Straatweg, Lemmer |3|

Een heel oude foto, want de toren van de Gereformeerde kerk heeft nog een ander uiterlijk. Bovenaan zit een soort omgang en aan het dak verschillende uitsteeksels. Rechts van de toren de consistorie en de pastorie van de Hervormde kerk. Meer naar links de eerste twee huizen aan de Straatweg.

Door de bomen zijn de gebouwen te zien waar later de garage van de Zuidwesthoek gebouwd werd. In de verte is de loop van de Rien te volgen. Daar tussen en verderop allemaal landerijen. Meer op de voorgrond de westzijde van de Nieuwburen. Een grote schoorsteen. Die kan best van de melkfabriek geweest zijn.

De boerderij op de plaats van de garage van Aukema, nu Witteveen. Achter die boerderij een aangebroken kuilbult. Daar heeft indertijd Jan v.d. Bijl geboerd. Even verder een gebouw met de vorm van een boerderij. Daar waren vier woningen in gemaakt en Witteveen had daar ook een garage in. Van de Parkstraat is nog niets te zien. De boerderij die dan volgt is die van De Jong. Verder veel bomen en groen.

In 1917, het jaar waarin deze opname werd gemaakt, was de Straatweg nog een oase van rust, zonder jakkerend verkeer. Tussen het eerste en het tweede brugje werden harddraverijen gehouden met paarden van de dravers-vereniging "Het Vosje". De oude naam voor de Straatweg was "Het Pad"

Op deze afdruk zien we het begin van de Straatweg. Dat zal aan het begin van de twintigste eeuw geweest zijn, want de kaart is in 1910 verstuurd. De boerderij op de linkerkant werd zo'n beetje halverwege de vorige eeuw, bewoond door een familie de Jong, waar vroeger de melk gehaald werd. Naar ik meen is de tegenwoordige Markerstraat daar net buiten aangelegd. Dat zou betekenen dat de hervormde pastorie ter hoogte van de op deze foto verste kant van de boerderij staat, maar dan wel wat naar voren. Op de voorgrond zien we een behoorlijke brede sloot. Die liep om het land heen van Jan van der Bijl. Achter de Parkstraat was er niet zoveel over meer van deze sloot; zo gaat het meestal op plaatsen waar het wonen en het boeren bij elkaar komen.

Naast de boer was van der Bijl, ook veehandelaar en ik meen dat hij dit land vooral gebruikte voor vee, dat hij voor de handel maar korte tijd in bezit had. Voor in dat land werden later ook de eerste drie huizen gebouwd, waaronder dat van Faber, van de radio centrale. Aan de overkant zijn eigenlijk alleen maar een paar hekjes te zien. Het houten hekje dat tussen een boom en de lantaarnpaal te zien is, hoort bij de woning waar kleermaker Van de Berg lang heeft gewoond. Later woonde Albert Coehoorn hier. Daarnaast is een hek van gaas en met betonpalen. Daar woonde een familie Vlig en later Andries Koning, de vroegere slager.

Op rechts is gekozen voor een natuurlijke afsluiting in de vorm van een haag. Daarachter stond een blok van minstens zes woningen in twee lagen. In het meeste linkse huis woonden oud-timmerman Visser en zijn vrouw, in één van de bovenwoningen schooljuffrouw Froukje Huisman en haar broer Koos.

Onderweegshof, Lemmer.

Een oude opname van de Straatweg. Waarschijnlijk is dit op dat moment de grens van de bebouwing aan die kant geweest. In de vroegere boerderij met 1875 in de dakpannen was de timmerwinkel van Bouwbedrijf Visser gevestigd met het voorhuis waarin de familie woonde.

Het huis met gebroken kap werd toen bewoond door gemeenteontvanger Cor Faber, nu door de familie Wopke Boersma. Achter de boerderij is nog een bouwsel te zien; dat zal wel op de tuin van Funcke zijn. Voor het huis van Faber en dat van Van Dijk, de Gemeentearchitect, liggen de bruggetjes over de sloot die langs de Straatweg liep. Op het stuk weiland dat we hier zien staat nu de Onderweegshof. Jarenlang heeft dit te koop gestaan. ‘Bouwgrond te koop, te bevragen bij Fa. A.M. Bosma, tel. 223’.

Het stuk waar de koeien gemolken worden is erg modderig. Hier en daar liggen planken over de ergste gaten. Het voorste stuk daarvan lijkt rommelig zoals zo vaak met grond die tegen de bebouwde kom ligt. 

Met dank aan de familie Van der Neut-Visser.

Foto van René Beersma, die ongeveer in 1955 is gemaakt, van mijn ouders Julius en Wietske Beersma, op hun Zündapp. Op de achtergrond het begin van de Straatweg, waar de kantoren van busonderneming "De Zuidwesthoek" en de directiewoning te zien zijn.

Julius Beersma, Lemmer, gemeente Lemsterland (Parkstraat 1). Afgegeven: 18-7-1947 (Vervallen 6 April 1956)

Detailfoto van de rechter-afdruk: Midden-links Folkert Jagersma, Hielke Roelevink en rechts zit Jouke Brouwer.

Politiebureau: dit politiebureau stond op de hoek Markerstraat - Pampusstraat. Het eerstvolgende gebouw wat dan kwam was de Landbouwschool. Beide gebouwen zijn alweer verdwenen en op de plaats van het politiebureau staan nu ouderenappartementen van Lyaemer Wonen. Op de plaats van de Landbouwschool staat nu de Daltonschool. Er staat aan de Markerstraatkant naast de appartementen nog een woning die aan het oude Politiebureau gebouwd was, deze is blijven staan en is nu een vrijstaande woning geworden.

Aan de overkant van de straat was, evenals nu, het park met toen nog een grote vijver erin. De vijver is dichtgegooid en het park is opnieuw aangelegd. Van dit park is een stuk gebruikt voor het nieuwe politiebureau wat op de hoek Straatweg/Markerstraat staat.

Op de plek waar de boerderij stond, was het Politiebureau gevestigd.


Anna Elizabeth Bartelsman.

DE TYFUSEPIDEMIE.

Toen in December 1908 in de Lemmer de typhus verscheen, was deze ziekte zo vreemd en onbekend in die plaats, dat ze ternauwernood geconstateerd werd. Eerst in de laatste dagen van Februari 1909 en de eerste dagen van Maart vertoonde zij zich als een geduchte verdervende macht; Als typhus met vlekken velde zij binnen de weinige dagen vier personen als haar slachtoffers. Toen sloeg den menschen de schrik om het hart. Het plaatselijk bestuur had nauwgezet alles gedaan, wat de dokters hadden geraden tot bestrijding van de ziekte. Er werd hulp ingeroepen tot betere verzorgen en verpleging der karanken. Een pleegzuster kwam uit Amsterdam, mej. H. Lagas. Maar ach, na veertien dagen van onverdroten en onverschrokken liefdevolle arbeid werd deze zelve door de reeds in de middeleeuwen zoo gevreesde ziekte aangetast welk een verslagenheid onder de ingezetenen, die zuster Lagas als een reddende engel door de plaats hadden zien zweven!

Een zielsvriendin der kranke zuster snelde ter hulpe mej. A. E. Bartelsman. Een rijks ziekenbarak werd ontboden en op een rustige plek in ons dorp neergezet. De eerste patiënt die opgenomen werd in de barak, was zuster Lagas. Het scheen, dat binnen de vriendelijke wanden van dit ziekenhuisje de dood niet gemakkelijk komen kon. Alle patiënten op één na genazen daar. Tot opeens het gerucht zich verbreidde; ook zuster Bartelsman is aangetast. En helaas, deze is in de barak gestorven. Hare gedachtenis zal bij de Lemmer bevolking in zegening blijven.

Toen scheen de ziekte uitgewoed te zijn. Alle kranken werden beter. De zusters H. Laats en A. Reuvekamp, pleegzusters van freule Mock huize Boerhave te 's -Gravenhage, gekomen om zuster Bartelsman te verplegen en haar arbeid over te nemen en te voltooien, hadden herstellende te verzorgen. Thans is de barak ledig en zijn de zusters vertrokken. De barak zelf zal wel spoedig worden weggenomen "aldus het verslag in het weekblad "De Prins" uit 1909".

Op het graf van zuster Bartelsman, helemaal vooraan op het lage deel van het kerkhof, stond een steen met de vermelding, dat die door het Groene Kruis geplaatst was. Een jaar of dertig geleden is die weggehaald, wat nog een paar ingezonden stukken in de Lemster krant opleverde. Maar toen was het kwaad al geschied.