Brieven van de Grietman Lemmer 7

1861

2 maart 1861: Uit te schrijven aan de heer Commissaris des Konings blijkt dat de dienst per stoomboot van Lemmer op Amsterdam v.v. thans in handen is van de Lemster Stoombootrederij. Voordien was deze dienst bij de Friese Stoombootrederij, gevestigd te Harlingen.


1863

4 maart 1863: In antwoord op het schrijven van B. en W. van Groningen wordt bericht, dat het gemeentebestuur van Lemmer zich wel kan verenigen met het idee om de aanstelling van beurtschippers in het veer tussen Lemmer en Groningen te doen uitoefenen door de tegenwoordige schippers met name J. Nieveen en E. van Loo, door het gemeentebestuur van Groningen voorgedragen en voor Lemsterland de schippers L.G. van der Veen en W.J.H. Geveke. De beëdiging zal plaats hebben zodra de reglementen gedrukt en verkrijgbaar gesteld zullen worden

11 maart 1863: Aan de gemeente Smallingerland worden inlichtingen gevraagd over de oprichting van een gasfabriek, welke kort geleden in de gemeente Smallingerland is geschied en thans in Lemmer ook plannen zijn. Ook aan de gemeente Wormerveer zijn inlichtingen gevraagd.

5 mei 1863: Aan de burgemeester van Sneek wordt bericht dat op 11 mei onder geleide van een veldwachter zal aankomen een detachement van 14 manschappen, lotelingen der nationale militie uit deze gemeente, opgeroepen om ingelijfd te worden, welke na uwen bedrijve voeding en huisvesting hebben genoten den volgenden morgen naar Leeuwarden zullen vertrekken, verzoekende voor hun inkwartiering te willen zorg dragen.

1 juni 1863: Aan de burgemeester van Amsterdam wordt verzocht medewerking te willen verlenen voor het bezichtigen van een brandspuit aldaar omdat niemand in onze gemeente enigszins bekend is met deze materie. De gemeenteopzichter heeft opdracht gekregen zich hierover met fabrikanten te verstaan, maar om het nodige onderzoek met kennis van zaken te kunnen instellen zou het op prijs worden gesteld van een deskundige te Amsterdam enige voorlichting te mogen ontvangen. De naam Bikkers- thans nog een bekende fabrikant op het terrein van het brandweerwezen- wordt dan ook al genoemd.

2 september 1863: Uit een brief aan de commissaris des Konings wordt in antwoord op een ter advies ontvangen request Ged. Staten bericht, dat dit adres ondertekend door Lourens Hilbrands van Noord en gericht aan Z.M. den Koning en houdende een verzoek om erkenning ener door hen op te richten Vereen. voor Christelijk onderwijs te Lemmer, enkele bemerkingen worden geopperd. Naar het oordeel van b. en w. is in deze gemeente geen behoefte aan de oprichting van een dergelijke vereniging.

14 september 1863: In een brief aan den heer Eekhof archivaris in de provincie Friesland, wordt op diens vraag om inlichtingen geantwoord, dat door ons geen historische bijzonderheden omtrent de gebeurtenissen voor en tijdens de verlossing en herstelling van Nederland in 1813 betrekking hebbende tot deze gemeente in het archief gevonden zijn. Van enkele personen die destijds in deze gemeente woonden, hebben wij vernomen dat alles hier in die dagen rustig is verlopen. Het volk verheugde zich in de opnieuw verkregen onafhankelijkheid en gaf die vreugde door feestvieringen te kennen, bij één deze feesten werd een grote pop, voorstellende Napoleon, onder het gejubel der menigte in de nabijheid van de haven te Lemmer verbrand. De Franse militairen die destijds hier aanwezig waren zijn kort nadat het heugelijk bericht der verlossing zich bevestigd had van hier vertrokken, zonder dat er bij enige ongeregeldheden plaats hadden.


1864

29 januari 1864: Aan Ged. Staten wordt bericht dat de armenschool aan het dorp toebehorende in de loop van 1863 is ontruimd en overgebracht naar de meisjesschool aan het Turfland. De armenschool in thans ingericht als gevolg van de aankoop van een nieuw stel brandspuiten tot bewaarplaats voor deze met toebehoren.

8 augustus 1864: Aan het Dijksbestuur van de Zeven Gr. en Stad Sloten wordt bericht, dat in de raadsvergadering van 6 deze besloten is ter gelegenheid van de kermis een harddraverij te doen houden, welke dan in de eerste dagen van September zal plaats hebben. Zoals gebruikelijk wordt een harddraverij gehouden op de Plattedijk aan de westzijde van Lemmer en aangezien deze plaats het gemeentebestuur het meest geschikt voorkomt, wordt het dijkbestuur verzocht vergunning voor deze festiviteit te verlenen.

1 november 1864: Naar aanleiding van een verzoek om advies wordt aan Com. des Konings bericht, dat in verband met een nieuw aan te leggen schroefstoombootdienst tussen Lemmer en Amsterdam, bij het gemeentebestuur hiertegen geen bezwaar bestaat, tegen het aanleggen van een stoombootdienst tussen Lemmer en Groningen. Adressanten zijn W.J.H. Geveke en J. Nieveen, die beide reeds sinds jaren een beurtdienst als schippers tussen deze plaatsen onderhouden.


1865

20 februari 1865: Aan den minister van Binnenlandse Zaken wordt een verzoekschrift gericht waarin wordt aangedrongen op afsluiting van de Zuiderzee, dit in aansluiting op dergelijke adressen uit Overijssel. Het gemeentebestuur acht afsluiting van groot en algemeen belang en zou een afsluiting tussen Friesland en Noord-Holland tot stand gebracht willen zien tussen Staveren en Enkhuizen, of nog meer buitenwaarts van de Ewijcksluis -Anna Paulowna polder tot Wieringen en vandaar tot de Friese kusten en daarin sluizen met binnen en buiten havens voor het aanleggen van schepen. Voorts wordt gewezen op de veel voorkomende hoge vloeden waardoor vele plaatsen rondom de Zuiderzee vaak belangrijke schade belopen, dat het dan niet nodig zal zijn een afsluiting te maken van het IJ, en de duizenden binnenschippers, die dat water bevaren van die belemmering bevrijdt zullen blijven; dat een aansluiting op de spoorwegen hierdoor zal worden bevorderd, terwijl ook inpoldering van vele gedeelten van de Zuiderzee mogelijk wordt. Tenslotte wordt gewezen op de enorme besparing van onderhoud aan rijkswerken, aan zeedijken en uitgaven voor defensie en hiervoor dienstbaar zou kunnen worden gemaakt.

16 mei 1865: Ter voldoening aan een van de Com. des Konings ontvangen missive, betrekkelijk een te Leiden te houden vergadering van oude krijgslieden der jaren 1813-1815 wordt door de grietman een naamlijst toegezonden van personen die een goed burgerlijk gedrag leiden en als krijgslieden uit de jaren staan genoteerd. Personen voorkomende op die naamlijst zijn:

  • Folkert Johannes Witteveen
  • Pier Huitema
  • Jan Roelfs Balsma
  • Gerrit Berends Visser
  • Gerben Ruurds Kokje
  • Wiebren Duim
  • Johannes Henricus Kerkheide
  • Hendrik Tiemens Ekkelboom
  • Hendrik Pieter Vlig
  • Harmen Uilkes Woudhuizen
  • Jan Wilhelm Schaap.

13 juni 1865: Ter gelegenheid van het Waterloo feest worden onderstaande ingezetenen met hun dames uitgenodigd om de avond van 19 juni op het gemeentehuis feestelijk door te brengen. Een uitnodiging wordt namens de burgemeester gezonden aan Heren Wethouders, de leden van den raad en de secretaris, de gemeenteontvanger, de predikanten der Herv. Gemeenten van Lemmer en Oosterzee, de pastoor de rooms-katholieke gemeente en de leraar der Israëlieten.

4 juli 1865: In antwoord op een brief ontvangen van heren leden voor het schoolfeest betreffende rekening van verteringskosten in het logement “De Wildeman” ter gelegenheid van het Waterloofeest, wordt namens het gemeentebestuur bericht, dat ter voorkoming van minder aangename correspondentie en dus aan de zaak een einde te maken naar overweging is besloten ook de betaling van de fijnen wijn en de champagne door Ued. dien avond gebruikt voor rekening van de gemeente te nemen.

29 juli 1865: Aan de officier van justitie te Sneek wordt op diens verzoek een overzicht gegeven van de stoombootdiensten die vanuit Lemmer hun beurtdiensten onderhouden.

1. Stad Sneek: varende tussen Lemmer en Amsterdam kapitein D.D. de Jong; door Min. B.Z. is concessie verleend op 6 november 1858 aan H.C. Wouda te Sneek. Bij nadere beschikking is een nadere beschikking verleend, dat deze concessie zal worden overgeschreven ten name van de Lemster stoombootrederij.

2. De Fries:  varende tussen Lemmer en Groningen, kapitein Lolle van Dijk. Voor deze dienst is d.d. 30 september 1862 concessie verleend aan de heer H. Merkelbach te Amsterdam, doch bij beschikking van 8 september 1863 is vergunning verleend deze concessie over te schrijven ten name van de N.V. Internationale Stoombootdienst te Amsterdam. Bij informatie is gebleken dat de heer Merkelbach directeur dezer stoombootdienst zou zijn.

3. Lemmer: varende tussen Lemmer en Amsterdam. Kapitein D.H. Gnodde. Bij beschikking van 30 augustus 1864 is hiervoor vergunning verleend aan J.S. Postma, R.H. van der Wal, D.H. Gnodde en J.G. Wurckz, alle wonende te Lemmer.

20 oktober 1865: Uit een klacht ingekomen bij de burgemeester blijkt, dat het kleine havenvuur de afgelopen nacht niet heeft gebrand. De burgemeester gelast aansteker nauwkeurig toe te zien, dat beide vuren goed brandende zijn, omdat het niet branden grote gevaren met zich mee brengt, waaraan de scheepvaart dan is blootgesteld.


1866

5 maart 1866: Ingekomen is een request van P. Spitze te Lemmer en J.  van Ommen te Eesterga, waarin aan de Commissaris des Konings ontheffing gevraagd wordt van enkele bepalingen verbonden aan de vergunningen tot het aanleggen van een wagendienst van Lemmer naar Heerenveen, dit aansluit en in verband met de stoombootdiensten van Lemmer op Amsterdam v.v. De verplichting is dat zij die dienst moeten rijden met wagens waarin 9 zitplaatsen en bespannen met twee paarden en onder verplichting van een conducteur bij zich te hebben. Bij de burgemeester is echter geen bezwaar, dat deze dienst mag worden gereden met wagens voorzien van 6 zitplaatsen bespannen met één paard en zonder de verplichting om een conducteur te houden.

5 mei 1866: Op een adres van W. Brandsma Johsz. te Lemmer aan Ged. Staten betreffende het stichten van een gasfabriek, wordt aan de Comm. des Konings bericht dat van gemeentewege hiertegen geen bezwaar bestaat. Het in het adres genoemde stuk grond, dat buiten de bebouwde kom is gelegen, komt het gemeentebestuur wenselijk voor en ontmoet geen enkel bezwaar.

14 mei 1866: De bank van lening opgericht bij raadsbesluit van 29 maart 1865 en goedgekeurd bij Koninkl. besluit is in werking getreden op 1 maart 1866, aldus een brief van het gemeentebestuur aan Ged. Staten

20 mei 1866: Aan de Comm. Des Konings, wordt bericht dat de afgelopen nacht zich te Oosterzee, twee gevallen van cholera hebben voorgedaan en wel bij een vrouw en een kind - niet uit eenzelfde gezin, welke beiden zijn overleden.

26 mei 1866: Sinds vele jaren wordt er over geklaagd, dat in de kom van Lemmer, te midden van een drukbevolkte buurt geheel tussen bewoonde huizen op de z.g. Spinhuispolle, de algemene verzamelplaats bevindt van as en mest, vuilnis enz. Die klacht openbaart zich vooral dan wanneer ze besmette ziekte of epidemieën openbaren. Ook thans met de gevallen van cholera, wordt deze klacht weer veel gehoord en gaarne zouden tot opruiming van deze stortplaats willen overgaan. Het gemeentebestuur heeft het oog laten vallen op een stuk grond bij het zogenaamde contributiehokje en eigendom van de Zeven Grietenijen. Dit stuk grond aldus een brief aan genoemd waterschap ligt zeer geschikt, want het kan naast toegang per weg ook langs het water worden bereikt. De voorwaarden worden gevraagd, waarop het waterschap genegen zou zijn haar eigendom te willen afstaan voor het beoogde doel.

28 mei 1866: Aan de hoofdonderwijzers in deze gemeente wordt het verzoek gericht, de kinderen welke Uw school bezoeken te waarschuwen voor het veelvuldig gebruik van Maaswater, gewoonlijk voorhanden op schepen die uit Rotterdam in deze gemeente komen om turf te laden. Met het oog op de thans heersende cholera acht geneeskundig inspecteur het gebruik van Maaswater zeer schadelijk voor de gezondheid.

21 juli 1866: Frederik Michielsen, stoker op de stoomboot Lemmer-Groningen is aan cholera overleden. De burgemeester verzoekt zijn ambtgenoot te Groningen, waar de overledene woonde, de kosten te willen overmaken.

13 augustus 1866: De burgemeester bericht aan geneeskundig inspecteur, dat vier mannen in Lemmer sinds enige dagen geregeld het dorp doorgaan met potten met brandende teer en daarbij alle straten en stegen bezoeken. Sinds dit gebeurt is de ziekte verminderd en de rapporten over de laatste 14 dagen zijn veel gunstiger, dan de vorige weken. Deze maatregel heeft echter niet een sympathie van de plaatselijke geneesheren, want het branden van teer zal oorzaak worden en is dat reeds, dat vele mensen zich aandienen met borstaandoeningen. In dat verband gezien vraagt de burgemeester het oordeel van de inspecteur.

17 december 1866: De burgemeester is ter kennis gekomen, dat de aannemer Pieter Martens de Vries te Lemmer, eigenaar is geworden van het huis staand in de Schans. genaamd “De Oranjeboom” en dat hetzelve enige vertimmering zal ondergaan, reden waarom de burgemeester de gem. opzichter verzoekt daarop toe te zien.