De Zeven Grietenijen en Stad Sloten |2|

|    1   |    2   |    3   |

Opsterland

Opsterland. (1395: „Upsaterlant" en oudtijds ook „Haudmare" geheeten).

Hiervoor kwamen Teye Sackes, fungerend secretaris en Anne Piers als volmachten. Zij herkozen de dijkgraaf Obbe Obbes en de dijksgedeputeerden Andries Jochems Aesma, Hylcke Jouckes en Eele Jans.

Tegen Sytthe Sytthes als dijksopziener maakten ze echter bezwaren. Ze wilden hem wel hebben, maar vonden dat Michiel Tjaerdts, secretaris van Schoterland, als aftredende er meer recht op had. Met zeer veel woorden zeggen ze dat Sytthe dan maar het werk moet doen, doch dat een deel van de inkomsten aan Michiel toe moet komen!! De dijksbode Popke Wobbes en de dijksopzichter Boonte Hiddes bleven gehandhaafd.

Hierbij moeten we even vermelden dat de secretaris van dit stuk onder Haskerland als secretaris van Schoterland Michiel Rykoldt vermeld, terwijl dit was Michiel Tjaerdts. Het was echter van geen invloed, want hij kreeg toch te weinig stemmen.

Voor deze Grietenij verschenen verder de volgende Grietmannen:

● Jorerd Azijnga (1438 -1471).

● Focke Eesckes; (1471 - 1501) (Zeer bekend in de Friesche Geschiedenis, huwde eene dochter van Wybe Jarichs Jelckama, wier naam onbekend schijnt te zijn; hij overleed omstreeks 1476).

● Sywart Sappensz (of Sappis); (1501, 14 April - 1518).

● Sjoerd Feickes; (1518 - 1524) (Een uprecht man", zegt Jancko Douwama; zeer zeker was hij Geldersch Grietman).

● Jan Bruin; (1524 - 1526).

Sieurt Sappis; (1526 - 1545) (Denkelijk dezelfde als de bovengenoemde en vóór Maart 1543 overleden).

● Focke Teijes; (1545 - 1579) (Ook 2 Juni 1576; gehuwd met Auck Sjuerdtsdr. Boelens. Reijn Idsen, grietman van Gaasterland, schijnt in 1575 waarnemend grietman te zijn geweest).

● Hepcko Fockens; (1579 - 1614) (Ook in 1585. (V. Sm.) zoon van Focke Teyes, Grietman van Opsterland, en van Auck van Boelens, werd in 1582 Volmagt ten landsdage uit de Zevenwouden en was in 1584 een der zes gecommitteerden tot het opnemen van de rekeningen van de landschaps ontvangers en rentmeesters. In 1585 tot Grietman van Opsterland benoemd, werd hij tevens in meer andere belangrijke zaken, de provincie aangaande, gebruikt. In 1600 was hij lid van Gedeputeerden. Hij was gehuwd met Martien Martini. Zijn zoon volgt).

● Martinus Fockens; (1614 - 1623) (Zoon van den voorgaande, werd in 1566 Monstercommissaris, in 1614 Grietman van Opsterland, waarvan hij later afstand deed, en in 1627 lid van de Admiraliteit van Dokkum. Hij was gehuwd met Wiskjen, dochter van Feicke Tetmans, Grietman van Utingeradeel. Zijn zoon volgt).

● Saco Fockens; (1623 -1650) (zoon van den voorgaande, geboren in 1599, werd in 1623 Grietman van Opsterland, in 1629 Volmagt ten landsdage en in 1647 lid van Gedeputeerden. Hij overleed in 1652 en was gehuwd met Lucia, dochter van Ige Siccama. Zij overleed in 1675. Twee zonen van hen volgen).

● Martinus Fockens; (1650 - 1693) (Zoon van den voorgaande, geboren in 1633, werd in 1650 Grietman van Opsterland en in 1661 lid van Gedeputeerden. Hij behoorde in 1672 tot de commissie, verkozen tot het beramen van middelen ter verbetering van het politie-, militie- en finantiewezen der provincie. Hij overleed den 12den Maart 1692 en was gehuwd met Anna Kinnema, die den 28sten October 1707 stierf).

● Agustinus Lijcklama; (1693 - 1718).

● Livius Suffridus Lijcklama van Nijeholt; (1718 - 1773). (Zoon van voorgaande).

● Daniël de Blocq Lijcklama a Nijeholt; (1773 - ??) (Broer van voorgaande).

Kaart van de Gemeente Opsterland.

Aengwirden

Aengwirden. (1466 en 1473:,Aenwird.")

Voor deze Grietenij verschenen de Grietmannen:

● 1466 : misschien was toen TJEPCKE OENEMA grietman van Aengwirden en Utingeradeel. (1509):

● TJAARD ANDRINGA, dezelfde die grietman was van Utingeradeel; sedert 1511 waarschijnlijk alléén grietman van Aengwirden. Later werd hij Geldersch grietman van Utingeradeel, maar of hij toen ook namens den Hertog van Gelder Aengwirden bestuurde, is onzeker.

● 1524: YEDT TIEBIS of TJEBBES, ook grietman van Schoterland. Over de waarneming dezer twee grietenijen werd bij doleantie van 21 Februari 1527 geklaagd, waarop het antwoord luidde: „Hyer „aff heeft myn Ghenedyghe Vrouwe den Stadholder last ghegheven", in dien zin, dat hij en anderen, die in hetzelfde geval verkeerden, „één afftreeden zullen," waarna hij toen van beide grietenijen afstand schijnt te hebben gedaan. Hij komt voor op de lijst der edelen in de Zevenwouden in 1505.

● 1529: THINCKE SAEKES, ook grietman van Schoterland; deed reeds vóór 1531 afstand van Aengwirden.

● 1532: ABBE JANSZ., ook 21 Oct 1533 en in 1541. Volgens E. M. v. B. was hij vroeger, in 1525 „ondergrietman van Aengwert."

● 1542: GARBRANTS MYNTHIESZ., woonde te Gersloot; zijne vrouw heette Trijn Glaesdr.

● (1576, 29 Dec. aangesteld): JOCHUM GARBRANTSZ., in de plaats van zijn vader; ook nog in 1580.

● (1580), 14 Sept. : SJURT TJEBBES; bleef denkelijk grietman tot in 1585, in welk jaar Feycke Tetmans door V. Sm. als grietman van Utingeradeel vermeld, subst. grietman van Aengwirden zal zijn geweest.

● (Vóór 1589 waarschijnlijk reeds) : JOHANNES AGRICOLA.  (1605, 26 Juli aangesteld): HIPPOLYTUS CRACK.  Verder valt op te merken, dat JOHANNES CRACK (1636) een broederszoon was van Hippolytus en dat hij werd bijgezet te Oudeschoot, alsmede dat TJAERD VAN HELOMA (1652) te Beetsterzwaag door 't hollen zijner paarden uit den wagen viel en daardoor omkwam.

● Zijn broeder Nicolaas dong wel naar 't grietmansambt, maar Bouricius werd benoemd.

Kaart van de Gemeente Aengwirden.

Lemsterland

Lemsterland. (1504: „Lemster Vyffga").

Voor deze Grietenij verschenen de Grietmannen:

● Agustinus Stijntiema; (1498 - 15??). Jancke Oosterzee; (15?? - 1522).

● Pieter Visscher; (1522 - 1539).

● Kerste Piers; (1539 - 1571).

● Idzard Stijntiema; (1571 - 1580).

●Pier Anskes; (1580 - 1585) Lag in 1580 als Kapitein van een vaandel in de Lemmer, om die plaats te verdedigen; doch moest, doordien zijne manschap onwillig was om te vechten, de schans verlaten, en nam met zijne soldaten, alle krijgsbehoeften en eenige schepen de wijk naar Enkhuizen. Hij was in 1582 volmagt ten landsdage.

● Jaen Auckes; (1585 - 1609)

● Christoffel Jochems Oosterzee; (1609 - 1635)

●Eeko Heeres, mederegter en Johannes Solckes, contribuabele (ingeland), welke zeer eensgezind op de aftredenden stemden, zodat het wel iets op een afgesproken zaak leek! Ciprianus Oosterzee; (1635 - 1641)

● Frederik van Roorda; (1641 - 1665)

● Sako Fockens; (1665 - 1666)

● Tinco van Andringa; (1666 - 1689)

● Regnerus van Scheltinga; (1689 - 1692)

● Regnerus van Andringa; (1692 - 1741)

● Regnerus Lycklama à Nyeholt; (1741 - 1752)

● Daniël Livius de Kempenaer; (1752 - 1772)

● Regnerus Livius van Andringa de Kempenaer; (1772 - 1795) Tijdens de Franse overheersing (1795 - 1816) waren er geen Grietmannen.

● Antoon Anne van Andringa de Kempenaer; (1816 - 1825)

● Onno Reint van Andringa de Kempenaer; (1825 - 1836)

● Wilco van Andringa de Kempenaer; (1836 - 1851).

Kaart van de Gemeente Lemsterland.

De Zeven Grietenijen en de Stad Sloten

De Zeven Grietenijen en de Stad Sloten

Obbe Obbes werd 31 januari 1604 Grietman van Gaasterland; ook was hij Dijkgraaf van de zeven Grietenijen en de stad Sloten, en werd in 1602 lid van Gedeputeerden. In 1620 volgde hij de lijk-statie van graaf Willem Lodewijk als lid der Staten van Friesland.

Uit te voeren werken.

Het volgende belangrijke stuk is het verslag van een vergadering van dijksgedeputeerden en volmachten op 8 april 1614, welke na missive van de dijkgraaf Obbe Obbes van de laatste maart waren samengeroepen ten huize van de mederegter Obbe Obbes te Lemmer.

Behalve Aengwirden waren allen aanwezig. Dit was een belangrijke vergadering, want het betrof hier verschillende verbeteringen. aan de zeedijken onder het beheer van het waterschap tussen Veenhuysen en het Roode Klif. Volgens mij lag Veenhuysen in de Kuinderpolder, precies op de grens van Overijssel en Friesland. Op de kaart van Schotanus uit 1718 heet dit gehucht Veenhuizen.

Het blijkt hier te gaan over het gedeelte zeedijken dat moest worden onderhouden door Haskerland, en dat staat opgegeven als de Hasker- Hornster Zeedijken. Verder over de Echtener en Lemster zeedijken op het west van het Polske Gat aan de Hop, zijnde op het west van de nyduicker van 1611 (de nieuw gelegde duiker uit 1611), waar zeven voeten verlegd moesten worden. Idem vanaf de paal die in 1613 bij de Kiendam was geslagen. Idem tussen de langebuitenpaal naar het Oost van de Lemmer, waar 25 voet voor deze paal verlegd moesten worden, naar "divertie" van de dijkgraaf. Tevens tot de noodzakelijke gronden van de Lemster huissteden (dus het dorp zelf) waar een palenrij hersteld moest worden.

Verder vier en acht voeten paalwerkbij de Oostzee-inger dijken (dus die onder het dorp Oosterzee vielen): Idem de kavel voorde Broekster zeedijken, staande bij de Hop, acht voet te verleggen en aan de Oosterzijde drie voeten, tot "divertie" van de dijkgraaf, ende te "bullen" (vermoedelijk aanvoegen met stenen).
Idem bij de Broek de zeedijken onder Wijckel ter lengte van 5 roeden van nieuwe palen voorzien.

Er werd verklaard dat de andere plaatsen welke door de dijkgraaf en adjuncten voor noodlijken (noodzakelijk) zijn opgegeven, nodig van grondwerken moeten worden voorzien, terwijl verder naar de zuidelijke kust, waar voor enige jaren is gewerkt, de stenen ommegang moet worden hersteld tot divertie van de dijkgraaf en zijn adjuncten. Verder dat de volmachten alsnog insisteren en verifiëren dit opgelezen stuk ende alles onderhouden willen hebben. Zulks doen en belovende dit verslag, in ons respect voor de dijkgraaf en zijn adjuncten, de volmachten beloven alles in hunnen Grietenyen te zullen voorlichten. Ze beloven dat, als de werken zullen zijn uitgevoerd, zij hun aandeel met de inkomstelijke contributie in november en, december van dit jaar zullen betalen (Het waterschap moet eerst de kosten voorschieten!).

Aldus geteekende met onze handteekening of huismerken anni dies mensa (jaar, dag en maand) alsvoren., Was o.a. getekend door H.B. van Baerdt, Gerckema en Fedde Rouckes. De andere handtekening waren niet te ontcijferen.

Voorwaarden.

Hierna volgden de voorwaarden waaronder de dijkgraaf en de adjuncten de bovenstaande werken wensten aan te besteden: De gebruikte palen bij de Hasker Hornster Zeedijken, de Echtener en Lemster Zeedijken bij de Hop moesten in het midden 8 duimen breed en 5 duimen dik zijn, geen kleineren zouden worden aangenomen.

De lengte zou moeten bedragen 17 voet. De straf op verkeerde levering was dat ,de aannemer dan een dubbel. aantal moest leveren voor de ingeschreven prijs! De betaling zou niet geschieden voordat het werk door de dijkgraaf en zijn adjuncten zou zijn goedgekeurd.

Over de kistwerken lezen we nog, dat deze met een ijzeren bout versterkt moesten worden van 8 pond zwaar, welke aan het ene einde een ring en aan het andere einde een gaat moest hebben en door "rimmen" (dwarsbalken) gestoken konden worden, terwijl ze van beide kanten met een ijzeren plaat moesten worden vastgezet.

Aan het slot staat nog dat de aannemers van alle genoemde werken moesten beginnen voor St. Odulphus anno 1614 en veertien dagen voor St Lambertus daaraanvolgende het werk volbracht moesten hebben, waarna de dijkgraaf en adjuncten het dan konden bezien en keuren.

Indien de aannemer was afgeweken, viel hij in een boete (niet opgegeven hoeveel) en kondende borgen worden aangesproken. De heer Taconis kon niet vinden wanneer St. Odulphus was (Het feest van Odulphus wordt op 12 juni gevierd. Sint-Odulphus (Oirschot - † na 854, Utrecht) is een heilige Benedictijn en missionaris uit het einde van de 8e en begin 9e eeuw, de apostel der Friezen) Maar St. Lambertus was op 17 september, zodat de werken in het zomerseizoen moesten worden uitgevoerd.

Kopergravure door Pieter Soutman (ca. 1650) van St. Odulphus.

Dijksopziener best betaald.

"Heden den 13 mei 1614 heb ik, Obbe Obbes, dijkgraaf, met mijn adjuncten aanbesteed het onderhoud van de Zeedijken tusschen Veenhuysen (in de Kuinderpolder) en het Roode Klif (Gaasterland)". De inschrijving geschiedde in prijzen waarvoor de aannemer vijfvoet paalwerk wilden vernieuwen.

Lolle Oeges, burger van Workum, wilde dit doen voor 18 Carolus Guldens en 10 stuivers;

Eyle Bottes, van Cornwerd vroeg hiervoor 20 Carólus Guldens en 15 stuivers

Foeke Feddes, ook van Cornwerd, vroeg 24 Carolus Guldens.

Lolle Oeges had als borg Hans Piers te Idsegahuizen en Eyle Bottes had als borg Bendix Piers te Idsegahuizen.

Of Foeke Feddes ook een borg had, is niet bekend. Vermoed wordt dat de drie aannemers gezamenlijk de werken hebben aangenomen, want bij de betalingen op de afrekening van 23 oktober 1614 ontvangt Lolle Oeges voor verschillende posten onderhoud, 2800 Carolus Guldens, terwijl de anderen niet worden genoemd. De gehele uitgave was 3753 Carolus Guldens, 2 stuivers en 8 penningen.

De voornaamste posten:

Wobbe Merx, mederegter van Gaasterland, voor een dag taxatie: f 1.10.

De Raadhuys dienaren voor hun gedane diensten bij de verkiezing: f 5.-

De keukendienaars voor dezelfde diensten f 4.- (de schrijver van het historisch overzicht, de heer Taconis, vermeldt dat hij vermoedt dat de heren van het waterschap in Sloten enkele zeer aangename dagen met enige goed verzorgde diners hebben gehad.)

De dijksbode Poppe Wobbes, een jaar loon: f 48.-

De dijksopzichter Boonte Hiddes, een jaar loon: f 50.-

De dijksopziener Sytthe Sytthes, een jaar loon: f 68.04.- idem voor extra salaris een schrijfwerk f 83.04.-

(Opmerking van de heer Taconis: "We kunnen hieruit zien dat het baantje van dijksopziener een luxe baan was, want het loon met ongeregelde bijkomende verdiensten was hoger dan wat de dijkgraaf ontving. Het is dus wel te begrijpen dat ook Michiel Tjaerdts (in de vorige aflevering)deze baan probeerde te krijgen".)

De dijkgraaf Obbe Obbes, een jaar salaris: f 68.08.-

De dijksgedeputeerde Hylcke Jouckes, een jaar salaris: f 66.-

De dijksgedeputeerde Andries Johannes Aesma, een jaar salaris: f 67.18.-

De dijksgedeputeerde Eele Jans, een jaar salaris: f 68.04.-

(In de aantekeningen stond vermeld dat Andries en Eele voor het waterschap een paar dagen waren wezen taxeren, waardoor ze meer kregen dan hun collega Aesma).

De omslag.

Op 22 october 1614 werd er een rekendag gehouden.

Voor uitgaven van het waterschap werden genoteerd 3829 Carolus Guldens, "5 stuivers en 8 penningen.

De ontvanger Generaal Dirck Dircks (die dat jaar slechts een salaris genoot van 3 Carolus Guldens) had nog een saldo in kas van f 70.08.02.-

Door dijkgraaf en Dijksgecommitteerden werd voorgesteld over het, afgelopen jaar de omslag te bepalen op 6 stuivers en 8 penningen van de Floreen. Deze Floreen was een gewone dijksbelasting over geheel Friesland, waar alle landerijen werden aangeslagen in de Floreencohieren. Deze belasting leidde soms tot grote onbillijkheden.

Na een heftige strijd is deze belasting in 1860 opgeheven. In het archief van Schoterland zijn na dat jaar n.l. geen Floreencohieren meer aanwezig.
Tegen bovengenoemde aanslag werd op de vergadering geprotesteerd door Anne Piers, volmacht van Opsterland en Hippolytus Roelofs Crack, Grietman van Aengwirden. (Crack: Hippolytus Roelofs Crack, grietman van Aengwirden, 1612-1615, 1619-1624, 1625-1626 Gedeputeerde voor Zevenwouden, overleden 17 oktober 1626) en de ontvanger van deze Grieteny, Sipke Goffes, welke hiervoor volmacht waren.

Het heeft hen echter niet geholpen, dat ze naar voren brachten, dat dit voor hun Grietenyen onbillijk was, want ze hebben tenslotte moeten toegeven en hun handtekeningen gezet. Op deze bijeenkomst werd de ontvanger generaal Dirck "gedechargeerd" (= goedkeuren) voor het door hem gevoerde beleid.

Op 14 april 1615 is er weer een vergadering, waarin verschillende onderhoudswerken werden besproken en de condities voor de aanbesteding werden vastgesteld.

Bij de afrekening over 1615 werd de omslag bepaald op 6 stuivers en 12 penningen op de Floreen.

Crack-State, wat Hippolytus Roelofs Crack liet bouwen.

De tweede verkiezing.

Op 8 maart 1616 heeft er weer een verkiezing op het stadhuis te Sloten plaats, waaruit blijkt dat alle functionarissen om de 2 jaar moesten worden gekozen. Het was een levendige verkiezing.

Voor Doniawerstal kwam als volmacht Reynalda, welke inmiddels grietman schijnt te zijn geworden, althans hij werd als zodanig, aangegeven. Hij was voor verkiezing van alle aftredenden. Wanneer echter alle andere Grietenijen tegen de ontvangergeneraal zouden zijn ("sekere rekeninge van 20 augustus 1615 bij een samenkomst in Joure was hem lang niet naar de zin geweest!"), dan wilde hij over deze ontvangergeneraal apart gestemd hebben.

Voor Gaasterland kwam mederegter Wobbe Merkx met Fedde Feddes. Zij wilden allen herkiezen, doch over de ontvanger dachten ze net zo als Doniawerstal.
Voor Lemsterland kwamen de grietman Christoffel Johannes Oosterzee, de mederegter Tijs Martens en de secretaris Johannes Gelis. Deze vermeldden er apart bij, dat ze hun volmachten desnoods wilden tonen, wat geen der andere volmachten ooit had gedaan! Ze wilden alle aftredenden herkiezen, behalve de ontvanger.

Voor Haskerland kwamen de grietman Hobbe van Baerdt en Rombert Bauckes. Alle aftredenden waren naar hun genoegen, maar voor de ontvanger Dirck Dircks hadden zij als kandidaat Tiberius van Oenema( Oenema,Tiberius van († 1640); grietman van Utingeradeel en volmacht namens Utingeradeel in de Staten van Friesland, lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland: IV 251, V 124) (zoon van de Grietman van Schoterland en later Grietman van Utingeradeel). Grappig is dat Rombert Bauckes niet met zijn grietman meestemde en een lans brak voor Dirck Dircks!

Voor Schoterland kwamen de grietman Tincko van Oenema en de secretaris Michiel Tjaerdts, welke alle anderen wilden herkiezen, doch voor. ontvanger als kandidaat stelden Tiberius van Oenema.

Voor Opsterland kwam weer Anne Piers, welke alle aftredenden wilde behouden, doch voor de ontvanger Tincko van Oenema wilde (1637, april  Dr. Tinco van Andringa; getr. 5 nov. 1641 te Sneek met Dedtje Jentckema; zij overleed in 1649. Hij bleef secr. tot 1659, was later nog burgemeester der stad en overleed 28 april 1673 als old-burgemr). Hij had zich versproken en verklaarde dat hij had bedoeld Tiberius van Oenema. (Taconis: "Stellig had Anne Piers reeds tijdens de vergadering wat spraakwater geproefd!).

Voor Aengwirden kwamen de grietman Hypolithus Crack met de ontvanger Sipke Goffes (of Gosses), welke ook voor de ontvanger hun stem uitbrachten op Tiberius van Oenema, maar de andere aftredenden er weer in wilden hebben.

Als laatste kwam de Stad Sloten met als volmachten de veel omstreden Dirck Dircks en Feyte Wiebes, beide burgers van deze stad, welke. alle aftredenden wilden herkiezen.

"Aldus gedaan ten Raadhuize van Sloten door de verschillende volmachten den 8 marti 1616. Geetekende door Michiel Tjaerds en Sytthe Sytthes".(De dijksopziener Sytthe Sytthes had zijn naam wat meer aanzien gegeven: Sixtus Sixtii).

Dorpen protesteren.

Op 16 maart 1616 verschenen voor dijkgraaf, dijksgedeputeerden en volmachten de dorpen Oldeouwer, Ouwster Nyega, Oosterhaule en Goingarijp. Zij beweerden dat ze voor te veel roeden (lengtemaat) waren aangeslagen in hun "dijksstuk", omdat hieronder de lange en diepe "Colck" viel bij de Nyduikers dijk.

Daar de Zeven Grietenijen zelf deze dijk hadden aangelegd, voelde het bestuur wel iets voor hun verzoek om het aantal roeden in tekorten. Aldus werd besloten en getekend. Hevig protest van de. volmachten van Opsterland, Anne Piers en Comelis Annes, doch het heeft hen niets geholpen. Toen dit bekend werd, ging het dorp Haskerhome ook protesteren tegen hun aantal roeden in de Hasker Homster Zeedijken. Van dit protest heeft de heer Taconis geen resultaat kunnen vinden.

Hoog water.

In de afrekening van 20 oktober 1616 komen we een paar interessante posten tegen. Zo had Sibble Attes, executeur (politiedienaar) in Lemmer een dijkstuk aangenomen in de Wijckel Zyls Colck voor 165 Carolus Guldens. Dit was dus een bijverdienste van de politie. De wetsdienaar werd bijgestaan door Atte Broers eveneens uit Lemmer, die 60 Carolus Guldens ontving.

De heer Taconis geeft een lijst van een aantal in 1615 uitgevoerde onderhoudswerken aan zeedijken. Er is volgens hem sprake van hoge aannemingssommen. In 1615 zou het hoog water zijn geweest. Mederegter Otte Annes op de Lemmer had aan vier mannen "in tijd des noods" voor arbeidsloon aan de dijk om gaten te herstellen f 3.18.- betaald en de mederegter Haye Martens, ook uit Lemmer, betaalde 18 Carolus Guldens aan "noodgeld" voor herstel van de duiker en f 3.04.- aan bier en jenever voor de arbeiders.

De eigenaars van de buiten bedijkte landen moesten echter voor hun zomerdijken 703.02.08.- opbrengen, wat met pijn en moeite is gebeurd, want eerst in 1618 is dit binnen gekomen.

De ontvangergeneraal Dirck Dircks (die er dus nog steeds was) had aan saldo in kas van f 14.12.10, terwijl de gehele uitgaven de kolossale som van f 7094.10.- beliepen. De omslag werd bepaald op 12 stuivers en 2 penningen de Floreen, dus bijna twee keer zo hoog als het jaar daarvoor.

(Uit: Historisch Overzicht van het waterschap De Zeven Grietenijen en Stad Sloten over de jaren 1614 - 1664 door wijlen A.IJ.M. Taconis, volmacht van het waterschap).

Dijksbode in de fout.

Op 3 maart 1618 werd de tweejaarlijkse verkiezing gehouden; Er werd meer eensgezindheid dan bij vorige verkiezingen gedemonstreerd. Schoterland was ontevreden over het feit dat "hun" man, Tiberius van Oenema, geen ontvanger was geworden. De vertegenwoordigers van Schoterland verwijten hum grietman dat hij ontvanger Dirck Dircks wil handhaven.

De grietman wordt verzocht een en ander nog eens in overweging te nemen. Tijdens de tweejaarlijkse verkiezing op voornoemde datum (plaats onbekend, maar het zal wel in Sloten zijn geweest) hadden de vertegenwoordigers van Opsterland kritiek op dijksbode Poppe Wobbes, die de bijeenroepingbriefjes voor deze vergadering had rondgebracht Wobbes had de boodschap niet persoonlijk aan de grietman of de secretaris overhandigd, omdat ze ten tijde van het rond brengen niet thuis waren.

De dijksbode had daarom het briefje maar aan een willekeurige persoon in Beetsterzwaag gegeven, in de hoop dat die het briefje wel aan de grietman of secretaris zou geven. Zo iets kon volgens Opsterland niet door de beugel. Poppe Wobbes had moeten wachten tot de Grietman en de secretaris weer thuis waren gekomen!

In de vergadering deelde Aengwirden mee, dat men het verzoek van Schoterland om de dijkgraaf in overweging te geven de ontvangergeneraal te ontslaan, steunde.

Slecht werk van Lolle Oeges.

Op 10 april 1618 is er weer een vergadering en wel in het huis van Otte Annes, mederegter van Lemsterland. Er werd over herstel van verschillende dijken gesproken. Ook kwamen achterstallige betalingen in de vorm van omslagen (contributie) aan de orde. Op de rekendagen 31 oktober en 1 november op den Regthuyse van de Jouwer had men grote schulden vastgesteld.

De volgende belangrijke vergadering van het hele bestuur is die van 29 en 30 oktober 1619. De dijkgraafen de dijksgedeputeerden hadden, nadat de dijksopzichter hen erop attent had gemaakt, ontdekt dat aannemer Lolle Oeges bij het uitvoeren van de waterstaatswerken zich niet aan de gestelde voorwaarden van het waterschap had gehouden. De rimmen welke Lolle Oeges, aan het geslagen paalwerk moest slaan waren ,van een dergelijke kwaliteit dat ze werden afgekeurd.

Oeges, kreeg een zeer boze brief van het waterschap. Hij moest zorgen dat hij binnen een maand na dato (dus vóór 30 november 1619) het hele karwei in orde had gemaakt naar genoegen van de dijkgraaf en de gedeputeerden.

Werd een en ander niet in orde, gemaakt, dan zou het dijksbestuur het werk opnieuw laten aanbesteden en de kosten op Lolle Oeges verhalen. De rimmen waren van het grootste belang voor de stevigheid van het paalwerk.
Mocht de heer Oeges weigeren het afgekeurde werk te verbeteren, dan had hij geen recht op enige betaling meer en moest bovendien de reeds ontvangen gelden terugbetalen. Dit werd allemaal besloten op "den Regthuyse van de Joure bij de amptelijcke volmachten" op 30 oktober 1619.

De brief aan Lolle Oeges werd getekend door de volmacht Chr. Oosterzee (grietman van Lemsterland) en de dijksopziener Sixtus Sixti uit Sloten (1613, febr.; 11 nov. 1610 reeds (Don. Z. 1 bl. 11) Sijttie Sijtties (Sixtus Sixti); hier 11 juni 1615 getr. met Auck Cornelydr.

Hij bleef secr. tot zijn overlijden op 3 mei 1636) Op de vergadering werd ook besloten de 200ste penning te heffen. Volgens de heer Taconis betekent dat 2% van de waarde van de eigendommen.

Een tekening van Het Rechthuis te Joure, 1723.

|    1   |    2   |    3   |