Oosterzee |4|

Bron: Jekkie Boorsma-de Jong, geschiedenis van Oosterzee "As in faas mei blommen".
Herenweg 51 (bij de Gietersebrug) te Oosterzee: Even na 1900 woont Tymen Volkens de Boer (Tiemen de Boer, 1877-1959) met zijn vrouw Femmigje Kleis Huisman (Femmigje Huisman 1874-1939) op deze stee. Naast boer is Tiemen ook verzekering's agent. Er worden vier kinderen geboren, waarvan twee zonen zeer jong komen te overlijden. Dan volgen twee dochters Grietje Thymens de Boer (1908) en Leentje Thymens de Boer (1910) (Leentje, gehuwd met Piet IJben, komt na haar ouders op deze boerderij te wonen.)

De kinderen die bij de brug wonen, verkopen aardappelschillen aan Piet IJben. De prijs was ongeveer 1 cent per kilo. IJben, gebruikte de schillen als voer voor de koeien. In 1952 vertrekt de familie naar een nieuwe boerderij aan de Uiterdijkenweg onder Luttelgeest.

De familie van der Velde (de broers, Johannes, Jelle en hun zuster Anna) worden de nieuwe bewoners. Jelle werkt op de zuivelfabriek en Johannes is boer. De handel in aardappelschillen blijft. begin jaren zestig wordt het ouderwetse voorhuis verbouwd.

Sinds 1963 bewonen Remmelt (1915) en Blijke de Haan-Brouwer (1921), de boerderij als woonboerderij. Op het ruime erf worden kippen en schapen gehouden.

Achterop de schuur, is nog een schoorsteen te zien, waarschijnlijk is daar het vroegere bakhuis/stookgelegenheid geweest.

  • Notitie: 1900 Lemmer, notaris S. Spannenburg. Koopakte
    Betreft de verkoop van een huis en erf te Oosterzee, koopsom fl. 1700
    - Uiltje Koopmans, timmerman te Oosterzee, verkoper
    - Fimmigje Kleizes Huisman te Oosterzee, koper
    Toegangsnr. : 26
    Inventarisnr.: 97095
    Repertoirenr.: 163 d.d. 1 december 1900

Gieterschevaart.

Gieterschevaart.

1931

Gieterschevaart.

Gieterschevaart.

Foto van Janny Bergh-Bosma:  De boerderij in Oosterzee waar mijn vader Freerk Bosma heeft gewoond. 

Gietersevaart Oosterzee 1931. Met Sluizen

Oosterzee-Tjeukemeer.

'Brette Hoanne' tussen Joure en Lemmer. Dit betekent 'gebraden haan' en het was de naam van een waterherberg, bij de ingang van de Lemsterrijn, die al begin 19e eeuw bestond.

OOSTERZEE — Bij de ingang van wat eens de Lemster Rien was, staat aan het Tjeukemeer bij Oosterzee deze vroegere waterherberg. Waar nu een recreant afmeert, meerden vroeger turfschippers af, die met hun lading uit de Echtenerveenpolder kwamen en moesten wachten op een gunstige wind om in Lemmer te komen.

„Brette Hoanne" heette (en heet trouwens nog) de herberg. Waar de naam precies vandaan komt is niet bekend, maar volgens de kenner van het vroeger Lemsterland, de heer Aebele Klijnsma uit Lemmer, is er een volksverhaal, dat wil, dat de schippers vroeger, als de kastelein even niet in de jachtweide was, weleens „ta de panne sieten, dy't op 'e kachel stie". Het genuttigde werd later wel betaald, maar op het moment zaten de hospes en zijn vrouw zonder eten. De kastelein nam wraak.

Toen hij op een gegeven moment weer door de schippers van zijn warme hap was „beroofd" vroeg hij: „Hat de hoanne smakke?" „Ja, lekker", was het antwoord. „Nou, jim ha hjoed de ôld boarre opiten, dy't ik lekker yn moatsjes snien hie . . .".

Behalve als herberg voor schippers had de „Brette Hoanne" ook naam als ijsherberg. Later heeft in de woning een visser gewoond. Nu dus weer één, maar dan met een hoofdletter. De plaats was vroeger vrij uniek te noemen en het uitzicht weids.

'Brette Hoanne'

'Brette Hoanne' visser, Hans Poepjes, met zijn visnetten.

Pontje, 'Oerhaal' Follega-Oosterzee.

'Oerhaal'

Pontbaas J. Hoekstra, bij zijn veer over de Lemster Rien. Op de achtergrond de hervormde kerk van Oosterzee.

Ingezonden door de heer Herman Melchers: Hoekstra blijft zijn pontveer trouw Met het oog op Friesland.

Mei 1964

Pontbaas J. Hoekstra (53) blijft zijn pontveer tussen Follega en Oosterzee nog trouw. De ANWB heeft voor zijn pont nog niet borden als voor de Langweerderpont geplaatst, die de automobilisten tussen Sneek en Lemmer en tussen Echtenerbrug en Lemmer attenderen op de mogelijkheid de Lemster Rien, over te steken en zodoende de weg te bekorten. Want wie van Echtenerbrug naar Sneek wil, kan door over de pont te gaan ongeveer acht kilometer uitsparen.

Maar wie comfortabel in een auto zit en met de linkervoet flink zijn gaspedaal heeft ingedrukt, komt er niet zo gauw toe zijn weg over de pont te kiezen. Goed, het spaart kilometers, maar de overtocht per pont spaart vrijwel geen tijd uit. Niet voor automobilisten en bromfietsers. Zware auto's kunnen trouwens niet over de Lemster Rien worden gezet. Het pontveer heeft een capaciteit van 2½ ton, maar pontbaas Hoekstra, die deze maand elf jaar de pont bedient, durft hem desnoods te belasten met ongeveer vier ton.

De heer Hoekstra heeft de pont met ingang van 1 mei weer voor één jaar van de gemeente Lemsterland gepacht. Wel op wat gunstiger voorwaarden dan voorheen. De tijden veranderen en daarbij moeten de voorwaarden, waarop de pontbaas het veer huurt, worden aangepast. Elf jaar geleden was het nog zo, dat Hoekstra pont en bijbehorende „ambtswoning" huurde voor ƒ 500 per jaar. Zijn inkomsten, bestonden dan louter en alleen uit overzetgelden.

Zomers was dan de pont van 's ochtends zes tot 's avonds tien geopend. In de praktijk betekende dat evenwel, dat men ook klanten had om vier uur 's ochtends of kwart over elf 's avonds en dat er dus altijd werd overgezet. Net alsof zeven keer zestien uur per dag is 112 uren per week niet mooi genoeg was. Want zondags kon men ook bij het pontveer terecht. Daar is twee jaar geleden verandering in gekomen: de pont ging zondags dicht.

Wie omrekent wat de heer Hoekstra per uur verdiende komt niet tot kapitale bedragen. Een auto wordt nu nog voor 35 cent over de Lemster Rien, inmiddels overigens een doodlopend water, gezet en een fietser betaalt drie stuivers, bij abonnement reductie. Wie de heer Hoekstra dan ook opmerkzaam tracht te maken op de vredige natuur, zo vlak aan de oevers van het Tjeukemeer, waar hij in zijn huisje woont, hoort uit zijn mond: „'t Is hjir fredich sat! Ik sit hjir foar myn brea". En als er aan de andere kant van het water iemand op een knopje drukt en er in de gang van de woning van de heer Hoekstra het belletje gaat, weet hij weer hoe laat het is. En dat gebeurt nog al eens.

De „recettes" van de pont bedragen zo tussen de ƒ 2200 en ƒ 2300 per jaar. De pont behoefde later niet meer te worden gehuurd, maar werd gratis ter beschikking van de heer Hoekstra gesteld.

Twee jaar geleden, toen de vrije zondag werd ingevoerd, kreeg hij van het gemeentebestuur van Lemsterland een toelage van dertig gulden per week. De pontbaas heeft de vroede vaderen van Lemsterland verzocht met ingang van 1 mei de gemeentelijke aanvulling op de veergelden te verhogen van dertig tot vijftig gulden per week. Bovendien om behalve op zondagen het veer ook op feestdagen te mogen sluiten en 's zomers de sluitingstijd van tien uur 's avonds te stellen op zeven uur.

Het gemeentebestuur is met de door de heer Hoekstra gestelde voorwaarden akkoord gegaan. Het pontveer levert hem nu per jaar ƒ 2250 plus ƒ 2600 is ƒ 4850 op en daar zijn hij en zijn vrouw tevreden mee. Voor 78 uur per week. Met er wat schapen op na te houden en kalveren te mesten kan de heer Hoekstra misschien op honderd gulden per week komen.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.