Home » Lemmer » Visserij en schepen » Visserij algemeen, te Lemmer |1| » Visserij algemeen, te Lemmer |6|

Visserij algemeen, te Lemmer |6|

De man met de pet scheef op het hoofd is Hendrik Anne Visser (Hendrik Wildschut)

Omschrijving van Evert de Vries: Een foto van Jaap (Jacob) Wouda, hij en zijn broer Jan waren de beide laatste die visten met de LE 10, samen met twee zoons van Jan, Harm en Jacob. De LE 10 werd later verkocht aan Hennie Kingma. Deze liet er een kajuit op zetten en gebruikte hem als pleziervaartuig. Kingma, verkocht hem weer aan iemand uit Leimuiden. Nu is het schip in bezit van de heer Brilleman, uit Leeuwarden. Deze wil hem, met uitzondering van de bun, weer in oude staat terug brengen. Jacob Wouda, was een goede visser, maar hij zou ook een goed verslaggever van voetbal wedstrijden geweest kunnen zijn. Als er voetballen was geweest stonden 's avonds na het eten, heel wat mensen om hem heen om zijn verslag te horen van de door Lemmer gespeelde wedstrijd.

In 1967 werd hij bij het voetballen onwel. Ik zag dat hij bij de tribune stond te braken. Toen hij bij mij langs kwam, zei hij: "ik ben niet lekker en ga op huis aan" later hoorde ik, dat hij met Beljon, was meegereden en bij de kerk was uitgestapt. In de steeg bij zijn huis is hij gevallen, waar hij door de gebroeders Rottiné, dood werd gevonden.

Direct uit de schuit gewogen... worden de haringen ongekaakt in kistjes gedaan, gezouten, met ijs bedekt en naar Duitschland verzonden. Deze foto toont de kistjes met gezouten haring, voor verzending gereed.

De haringvangst in Lemmer is dit jaar heel goed. De vissers zijn dan ook over het algemeen wel tevreden. Botters met 'n vangst van circa 300.350 tal ('n tal is 200 stuks) zijn lang geen zeldzaamheid. Dat vraag en aanbod ook hier de markt regelen, mag blijken uit het verschil in prijs. Vorige week (donderdag 18 april 1930) maakte men f 1.50 per tal. Vrijdagmorgen 63 cent en des 's middags werd 43 cent per tal betaald.

Een mooie foto van een groep Lemster visserlui. Van links naar rechts zien we Willem Toering, Anne Visser, Antoon Huisman (deze laatste twee waren rokersknechten). Daarachter is nog juist Pieter Wouda te zien, ook een zeer bekende Lemster. Verder Jacob Thijsseling, Teade Wouda en Siemen Zeldenthuis, Andries Koornstra (Esje) en Andries Scheffer.

Hier is de familie Coehoorn te zien, met de LE 76 en de LE 3 in Dordrecht. De familie had zeven broers en een zuster. Janus en Lubbert Coehoorn, stelden hun schepen beschikbaar en gingen met de hele familie op bezoek bij hun enige zus in Dordrecht. Die zus uit Dordrecht staat derde van rechts op de foto. Tweede vrouw rechts op de voorplecht is Setske (Settie) Coehoorn, getrouwd met Harm Krekt.

Rinze Visser met twee van zijn dochters.

Boven en onder: De Lemsters vissen nog veel op 'puf' dat verwerkt tot eenden en kippenvoer.

Dit is ook een foto van 'De Hang', dit is personeel van Tjebbe en Bertus de Jager. Van links naar rechts: Libbe Bouma, deze had later een vismeel-fabriekje in het Leeg. Daarnaast Harm Duim, ?, dan Jan Duim, Lammert van der Werf, Willem de Jong en Atze van der Werf. Harm Duim, pakt bak-bokking in een kist. In zo'n kist gingen tien speten van 20 stuks, dat is een tal haring.

Meest linkse is onbekend, Marten Vlig, Wietze Bootsma en Jan Soeten, Sietze Drent, Geert Vlig en Pieter Bootsma, deze had omstreeks 1905 een vissersschouw: het is de pake van Pieter Verhoeff. Geheel rechts zien we Meie Bootsma.

Palingrokerij in Lemmer.

Het inmaken der vaatjes

Een foto uit de ansjovistijd van de twintigerjaren. Hier is men aan het ansjoviskoppen op de kade tussen de rokerijen van Sterk en De Rook. Deze vis kwam uit de dwarskuilen. Dat word ook wel 'gaand want' genoemd, de schepen slepen al zeilend de netten achter zich aan. De vis, in dit geval de kleine ansjovis wordt aan wal gebracht, waarna iedereen aan de slag gaat met het koppen van de vis. Als er 'staand want' werd gebruikt, zaten de vissen met hun kop vast in de mazen van het net en bij het losmaken gebeurde het koppen dan ook op een snellere en dus goedkopere manier.

De man die er boven uitsteekt is Anton Huisman. Hij gooit een mand met ansjovis op de vloot waar de meisjes om heen staan, gereed om de kop met de ingewanden van de ansjovis af te trekken. Het eerste meisje rechts is Trijntje Rienksma, dan Renske en Lupke Feenstra, Afke Visser en Afke Bootsma. Tussen de beide voorste meisjes staat een bakje waar de gekopte vis in gaat. Er konden ongeveer 1000 stuks in en als het vol was, kregen de meisjes 10 cent uitbetaald.

Omschrijving van Evert de Vries: Als jongen ging ik altijd als de haven bevroren was bij het 'Jouw vissen' kijken. Dan kon het treffen dat er twee mannen aan het vissen waren op aal. In Lemmer werd dat 'Ielskoaien' genoemd. Er werd een lange bijt in het ijs gemaakt. Aan een stok kwam de ielskoaier en daar onderaan een lang touw. Eén man liet de skoaier in het water zakken. De andere man nam het touw. Diep werd de skoaier in de grond geduwd, de voorste man begon te trekken en dan werd de skoaier vliegensvlug op het ijs getrokken en als het goed ging viel de paling op het ijs.

Deze foto gaat daarover, De vuurtoren is half in de mist verdwenen, het ijs is over de dam geschoven. Het lijkt wel een voorteken van wat er een aantal jaren zou gebeuren, namelijk de afbraak van de trouwe wachter. Hij zal ongeveer uit 1908 dateren. Op het ijs zijn twee man aan het paling schooien. Een derde kijkt toe. De man met het touw om de nek is Jan Balsma. Zijn vrouw hete Sietske. Uit hun huwelijk waren 8 kinderen geboren. Vijf jongens, Roelof, Jacob, Jouke, Jan en Harm en drie meisjes, Doekje, Jetske en Jantje, getrouwd met Bastiaan de Haan. Balsma zelf was altijd druk in de weer.

Niet iemand die naar 'passend' werk vroeg. Roelof is de vreemde ingegaan. Jacob is op jeugdige leeftijd overleden. Jouke en Jan hebben altijd gewerkt in de rokerij, Jouke is met een tragisch ongeval omgekomen op de Hopweg. Met Harm heeft Evert wel eens op het ijs gestaan, ze verkochten dan snoep, twee pepermuntjes voor één cent. Het is niet bekend hoe het met Doekje en Jetske is afgelopen. De man op de foto met de stok in de hand, is Klaas Atsma. Deze was later kapitein op de Tramboot.

Hij woonde in een steeg tussen het Achterom en de Weverswal. Hij had ook een gezin met nogal wat jongens en meisjes, die zijn later naar Amsterdam verhuisd. De oudste zoon Hielke heeft de oude vertrouwde toren weer opgezocht. De jongen met de bijl is een broer van Evert, Ferdinant, geboren 14 december 1892. Op deze foto is hij ongeveer 16 jaar en op weg naar de spieringnetten. Een jaar of wat later heeft hij nog als stuurman bij kapitein Klaas Atsma gevaren.

Johannes de Vries vertelt: Aan het eind van de Schans staat nu nog altijd de vroegere hang van De Blauw. Later enkele jaren bakkerij met winkel van de Coöperatie Excelsior en als laatste in gebruik bij garage Weber. Nu al een paar jaar op nominatie om afgebroken te worden en vervangen door woningen. Mijn vader en oom Jan werkten daar beide. Ik kan mij nog herinneren dat ik daar ’s middags met mijn moeder wel heen ging om vader thee te brengen. Dan was daar ook Hidde de Blauw, een aardige jongeman en zoon van eigenaar Seerp de Blauw. Hidde was in Delft afgestudeerd maar in de crisistijd van toen kreeg hij geen werk en dus was zijn weg ook bij zijn vader in de vis. Hier poseren zij vlak bij de hang aan de overkant van de Schans. Links vader met een fles zure haring. Inhoud 20 stuks, dichtgemaakt met papier en een touwtje er om. Rechts oom

Jan met een kistje bokking. Tussen hen in Hidde. Drie mensen die eigenlijk levenslang contacten hebben onderhouden. Oom Jan rookt een pijp, mijn vader een sigaret. Ik vond het vreemd dat Hidde hier niet rookt. Maar met een loep is te zien dat hij wel een sigaret heeft in de hand die hij op het schouder van mijn vader heeft. Op de achtergrond de timmerwinkel van Willem de Blauw.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.