Lemmer van 1228 tot 1900 m.m.v. brieven van de Grietmannen.
Inleiding
De plaats werd in 1228 voor het eerst vermeld in historische bronnen. In documenten van de bisschop van Utrecht werd de vroege voorloper van het dorp aangeduid als Lenna. Door de eeuwen heen ontwikkelde deze naam zich via varianten als Lyaemer tot het huidige Lemmer.
De naam is mogelijk afgeleid van de monding van een meer of rivier. Het dorp ontstond op een strategische locatie, waar de binnenwateren samenkwamen met de voormalige Zuiderzee. Dankzij deze gunstige ligging groeide Lemmer uit tot een belangrijke haven- en handelsplaats. Tegelijkertijd maakte deze positie het dorp kwetsbaar tijdens diverse oorlogen en belegeringen, waarbij het onder meer te maken kreeg met aanvallen van Hollanders, Spanjaarden en Friezen.
De Lemmer maakte in de vroege middeleeuwen (circa 500–1500 na Christus) deel uit van Westergo, een van de bestuurlijke gebieden waarin Friesland in de 15e eeuw was verdeeld. Westergo was onderverdeeld in districten, die op hun beurt waren ingedeeld in decanaten. Lemsterland, gelegen in het uiterste zuiden van Friesland, was tot het midden van de 18e eeuw een dunbevolkt gebied.
De benaming “Lemsterland” wordt voor het eerst vermeld in 1602. In een procedure voor het Hof van Friesland werd deze naam toen gelijkgesteld aan de oudere benaming “Lemster Fiifgea”. Deze historische naam verschijnt voor het eerst in het Register van den Aanbreng uit 1511. Dit register vermeldt dat de Lemster Fiifgea bestond uit de vijf dorpen Lemmer, Eesterga, Follega, Oosterzee en Echten. Samen vormden zij destijds één ambtsgebied onder het bestuur van George, hertog van Saksen.
Een middeleeuwse grietenij met de omvang van het huidige Lemsterland heeft nooit bestaan. Tijdens de Franse overheersing werd Lemsterland opgeheven en vervangen door een commune of mairie. Deze bestuurlijke eenheid omvatte Lemmer, Eesterga en Follega, inclusief de bijbehorende gebieden. Een commune betreft een Franse gemeente als bestuurlijk of administratief gebied, terwijl de mairie het gemeentehuis of stadhuis aanduidt waar het bestuur is gevestigd.
Na de Franse periode werd in 1816 de grietenij Lemsterland, zowel in naam als in territoriale omvang, hersteld. Met de invoering van de Gemeentewet in 1851 kwam definitief een einde aan de grietenij en aan het ambt van grietman. Vanaf dat moment werd het gemeentebestuur van Lemsterland gevormd door het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad.
1250
Als gevolg van overstromingen die Friesland gedurende drie opeenvolgende jaren teisterden, werden in 1250 de resterende landgebieden ten westen van de Friese kust, van Harlingen tot voorbij Hindeloopen, weggeslagen en veranderden zij in een uitgestrekte watervlakte. Omstreeks dezelfde periode werd ten zuiden van Lemmer een nog groter gebied weggeslagen, waardoor de oppervlakte van het meer Flevo verdubbelde.
1309
De eerste bekende vermelding van Lemmer dateert uit 1309, onder de naam “In de Lemmer”. Deze vermelding is opgenomen in het Groot charterboek der graaven van Holland, van Zeeland en heeren van Vriesland van Frans van Mieris de Jonge (Deel II, pagina 89), gepubliceerd in 1754. De betreffende pagina bevat een belangrijke oorkonde uit 1309, waarin onder meer de vroegst bekende historische verwijzing naar de Friese plaats Lemmer is vastgelegd.
1396
Hertog Albrecht van Beijeren, bijgestaan in het opperbevel door drie van zijn zonen, had zijn strijdmacht te Enkhuizen verzameld. Vervolgens stak hij de Zuiderzee over en landde aan de zeedijk tussen Lemmer en Kuinder. Nadat de Friezen vergeefs hadden geprobeerd de landing te verhinderen, vond op 29 augustus 1396 een veldslag plaats op een nabijgelegen uitgestrekt terrein. Dit gebied stond bekend als het Oostzingerland, ook wel Oosterzee-ingerland genoemd, nabij Schoterzijl.
1398
Begin juli 1398 stak deze krijgsmacht, in opdracht van Albrecht van Beieren, graaf van Holland, tijdens de Fries-Hollandse oorlogen over naar Friesland. De vloot landde destijds tussen Lemmer en Tacozijl.
Gedurende de late middeleeuwen bleef Lemmer een felbevochten grensplaats en een strategisch belangrijk bruggenhoofd voor buitenlandse machthebbers die controle over Friesland nastreefden.
1400 (Omstreeks)
De nabijgelegen nederzetting Lemsterhoek werd door Hollandse troepen verwoest en nadien niet herbouwd. Als gevolg hiervan verschoof het zwaartepunt van de bewoning definitief naar de nabijgelegen nederzetting bij de uitmonding van de binnenwateren. Deze nederzetting ontwikkelde zich in de loop der tijd tot het huidige Lemmer.