis." Het huis? Eén kamertje met twee bedsteden. Voor een gezin van man, vrouw en drie kinderen. Twee slapen in de ene bedstee, de andere bij vader en moeder. In een hoek een kinderledikantje. Het kind kan daar niet meer slapen, vanwege de ratten. Er is geen keuken. De huisvrouw doet zelfs de was in de kamer. De kraan is in een vies hok ernaast. Vroeger was dat ook een „woning". Het dak zit vol gaten. Het is geen schoon water dat daardoor naar binnen siepelt.

Een petroleumlamp staat op de vensterbank. Elektriciteit: een ongekende luxe. Het toilet: drie houten schotten in de tuin. De deur kan niet dicht. Dit „huis" was in 1938 al afgekeurd. Nu is het 1953. Er woont een gezin van vijf personen. Koud en vochtig

Er zijn veel éénkamerwoningen in Lemmer. Sommige hebben nog een zoldertje. De huizen liggen vaak lager dan de straat. In één ervan woont een gezin met twee kinderen. De ouders slapen op het zoldertje, rechts als men de trap opkomt. Links kan niemand staan, zonder gevaar te lopen er door te zakken. „Niet de leuning vastpakken om de trap op te gaan. De leuning is vermolmd".

Het jongste kind is anderhalf jaar. Het weegt 18 pond. Chronische bronchitis zegt de dokter. Het is hier te vochtig. Zij gaat een poosje onder de hoogtezon. Maar als zij weer thuis komt ziet zij binnen een week weer wit. Het beddengoed wordt 's morgens bij de kachel gedroogd. Ook in dit huis lekt het. En 's morgens dweilt de huisvrouw de slakken van de vloer. Er is nog nooit zon geweest.

Het uitzicht is op de overburen. Vlakbij. De overburen wonen in eenzelfde éénkamerwoning. De ouders met negen grote kinderen. Twee bedsteden, een opklapbed en een zoldertje. De keuken is in een stuk van de gang. In een ander steegje kan men uit zijn raam de overburen een hand geven. Men moet er opzij doorlopen. Het kamertje is zo klein, dat het bedje van één van de kinderen bijna tegen de kachel aan staat. Het petroleumstel staat in een kast, anders is het gevaarlijk, voor de kinderen. In plaats van een drempel, een gat. 's Avonds worden daar vodden voor gestopt, vanwege de dieren. Het huis is onbewoonbaar verklaard.

Lemmer ziet er zo vriendelijk en schoon uit als men er door rijdt. Wie weet dat er steegjes bestaan zonder uitzicht? Vroeger ging dat wel, op elke vierkante meter een huis. Goedkoop. Er zijn er genoeg. Bij de Nieuwedijk, de vroegere Jodebuurt. Achter het Waaigat, de Lijnbaan, Pietersbuurt, Achterom. De Vissersburen, één van de beroemde plekjes van Lemmer.  En daarachter, gelige krotten en stinksloten. Wie dacht aan zon, riolering?

De burgemeester krijgt mensen op zijn spreekuur. Sommigen schelden, anderen klagen. De burgemeester kan ook geen ijzer met handen breken. Maar hij weet het wel en hij heeft ook al een plan klaar. Het „kom-plan" is klaar. Maar het moet beoordeeld worden en besproken. Er zijn zoveel krotwoningen in Friesland en in Nederland.

Maar het zijn niet alleen maar krotwoningen, honderd of duizend of nog meer. Het zijn bleke kinderen; mensen die met vier of vijf in een bedstee slapen. Het zijn kleren die in de kamer te drogen hangen, die zwart worden van het lekwater. Het zijn slakken en ratten, stinksloten.

FRIESE KOERIER 1953

  • Annie De Vries-Schut: Ik heb vroeger in dit huisje aan de Lijnbaan gewoond. Het witte kleine hokje was "it hûske". In het grote huis links woonden Tjaltje en Thomas Visser met hun kinderen Klaas, Janke en Rienk. Aan de rechterkant woonde Eilers de schoenmaker. Daarnaast zat de bewaarschool. Wij keken aan de voorkant uit op de drukkerij.

Foto van Age Van Der Bles: Het is tijdens de opening van Palvu, Palvu was het communistische gebouwtje op de Lijnbaan: Palvu. De man linksboven is waarschijnlijk Leeuwke Bootsma. De vrouw in het midden naast de man met de pet is Roelofje Bootsma, daarnaast Jouke Bootsma, dan volgt (zij heeft de hand op zijn schouder) zijn dochter Jette Bootsma. 

De Lijnbaan, waar vroeger PALVU (Proletariers aller landen verenigt u) stond. Het was de vergaderplaats van de Lemster communisten, die geleid werden door de idealistische visroker en musicus Jacob de Rook. Hij zat voor de Communistische Partij Holland in de gemeenteraad, maar onderwierp zich niet altijd aan de Amsterdamse partijdiscipline. Bij de algemene beschouwingen over de gemeentebegroting sprak hij op visionaire wijze over een toekomstige tijd, waarin er geen verdrukten meer zouden zijn en een rechtvaardige maatschappij volgens de denkbeelden van Marx zou bestaan. Maar ook op korter front voerde De Rook zijn strijd: hij kwam op voor de noden van de kleine man en werd in het dorp algemeen gerespecteerd. Het viel te voorspellen dat hij met de Duitsers in conflict zou komen. De Rook werd tijdens de bezetting gearresteerd en overleed in het Kamp Buchenwald. Het gebouwtje staat er nog. Het wordt sinds korte tiid beheerd door Arend Poepjes, die de ruimte gezellig heeft ingericht. Het wordt nu voor allerlei vergaderingen en bijeenkomsten gebruikt. Ik praat met Poepjes even over het verdwenen communisme. Wel heeft de groep in Lemmer nog steeds een vertegenwoordiger in de gemeenteraad: Rinse Visser van de Vrije Communisten. „Hy set him yn foar alle minsken, dy't help nedich hawwe en by har eigen partij soms foar de tichte doar komme", verzekert Poepjes. „Ek foar de âlderen, dy't har mei de sosjale problemen en belêstingen net sa best rêde kinne" De geest van Jacob de Rook leeft dus voort.

Pieter Terpstra

Bewaarschool aan de Lijnbaan: Ontstaan; Vereeniging tot oprichting en instandhouding eener bewaarschool, Lemmer. Oprichtingsdatum 1 maart 1899. 

School met links de zeepziederij.

School aan de Lijnbaan.

Bewaarschool Lijnbaan Klas 3 in 1929. Achterste rij van links het eerste meisje met grote strik is Geeske Hornstran dan Maaike Toering.

Zicht op de Flevobrug vanaf kruispunt Flevostraat- Lijnbaan.

Met mevr. Dijkstra

Foto van Siene De Vries: De Lijnbaan wordt hier klaar gemaakt om afgebroken te worden. De eerste woning(en) is/zijn al dicht getimmerd.

Foto van Hielke Roelevink: 1980 het laatste blok van de lijnbaan werd in '81 afgebroken

Foto van Hielke Roelevink

Reactie plaatsen

Reacties

Ans Tuinier
2 jaar geleden

Beste Roelie Spanjaard, ik heb een vraag:
Us Haven aan de Lijnbaan is opgeknapt en wij zouden graag een foto van vroeger in de ruimte willen hangen.
Nu staat hier boven een mooie foto en ook in jullie boek op blz. 145
Is het mogelijk dat ik een van deze foto's (tegen betaling) groot mag laten afdrukken?
Ik hoor graag uw reactie
met vriendelijke groet
Ans Tuinier