Goingarijp

GOINGARIJP, meer algemeen Goengarijp of, zoo als dit in het Land-friesch wordt uitgesproken, Goinrijp, oudtijds Goingrijp, Gohimrup of Gongehuysum, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 2 u. Z. O. van Sneek, kant. en 4 1/2 u. N. van de Lemmer, niet ver van den Slagtedijk. Het is een tamelijk groot d., in de lengte uitgestrekt. Men telt er in de kom van het d. 5 h. en 30 inw., en met de b. Jongeburen en Ballemboer, 19 h. en 130 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw. De landerijen zijn in eenen zeer goeden staat, doch verliezen jaarlijks min of meer door het afschurend vermogen der naburige wateren, van welke het Sneekermeer, bijna geheel tot dit dorp behoorende, het voornaamste is, ofschoon de Goingarijpster-poelen, de Langsteertepoel, de Modderigepoel, het Anewiel, en het Scharrewiel, insgelijks in aanmerking komen.

De Herv., die hier 80 in getal zijn, behooren tot de gem. Goingarijp-en-Broek, welke hier eene kleine en nette kerk, zonder toren, heeft.

De R. K., die hier 20 in getal zijn, worden tot de stat. van St. Nicolaasga gerekend. - De dorpschool wordt gemiddeld door een getal van 10 leerlingen bezocht. - Bij dit d. lag eertijds de state Oenema.

GOINGARIJP-EN-BROEK, kerk. gem., prov. Friesland, klass. van Heerenveen, ring de Lemmer; met 138 zielen en 2 kerken: als ééne te Goingarijp en ééne te Broek.

GOINGGARIJPSTER-POELEN, meer, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal. W. van Goengarijp

Het staat door het Kruiswater, de Sybesloot en de Heerensloot met het Sneekermeer en door de Frijgrassloot en de Elvesloot met de Langsteerepoel in verbinding.

Bron: vanderaa.tresoar.nl

Bron Wikipedia: Goingarijp (Fries: Goaiïngaryp) is een dorp in de gemeente De Friese Meren, provincie Friesland (Nederland), en telt ongeveer 227 inwoners. Tot 1 januari 2014 behoorde Goingarijp tot de gemeente Skarsterlân.

Tot de gemeentelijke herindeling in 1984 maakte Goingarijp deel uit van de voormalige gemeente Doniawerstal. De naam Goingarijp is afgeleid van Goai (een persoonsnaam), gea (dorp) en ryp (strook). Goingarijp ligt aan het eind van ontginningsstroken, die hun oorsprong hebben in het dorp Goënga.

Naast de kerk staat ook één van de klokkenstoelen in Friesland. Aan de noordoostzijde van het dorp staat sinds 2007 een gerestaureerde Amerikaanse windmotor.

Een van de meest kenmerkende eigenschappen van Goingarijp is nog altijd haar prachtige ligging aan de Goëngarijpsterpoelen, een zijmeertje van het Sneekermeer. Bij het sluisje van Goingarijp ligt een watersportrestaurant.

Ook beschikt het dorp over twee kleine jachthavens, een bootverhuurbedrijf en een zeilschool. Sinds 2002 is in Ballingbuer (dit is een streekje wat behoort bij Goingarijp) It Schildhûs gevestigd. Dit is een opvangcentrum voor schildpadden.


Bovenstaande twee foto's zijn van: www.kerkeninbeeld.nl

Predikanten in Goingarijp en Broek.

  • 160? Melchior Clant, Joh. zoon, is beroepen van Woudsend. Heiusius Frederici, is hier afgezet den 1 Augustus. 1615.
  • 1619 . Cornelius Bartholdi Meiledamius, stond hier den 11 October 1619 bij de onderteekening der formulieren, nog in 1635 en was toen lid der Synode te Sneek, overleed echter niet lang daarna, want in de klassikale vergadering van den 27 April 1636 wordt melding van zijne weduwe gemaakt.
  • 1636. Elias Hannonides (ook Hannonis), geboren te Harlingen in 1612, hier beroepen en geapprobeerd den 28 December, is bij ruiling verplaatst naar Langweer ca. in 1641, waar men nader bericht van deze zaak kan vinden.
  • 1641. Abrahamus Oberti Miederhuis, Obert. zoon, Foppe broeder, is bij ruiling met bovengenoemden, hier van Langweer verplaatst. Hij werd verroepen naar Haskerhorne, ter approbatie bij de klassis ingeleverd in September 1641 en eindelijk geapprobeerd.
  • 1643. Gerardus Sixti, kandidaat, geapprobeerd den 4 October, overleed in 1679. Zijn dood werd aan de klassis bekend gemaakt door Ds. Vos, te Terkaple den 21 Mei.
  • 1680. Niolaus Heynema, kandidaat, geapprobeerd den 6 October, is spoedig na zijne bevestiging overleden, daar zijne weduwe den 6 Januarij 1681 aan de klassis verzocht, om na 't eindigen van het annus-gratiae, mede in het Collegium Viduale aangenomen te mogen worden, gelijk haar toegestaan werd.
  • 1683. Rombertus Herens, als kandidaat te Mensingeweer ca. in 1667, is daar van zijnen dienst ontzet in 1674. Hij moet echter weder verkiesbaar verklaard zijn, dewijl hij hier beroepen en geapprobeerd werd den 27 Maart, en besloten dat hij geïntroduceerd zoude worden door R. Brink en R. Meilema, predikanten te Joure en Langweer. Hij werd als lid aangenomen den 7 Junij en zijn dood aan de klassis bekend gemaakt den 4 Junij 1716. Ulricus Pecama, te Haskerhorne is in zijn plaats tot deputatus Synodi aangesteld.
  • 1717. Johannes de Schiffart, geboren te Emden en daar gedoopt den 27 Mei 1694, kandidaat, bevestigd den 22 Augustus, is verroepen naar Koudum en gedimitteerd den 3 Augustus 1718.
  • 1719. Bernardus Sijlvius, zoon van Duc., broeder van Cornelis, kandidaat, geapprobeerd den 4 Augustus, lid der klassis den 4 October, is emeritus verklaard en ontslagen in October 1762 en daarop in December overleden.
  • 1763. Christiaan Jacob Bruining, geboren te Ooij bij Nijmegen, zoon van Herrn. te Dragten, broederszoon van David, kandidaat, bevestigd den 24 Julij, is verroepen naar Herwen en Aerdt, nam afscheid den 1 Junij 1777 en overleed daar den 25 October 1794, oud 57 jaren 8 maanden.
  • 1777. Petrus yan Gorcum, geboren te Idaard in April 1746, Johannes zoon, vervulde als kandidaat 2 jaar den dienst te Huins, is bevestigd den 26 October, en nam, verroepen naar Suawoude, afscheid den 31 October 1790.
  • 1791. Petrus Gosliga, geboren te Sneek, kandidaat, bevestigd den 20 November, nam, verroepen naar Weidum, afscheid den 6 October 1793.
  • 1795. Egbert Schuil, kandidaat, bevestigd den 20 December, deed zijn intreerede den 1 Januari 1796, is wegens innocentie emeritus verklaard in de klass. vergadering den 3 Augustus 1797.
  • 1797. Jacobus Wesselius, geboren te Leeuwarden, kandidaat, bevestigd den 10 September, nam, verroepen naar Warmenhuizen , klassis Alkmaar, afscheid den 10 Mei 1801 ; hij heeft zijnen dienst daar nedergelegd in 1812, maar, wegens zijn onbetamelijk gedrag, weigerde de kiassis hem eene behoorlijke dimissie.
  • 1802. Johannes Karsten, geboren te Hoogeveen, kandidaat, bevestigd den 21 November, nam, verroepen naar Roswinkel, afscheid. in Mei 1805.
  • 1805. Tjebbe Spannenburg, geboren te Harlingen , kandidaat, bevestigd en intrede den 22 September, nam, verroepen naar Oosterhaule , afscheid den 24 Junij 1810.
  • 1811. Johannes Jacobus Florison, geboren te Pietersbierum 1788, Joh. Wibr, zoon, laatst te Lekkum, broederszoon van Laur. Joh. te Ee, halfbroeder van Petrus Conradi te Oosterbierum, kandidaat, bevestigd en intrede den 6 Januarij , nam , verroepen naar de Rottevalle, afscheid den 11 October 1812.
  • 1816. Herman Frederik Theodorus Fockens, geboren te Windeweer, Lucas zoon te Snoek, broeder van Engelb. Schrader te Jutrijp, kandidaat, bevestigd en intreerede den 10 Maart, nam, verroepen naar Helium, afscheid den 26 Januarij 1817.
  • 1817. Pieter van Borssum Waalkes, geboren te Emden 17 Sept. 1795, kandidaat, bevestigd en intreerede den 7 Julij , nam, verroepen naar Workum, afscheid den 20 September 1818.
  • 1819. Romke Sipkes Sevensma, geboren te Langweer den 10 October 1791 , kandidaat, bevestigd en inreerede den 5 September , nam , verroepen naar Landsmeer, afscheid in September 1820.
  • 1821. Lucas Lubbartus van Loenen, geboren te Dalen?, Jac. zoon, broederszoon van Joh. Bern. laatst te Joure, broeder van Winandus Isaac? te Anlo, kandidaat, bevestigde den 15?, deed zijn intreerede den 20 Mei, en nam, verroepen naar Beilen , afscheid den 27 September 1829.
  • 1830. Petrus Holkema, geboren te Akkrum, Franc, zoon, Arjen Buwalda, v. H. broeder te Oldeboorn, kandidaat, bevestigd den 7 Maart, is in 1887 nog hier in dienst.

Bron: tresoar.nl/wumkes/pdf

1964: Meester G.J. Luchtmeijer met de acht leerlingen van de openbare lagere school in Goïngarijp. Met zeven tegen vier stemmen heeft de raad van Doniawerstal tegen het advies van burgemeester en wethouders in besloten instandhouding van deze kleine school noodzakelijk te oordelen. Voor de Goingarijpsters was dit een reden de vlag uit te steken. Gedeputeerde staten moeten het raadsbesluit natuurlijk nog goedkeuren.

Onderwijs en schoolmeesters te Goingarijp.

  • In sept. 1617 en sept. 1618 was mr. Jan Dircxz "schooldienaer tot Goingharijp". Hij is de oudst bekende schoolmeester van dit dorp. Op 21 febr. 1633 was hij hier nog als schoolmeester.
  • In okt. 1641 werd te Joure het huwelijk geproclameerd van Harmen Lyckles, schooldienaar te Goingarijp en Jadij Jelles, van Akkrum. In het trouwboek van Terkaple vinden we op 4 febr. 1644 eerst de bevestiging van dit huwelijk: mr. Harmen Lyckles, schooldienaar in Goingarijp en Jay Jellesdr. van Akkrum. Hoe lang hij hier nog gestaan heeft weten we niet.

Oude kerkvoogdij-rekeningboeken zijn van dit dorp niet bewaard gebleven, zodat de gegevens (ontleend aan de doop- en trouwboeken) wel zeer fragmentarisch zijn en ook geen bijzonderheden omtrent traktement etc. bekend zijn.

  • In dec. 1675 en in juni 1677 was Sijboldt Aeges, dorprechter en ontvanger te Goingarijp.
  • Eerst in 1686 treffen we weer een schoolmeester van dit dorp aan: op 10 okt. van dat jaar wordt namelijk het huwelijk geproclameerd van Hans Piers, schooldienaar te Goingarijp en Sijts Rintjes. Korte tijd later zijn ze hier getrouwd.
  • In 1717 kwamen onder de lidmaten voor: Dirck Rijcx, ontvanger en schoolmeester, en zijn vrouw Trijn Jansdr. Ook in 1694 en 1698 was hij hier reeds ontvanger en dus allicht ook wel schoolmeester. Voor die tijd (in 1689 bijv.) woonde een Dirck Rijcx, te Langweer, die daar echter geen schoolmeester was. Dit was misschien wel dezelfde. Op 27 juni 1708 was Dirck Ryx, dorprechter te Goingarijp. In 1734 was hij nog schoolmeester te Goingarijp, doch in 1737 niet meer.
  • Want op 2 juni 1737 was Jan Jelles, hier schooldienaar, en Dirkjen Jans zijn huisvrouw. Hij stond hier vele jaren; hij hertrouwde op 16 mei 1773 met Froukje Pieters en kwam hier in 1776 nog voor.
  • Op 21 okt. 1781 evenwel was er weer een nieuwe meester, en wel mr. Jacob Petrus, die hier toen trouwde met Femke Everts.
  • In 1788 was Jacob Petrus, dorprechter en schooldienaer te Goingarijp, 32 jaar oud. Ook in 1794 en op 2 okt. 1805 kwam hij hier voor. Omstreeks 1812, toen ieder die er nog geen had, een familienaam moest aannemen, noemde hij zich Jacob P. Elsinga. In 1817 gingen hier 20 kinderen naar school. Zijn traktement bedroeg ƒ 75 van de kerk en vrije woning. Als "gaarder" van enige belastingen had hij in de Franse tijd ƒ 100 verdiend. Later mocht dat niet meer. Tot zijn schadeloosstelling werd een rijkstoelage op zijn traktement aangevraagd, evenals te Broek. Het werd bij Koninklijk Besluit van 3 nov. 1819 (no. 101) toegekend, maar intussen was "master" Jacob Petrus, eind 1817 al overleden.
  • In afwachting van het rijkstraktement bleef de school enige jaren vacant. Eerst op 7 aug. 1820 werd vast aangesteld: Namle Rintsjes van der Baan, die waarschijnlijk daarvoor de school wel enige tijd provisioneel zal hebben waargenomen. Hij was in 1796 te Idskenhuizen geboren, waar zijn vader toen schoolmeester was. Hij verkreeg als kwekeling in de school van zijn vader te Hindeloopen in okt. 1812 de 4e rang en als ondermeester aldaar in april 1814 de 3e rang. Zo kwam hij dan te Goingarijp, waar de studie nog werd voortgezet en in okt. 1823 bekroond met de 2e rang. De schoolopziener was over deze jonge schoolmeester zeer tevreden: in een opgave omtrent de moraliteit en de ijver van de onderwijzers, heetten zijn vlijt en gedrag beide "zeer goed", terwijl de schoolopziener de opmerking toevoegde: "verdient zeer verhoging [van traktement]". Niet lang bleef Goingarijp in het bezit van deze pedagoog: op 1 april 1830 vertrok hij naar Scharnegoutum, waar hij in 1841 overleden is.
  • Zijn opvolger te Goingarijp werd op 1 okt. 1830 Nicolaas Daniël Kroese, die de school ook tijdens de vacature provisioneel had waargenomen. Daar hij in de Friese ranglijsten niet voorkomt, was hij blijkbaar uit een andere provincie afkomstig. Bij zijn benoeming bezat hij de 3e rang, want eerst in april 1831 behaalde hij de 2e rang. Reeds op 6 jan. 1834 vertrok hij naar Nijega (HON) en vandaar in 1839 naar Hindeloopen, waar hij nog ruim 30 jaar gestaan heeft.
  • In 1834 werd Pieter Westra, door het gemeentebestuur, bijgestaan door twee vertegenwoordigers uit de floreenplichtigen, benoemd tot "Onderwijzer der Jeugd" te Goingarijp. Hij trad op 2 juni van dat jaar in functie. Pieter Westra, was geboren omstreeks 1810 en behaalde als 16-jarige jongeling in april 1826 de 4e rang; hij was toen kwekeling te IJlst. In juni 1828 haalde hij als ondermeester te Sneek de 3e rang en, reeds te Goingarijp, in okt. 1836 de 2e rang. In 1845 gingen hier gemiddeld slechts 14 kinderen naar school. Zijn officiële naam was toen Pieter Pieters Westra. Hij heeft hier gestaan tot zijn overlijden op 7 dec. 1861; hij was toen 51 jaar oud.
  • Tijdelijk werd toen Frans Reiding, ondermeester te Blija, aangesteld. Na vergelijkend examen op 28 juni 1862 werd op 9 juli uit 7 sollicitanten evenwel niet hij, doch Jarig Ferwerda, hulponderwijzer te Leeuwarden, benoemd. Met ingang van 1 jan. 1861 waren de schoolgelden vervallen, evenals ook de ƒ 100 rijkstraktement (van Goingarijp en Broek) en kregen de schoolonderwijzers een vast traktement van de gemeente; dit bedroeg in Goingarijp ƒ 400 met vrije woning. Er waren nu 28 leerlingen op school. Jarig Ferwerda, trad op 1 aug. 1862 in functie en was ook in het bezit van de 2e rang, die volgens de Wet op het Lager Onderwijs van 1857 gelijkgesteld werd aan de hoofdakte en dus het recht gaf om aan het hoofd van elke school te staan. In 1863 kwam de onderwijzerswoning, die hier aan de hervormde kerk behoorde, door ruiling aan het dorp en bij de opheffing van de dorpsadministratie dus aan de gemeente. De ƒ 50, die de kerk vroeger aan de onderwijzer uitbetaalde, werd nu ook door de gemeente overgenomen, zodat "master" Jarig, voortaan ƒ 450 traktement kreeg. In 1866 is de school vergroot. In 1877 werd de onderwijzerswoning afgebroken en een nieuwe gebouwd; op 5 sept. werd het werk aanbesteed voor ƒ 2.087. In 1882 werd de jaarwedde van het hoofd op ƒ 700 bepaald, plus vrije woning, met ingang van 1 jan. 1883. In 1887 werd de school verbeterd. Tot 1889 heeft mr. Ferwerda, aan het hoofd van deze school gestaan; of hij toen overleden of gepensioneerd is, is mij niet gebleken.
  • Als zijn opvolger trad op 10 juni 1889 Arjen Nawijn, in functie. Hij was in 1857 geboren te Bolsward; hij was eerder onderwijzer te Lutkewierum (1883) en te Leeuwarden. Reeds op 1 juli 1893 vertrok hij als hoofd naar Lutkewierum, waar hij nog 30 jaar heeft gestaan. Hij schreef Aardrijkskunde van Friesland, bestaande uit twee boekjes en twee atlasjes, die in Friese scholen zeer veel zijn gebruikt. P.G. Bleeksma, onderwijzer te Idskenhuizen, nam de school tijdelijk waar.
  • Op 16 sept. 1893 werd S.H. Talsma, die sedert 1 juli 1888 onderwijzer te Augustinusga was geweest, benoemd als hoofd van de school te Goingarijp. Op 1 mei 1908 werd hij benoemd als hoofd te Mantgum. Hij werd toen opgevolgd door L. Goïnga, onderwijzer te Mantgum, die in 1911 naar Oosterwierum vertrok.

In 1910 besloot de raad ook hier een nieuwe school te stichten, waarvoor een terrein werd aangekocht en rijkssubsidie werd aangevraagd, doch eerst in 1914 werd de nieuwe school gebouwd.

In 1915 werden de oude school en woning alhier verkocht. De hoofden waren hier tevens boekhouder van het Burgerlijk Armbestuur.

In 1912 werd tot hoofd benoemd: J. Kuit, van Spanga, die evenwel bedankte. Toen werd S. Bergsma, hoofd te Wierum, benoemd. In 1915 vertrok hij naar Kornwerd. Hij werd opgevolgd door R. Viersen, onderwijzer te Joure, die in 1918 weer vertrok. Zijn opvolger was J. Braunius, die in 1921 naar Ouwsterhaule ging. In dat jaar kwam J. Hazelhoff, een zoon van J. Hazelhoff, te Langweer. Hij vertrok in 1929 naar Middenvaart bij Lemmer. Toen werd B. van den Bosch, benoemd, die op 1 maart 1936 naar Ankum (gem. Dalfsen) vertrok. Hij werd toen opgevolgd door W. Ritsma, die in 1942 hoofd van een school te Sneek werd. Van 1942 tot 1946 stond J.R. Kirpenstein, aan het hoofd van de school in Goingarijp. Zijn opvolger was H. Hofstee, die op 1 juni 1951 naar Ooltgensplaat vertrok. Hij werd weer opgevolgd door J. van Weperen, onderwijzer te Dedemsvaart. Hij vertrok op 1 sept. 1953 naar Amsterdam, waar hij leraar werd aan een Technische School. Zijn opvolger werd in dat jaar A. Zantema, onderwijzer te Ried.

Bron: www.fryske-akademy.nl


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.