Home » Historie-Friesland » Friese Verzetsstrijders » Camphuis, Feico Pieter Jan

Camphuis, Feico Pieter Jan

Feico Pieter Jan Camphuis, (directeur van de steenkoolhandel) geboren op 24 juni 1890 te Groningen, overleden op 27 april 1945 te Lübeck, Stadtkreis Lübeck.

6 juni 1945.

Naast directeur van de steenkoolhandel Dikema en Camphuis was hij ook wethouder en locoburgemeester van de gemeente Eelde. In die hoedanigheid had hij in de periode van 14 juli 1942 tot 21 december 1942 als gijzelaar in Haaren vastgezeten. Hij woonde in Paterswolde. Camphuis was betrokken bij wapendroppings bij Bakkeveen in Friesland, waar hij een groot stuk heideveld en een boerderij bezat.

Hij werd gearresteerd op 20 september 1944, toen hij net voor een paar dagen op zijn boerderij in Bakkeveen was, omdat de grond in Paterswolde hem te heet onder voeten werd. Op de avond van 19 september 1944 kwam een goede kennis uit Groningen, P. Roelfsema (1) bij hem op bezoek en vroeg of hij op de boerderij kon onderduiken. Dat werd toegestaan, maar de volgende ochtend kwamen de Duitsers.

Camphuis en Roelfsema werden gearresteerd en overgebracht naar het Scholtenhuis aan de Grote Markt in Groningen, een berucht moordhol van de Duitsers. Roelfsema werd na enige tijd gefusilleerd en Camphuis werd op beschuldiging van hulp aan de wapendroppings in Bakkeveen ter dood veroordeeld. Een straf die later werd omgezet in deportatie naar concentratiekamp Neuengamme.

Op 5 januari 1945 werd hij overgebracht naar Neuengamme. Veel van zijn lotgenoten werden daar in die periode opgehangen of op een andere manier om het leven gebracht. Camphuis bleef als enige van zijn groep in leven. Tegen het einde van de oorlog werden de overgebleven gevangenen van Neuengamme overgebracht naar Lübeck waar zij op een paar schepen terechtkwamen. De meeste van deze schepen vergingen met man en muis, maar Camphuis overleed aan uitputting op 27 april 1945 in Lübeck. In Eelde werd hij herbegraven.

(1) Pieter Roelf Roelfsema (Groningen, 21 maart 1898 - aldaar, 9 november 1944) was een Nederlandse verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog. Roelfsema was directeur van de kalkzandsteenfabriek Albino in Smilde. In 1940 was Roelfsema al eens opgepakt voor verzetsactiviteiten. Na verraad van de NSB-evacuée Johanna Spiegelberg-Saarloos werd een huiszoeking gepleegd door de SD op zijn kantoor aan de Trompstraat 15 in Groningen. Daar werd in de tuin een lijst gevonden met namen van KP-leden. De huiszoeking werd uitgevoerd door de beruchte SD´er Abraham Kaper. Roelfsema was intussen zelf ondergedoken in Bakkeveen, waar de Eelder wethouder Feico Camphuis een boerderij bezat. Het nabijgelegen heideveld zou worden gebruikt voor wapendroppings ten behoeve van het Noord-Nederlandse verzet. Dankzij verraderlijk speurwerk van Kaper werd Roelfsema op 8 november 1944 gearresteerd en op 9 november 1944 vermoord in het Scholtenhuis in Groningen. Zijn lijk werd heimelijk begraven in het bos Appèlbergen bij Harenermolen, maar werd op 20 juni 1945 gevonden. Op 25 juni 1945 werd Pieter Roelf Roelfsema herbegraven op de Algemene Begraafplaats te Haren (Gr.). Feico Camphuis werd op beschuldiging van hulp aan de wapendroppings in Bakkeveen ter dood veroordeeld. Een straf die later werd omgezet in deportatie naar concentratiekamp Neuengamme.

Roelfsema had een onderduikadres verschaft aan Iman van den Bosch en andere onderduikers. Samen met Van den Bosch was Roelfsema actief in het Nationaal Steun Fonds (NSF). Roelfsema speelde ook een rol in het kunstenaarsverzet.

Roelfsema was getrouwd met Albertina Lucretia Schaafsma (1899-1988) en had drie kinderen.

Bron: Wikipedia

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.