Home » Lemmer » Panden in 'De Lemmer' » Pand Weber, belangrijkste bouwkunstige nalatenschap van architect H. Luiking

Pand Weber, belangrijkste bouwkunstige nalatenschap van architect H. Luiking

Het pand (zo genoemd) was vele jaren het eigendom van de in Lemmer zeer bekende huisarts B. Weber.

Het college van burgemeester en wethouders, rechts burgemeester H. Luiking, dan wethouder F. de Jong en daarnaast met de hoed in de hand J.H. de Vries.

9bffd5cafecb4e73833714e28d8d91bf.jpg

Hendrik Luiking 12-07-1831-13-11-1909

08017f018d684194aab29cf674c8ab8f.jpg

Nieuwburen 30 te Lemmer

De Provinciale Commissie van de Bond Heemschut heeft met zorg kennis genomen van de persberichten waarin gesproken wordt over plannen tot sloop van het pand Nieuwburen 30 te Lemmer. Zij dringt er dan ook bij de Woningbouwvereniging Volksbelang en het gemeentebestuur van Lemsterland op aan, het woonhuis in een zo oorspronkelijk mogelijke staat te behouden, voor Lemmer. Hergebruik zal uiteraard en noodzakelijkerwijs nieuwe elementen introduceren. Maar analyse van en respect voor de huidige kwaliteiten van het exterieur en het interieur zouden een uitdaging moeten vormen, om van ouderenhuisvesting aan de Nieuwburen meer te maken, dan nieuwbouw achter een (wellicht te behouden) historische gevel.

Het pand Nieuwburen 30 te Lemmer is niet enkel beeldbepalend in de oostelijke straatwand. Het is zelfs een van de weinige boeiende hoogtepunten uit de inventarisatie van de bouwkunst uit de periode 1850-1940, die in de gemeente Lemsterland zijn geïnventariseerd, door medewerkers van de Provincie Friesland. Het pand is als type, maatvoering en door de uitbundige decoratie van de voorgevel een markant gebouw dat alleen daarom al niet kan worden gemist. Ook de achterzijde van het pand vertoont de welstand die de opdrachtgever, volgens de wit marmeren gedenksteen daar aangebracht, in 1865 liet bouwen.

De achterdeur is verlevendigd met gedecoreerd, getint glas en vanaf de veranda met gietijzeren hekjes, is het zicht op de tuin waarin enkele bijgebouwen. Want niet enkel het object heeft de tijd goed doorstaan, maar ook het ensemble dat werd aanbesteed is nog voltallig: woonhuis, koetshuis en een (weliswaar gewijzigd) tuinhuis. Anderen hebben reeds gewezen op de bijzondere kwaliteiten van het pand zelf.

Dit mag inmiddels als bekend worden verondersteld, maar daarenboven vormt dit woonhuis voor F.W. Wegener Sleeswijk aan de Nieuwburen de belangrijkste bouwkunstige nalatenschap van de architect H. Luiking. Om deze bewering te staven is het noodzakelijk ook andere werken van de architect in ogenschouw te nemen. Daaruit blijkt dat er naast een architectonisch en stedenbouwkundig motief om te streven naar behoud van het pand, ook artistiek motief is de betekenis van het woonhuis binnen het overgebleven oeuvre van de architect .

Foto van Hillebrand Visser: Burgemeester Luiking, zijn zoon Sietze en Hillebrand Visser.

H. Luiking en zijn werk.

Hendrik Luiking, (1831- 1909) is op 12 juli 1831 te Leeuwarden geboren. Vermoedelijk heeft hij een architectonische opleiding genoten bij Frederik Stoelt, een waterbouwkundige. Na zijn huwelijk op 26 augustus 1860 te Lemmer met Tiete van Veen, een Lemsterse, vestigden de echtelieden zich aldaar. In 1856 werd Hendrik Luiking er benoemd tot dijkgedeputeerde van het zee-werend waterschap 'De Zeven Grietenijen en Stad Sloten'. Zijn bestuurlijke talenten combineert hij met zijn werkzaamheid als architect ter plaatse. Op beide gebieden blijkt, hij een persoon van meer dan lokaal belang.

Zo wordt hij raadslid, burgemeester en provinciaal Statenlid en zijn, zijn bouwwerken in heel de Zuidwesthoek te vinden (geweest) Het lijkt erop dat juist de bestuurlijke zaken zijn architectonische scheppingsdrang geleidelijk op de achtergrond dringen.
Veel is er nog onbekend, maar het is mogelijk om de architect en zijn werk door een denkbeeldige route beter te leren kennen. Wellicht zijn er lezers die nog nieuwe bijdragen kunnen leveren.

Toen erin 1863 een hernieuwde poging werd ondernomen in Lemmer, een christelijke school op te richten, behoorde Hendrik Luiking bij de eerste groep van twaalf leden. Zijn zwager Douwe Sietses van Veen, werd secretaris. In 1864 werd een woonhuis aan de  Langestreek (ter plaatse van nr. 49) aangeboden en gekocht om tot school te verbouwen. Hendrik Luiking werd verzocht een verbouwplan te maken samen met de voorzitter Hillebrand Lourens van der Noord, die aannemer was. De school heeft krap aan 40 jaar bestaan. In 1903 vond de tweede grote verbouwing plaats, die van de school en de naastgelegen onderwijzerswoning één geheel maakte met een bovenwoning.

De school aan de Langestreek 49 te Lemmer.

Hoewel Luiking, tot 1909 deel heeft uitgemaakt van het bestuur van de school tekende hij niet meer voor deze renovatie. In 1865 ontwerpt Hendrik Luiking, voor F.W. Wegener Sleeswijk, het woonhuis met afzonderlijk wagenhuis en tuinhuis aan de Nieuwburen. Het is zijn meest markante en nog meest oorspronkelijke werk, vermoedelijk niet in de laatste plaats door de welstand van de opdrachtgever en de zorgvuldige bewoning.

De gedenksteen in de achtergevel vermeldt behalve de datum en de naam van de eerste steenlegger, ook die van de architecten, de aannemer, respectievelijk: H. Luiking en H. L. van der Noord. Zij kenden elkaar al van de eerste verbouw van de christelijke school.

Op de inscriptie in de achtergevel staat vermeld;

  • EERSTE STEEN GELEGD DOOR
    JOHAN ARNOLD RÖMER
    DEN 4 mei 1865
    Architekt H. Luiking  Aannemer H.L. van Noord

* Johan Römer, was een zoon van Petrus Casparus Römer en Frederika Wilhelmina Sleeswijk

In de herfst van hetzelfde jaar adverteert Luiking, in de Leeuwarder Courant de aanbesteding van het amoveren (slopen WE) van de oude en bouwen van eenen nieuwe boerenhuizinge op de zathe te Sijbrandaburen bij wed. E. de Graaf, in gebruik zijnde. Eigenaresse van de boerderij en de bijbehorende landen was de vrouwe Querina J. van Andringa de Kempenaer, douairière van W.C.G. van Welderen baron Rengers.

Leeuwarder Courant: 24-10-1865

Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid betreft het de kop-rompboerderij It Lange Ein 7 te Sibrandabuorren. Deze is weliswaar door jaartal ankers gedateerd 1866, maar op stilistische en formele gronden is het niet mogelijk de boerderij toe te schrijven aan de architect H. Luiking. De boerderij is wellicht in het aangegeven jaar inwendig verbouwd, want het boerderijtype is ouder. Stilistisch is aan het exterieur de hand van Luiking niet af te lezen. Zo ontbreekt de voor hem kenmerkende lust voor decoratie in eclectische trant als bij het pand Nieuwburen 30 te Lemmer. Familie van de opdrachtgeefster, de oud grietman van Lemsterland en tevens lokaal groot grondbezitter met belangstelling voor landbouwvernieuwing was Jhr. Mr.O.R van Andringa de Kempenaer.

Hij ontwierp zelf in 1867 een bouwplan voor een moderne niet streekgebonden boerderij. De uitwerking en het tekenwerk van het bouwplan werden verzorgd door architect H. Luiking. Het is tot nu toe niet met zekerheid bekend of dit ontwerp is uitgevoerd. Maar voor tenminste drie boerenhuizingen lijken ze als inspiratiebron gediend te hebben.

Als belangrijkste daarvan kan de "Oranjehoeve" aan de weg van Oudeschoot naar Mildam worden genoemd. Voor de eigenaar  Mr. J. Bieruma Oosting (een oomzegger van jhr. O.R. van Andringa de Kempenaer) tekende Luiking een variant, waarbij de consequente lengterichting van het woonhuis en de verdubbeling van de stal de belangrijkste elementen zijn. De boerderij brandde bij een hevige brand in 1897 bijna volledig af.

"Oranjehoeve", Schoterlandseweg 63 Oudeschoot

De tweede en derde, onderling vergelijkbare varianten op het ontwerp van De Kempenaer - Luiking zijn reeds gesloopt Twee foto's in het Museum Willem van Haren, te Heerenveen gunnen ons nog een blik op de boerderijen "Spoorzicht" en "Telegraaf' aan de Rottumerweg bij Heerenveen.

Beide boerenhuizingen zijn veel eenvoudiger uitgevoerd dan de Oranjehoeve te Oudeschoot. Dat er in de omgeving van Heerenveen (al of niet variërend) na tekeningen van H. Luiking is gebouwd, houdt verband met het feit dat Jhr. O.R van Andringa de Kempenaer die de architect vermoedelijk door zijn connecties met Lemmer reeds kende, te Oudeschoot resideerde op het buitengoed Jagtlust.

Zo kon het gebeuren dat hij tekende voor diens neef J. Bieruma Oosting, en dat tekeningen van Luiking te vinden zijn in het archief van de stiefzoon van Van Andringa de Kempenaer, te weten Pieter Heringa Cats (1823-1880) die eveneens grote belangstelling had voor vernieuwende ontwikkelingen in de landbouw. (Adrianus Heringa Cats, tr. 1821 Richtje Johanna Gosliga, zij hertr. 1829 Jhr. mr. Onno Reint van Andringa de Kempenaer. Hieruit:  1. Rinske Heringa Cats, tr. 1. 1842 mr. Eyzo de Wendt baron van Sytzama; tr. 2. 1847 Jhr. Sible Speelman. 2. Mr. Pieter Heringa Cats, tr. 1861 Jkvr. Maria Albertina de Rotte). (Pieter Heringa Cats, die door erfenissen al jong vermogend was. Cats liet een groot deel van zijn bezit na aan zijn personeel).

Ook in Heerenveen zelf heeft Luiking in 1868 een verbouwing verzorgd, van een herenhuis en de bouw van het bijbehorende tuinhuis en een woning met bloemkassen. Dit toch niet kleinschalige bouwproject is nog niet geïdentificeerd 1877-1979. In de jaren 1876-1877 was Luiking, secretaris ontvanger van het waterschap 'De Lemster Polders'.

Het waterschap werd opgericht na een adres van Jonkheer Mr. J. Burmania van Andringa de Kempenaer en enige anderen. Het was gelegen in de gemeente Lemsterland en had een oppervlakte van 1085 ha.  Het doel van het waterschap was de bescherming tegen overtollig boezemwater.

Het waterschap had een bestuur van vijf leden. De zittingsduur was zes jaar. Om de drie jaar was de helft aftredend. (!) De jaarvergadering vond plaats in maart of april. Het dienstjaar liep van 5 maart tot 5 maart. Een speciale status had het gebied De Kleine Brekken. Van dit gebied werd een dubbele omslag geheven. Bij de reglementswijziging in 1880( P.B.no 102) werd de omslag vastgesteld op de gewone omslag plus f 4,50 per ha.

Het waterschap kreeg een nieuw reglement in 1914. De oppervlakte werd nu vastgesteld op 1105 ha. Ook het doel werd uitgebreid, naast het regelen van de waterstand werd ook in de doelstelling opgenomen het bevorderen van de vaargelegenheid in de poldervaart en het in goede staat brengen en houden van de daarvoor benodigde werken. De bijdrage van uitgeveende gronden, zowel water als riet, werd berekend naar een vierde van de kadastrale grootte.

In 1917 volgde weer een uitbreiding. De oppervlakte werd bepaald op 1339 ha. Tevens werd de bemaling van de buitengebieden geregeld. Deze vond plaats van 5 maart tot 5 oktober. In 1924 (P.B.42) werd zij belast naar een vijfde van de kadastrale grootte.Het opnieuw drukken van het reglement in 1929 leidde niet tot veranderingen.  Bij de wijziging van 1944 valt op dat onder de eigendommen een dam van gewapend beton werd genoemd, met schuif en ter plaatse van de bovenhoofden van de vervallen schutsluis. Tot opheffing werd in 1977 besloten. De datum werd vastgesteld op 1 januari 1979.

Bron: Wetterskip Fryslân.

In 1877 liet hij voor de Huitebuursterpolder onder Nijemirdum aanbesteden een achtkantige windwatermolen van 18 meter vlucht op een gemetselde stenen voet zonder twijfel is deze molen identiek aan de molen "Het Zwaantje".

Wellicht heeft Hendrik Luiking, als deskundige op dit terrein, de molen ontworpen. De molen werd in 1956 onttakeld en is onlangs (1983-1987) gerestaureerd met restanten van de molen de "Noordster" te Nieuwe Bildtdijk. De huidige molen heeft een vlucht van 17 meter. Opmerkelijk is het feit dat men bij de restauratie ontdekte dat de huidige molen binnen (!) de zware funderingsmuur van een voorganger is gebouwd.

Een tot nu onbekende boerderij van Luiking, is de stelp aan de Spanjaardsdijk 25 te Sloten. De boerderij vertoont de typerende, uitbundige decoratiedrift van de architect,  hier nog compleet met gietijzeren hekwerkjes. Het werd ontworpen in 1881 en de huidige eigenaar bezit nog een gedrukt exemplaar van het bestek voor de potentiële aannemers.

Boerderij Spanjaardsdijk 25 Sloten: Foto van Rijksmonumenten

In 1885 verzorgde Luiking, de verbouwing van een boerderij in Irnsum in opdracht van Jhr. J. B. van Andringa de Kempenaer.

In hetzelfde jaar realiseerde Luiking, zijn grootste nieuwbouwproject, dat tot nu toe bekend is, nl. de boerderij "Welgelegen" te Harich. In het Nederlands Openlucht museum te Arnhem liggen in het tekeningenarchief twee ontwerpbladen van de oorspronkelijke "heeren-boerenhuizinge". De beide zijvleugels zijn in de jaren '30 gesloopt.

Boerderij "Welgelegen" te Harich

De boerderij Welgelegen (Welgelegen 15) is in 1870 gebouwd naar ontwerp van H. Luiking. Het dwars geplaatste voorhuis met hoger opgetrokken middengedeelte en een balkon op gietijzeren zuilen vertoont neoclassicistische vormen.

Boerderij "Welgelegen" te Harich

Voorlopig lijkt dit het laatste bouwproject van H. Luiking, te zijn geweest. Bij Koninklijk Besluit van 9 januari 1886 werd Luiking, benoemd tot Burgemeester van Lemsterland. In hetzelfde jaar werd hij lid van de Provinciale Staten.

Zijn bestuursfuncties lieten kennelijk geen ruimte meer voor zijn architectschap. Er is nog één verbouwing te noemen waarin zijn invloed tot nu toe slechts vermoed kan worden. Het oude grietenijhuis aan de Nieuwburen, werd in 1898* uitgebreid met een bouwblok dat zich volkomen heeft gevoegd naar het bestaande deel. Het nieuwe gedeelte werd voorzien van een gedateerde, monumentaal neoclassicistische entreepartij met aan weerszijden een edicula. Het ligt voor de hand dat de gemeentearchitect, J. Kuipers deze uitbreiding heeft ontworpen, maar dat zal dan wel onder regie van de  burgemeester-architect 'Luiking' zijn gebeurd. In 1901 gaf burgemeester Luiking, zijn zoon Sietse, toestemming tot de bouw van het woonhuiskantoor aan de Kortestreek 30.

ca. 1770
1859 (verdieping)
1898 (gevel aan Ged. Gracht)

Dit pand is 1910, gewijzigd door de toevoeging van een tweede bouwlaag op het gedeelte parallel aan de straat.

Het lijkt vanzelfsprekend dat Hendrik Luiking, dit voor zijn zoon zou hebben getekend. Helaas is de bouwtekening niet gesigneerd, bovendien is de bouwstijl zo afwijkend van het thans bekende werk van Hendrik Luiking, dat de conclusie gerechtvaardigd lijkt, dat hij inderdaad na 1886 een punt achter zijn architectonische carrière heeft gezet.

Hendrik Luiking, overleed onverwacht op 13 november 1909, terwijl hij onderweg was naar een vergadering op de gasfabriek aan de Rien. Hij werd bijgezet in het familiegraf op de Algemene Begraafplaats te Lemmer. Het grafmonument past bij de man, zoals hij zich heeft laten kennen als eclectische architect: een monumentale obelisk op een voetstuk, voorzien van decoratief reliëf, in een perk omgeven door een gietijzeren hekwerk.

Foto van Graftombe

Conclusie.

Het pand Nieuwburen 30 te Lemmer, is het enige nog grotendeels intact zijnde woonhuis uit het oeuvre van Hendrik Luiking. Het is een bouwwerk dat door de bouw- en bewoningsgeschiedenis diep is geworteld in de historie van Lemmer. Als architectonische schepping is het een onmisbaar element in het straatbeeld. Als object is het een typerend en vrijwel gaf bewaard voorbeeld van zijn bouwtrant. Het streven om het pand in een zo oorspronkelijk mogelijke staat te behouden is van meer dan lokaalbelang, vooral omdat veel van Luikings werken, die door geheel Zuidwest-Friesland verspreid zijn, elders reeds zijn gesloopt. Als bestuurder-architect zou Hendrik Luiking, een nadere studie en de belangstelling van een breed publiek verdienen.

Er is op dit moment een pension in gevestigd.