Lijnbaan, Lemmer |1|

1  |  2  |

Een lijnbaan.

Een lijnbaan is een smalle strook grond, soms honderden meters lang, waarop touw wordt geslagen. Door de mechanisering zijn lijnbanen niet meer als zodanig in gebruik, maar veel lijnbanen leven voort als straatnamen.

Tijdens de Engelse aanval op 7 den Oktober 1799 kwamen een 60-tal Engelse mariniers, welke de lijnbaan van Sjoerd Jouwerts Stapert, tot bivak-keerruimte verkozen.

In den nacht van den dertienden Oktober, verlieten de Engelsen de Lemmer met zoo veel overhaasting, dat zij enig geschut moesten achterlaten. Deze aftocht geschiedde echter niet zonder roof en plundering. Onder de huizen, welke zo veel mogelijk ledig gestolen en geplunderd werden, waren die van Van Loenen, Sjoerd Stapert en Tjeerd Halbes; terwijl daarenboven de Lijnbaan en het pakhuis van Sjoerd Stapert, mede voor een zeer aanmerkelijk gedeelte bestolen werden

Bewoners o.a: Sietse Rottiné, Fam Hummel, Platte, en Lieuwe de Blaauw. Willem Pippie ?, Wimmer Hoekstra en Frank Frankema, Boukje en Jan de Vries, woonden daar met hun kinderen, One Kaatje en Klaas

Op deze afdruk is Pieter de Wilde, te zien. De foto is genomen vanuit de richting Flevostraat, toen nog het Zwarte Wegje genoemd.

  • Vroeger was er een bierbottelarij: Wiep Windt-De Wilde, vertelde in de krant van 6 september 1994, dat niet Koopmans de eigenlijke bierbrouwer was, maar een oudere halfbroer van haar vader "Gerrit de Wilde. Koopmans was zijn compagnon en later werkte Douwe de Vries, de latere petroleumventer bij hun als knecht. De broers Gerlof en Riekelt de Wilde, hielpen wel eens en kregen later ook de kans om het bedrijfje over te nemen, dat durfden ze niet aan, omdat ze hun vaste baan hadden bij de gemeente (naar ik meen de gasfabriek) niet wilden inruilen voor het onzekere bestaan van de zelfstandige ondernemer. De bottelarij was aan het eind van de Lijnbaan, in het pand waar later de waterleiding een werkplaats had".

Flevostraat, links is het Heineken bierhuis nog te zien.

  • Theo Verhoeff: Voor mij een bekend straatje, links de hervormde kerk dan de gemeentelijke stalling vuilniskarren dan de zijgevel van een drukkerij dan 2 huisjes (sloop) vervolgens het huis van de familie Seinen.
  • Deze huisjes stonden in een soort van vierkantje tussen de Lijnbaan en de kerk.
  • Auke Coehoorn: Kleinste stukje huis links woonde de fam Scheffer.
  • Jannie Gebben:  Mijn Oate Janke Vleeshouwer, woonde in het rechter huis samen met mijn oom Oene Vleeshouwer. Hij werkte bij de houtmolen.
  • Froukje Zandstra: Deze huizen stonden tegenover de woningen van Sjoerd van der Veen en Hommenga

René Bergh: De Lijnbaan, achter de Ambachtsschool, hier zit mijn pake, schipper Rein de Jong, van de Jan Nieveen.

De Lijnbaan in 1930. Het terrein op de voorgrond werd later bebouwd met particuliere woningen.

  • Hendrik Visser: Lijnbaan Oene Boonstra heeft hier ook gewoond nu Marten Faber.
  • Jikke Danhof: Renze en Sjoerd van der Veen aardappelhandel en neven van mijn vader Bernard van der Veen.

De bunker achter de Lijnbaan in Lemmer.

LEMMER Door B. en W. van Lemsterland, het bouwen van een bomvrijen post aan de Lijnbaan voor de luchtbeschermingsdienst te Lemmer.
Hoogste en laagste drie van 14 inschrijvers.
K. Lageweg. Scherpenzeel f 6493
H. G. Hoekstra, St. Nicolaasga -4998
Fa. A. M. Bosma. Lemmer -4767
Fa. gebr. Frankema, Lemmer -4747 gegund

Deze dateert vanuit de oorlogsjaren. Binnen de metersdikke muren, werden veilig de gegevens verzameld van de waarnemingen, die elders in Lemsterland werden gedaan vanaf torens. Het betrof hier de burger luchtbescherming. Na de oorlog is de bunker ook een poos bewoond geweest door Wietze ? Het was kort na de oorlog toen de huizen nog erg krap waren. Deze mensen kwamen uit Bantega en zouden in de richting Gaasterland weer vertrokken zijn. Het konijnenhok op de foto was dus ook van die Wietze. Ook deed de kolos dienst als opslagplaats.

1949: Van bunker tot poterbewaarplaats.

LEMMER. Van een voormalige bunker van de Duitse weermacht op de rand van de Noordoostpolder bij Lemmer, is thans een poter-bewaarplaats gemaakt door het Bureau van Land bouwdiensten „De Polder- Pionier" te Lemmer. Deze bewaarplaats is voorzien van een speciaal ventilatiesysteem. Speciale T.L. buislampen zijn aangebracht voor de belichting der aardappelen om kieming tegen te gaan. In overleg met dr. W. H. de Jong, secretaris van de Commissie voor Bewaring van Aardappelen te Wageningen, is een automatische klok geplaatst, die de verlichting regelt in verband met de temperatuur. De thans, in de bunker aanwezige poters zijn voor de Noordoostpolder bestemd.

  • Theo Verhoeff: Vanuit mijn tijd weet ik nog dat na de oorlog de bunker gebruikt werd als huisvesting voor Poolse mensen, later werd het gebruikt voor de Postduiven vereniging. Ik heb destijds gezien dat van daaruit de Postduiven werden gekorfd voor een wedstrijd. (± 1947)

1967: De oude bunker in Lemmer, die stukjes en beetjes zou gaan verdwijnen.

Volgens sommigen staat het lelijkste gebouw van Lemmer op de hoek van Nieuwburen en Lijnbaan, het Koopcentrum. Hierbij een foto uit de tijd toen hier afbraak plaatsvond. De oude zuivelfabriek en de woning daarachter zijn al verdwenen.

Dit is de achterkant van de bakkerij. Na die schutting rechtsvoor was een doorgang en dan kwam men op de Nieuwburen. Men kijkt hier vanaf de Gedempte Gracht richting Lijnbaan, de huisjes aan het Kerkhof stonden tussen de Lijnbaan en de kerk in. Links van de bomen zijn nog de laatste huisjes aan het Kerkhof te zien en rechts van de boom kijkt men zo op de huisjes aan de Lijnbaan.

Een foto van de oude bebouwing vanaf de Nieuwburen gezien. Hierop zijn niet te zien de oude boterfabriek en het huis dat daarachter stond, een paar meter achter de rooilijn. Op rechts vooraan het huis van Willem Verbeek. Schilder net als zijn broers en ook verzorger van begrafenissen. Zijn vrouw had een kruidenierswinkeltje. Verderop was dan de smederij van Gort, schoenmakerij van Johannes Eilers, de bewaarschool en het winkeltje van Vogeltje waarvan ik de achternaam niet  weet. Er tussen nog wat woningen.

Op links stond ook een rijtje woningen waarvan enkele later in gebruik waren als pakhuis. Ook distilleerderij De Groene Kan en opslag van gemeentewerken vonden daar onderdak. Het volgende hogere gebouw is de drukkerij van Fa. Koopmans & Knol, later Zuid Friesland en nu Us Haven.

1946: Kunstsmeedwerk van de firma Gort.

Toen minister Vos op de Friese Week in Leeuwarden de mogelijkheden van industrialisatie in Friesland besprak, constateerde hij bij de Friezen in het algemeen afkeer van het massaproduct, en voorliefde en geschiktheid voor persoonlijke schepping. We moesten aan deze uitspraak denken, toen wij een bezoek brachten aan de werkplaats van de firma Gort.

De faam heeft over deze werkplaats de bazuin niet gestoken, en honderden Lemsters weten zelfs niet dat in het eenvoudige smederijtje van Jan Gort aan de Lijnbaan iets bijzonders gebeurt, en reclame is er nooit voor gemaakt.

Onze aandacht werd voor het eerst op deze naam gevestigd, toen we bij een dokter een zeldzaam mooie open haard van handsmeedwerk bewonderden. Naar de naam van den maker informerend, hoorden we tot onze verrassing dat dit een prestatie van de gebroeders Gort was.

Wat men maakt.

We zien hier een prachtige zesarmige hanglamp van blank IJzer waarin sierlijke bladmotieven op natuurlijke wijze zijn verwerkt. De lamp is klaar voor aflevering.

„Doet u dit werk al lang?" vragen we den heer Gort Sr. „Neen", is het antwoord, „de jongens" (dat zijn de drie zoons, die thans het bedrijf voeren) „zijn er enkele jaren geleden mee begonnen. Het begin was erg bescheiden,- want je beschikte niet over materiaal, en eigenlijk geldt dat bezwaar nog."

„Hoe komt u aan zo'n motief?' Heeft u de tekening aan een modelboek ontleend?" „Neen, de jongens ontwerpen alles zelf."

En we krijgen nog een staande schemerlamp te zien, een gedraaide stander met bladrozetten; een rookstander, die de asbak draagt in een sierlijk gebogen statief, origineel opgelost in een slangenkop; wandlampen en leeslampen. Al deze voorwerpen zijn unica, ieder heeft zijn eigen ontwerp, en alles is met de hand gesmeed.

De onderdelen zijn niet gelast, maar geweld, wat aan de gaafheid van het geheel zeer ten goede komt. De stijl van al deze producten is volkomen in overeenstemming met het eerlijk en nobel materiaal, het blanke ijzer.

De Afzet.

„Hoe komt het", wagen wij te vragen, „dat we deze mooie dingen nooit in een etalage in Lemmer hebben gezien?" Gort glimlacht. „Dat is niets voor de Lemmer. U kunt ze bij Vaartjes in het Nauw te Leeuwarden zien en in Amsterdam, in de zaken van Jaspers aan de Ceintuurbaan en in de Leidsestraat.

„Maakt u helemaal geen reclame?" „Waarvoor zouden we dat doen? Onze afnemers verkopen sneller dan wij kunnen afleveren. En we moeten ook onze opdrachten kunnen uitvoeren: smeedwerk voor kerken bovenlichten enz.; daarvoor weten ze ons in Limburg te vinden. Tenslotte moeten de jongens alles met hun drieën doen; over uitbreiding van de zaak hoef je in deze tijd nog niet te denken. Daarom maken we geen reclame."

Het schone ambacht.

Lemmer heeft in vroeger jaren bekendheid gehad door het Lemster aardewerk, een industrie die reeds voor de oorlog naar Gouda is verplaatst. We krijgen de indruk, dat hier een nijverheid groeiende is, die zeker van geen mindere betekenis zal worden. Uit de grauwe eentonigheid en smakeloosheid van de massaproductie verheft zich hier het ambacht weer tot de hooge vaarde van de persoonlijke en smaakvolle schepping.

Een Friese prestatie, die de aandacht verdient.

Vooraan het huis van Willem Verbeek. Op de achtergrond het dak van de vroegere zeepziederij met een mozaïek in de pannen.

1896

De de vroegere zeepziederij is hier in het midden goed te zien.