Fedde Schurer

Fedde Schurer.

Fedde Schurer, werd op 25 juli 1898 geboren in Drachten, waar zijn vader als knecht op een scheepshelling werkte. Toen hij zes jaar was verhuisde het gezin naar Lemmer. Nadat hij daar de school voor bijzonder lager onderwijs had gevolgd, werd hij timmerknecht en volgde hij ’s avonds lessen aan de tekenschool.

Later studeerde hij voor onderwijzer en in 1919 werd hij benoemd aan zijn eigen oude school. Hij trouwde in 1924 met zijn collega Willy de Vries. Intussen was hij begonnen te dichten. Zijn debuut maakte hij in 1920 in het tijdschrift van It Kristlik Frysk Selskip, Yn ús eigen Tael, maar hij publiceerde onder invloed van Douwe Kalma ook in Frisia, orgaan van de Jongfryske Mienskip.

Zijn eerste bundel Fersen werd in 1925 goed ontvangen. Als militant pacifist raakte hij in conflict met zijn schoolbestuur (Lemster schoolkwestie, 1930). Zijn vrouw en hij bedankten als lidmaten van de gereformeerde kerk en zij verhuisden naar Amsterdam, waar Fedde Schurer tot 1946 aan verschillende openbare scholen verbonden is geweest.

Voor de Christelijke Democratische Unie werd hij in 1936 lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland. Al in 1943 maakte Schurer de opzet voor een nieuw literair tijdschrift, waarvan onder de naam De Rattelwacht in 1944 een nummer is verschenen. Het was de voorganger van De Tsjerne (1946 – 1968). Als redacteur van dat blad heeft Fedde Schurer een groot aantal jonge schrijvers op weg geholpen.

Hij was in 1946 naar Fryslân teruggekeerd om samen met Sjoerd van der Schaaf de redactie van de Heerenveense (later Friese) Koerier op zich te nemen. Een hoofdartikel van zijn hand werd in 1951 als beledigend voor de Heerenveense kantonrechter opgevat. Het oproer, dat op 16 november op het Leeuwarder Zaailand ontstond toen Schurer in hoger beroep terecht stond, is bekend gebleven als ‘Kneppelfreed’ (Knuppelvrijdag). Wettelijke regelingen voor het Fries zijn uiteindelijk het resultaat geweest van de publiciteit over die demonstratie.

Van 1956 tot 1963 had Schurer een zetel in de Tweede Kamer voor de Partij van de Arbeid. Als dichter bleef hij zijn leven lang actief. Hij publiceerde in een tiental bundels met oorspronkelijke en vertaalde poëzie. De kroon op zijn werk als vertaler van psalmen was het gereed komen van het Frysk Psalm- en Gesangboek in 1955.

Ook als toneelschrijver had hij succes, o.a. met zijn Bijbels drama Simson, waarvoor hij in 1949 de Gysbert Japicxprijs kreeg. Tot het eind toe bleef Schurer actief als spreker en propagandist voor de pacifistische stroming binnen de socialistische beweging. In 1964 begon hij met de publicatie van zijn memoires onder de titel ‘De besleine spegel’. Het manuscript was bijna klaar toen hij op 19 maart 1968 aan een hartaanval overleed.

www.dbnl.org

Schurer, Fedde, Fries schrijver (Drachten 25-07-1898 - Heerenveen 19-03-1968). Zoon van Bauke Schurer, geboren op 10-12-1864 te Leeuwarden, overleden op 11-02-1940 te Heerenveen (Bauke was knecht op een scheepshelling), en Grietje Wagenaar, geboren op 23-09-1861 te Lemmer, overleden op 04-03-1941 te Drachten.

Uit het huwelijk van Bauke en Grietje

1. Wimke Schurer.

2. Klaske Schurer.

3. Tjipke Douwes Schurer.

4. Fedde Schurer (Fedde is jong overleden)

5. Naamloos Schurer.

6. Fedde Schurer (Drachten 25-07-1898 - Heerenveen 19-03-1968) timmermansknecht in Lemmer. Fedde huwde op 03-07-1924 met Willemke de Vries. Het echtpaar zou enkele jaren later een zoon adopteren, Andries Schurer. Fedde volgde een avondcursus voor onderwijzer en werd in 1919 benoemd aan de bijzondere lagere school aldaar. Vanaf 1920 vond publicatie plaats van gedichten in Yn ús eigen Tael, Tsjûgenis en Frisia.

De Fedde Schurer Cultuurprijs. www.riagroenhof.nl 

Johannes de Vries.

LEMMER. De Fedde Schurer Cultuurprijs wordt tweejaarlijks uitgereikt aan iemand die zich dienstig heeft gemaakt voor de kunst en cultuur in de gemeente Lemsterland. De cultuurcommissie heeft dit jaar Johannes de Vries uit Lemmer voorgedragen.

De Vries werd genomineerd vanwege zijn jarenlange actieve betrokkenheid bij het culturele leven in de gemeente Lemsterland. Hij schrijft wekelijks de column ‘Lemmer door de jaren heen' in deze krant. Ook zet hij zich al jaren in voor de oudheidskamer, de Fryske krite en het Nut. Daarnaast is hij voorzitter van Radio Lemsterland en presenteert hij het verzoekplatenprogramma Musicwille.

68a-1.jpg

Detailfoto van bovenstaande: De Lemster radio centrale waar Fedde werkte.

Fedde Schurer-jaar.

In het jaar 1898 werden in Leeuwarden Maurits Esscher en Jan Jacob Slauerhoff geboren, 27 kilometer meer naar het westen, in Harlingen, aanschouwde Simon Vestdijk het levenslicht en ongeveer even ver van de Friese hoofdstad verwijderd, maar dan in zuidelijke richting, in Drachten, kwam in datzelfde jaar Fedde Schurer ter wereld. Cultureel Nederland heeft heel wat te gedenken in 1998. In literair Friesland gaat de aandacht vooral uit naar Fedde Schurer.

Hij mag dan in Drachten geboren zijn, het grootste deel van zijn jeugd en zijn jongelingsjaren bracht hij door in Lemmer en daar hebben inmiddels de eerste festiviteiten al plaats gevonden. Zijn liederen zijn door het Lemster koor weer op het repertoire genomen, een voor deze gelegenheid opgericht toneelgezelschap speelde nog eens Schurers zestig jaar geleden geschreven Thúsreize (Thuisreis), en oud-conservator Freark Dam van het Frysk Letterkundich Museum en Dokumintaasjesintrum hield een boeiende lezing over leven en werk van de man die - hoewel bovenal dichter - zoveel meer is geweest dan alleen maar een Friese poëet.

In het middelste huisje op de eerdere Zuiderzeedijk te Lemmer, heeft Fedde Schurer gewoond van 1904 tot 1924 met zijn ouders, broers en zusters.

Er staat nog meer te gebeuren: in Veenwouden zal het literair-historisch symposium, dat daar elk jaar in de lente wordt gehouden, dit jaar op 16 mei geheel gewijd zijn aan Fedde Schurer en uiteraard is het onderwerp van de zomertentoonstelling in het Letterkundich Museum in Leeuwarden dit jaar ‘Fedde Schurer - Libben en wurk’ (Fedde Schurer-Leven en werk).

Zijn autobiografie De besleine spegel (De beslagen spiegel) wordt herdrukt in de serie ‘Fryske Klassiken’ (Friese Klassieken), er komt een bloemlezing uit van de mooiste, bekendste, meest aansprekende gedichten van zijn hand onder de titel It dûbeld paradys (Het dubbele paradijs) en er verschijnt een boek over de gebeurtenissen op ‘kneppelfreed’ (knuppelvrijdag) in 1951, toen een rechtszaak tegen Fedde Schurer uitliep op een ‘veldslag’ tussen de politie en toegestroomde sympathisanten van de beklaagde die met een scherp geschreven artikel in zijn krant het recht van de Friezen bepleit had om voor de rechtbank hun eigen taal te gebruiken. En dan zijn er nog plannen om ook een boekuitgave te maken van de talrijke op muziek gezette liederen van Schurer. Het wordt een echt Fedde Schurerjaar!

Groepsportret

Fedde Schurer, is honderd jaar na zijn geboorte zeker niet vergeten. Wie was die man wiens leven al in 1971 werd vastgelegd in een schrijversprentenboek, wiens verzameld dichtwerk in 1974 werd uitgegeven en voor wie al in datzelfde jaar 1974 een standbeeld werd opgericht in zijn laatste woonplaats Heerenveen?

Een groepsfoto kan soms veel zeggen. In het hierboven genoemde schrijversprentenboek staan verscheidene van dergelijke groepsportretten en omdat het leven van Schurer het onderwerp is, ligt het voor de hand, dat op die foto's belangrijke momenten uit diens leven zijn vastgelegd en dat de man zelf er een centrale plaats op heeft.

Bij de hier gereproduceerde foto ligt dat toch een beetje anders. Het loont de moeite die foto nauwkeurig te bekijken. Hij is genomen in 1951 bij Bert Bakker in Den Haag en de in de tuin aanwezigen worden beschouwd als vertegenwoordigers van het literaire verzet in Nederland.

Bovenaan staan van links naar rechts: Victor E. van Vriesland, Jan Engelman, Gerrit Kamphuis, Anthonie Donker, Ed. Hoornik en Theun de Vries; in het midden zitten op stoelen Kitty de Josselin de Jong en Rie Cramer en vooraan zitten op kussens: A. Roland Holst, Anton van Duinkerken, Fedde Schurer, Martinus Nijhoff en Yge Foppema.

Nu heeft Schurer wel verzetspoëzie geschreven: er is werk van hem opgenomen in het Geuzenliedboek 1940-1945 en na de oorlog heeft hij met acht anderen de ‘Verzetsprijs voor letterkundigen’ gekregen, maar van de hier geportretteerde was hij noch de grootste verzetsheld, noch de grootste dichter.

Toch zit Schurer daar alsof de groep om hem heen is opgesteld en dat terwijl hij eigenlijk bepaald ‘underdressed’ is. Behalve Hoornik dragen alle heren een kostuum, de meeste zelfs een driedelig en hij is de enige in een combinatie met een artistiek ribfluwelen jasje en een wollen slip-over. Hij heeft geen lefdoekje in zijn borstzakje, maar een pen. Desalniettemin kijkt hij vol zelfvertrouwen in de lens en dat is kenmerkend voor hem. Schurer was een man die het leven accepteerde, die moeilijke dingen graag gauw wilde vergeten en die oprecht genoot van het goede en mooie dat hem overkwam.

Persoonlijkheid

Anne Wadman heeft in 1956 in een uitzending van de Regionale Omroep Noord een mooi portret van Schurer geschetst, waarvan hij later schreef, dat het wel wat geflatteerd was, maar niet onwaar. Ik zal het begin daarvan weergeven, omdat het zo mooi aansluit bij de indruk die de foto ons al gegeven heeft van de persoonlijkheid van Fedde Schurer:

‘De dichter Fedde Schurer is buiten Friesland de man die het meest direct met de Friese beweging wordt geïdentificeerd. Voor velen in den lande is hij de verpersoonlijking, het levende symbool van het begrip Friesland. Een opinieonderzoek naar de populairste, althans bekendste Fries zou vrij zeker een grote meerderheid voor Schurer opleveren, al is de kans groot, dat hij op de voet zou worden gevolgd door Abe Lenstra.

Wat is de oorzaak van deze populariteit? Misschien niet eens allereerst zijn gedichten als zodanig. Men mag gerust aannemen, dat de niet-Friezen in overgrote meerderheid met deze gedichten onbekend zijn en dat zelfs zijn Hollandse poëzie, de verzetsverzen incluis niet die bekendheid geniet, die een dusdanige populariteit zou kunnen verklaren. Ik meen, dat zijn dichterschap buiten Friesland grotendeels legendarisch is en dat de oorzaak meer ligt in zijn verschijning, in zijn menselijke persoonlijkheid. Schurer is een man van uitersten, die toch wonderlijk genoeg zijn eenheid weet te bewaren.

Hij combineert de grootst mogelijke strijdvaardigheden met een zeldzame, warme en milde menselijkheid. Hij is een man, die de zeer vergeeflijke ijdelheid van de artiest paart met de eenvoud en de nederigheid van de gelovige christen. Hij is een man die zich zonder kameleon allures in de meest verschillende milieus thuis voelt. Zijn woord als politiek journalist geniet ontzag in het hele land, bij voor- en tegenstanders. Hij is een slagvaardig en gevreesd debater in het politieke leven, bij wie emotionele en zakelijke factoren gelijkelijk tot hun recht komen.

Hij is een man van rake formulering, die precies de spijker op de kop kan slaan, maar die zich ook graag en van harte vergist. Geen sluw politicus, maar een emotioneel mens wie het concrete lijden van de mensheid ter harte gaat. Geen specialist, al interesseert hij zich vanzelfsprekend vooral voor de culturele noden der gemeenschap. Hij is een man die zich als een vis in het water beweegt in de artiestenmilieus in Holland, maar ook op vele en velerlei conferenties.

Een man die waar nodig de kansel beklimt om een preek te houden en die bereid is een begrafenis te leiden.Hij is een man die bij een officiële gelegenheid een trui met hoge hals durft te dragen en de minister aan zijn mouw trekt met de vraag: ‘Excellentie, als ik niet stoor wou ik U graag even spreken’. Hij is ook de man die zich thuis voelt in het sociaal geheel ander klimaat van de Friese beweging, het krite en kampleven, waar hij zijn eigen liederen zingt bij de accordeon of desgewenst het harmonium.

Hij is het geestig middelpunt van onverschillig welk heterogeen gezelschap.Dit alles verklaart nog niet zijn populariteit als dichter binnen Frieslands grenzen. Toch ligt het op dat punt evenzo. Zijn gedichten bezitten, zelfs in hun zwakke momenten, de veelzijdigheid van de complete mens. Schurer beheerst als dichter alle registers van menselijk gevoel. Hij is de sentimentele bezinger van volks lief en leed, de keiharde, meedogenloze spotter met de aanmatiging van het gezag, de religieuze dichter van het Goddelijk geheim, de onbarmhartige ontleder van eigen en andermans schone schijn.

Hij is een man die de limericks uit zijn mouw schudt, maar die ook de meest verheven stof, die van de Heilige Schrift, in dramatisch bewogen vorm weet te gieten, getuige zijn belangwekkend Simson drama en zijn meesterlijke psalmberijmingen.

Hij is volksdichter, in de ruimste zin van het woord, die het gewone volk aanspreekt, maar tegelijk het vermogen bezit de fijnproevers van het subtiele woord te bevredigen. Daarbij is hij bij uitstek het type van de dichter zoals men die graag ziet: de vurige jongeling met de fonkelende ogen en de wapperende haren, de dichter-door-dik-en-dun.

Leven.

Door de foto en de beschrijving van Anne Wadman hebben we nu wel een aardig compleet beeld gekregen van de persoonlijkheid van Fedde Schurer. Nu interesseert ons nog de vraag wat iemand met zoveel gaven van hoofd en hart voor leven heeft gehad en vooral wat hij van dat leven gemaakt heeft.

Welnu: Fedde Schurer is op 25 juli 1898 in Drachten geboren als jongste van vier kinderen in het gezin van Bouke Schurer en Grietje Wagenaar. Zijn vader was knecht op een scheepswerfje, moeder deed de huishouding. De Schurers waren gereformeerd, gezagsgetrouw, bescheiden en vroom met een piëtistische inslag. Fedde Schurer heeft later meer dan eens beschreven hoe hij als kind genoten heeft van het in het schemeruur met elkaar zingen van godsdienstige liederen.

Hij kwam uit een warm nest. Vanaf 1904 woonde de familie in Lemmer, het dorp waar de moeder geboren was. Fedde is nog even in Drachten op school geweest, maar het grootste deel van zijn schooltijd bracht hij door op de christelijke school van Lemmer. Op z'n twaalfde jaar werd hij timmermansleerling, maar aan werken met z'n handen beleefde de jongen weinig vreugde.

Hij had niet de ambitie ‘dingen te kunnen maken’ zou hij later schrijven. Liever zat hij te lezen en die lectuur bestond aanvankelijk uit stichtelijke boekjes en de poëzie van de Nederlandse domineedichters die bij hem thuis voorhanden waren of in de jongelingsvereniging besproken werden.

Onder invloed van de knecht in de timmermanswerkplaats maakte hij later ook kennis met het genre van de populaire Friese voordrachten en met socialistisch propagandawerk en door een bloemlezing van Verwey ontdekte hij de ‘Tachtigers’. Van dat moment af had de literatuur hem te pakken.

Op z'n achttiende jaar begon Fedde Schurer naar het voorbeeld van zijn zwager Normaallessen te volgen en toen hij in 1919 de akte voor onderwijzer gehaald had, werd hij benoemd aan dezelfde school, waar hij leerling was geweest. Hij haalde in 1923 de hoofdakte en trouwde een jaar later met collega Willy (Willemke) de Vries.

Hij is in de jaren van zijn onderwijzerschap in Lemmer op veel terreinen actief geweest: hij begon zelf verzen te schrijven en te publiceren, hij sloot zich aan bij het Kristlik Frysk Selskip en vond daarin vrienden onder een groep jongeren die vernieuwing wilden en op politiek gebied raakte hij betrokken bij de Christelijk Democratische Unie.

De Jong's Nieuwsblad 7 mei 1932

In 1929 is Fedde Schurer in conflict gekomen met zijn schoolbestuur door zijn militant pacifistische houding die hij uitdroeg in voordrachten en publiceerde in de brochure Kristendom en Oarloch (1929), vertaald als Christendom en oorlog (1930). Toen hij niet wilde inbinden, werd hem met ingang van 1 april 1930 de toegang tot de school ontzegd en werd hij op 1 mei formeel ontslagen. Zie bijlage

Ook mochten hij en zijn vrouw niet meer aan het Heilig Avondmaal in de gereformeerde kerk gaan. Die zogenaamde ‘Lemster schoolkwestie’ heeft in het hele land tot publiciteit geleid. Schurer kreeg een aanstelling bij het openbaar onderwijs in Amsterdam en is van 1930 tot 1946 aan verschillende scholen in de hoofdstad verbonden geweest. Korte tijd heeft hij ook nog als wachtgelder op het Bureau voor Dialecten en Volkskunde, het huidige P.J. Meertens-instituut, gewerkt.

Door de kwestie van zijn ontslag in Lemmer is Schurer bevriend geraakt met ds. J.J. Buskes. In Amsterdam hebben Fedde en Wil Schurer zich onder diens invloed aangesloten bij de ‘Gereformeerde Kerken in Hersteld Verband’ om in 1938 over te gaan naar de Hervormde kerk.

In die Amsterdamse jaren kreeg hij ook contact met de Christelijke Auteurskring en door de vriendschap met dichters als Hein de Bruin, Muus Jacobse en Jan H. de Groot, heeft zijn werk zich verbreed en verdiept. In 1940 werd Fedde Schurer benoemd tot lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Zijn door Douwe A. Tamminga, geschreven levensbericht is te vinden in het Jaarboek 1973-1974.

Jaren na de oorlog, toen hij al lang niet meer in Amsterdam woonde, werd Fedde Schurer, die als vertaler van psalmen en gezangen ook in ‘Holland’ een goede naam gekregen had, uitgenodigd om zitting te nemen in de commissie die een nieuw Liedboek voor de kerken voorbereidde. Lang heeft zijn medewerking echter niet geduurd; hij geloofde niet in een ‘collectief dichterschap’ en kon slecht velen, dat hij het met zijn poëtisch geslaagde oplossingen moest afleggen tegen exegetisch zuiverder, maar minder mooie vertalingen. Eigenlijk was hij te veel individualist om de discipline die voor zo'n groepsproject vereist is, te kunnen aanvaarden.

In 1936 had Schurer voor het CDU een zetel in de Provinciale Staten van Noord-Holland gekregen, maar de politiek schonk hem weinig bevrediging en een jaar later bedankte hij al weer. Toch heeft hij, toen later de PvdA een beroep op hem deed om zich kandidaat te stellen voor de Tweede Kamer weer geen nee kunnen zeggen. Van 1956 tot 1963 maakte hij deel uit van de toen grote sociaaldemocratische fractie. Hoewel hij een begaafd spreker was, heeft hij in de Kamer eigenlijk alleen het woord gevoerd als hij zijn (afwijkend) pacifistische standpunt wilde verdedigen.

Op verzoek van de stichting Je Maintiendrai-Friesland, is Schurer in 1946 naar Friesland teruggekeerd om in Heerenveen naast Sjoerd van der Schaaf de redactionele leiding op zich te nemen van de Heerenveense (vanaf 1952 de Friese) Koerier, een uit de illegaliteit voortgekomen onafhankelijk en politiek vooruitstrevend dagblad.

Zijn hoofdartikelen werden beroemd door de briljante stijl waarin ze geschreven waren. Schurer kwam nogmaals in het centrum van de belangstelling te staan toen hij in 1951 in zijn krant een Heerenveense kantonrechter aanviel, omdat die geweigerd had een Friessprekende beklaagde te verstaan.

Toen de schrijver zich voor de rechtbank moest verantwoorden, is dat uitgelopen op wat hiervoor al genoemd is als ‘kneppelfreed’. De onrust in Friesland was voor de regering aanleiding om drie ministers naar het noorden te sturen om de kwestie te bestuderen. Uiteindelijk heeft dat geleid tot wettelijke regelingen voor het Fries in het rechtsverkeer en later ook in het onderwijs.

In het door hemzelf al in de oorlogsjaren voorbereide literaire tijdschrift De Tsjerne dat hij achttien jaar als redacteur diende, speelde Schurer een leidende rol. Zijn positie begon pas te wankelen in het ‘geweld’ van de jaren zestig toen een nieuwe generatie zich op een stormachtige manier manifesteerde en niet alleen ruimte, maar ook invloed opeiste.

Zo is Schurer aan het eind van zijn leven een beetje in de schaduw geraakt: het tempo waarin in de moderne literatuur de morele taboes doorbroken werden lag hem te hoog en hij, die in zijn werk altijd de nadruk had gelegd op de goede en de mooie kanten van het leven, kon geen waardering opbrengen voor de in zijn ogen negativistische boeken van de jongere schrijvers zoals G.K. van het Reve in het Nederlands en Anne Wadman in het Fries.

Na zijn pensioen is hij begonnen zijn levensverhaal op papier te zetten. Hij heeft dat werk niet meer kunnen voltooien. De besleine spegel (De beslagen spiegel in de vertaling van J.H. Brouwer) uit 1969 eindigt met de aanbieding van het Friese Psalm- en Gesangboek in 1961, een gemeenschappelijke bundel voor de protestantse kerken waarin vrijwel alle vertalingen van de hand van Schurer zijn.

De dichter overleed op 19 maart 1968 plotseling aan een hartaanval. Het zou interessant geweest zijn om zijn eigen analyse van de veranderingen in de jaren zestig te lezen, maar het schrijven over zo'n moeilijke periode in zijn leven was meer dan gevraagd mocht worden van iemand die al zoveel gegeven had.

Honderden oorspronkelijke Friese verzen, gepubliceerd in tien bundels en in 1974 voor een groot deel bijeengebracht in de Samle fersen (Verzameld dichtwerk), tientallen vertalingen van werk van andere dichters (Heine, John Donne en anderen), alle 150 psalmen in het Fries, twee bundels met liederen op bijbelse thema's, honderden hoofdartikelen (waarvan in 1963 een selectie is uitgegeven in Brood op het water, toneelstukken, een kinderboek, korte verhalen, tientallen recensies en opiniërende artikelen, brochures, gelegenheidswerk en toch nog heel veel op schrift gestelde herinneringen: dat moet genoeg zijn voor de ‘rechtvaardiging van een bestaan’ om met J.C. Bloem te spreken.

Meer nog: het is genoeg om in dit jaar de honderdste geboortedag van de man die ons dat alles nagelaten heeft met eerbied en een gevoel van grote dankbaarheid te gedenken.

Kneppelfreed (Fries voor 'knuppelvrijdag')

In de Kamer de spreekbuis van een kleine pacifistische minderheid in de PvdA. Belangrijke Friese dichter van vroom gereformeerde huize, die in 1929 als onderwijzer aan een christelijke school in Lemmer werd ontslagen omdat zijn antimilitaristische opvattingen onbijbels zouden zijn. Sloot zich aan bij de CDU en werd onderwijzer aan een openbare school in Amsterdam. Onderging de invloed van Karl Barth en J.J. Buskes en werd in 1938 lid van de SDAP. Na de oorlog als hoofdredacteur Friese Koerier tegelijk politicus en taalkunstenaar. Militant strijder voor het gebruik van Fries in onderwijs en rechtsverkeer. Een principiële man die van nature koos voor de onderliggende partij.

Chaos na een rechtszaak

In oktober 1951 moest de Lemster veearts Sjirk Frânses van der Burg voor het kantongerecht in Heerenveen verschijnen wegens een verkeersovertreding. Tijdens de zitting voerde Van der Burg het woord in het Fries. De kantonrechter mr. S.R.Wolthers, woonde al lange tijd in Friesland, maar hij gaf de veearts te kennen het Fries niet te willen verstaan. Van der Burg vond echter dat hij in Friesland het recht had Fries te spreken. Daarop schorste Wolthers de zitting.

Hoewel de rechter na de schorsing stelde dat alleen de Nederlands gesproken verdediging mee zou tellen, bleef Van der Burg Fries spreken. Uiteindelijk werd de rechtszitting afgesloten toen de veearts de geëiste boete van zeven gulden betaald had. De rechtszitting was afgerond, maar de kwestie van het Fries in de rechtszaal was in beweging gezet.

De zaak tegen Van der Burg werd verslagen door een aantal journalisten. Fedde Schurer, het boegbeeld van de Heerenveense Koerier was één van hen. Van zijn hand verscheen een provocerend hoofdartikel tegen de arrogantie van de rechterlijke macht die weigerde de taal van het volk te verstaan. Het stuk was zo fel dat Schurer zelf voor de rechter moest verschijnen wegens belediging van de rechterlijke macht. Dit was precies de bedoeling van Schurer. Hij had de rechtszaak bewust uitgelokt omdat hij de rechter een uitspraak over de positie van het Fries in de rechtspraak wilde laten doen.

Op vrijdag 16 november 1951 moest Schurer voor de politierechter van de Leeuwarder rechtbank verschijnen. Hij werd veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf voorwaardelijk met drie jaar proeftijd, terwijl de substituut officier van justitie met 150 gulden boete had willen volstaan. Omdat de rechtszaak tegen Schurer in een klein zaaltje gehouden werd, konden veel belangstellenden niet in de zaal aanwezig zijn en verzamelde zich voor het gerechtsgebouw een grote menigte.

Aan het einde van de middag liep het uit op een confrontatie tussen politie en de aanhangers van Schurer. De brandweer werd ingezet om met waterspuiten de demonstranten uit elkaar te drijven en de politie sloeg met knuppels in op de demonstranten. De chaos en ontzetting waren groot. Vrijdag 16 november 1951 ging de geschiedenis in als `kneppelfreed' (knuppelvrijdag). Kneppelfreed versnelde de totstandkoming van wettelijke regelingen omtrent het gebruik van het Fries.

72-8.jpg

Talentvol en gevaarlijk spreker

De gevolgen van Kneppelfreed kunnen natuurlijk niet worden beschreven zonder een portret te schetsen van de man die het allemaal in werking zette: Fedde Schurer.

"It bêste fers dat Fedde Schurer skreaun hat wie syn libben" oftewel: "Het beste vers dat Fedde Schurer geschreven heeft was zijn leven", schreef de auteur E.B. Folkertsma. Dichter, schrijver, onderwijzer, politicus en journalist, Fedde Schurer (1898-1968) was het allemaal. Schurer groeide op in Lemmer. In de vroege jaren twintig ontwikkelde hij een grote interesse voor de Friese taal en literatuur. Schurer werd door het Kristlik Selskip actief in de Friese beweging, die tot doel heeft de Friese taal en cultuur te versterken.

Als in 1925 Schurers eerste gedichtenbundel 'Fersen' uitkomt, zegt hij in een interview: "Wij zijn Friezen, en wij zijn geroepen van Godswege, om Friezen te zijn en om ons als Friezen te gedragen. Staatskundig zijn wij Nederlanders, geestelijk staan wij op onszelf. Dit geestelijk zelfbestaan uit zich het duidelijkst in onze taal, en die heeft daarom de eerste plaats in onze Friese strijd. Haar moeten we trouw blijven, in het gehele leven."

Eind jaren twintig sluit Schurer zich aan bij de Christelijk Democratische Unie en bij de kamerverkiezingen van 1929 is hij de lijstaanvoerder. Schurer houdt voor de CDU door het hele land spreekbeurten over vraagstukken rond christendom en oorlog. Maar zijn, op christelijke gronden gefundeerd pacifisme, gecombineerd met zijn sympathie voor de Gereformeerde Kerken in Hersteld Verband, brachten hem in problemen binnen zijn eigen Gereformeerde kerk.

De kerkenraad onthield Schurer op grond van zijn politieke opvattingen het Heilig Avondmaal en dan volgt ook zijn ontslag als onderwijzer in Lemmer. De rel rond Schurer ontgaat ook de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) niet. In een BVD-dossier wordt Schurer gezien als: "Talentvol en gevaarlijk spreker, vooral gevaarlijk voor jonge menschen".

Na zijn ontslag verlaat Schurer Friesland en vestigt hij zich in Amsterdam, waar hij 16 jaar zal blijven. Daar schrijft hij veel en blijft hij ook actief in de politiek. Onder andere door de leus 'Geen Fúhrer, maar Schurer', wordt Schurer in 1935 gekozen als lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland voor de CDU. Een aantal jaren later stapt hij over naar de SDAP.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog is Schurer als schrijver actief in het verzet en na de oorlog ontvangt Schurer de regeringsprijs voor Nederlandse verzetsliteratuur. Als hem vlak na de oorlog het gedeelde hoofdredacteurschap van de Heerenveense Koerier aangeboden wordt, keert Schurer terug naar Friesland. Naast zijn hoofdredacteurschap is hij ook actief in de PvdA en vormt hij tevens het hart van het Friese literaire leven.

Door Schurers stilistisch briljante en scherpe hoofdartikelen krijgt de Heerenveense Koerier grote bekendheid, zowel in als buiten Friesland. Dat is zeker het geval na Schurers bekende hoofdartikel "De laatste man van de Zwarte Hoop". Dit is het artikel over de rechtszaak tegen de veearts Van der Burg, het artikel waar Kneppelfreed mee begon.

73-7.jpg

Friesland onafhankelijk?

De rellen in Leeuwarden werd de volgende dagen breed uitgemeten in de landelijke pers. Een aantal politici in Den Haag was bevreesd: Friesland zou zich toch niet willen afscheiden van Nederland? Op de dag dat minister Teulings van Binnenlandse Zaken belooft een onderzoek te zullen instellen naar de Friese taalkwestie en het politieoptreden, wordt er in Leeuwarden een protestbijeenkomst gehouden. Het is dan precies een week na Kneppelfreed.

De protestbijeenkomst was door diverse gezelschappen uit de Friese beweging georganiseerd. Boven het podium hing een groot spandoek: 'Lyk rjocht foar elk. Ek foar in lyts folk.' (Gelijk recht voor allen. Ook voor een klein volk). Op de bijeenkomst namen tweeduizend aanwezigen een motie aan, waarin zij zeiden achter het veroordeelde artikel in de Heerenveense Koerier te staan. Er werden verschillende toespraken gehouden. De woorden van J. Piebenga, hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant, deden politiek Den Haag huiveren:

"Vaders en moeders (...) boerenarbeiders en winkeliers, schippers en jullie allemaal, sta als Friezen, want jullie hebben de geschiedenis van ons volk achter jullie. Twintig eeuwen van Friese strijd kijken op jullie neer. En zouden jullie dan niet strijden?"

Enkele dagen later, tijdens de begroting van het Ministerie van Justitie voor het jaar 1952, steekt het Friese kamerlid en oud-ministerpresident P.S. Gerbrandy een lang betoog af over Fries praten en het recht daarop in de rechtszaal. Gerbrandy pleitte voor het recht om in ieder geval de eed in het Fries af te mogen leggen: "Het recht van het volk de aanroeping van God almachtig, te doen in de taal, zoals die verbonden is met het gehele geestelijke leven van hem en de zijnen."

Maar de minister van Justitie, de heer H. Mulderije, besloot dat het Fries in de rechtszaal in zeer beperkte mate gebruikt mocht worden en dat de eed absoluut niet in het Fries afgelegd mocht worden. Het was volgens hem een kwestie van 'eerbied voor de landswetten': "Ik meen, dat de controle zoek zou zijn, wanneer het mogelijk wordt, dat formulier uit te spreken in een andere taal dan de officiële Nederlandse omstandigheden als waarover het hier gaat. Iets anders is, of in het verkeer tussen rechter en justitiabele enige soepelheid mag worden betoond."

Enkele maanden later, van 6 tot en met 8 februari 1952, brachten de ministers Mulderije (Justitie), Rutten (Onderwijs, Kunst en Wetenschap) en Beel (Binnenlandse Zaken) een bezoek aan Leeuwarden om zich op de hoogte te stellen van de Friese kwestie. Zij spraken met vele Friezen en Friese organisaties en tot hun opluchting konden ze op de afsluitende persconferentie melden: "dat van enig separatistisch streven geen sprake is".

74-11.jpg

Herzbergs pleidooi

Ondertussen was Schurer zich aan het voorbereiden op zijn hoger beroep, dat hij direct na Kneppelfreed had aangespannen. De twee weken gevangenisstraf die hij had gekregen voor het beledigen van de rechterlijke macht, was in zijn ogen veel te hoog. Het hoger beroep diende op 18 maart 1952 en Schurers verdediging werd gedaan door de bekende advocaat en auteur mr. Abel Herzerg. Schurer hoefde niet te betalen voor de verdediging. In plaats daarvan vroeg Herzerg hem een bedrag over te maken aan de Collectieve Israël actie. "Het lijkt mij een goede werkverdeling. Ik doe iets voor de Friezen en u doet iets voor de Joden."

Herzberg voelde zich verbonden met Schurer omdat hij het Jiddisch boven het Hebreeuws verkoos. "Het was voor mij geen juridische zaak, maar een literaire zaak. De Friese taal werd aangetast en dat ging niet." Herzbergs gevoelige pleidooi spitste zich hier ook op toe. Eén van de laatste passages van het pleidooi luidt: "De intieme taal, de taal van de moeder, het kind, de man, dat is de moedertaal.

En 't Fries heeft zijn eigen sfeer en karakter, gebonden aan land en volk, en dat, het beste in ons, is gekwetst. Schurer is een dichter, en een dichter heeft een zingende ziel. Niemand zou vervolgen als het geloof was gekwetst. In deze categorieën moet men het zoeken. Die opwinding komt ergens vandaan. Ze is niet gekunsteld, en kan ook niet gekunsteld zijn. De Rechtstaal: waarom wil men Fries in de rechtszaal spreken? Omdat men haar minacht? Of omdat men het recht als iets groots en wezenlijks erkent?

Als iemand Fries spreken wil in de Kerk, zal men zeggen: hoe heilig moet hem zijn taal zijn. Zo is 't ook met de rechtstaal. Men moet het bevorderen, niet tegen gaan. Men zegt, dat de zaak op de spits is gedreven? Wie heeft dat gedaan? Waarom mag een verdachte geen Fries spreken? Men zegt, nu zitten we ook nog met een taalprobleem. Hebben we geen zorg genoeg? Laten we blij zijn met dit probleem. Het behoort tot 't mooiste dat een levend volk hebben kan."

Hoewel Schurer tijdens het hoger beroep hardnekkig Fries bleef praten, werd de zaak gunstig voor hem beëindigd. Hij werd veroordeeld tot 150 gulden boete, de straf die oorspronkelijk ook tegen hem geëist was.

De rechtszaak tegen Schurer was hiermee afgerond, maar de kwestie over het gebruik van het Fries in de rechtszaal stond pas aan het begin. Schurer heeft de taalkwestie in een stroomversnelling gebracht. Over Kneppelfreed zei hij:"De dingen, die tot dan stof waren geweest voor een verstandige discussie tussen ongelijke partijen, werden plotseling in hart en gemoed beleefd".

76-12.jpg

De taalstrijd gaat door

Door de gebeurtenissen op en na de bewuste vrijdagmiddag van 1951 werden er vanuit de regering twee commissies opgericht. De commissie Wesselings richtte zich op het Friese onderwijs en dit had de Wet Cals tot resultaat. In deze wet van 1955 is geregeld dat alle gemeente- en schoolbesturen de bevoegdheid hebben het Fries als leervak op hun scholen in te voeren en het onderwijs in de aanvangsklassen in de Friese taal te mogen geven.

Een tweede commissie boog zich over de kwestie van het gebruik van Fries in de rechtszaal. Een jaar later was de Wet Donker een feit: de wet die het gebruik van de Friese taal in bestuurlijke en rechterlijke zaken regelt. Vanaf 1956 was het Fries tijdens rechtszittingen toegestaan. Wel kon de rechter het Fries tijdens een rechtszaak beletten, als hij vond dat het gebruik van de Friese taal een behoorlijke rechtsgang in de weg zou staan. Processen-verbaal en andere processtukken werden in het Nederlands geschreven, maar van groot belang was het feit dat de eed ook in het Fries afgelegd mocht worden.

Vier jaar geleden is het gebruik van het Fries in de rechtszaal wettelijk nog verder uitgebreid. Tegenwoordig mag de rechter het gebruik van het Fries niet meer beletten: tijdens een rechtszaak staat het iedereen vrij, Fries te spreken. Wel kan de rechter bepalen dat er een tolk moet komen.

Op scholen en in de rechtszaal mag men nu dus Fries spreken, maar deze week bleek dat het in de sportwereld soms nog tot problemen kan leiden. De Broekster Boys, een voetbalclub uit Damwoude, kreeg op een in het Fries geschreven protestbrief, het antwoord dat het afdelingbureau alleen in het Nederlands geschreven brieven behandelt.

"Diskriminaasje", zegt Jan Kooistra, de secretaris van de voetbalclub en hij vraagt zich af of dit wel mag. Binnen de Friese provinciegrens, geldt het Fries immers als de tweede rijkstaal. Of het conflict tussen het afdelingsbureau en de Broekster Boys tot een tweede kneppelfreed zal leiden is nog afwachten, maar één ding staat vast: de taalstrijd blijft leven.

Met knuppels, de waterspuit en een motor met zijspan probeerde de politie de menigte op het Zaailand in het gareel te krijgen.

De slag op het zaailand.

Met gummistok en brandspuit heeft de Leeuwarder politie gistermiddag getracht een menigte uiteen te drijven, die zich bij het Paleis van Justitie verzameld had om op de afloop te wachten van het proces, dat tegen de Heren F. Schurer en Tsj. de Jong gevoerd werd. Hierbij zijn harde klappen uit gedeeld, die o.a volwassenen en ook kinderen troffen die uit nieuwsgierigheid waren blijven staan.

Toen de Heer, Schurer na afloop van het proces aan de achterkant van het Paleis naar buiten kwam - men wilde hem niet door de hoofdingang laten gaan - en hij met enkele vrienden door de Prins Hendrikstraat richting het station begaf, werd hij door omstanders op de schouders genomen, waarop de politie opnieuw aanleiding zag van de gummiknuppel gebruik te maken. Hierbij werd de Heer Schurer bij notaris Duintjer door een raam gedrukt, waarbij hij zich aan de pols verwonde.

De moeilijkheden waren reeds voor aanvang van de zitting begonnen. Leden van verschillende Friese studentenverenigingen waren uit alle universiteitssteden van Nederland naar Friesland gekomen om getuigen te zijn van de behandeling van de twee vooraanstaande figuren in het Friese leven. Zij verspreide pamfletten waarin zij recht eisen voor Friesland.

Er werd toen bekend gemaakt dat slechts enkele personen en persvertegenwoordiger, in totaal een twintig mensen tot de publieke tribune zouden worden toegelaten daar de politierechter zitting hield in de kleine zaal aan de achterkant van het gebouw. Als reden werd opgegeven dat de verwarming in de grote zaal te veel brandstof zou vergen. Vertegenwoordigers van Friestalige weekbladen en bladen werd de toegang tot de zaal geweigerd.

Nadat de parketwacht het zeer talrijke publiek uit het Paleis had gedreven, verzamelde een grote groep personen op het platform voor de ingang. In deze groep werden reeds gauw Friese strijdliederen aangeheven, waarna ook de ontruiming gelast werd van het platform. Ondertussen bleef de belangstelling groeien, zodat er zich enige honderden personen voor het gebouw bevonden.

Toen de zitting eenmaal aan de gang was, begaven de mensen zich naar de achterkant van het gebouw, waar zij spreek koren aanhieven "Wy wolle Wolthers net Frielân Frij" en op de claxons drukte van de daar geparkeerde auto's. Onder gejuich van dit publiek werd daarop het raam van de zittingzaal gesloten.

Een groep agenten verzamelde zich naast het gebouw en keken toe. Het was rustig er hadden zich nog geen handtastelijkheden voorgedaan. Daarna verscheen een motorzijspan van de politie , die het plein snel schoon maakte. Een persfotograaf werd door de politie verboden foto's te maken, waarop een redacteur van het Friesdagblad zich tot de hoofdinspecteur van politie wenden, deze trok onmiddellijk zijn gummistok en zette de redacteur na, waarbij raken klappen werden uitgedeeld.

Dat was de inzet van onrustig half uur op het Zaailand, waarbij de motorzijspan tussen de kramen doordraaide, terwijl het publiek gemakkelijk kon uitwijken, soms evenwel in de knel kwam. De politie voerde ondertussen enkelen charges met de gummiknuppel uit. Er ontstonden kleine vechtpartijen tussen politie en publiek.

Tegen het einde van de rechtzitting,het begon al te schemeren verscheen de Commissaris van politie en brandweer auto op het Ruiterkwatier. Bij de oude doelensteeg werd een drietal slangen op de waterleiding aangesloten. De spuitgastengaven de omstanders, die even tevoren met gejuich de terugkomst van de motorzijspan hadden begroet , de vollen laag.

Er waren op dat moment naar schatting van de politieautoriteit een 500 mensen op het plein, de politie werd met tomaten bekogeld en studenten waren bezig de slangen van de brandweer door te snijden. De politiemannen gingen daarop weer over tot charge over. Agenten en demonstranten werden gelijkelijk nat gespoten. Ook enkele markt kraampjes en een protesterende groenteboer,die zijn spullen op een vrachtauto trachten te redden moesten het ontgelden.

1952. Fedde Schurer en zijn vrouw bij het gerechtsgebouw te Leeuwarden.

Bron foto: wikipedia.org Standbeeld in Heerenveen van de hand van Guus Hellegers uit 1974.