Home » Lemmer » Verhalen van en over Oud-Lemsters » Dirk Nolles, een Lemster zeeman op Java

Dirk Nolles, een Lemster zeeman op Java

Jaap van der Zwaag. j.s.vanderzwaag@planet.nl


Portret van D. Nolles (1847-1929), oud-gezaghebber der Gouvernementsmarine in Nederlands-Indië

Inleiding

In 1815, na de Napoleontische tijd, werd besloten in Nederlands-Indië een “koloniale marine” op te richten. Binnen een jaar was deze marine gevormd. Het beschikbare schepenmateriaal was zeer pover en bestond uit een allegaartje van kleine koopvaardijschepen, Engelse brikken, in Indië aangekochte, afgekeurde oorlogsschepen en schoeners, die op particuliere werven in Indië waren gebouwd. Ook het personeel stelde aanvankelijk niet veel voor: stuurlieden van de koopvaardij en officieren uit het Indische leger, die niet voldeden, maar bij de koloniale marine nog wel terecht konden.

De twee hoofdtaken van de koloniale marine waren het bestrijden van de zeeroverij en het handhaven van het Nederlandse gezag in de Indische archipel. In de loop der jaren breidde de vloot zich uit en werd het aantal taken vergroot met politietoezicht in de havens en reden en vervoer van militairen, geld en post.

Omstreeks 1835 wilde de Indische overheid de koloniale marine opheffen, omdat de bestrijding van de zeeroverij tot dan toe niet veel resultaten had opgeleverd. Drie jaar later werd de koloniale marine inderdaad opgeheven en werden schepen en personeel overgebracht naar de Nederlandse marine in Indië. De dienst civiele schoeners en kruisboten was echter nog gehandhaafd en kreeg de naam “gouvernementsschoeners en –kruisboten”.

Het duurder elf jaar voordat men wist wat de taken van deze dienst zouden zijn. Die taken bestonden uit een militaire en in een burgerlijke taak. Onder de eerstgenoemde taak vielen de bestrijding van de zeeroverij, de bewaking van buitenposten, hulpverlening aan de plaatselijke politie langs de kusten. Onder burgerlijke diensten werden verstaan het tegengaan van smokkel, het vervoer van personen, post, goederen en geld en hulp aan in nood verkerende schepen en zeelieden. Het half militaire karakter van deze dienst leidde ertoe, dat zij al snel de bijnaam “setengahkompenie”, dat is “halve marine”, kreeg.

Na een reorganisatie werd op 11 augustus 1861 de naam van de dienst veranderd in “Gouvernements Marine” (GM), welke zeven jaar later werd ingedeeld bij het Departement van Marine in Batavia als tweede afdeling. Het werk van de GM was zeer veelomvattend.

Tot het takenpakket behoorde het uitzoeken en plaatsen waar vuurtorens, bakens en lichten in de archipel moesten komen; de zeekartering; het aangeven van de meest geschikte zeevaartroutes; de bevoorrading van het personeel dat op de meest afgelegen en eenzame posten de lichten brandende moesten houden en hun periodieke aflossing; het vervoer van ambtenaren van het binnenlands bestuur en geneeskundig personeel op werkbezoek naar verre en ontoegankelijke gebieden; de hulp bij wetenschappelijke expedities (b.v. naar Nieuw-Guinea); de controle op visgronden; het tegengaan van sluikhandel (b.v. van opium); het leggen van telegraafkabels in zee.

Het korps gezaghebbers en stuurlieden van de GM bestond praktisch geheel uit personen die hun opleiding hadden gehad op de Kweekschool van de Zeevaart te Amsterdam. Met deze school was in 1852 een overeenkomst gesloten om per jaar zes kwekelingen uit te sturen voor dienst aan boord van de gouvernementsvaartuigen in Indië. Bij de toelating tot de kweekschool moest men kiezen tussen de Gouvernements Marine of de koopvaardij.

Na de opleiding werd men uitgezonden voor een positie als 3de stuurman. Vervolgens werd men in de loop der jaren bevorderd en na ongeveer zes jaar had men de rang van 1ste stuurman bereikt. Na een diensttijd variërende tussen twaalf en zeventien jaar, werd men “gezaghebber 3de klasse”. Het was bij deze Gouvernements Marine, dat de uit De Lemmer afkomstige Dirk Nolles een grote carrière zou opbouwen en waarover mijn verhaal gaat.

De Gouvernements Marine in het voormalig Nederlands-Indie in haar verschillende tijdsperioden geschetst 1861-1949. Door F.C. Backer Dirks.

Engelse brik.

Dirk Nolles en zijn familie.

Op 1 augustus 1847 werd in De Lemmer Dirk Nolles, geboren als zoon van Dirk (ook wel “Durk” genoemd) Roelofs Nolles en Margaretha Bodemeyer. Dirk Roelof Nolles was kapitein van het kofschip “Minister Verstolk”, dat op de werf van Cornelis Poppes Bakker, in De Lemmer voor rekening van de in 1839 door Age Hylkes Tromp opgerichte Vriesche Kofscheepsrederij in Woudsend was gebouwd en op 17 december 1840 van stapel was gelopen.

b53b2f91d8024eaaa07090a0490513f9.jpg

Schip van de Gouvernements Marine. 

Bij de geboorte van zijn zoon Dirk in 1847 was Dirk Roelofs Nolles op zee, wat overigens ook het geval was bij de geboorte van de meeste van zijn (acht) andere kinderen. Een kofschip was een zeilschip dat voor en achter boven water zeer breed was, maar achter onder water vrij scherp bijgesneden. Het schip was zeer geschikt als zeewaardig vrachtschip. Door hun vierkante vorm konden ze over hun gehele lengte veel lading stapelen bij kleine diepgang. Een kofschip werd soms in eenzelfde publicatie ook een “galjoot” genoemd omdat deze twee typen schepen op elkaar leken.

Dirk Roelofs Nolles kwam uit Woudsend, maar is omstreeks 1840 in De Lemmer gaan wonen met zijn gezin, want alle negen kinderen van hem zijn in De Lemmer geboren. Waar ze woonden weet ik niet want pas in 1849 koopt Dirk Roelofs Nolles een huis in De Lemmer voor 649 gulden. Dit huis werd in 1863 overigens weer verkocht.

In die periode van ongeveer drieëntwintig jaar heeft het gezin in ieder geval in De Lemmer gewoond. Dirk Roelofs Nolles overleed op 7 juli 1881 in Amsterdam, waar hij op de Zeedijk woonde. Hij was de zoon van de kofschipper Roelof Tjeerds Nolles (de grootvader dus van onze hoofdpersoon Dirk), geboren op 19 januari 1787 in Noordwolde en overleden in Marseille op 28 oktober 1834, 47 jaar oud. Hij overleed aan boord van het kofschip, de “Tromp” waarop hij gezagvoerder was.

Het schip was in 1824 gebouwd op de werf van de weduwe Durk Pieters (Grietje Roelofs) en was eigendom van de Rederij A.S. Tromp & Co. in Woudsend. Roelof Tjeerds Nolles was op 3 februari 1811 in Woudsend getrouwd met Jeltje (Joltje) Durks (Dirks) Noorderwerf, dochter van de hierboven genoemde Durk Piers (Noorderwerf) en Grietje Roelofs. Jeltje overleed op 3 mei 1867 in Woudsend. De familie Noorderwerf was een familie van scheepsbouwers in Woudsend. In 1860 zou dochter Jeltje Noorderwerf de scheepswerf verkopen, evenals een “overdekt schuitje”. Ze was toen weduwe van Roelof Tjeerds Nolles. Maar weer terug naar de hoofdpersoon in ons verhaal: Dirk Nolles.

Dirk had acht zusters en broers, allemaal geboren in De Lemmer, t.w. 1. Roelof Dirks Nolles, geboren op 4 november 1840, overleden op 13 juli 1849 (acht jaar oud); 2. Elisabeth Nolles, geboren op 15 februari 1843; 3. Pieter Nolles, geboren 20 december 1844; 4. Roelof Nolles, geboren op 9 oktober 1850; 5. Tjeerd Nolles, geboren op 15 maart 1853; 6. Arnoldus Johannes Nolles, geboren op 5 november 1854; 7. Jollina Margaretha Nolles, geboren op 10 juli 1858 en 8. Jacobus Simon Nolles, geboren op 3 maart 1861 en overleden op 4 mei 1861, 2 maanden oud. Bij de meeste geboorten was vader Dirk Roelofs Nolles op zee.

Dirk in dienst van de Gouvernements Marine.

Het is niet verwonderlijk, dat Dirk, net als zijn vader en zijn grootvader, zeeman wilde worden en om voor de “vaart” opgeleid te worden ging hij naar het beste daartoe uitgeruste instituut, de “Kweekschool voor de Zeevaart” in Amsterdam, die hij vlot doorliep. Op negentienjarige leeftijd, in 1866, vertrok hij als passagier tweede klas met het stoomschip “Insulinde” naar Nederlands-Indië; Dirk zou nooit meer naar De Lemmer terugkeren.

Nolles was op eigen verzoek door de minister van Koloniën ter beschikking gesteld van de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië om benoemd te worden tot derde stuurman bij de Gouvernements Marine (Javasche Courant van 1868 nr. 71). Bij deze dienst voelde hij zich van begin af aan volkomen thuis en binnen zes jaar bereikte Nolles het ideaal van elke “koopvaardijman”, namelijk het commando als “gezaghebber 3de klasse”over het stoomschip “Tjinrana”. Met dit schip van de Gouvernements Marine nam gezaghebber (de hoogste rang op een schip van de GM).

In maart 1873 brak in Indië de zogenaamde Atjeh-oorlog uit, niet alleen de langste oorlog (circa veertig jaar!) die Nederland ooit heeft gevoerd, maar ook een van de wreedste en duurste. Er vielen veel doden en de oorlog zorgde voor een bijna financiële ondergang van Nederland. Een van de belangrijkste redenen om deze – koloniale - oorlog te beginnen was, dat Atjeh in Noord-Sumatra onder Nederlands gezag moest worden gebracht, iets wat nooit feitelijk goed is gelukt.

Dirk Nolles, nam deel aan de krijgsverrichtingen met zijn schip Tjinrana tegen Atjeh. De GM was geen “oorlogsmarine”. Weliswaar hadden de meeste schepen geschut aan boord, maar dat was uitsluitend bedoeld bestemd voor de strijd tegen zeerovers. De bemanningen van de GM-schepen waren geen militairen, maar civiele ambtenaren.

Om de schepen echter te kunnen gebruiken in de Atjeh-oorlog, had men bedacht op elk schip van de GM, dat meedeed, een marine-officier te plaatsen als commandant, waaraan de gezaghebber (de feitelijke commandant) ondergeschikt was. Bovendien kregen de bewuste GM-schepen een detachement mariniers aan boord. Hierdoor werden de schepen van de Gouvernements Marine “oorlogsschepen”.

Dirk Nolles heeft met zijn schip hard meegevochten tijdens de Atjeh-oorlog. Zijn optreden dwong veel zelfs veel respect af en van hem werd dan ook gezegd dat hij “een der schoonste sieraden van de Gouvernements Marine” was. Geen wonder dat generaal J. van der Heyden (“Generaal Eénoog”, omdat hij in de Atjeh-oorlog een oog had verloren) hem tot een van zijn beste mannen rekende. Op 17 december 1877 werd hij bij Koninklijk Besluit benoemd tot ridder Militaire Willemsorde vierde klasse. In de registers van de kanselarij der Nederlandse orden te ’s-Gravenhage wordt het volgende vermeld over deze gebeurtenis:

“Eervol vermeld als hebbende zich onderscheiden bij de krijgsverrichtingen tegen Atjeh gedurende 26/12-1875 tot 9/3-1876. 15 en 18 oktober gevechten op de Djamboe-Ayer-rivier. De ‘Tjinrana’ steeds kalm en vastberaden in het vuur gebracht en zeer beleidvol dikwijls onder vijandelijk vuur gemanoeuvreerd bij het omstomen der zeer scherpe bochten van de snel stromende Djamboe-Ayer-rivier”.

In datzelfde jaar, om precies te zijn op 9 oktober 1877, trouwde Dirk Nolles in Batavia met Maria Johanna Catherina Versteegh, geboren op 30 september 1854 in Besoeki op Java en dochter van Johannes Ferdinandus Aloisius Versteegh, van beroep havenmeester en geboren in Semarang op 28 oktober 1823, en Carolina Elisabeth Mulder, geboren in Soemanep op 21 oktober 1833. Zover ik heb kunnen nagaan kreeg het echtpaar Nolles/Versteegh één kind, namelijk Margaretha Wilhelmina Nolles, geboren in 1883 in Soerabaja en op 8 mei 1951 overleden in Den Haag, 68 jaar oud.

De “Tjinrana”, waarop Nolles voer, was een ijzeren raderstoomschip van vijfendertig pk, ontworpen bij de Nederlandsche Stoomboot Maatschappij in Nederland en in 1861 in elkaar gezet op de helling van de “Fabriek voor de Marine, het Stoomwezen en de Nijverheid” in Soerabaja op Java. De Tjinrana werd ook wel kanonneerboot genoemd, want het had 5 stukken geschut aan boord.

Dirk Nolles was een gezaghebber van grote klasse. Hij hielp vaak zieken in bedreigde oorden en redde zelfs soms een hele kampong. Ook het redden van schipbreukelingen was hem niet vreemd en bij Indisch besluit van 25 oktober 1876 nr. 5 was hem een tevredenheidsbetuiging van luitenant-generaal Kroesen toegewezen voor zijn ijverige poging tot redding van schipbreukelingen.

Enige jaren later, in 1883, toen de uitbarsting van de vulkaan Krakatau plaatshad en de hele Straat Soenda tussen Java en Sumatra en de zuidelijke ingang vanuit de Indische Oceaan met een lavaveld bedekt was – waarbij bovendien door de hoge vloedgolf de vuurtorens van Vlakke Hoek en Anjer onbruikbaar waren geworden – moesten naderende schepen gewaarschuwd worden voor het grote gevaar.

Krakatau in Straat Soenda tussen Java en Sumatra.

Tot degenen die deze waarschuwingsdienst moesten uitvoeren, behoorde Nolles als gezaghebber van het bebakeningsvaartuig “Argus” van de Gouvernements Marine. Hij voer de koopvaardijschepen met bestemming Indië op volle oceaan tegemoet om ze te waarschuwen voor het grote onheil. Voor dit optreden ontving Nolles een gouden horloge met inscriptie van de koning. Op 9 februari 1885 werd Dirk Nolles benoemd tot gezaghebber eerste klasse; hij verdiende toen 450 gulden per maand, wat niet slecht was maar nog altijd flink minder dan in een vergelijkbare rang bij de koopvaardij.

Het einde.

Na een diensttijd van achtentwintig jaar werd Nolles in 1896 op eigen verzoek uit ’s lands dienst ontslagen (Javasche Courant van 1895 nr. 104). Hem werd daarbij een pensioen van 2430 gulden per jaar toegekend. Dirk vestigde (op 49-jarige leeftijd) zich toen in het koele Malang in Oost-Java, waar hij zich in het bijzonder voor het openbare leven begon te interesseren. Ongetwijfeld moet Dirk vaak de beroemde danseres Mata Hari zijn tegengekomen, die toen als mevrouw MacLeod, echtgenote van een kapitein bij de infanterie van het KNIL in Malang woonde.

Op 7 juli 1929 overleed Dirk Nolles op tweeëntachtigjarige leeftijd in Malang aan de gevolgen van een attaque. Hij behoorde op dat moment tot de oudste ingezetenen van Malang. Zijn begrafenis vond met militaire eer plaats, waarop zijn ridderorde hem recht gaf. Op het kerkhof Soekoen stond de regimentskapel opgesteld, alsmede een deputatie waarvan de ridders van de Militaire Willemsorde Kolonel Doyer en kapitein Gosenson, deel uitmaakten. De kapel bracht de “Marche Funèbre” van Chopin ten gehore.

Soerabaijasch-handelsblad-09-07-1929

Begraafplaats “Soekoen” in Malang waar Dirk Nolles in 1929 werd begraven.


TOP