Jan de Blaauw

Foto van Willem-Jan de Vries: Jan de Blaauw en Hielkje Meijer.

Jan de Blaauw, met zijn vrouw Hielkje Meijer en zoon Lieuwe.

Jan de Blaauw, is geboren in 1852 en overleden op 1 april 1932. Zijn vrouw was vrijwel van dezelfde leeftijd en zij kwam uit Wolvega. Lieuwe, was hun jongste zoon. Het gezin de Blaauw, woonde in de Schans, naast kruidenier Joost de Vries, later Bönditti. Ik heb Jan, niet gekend toen hij zelf nog viste, want toen was hij al een oude man en ik nog een jongen. Hij was niet groot van postuur, maar een "dreech kereltsje" zouden ze in Lemmer zeggen. Hij was van nature een vrij ernstige man, had wel ondernemingsgeest en was een goed visserman.

Ik weet het niet zeker, maar ik denk dat de houten aak de LE 65 zijn eerste schip was. Hij was waarschijnlijk ook wel fuikenvisser, want zijn zoons hebben daar later ook wel mee gevist. Dat werd dan gedaan bij het Hondenest en op het Kooizand, dat is tussen de Hoek van de Ven en Enkhuizen. Het zal ongeveer 1913 zijn geweest, in het laatst van februari tijdens het haringvissen.

 

PDF
Geschiedenis van de aak Haast Noch Rust met gedeelte de LE 65
PDF [1.8 MB]
Download (8 downloads)

Het was stormweer uit het Oosten en bitterkoud, de hele vloot was in de haven gebleven. Alleen de jongens van Jan de Blaauw, waren naar zee gegaan. De oude Jan, stond altijd aan de haven als de jongens binnenkwamen. Al was het bitterkoud, Jan wachtte en ging niet naar huis. Ik stond alleen bij hem bij het "Skiethuske" toen nog op het west-einde van de haven. Door het stormachtige weer was het water grotendeels weggewaaid, door die mooie gelegenheid stroomde de spuisluizen ook nog, die stonden toen op de plaats waar nu de Riensluis is. De dam aan de overkant leek nu te bestaan uit twee dammen en in de haven was nog maar een stromend slootje overgebleven.

De jongens de Blaauw, lagen altijd midden in de haven, en moesten toen ze binnenkwamen tegen stroom en wind in laveren, wat natuurlijk heel moeilijk ging. Na veel moeite kwamen ze aan het eind van de remming. De oude Jan, doet zijn handen aan de zijkant van zijn mond en begint te brullen, bij het "skiethuske", bij het "skiethuske", daar moesten ze bij uitzondering gaan liggen. Ze hadden ook nog maar weinig haring in de beug. De andere dag was het weer alweer beter, en met die kou bleven de haringen toch wel goed, het werd dan een dubbel schot, zoals dat genoemd werd als de beug twee dagen in zee stond.

We gaan nu weer even terug in de tijd, naar 1907... Jan de Blaauw, zijn zonen werden groter, en Jan wilde er wel een tweede aak bij hebben. Op 10 juli 1907 gaf hij opdracht aan de Gebr. de Boer, om een grote Lemsteraak voor hem te bouwen. Het zou de grootste van de vloot worden. Ik denk zo'n 50 voet, in maart 1908 werd hij afgeleverd. Het was een mooi schip. Maar erg groot voor de Lemsterhaven. De wind waaide driekwart van het jaar uit het zuidwesten of westen, dan moest er altijd de haven uitgelaveerd worden.

Bij het haring of ansjovisvissen, zat er nog een grote vlet achteraan. Nee alles was te zwaar, grote zwaarden en zeilen en alles moest in die tijd met de handen gebeuren, dat ze kregen er in 1912 waarschijnlijk genoeg van. Want op 24 december 1912 ging Jan, weer naar de Gebr. de Boer, om een wat slankere aak te bestellen. De tweede LE 8 kwam in 1913 klaar. Dat was een mooi schip was 45 voet lang en was handzamer. De grote LE 8 werd verkocht aan Lub Bakker, uit Urk, ik heb hem later nog wel eens in Lemmer gezien, als Lub Bakker passagiers aan boord had voor de pleziervaart, iets wat je in die tijd niet veel zag.

Een Enkhuizer, had in die tijd ook een mooie aak, die hij verhuurde, maar die had een roef, de eigenaar hete Goos. Hij had een kruidenierswinkel in de haven van Enkhuizen, waar de Lemsters vissers in de ansjovis tijd hun inkopen deden. Zoon Gerrit, is vermoedelijk in 1913 getrouwd met Jeltje Wagter, uit Wolvega, en is in datzelfde jaar voor eigen rekening begonnen te vissen met een mooie aak, ook gebouwd door de Gebr. de Boer, de LE 67 45 voet lang, kon wat zeilen betreft goed meekomen. Ik heb ze nooit anders gekend als woonachtig aan de Visserburen. De oudste zoon Jan, was in die tijd schipper op de LE 65. Andries, was in die tijd de schipper op de LE 8 met zijn broer Lieuwe.

 

Gerrit de Blaauw, Lemmer, opdrachtgever van de LE 67.

Verder werden de bemanningen aangevuld met knechten. Gerrit en Andries, waren tweelingbroers, maar leken niet veel op elkaar. Als je het wist kon je wel zien dat het broers waren, maar hun naturen hadden wel veel punten van overeenkomst. Jongste zoon Lieuwe, was getrouwd met Tjitske Brandsma. Hun zoon Jan, met zijn vrouw, een nicht van mij, komen een enkele keer bij ons, soms op doorreis naar tante Ansje, in Purmerend. Ze hadden het een keer over Ome Willem en Tante Aaltje, en wat bleek, Willem was een zoon van Koenraad de Vries en Akke Zijlstra, waar ik al eerder over heb geschreven en tante Aaltje, was een dochter van Jan de Blaauw. Heb ik al niet eens eerder geschreven dat alle Lemsters van vroeger van elkaar verwant zijn.

Dan was er een dochter Elizabeth, die heb ik nauwelijks gekend. Ze was getrouwd met Tiede Wassenaar, en ze woonde in St. Annaparochie, dan was er een dochter Fokje, die is altijd ongetrouwd gebleven, evenals oudste broer Jan en Andries. Roelofje, was getrouwd met Gooitse de Jong, die was timmerman aannemer in Lemmer, bij velen van U nog wel bekend. De jongste dochter was Antje, de enigste nog in leven zij woont in Purmerend, is 86 jaar en het koppie glas helder. We vinden het fijn als ze een enkele keer bij ons komt praten en dan vanzelf over het oude Lemmer.

Haar dochter Hielkje, die in Amsterdam woont, komt haar dan brengen. Haar man Cornelis de Beer, is helaas vorig jaar overleden. De ouderen onder U kennen de Beer, nog wel. Ze woonden naast W.A.F. Koopman, waar later Lemstra, een groentehandel had. Een broer van Cornelis, had een kwaal en kon daarom niet op het water, hij dreef een winkel in dat pand, meest snoep.

Vader de Beer, had een aak met een roef. Die werd gehuurd door de Visserij Inspectie. Visserij Inspecteur de heer Klein, was wekelijks op stap met de Beer. Van zijn beroep uit, moest hij eigenlijk de vijand van de vissers zijn, maar iedereen respecteerde hem, omdat hij een beschaafd zacht mens was. Een keer, het was in het ansjovisvissen seizoen, lag een gedeelte van de Lemstervloot, in de haven van Urk. Ze gingen 's morgens tegen het dagen naar zee, en moesten het licht voeren op de kop van de schepen, maar je weet hoe dat gaat, het is zo dag en het is de moeite niet meer waard. Maar Klein, zat op het eind van de havenmond, en ze kregen allen een bon. Maar dat werd sportief opgenomen. Zo, U heeft kennis kunnen maken met de oude visser-familie Jan de Blaauw, zijn vrouw en negen kinderen. Op een enkele na, ken ik de klein kinderen niet, maar ze zullen het wel leuk vinden als ze dit lezen.

Jan Wouda


Twee afdrukken van een brief van Willem-Jan de Vries, Willem-Jan vertelt: Brief van onze overgrootvader Jan de Blaauw aan zijn dochter Aaltje de Blaauw en schoonzoon Willem de Vries (mijn opa).


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.