Home » Algemeen-Historie » De Houtwerker

De Houtwerker van 'Slavomir Miletic'

In 1963 ben ik als  10 jarig meisje met mijn vader Sake Visser, (die ook bij de Honig-fabriek in Koog aan de Zaan werkte), bij Slavomir Miletic, thuis geweest, we werden hartelijk ontvangen met koffie, Slavomir vond het zo leuk dat zo'n klein meisje belangstelling had voor zijn werk, dat toen zij wegging, "De Houtwerker" Een klein bronzen beeldje een replica van de Houtwerker van Slavomir, meekreeg als cadeautje. Dat meisje was ik (Roelie, spanvis) het beeldje is door alle omzwervingen jammer genoeg niet meer bij mij, vandaar deze pagina, wat een pracht kerel die Miletic!

Van Dhr. Kruijt, kreeg ik een mail op 16-11-2010 met de volgende prachtige foto's © van een idem gelijkend beeldje, als boven besproken. Het beeldje heeft de heer Kruijt, in 1966 gekocht van Slavomir, die toen in in Hellevoetsluis woonde.

Op de foto's staat copyright, op naam van de heer A. Kruijt.

47-2.jpg

Deze foto is van Tette (Theo) Verhoeff, een grote fan van Militec...die het beeldje ontdekte in een etalage in Zaandam.

Slavomir Miletic en zijn vrouw Elisabeth Toutenhoofd.

Slavomir Miletic (geboren in 1930) is een beeldhouwer uit Nederland geboren in Bosnië en in Herzegovina, wonend.

Miletic kwam in 1960 samen met zijn Nederlandse vrouw Elisabeth naar Nederland. Omdat hij zijn beeldhouwwerken niet aan de man kon brengen, meldde de toen 32-jarige kunstenaar zich aan als werkstudent bij de Honig-fabriek in Koog aan de Zaan. Daar kreeg hij opdracht een beeld te vervaardigen ter meerdere eer en glorie van de arbeidersbevolking.

Het kunstwerk sloeg dermate aan, dat Het Zaanse gemeentebestuur hem de opdracht gaf een beeld te maken voor de nieuwe Beatrixbrug. (Zaandam was tot in de tweede helft van de twintigste eeuw een belangrijke houthaven).

De Houtwerker is een vier meter hoog beeld ontworpen door Slavomir Miletic. Het beeld dat in opdracht van de Zaandamse gemeenteraad werd gemaakt als ornament voor de nieuwe Beatrixbrug werd door de raad op 10 juni 1963 echter afgekeurd op "esthetische en technische gronden".

Na de afwijzing van het beeld werden diverse actiecomités opgericht om het beeld in Zaandam geplaatst te krijgen. Het beeld, inmiddels in beton gegoten, kreeg in 1971 een plaats op het Waterlooplein in Amsterdam. De marktkooplui hadden er naar verluidt een kwartje voor betaald. De Houtwerker is een constante strijd geweest tussen de bevolking (in een onderzoek onder 1000 Zaandammers wilde 91 pct. het beeld terug) en het gemeentebestuur.

Slavomir Miletic, met "De Houtwerker" eindelijk op zijn plek?

Detail foto van bovenstaande afdruk.

ZATERDAG bracht de kruidenier voor honderd gulden levensmiddelen bij Slavomir Miletic. "Het is betaald" zei hij, "door een goede gever". De bakker komt elke dag het oude huis aan het Rustenburg binnen en legt twee broden op tafel. Dat doet hij al drie maanden. Er is nog geen enkel brood betaald. "Hoeft ook niet," zegt hij. Miletics zwangere vrouw drinkt dagelijks gratis melk.
En het avondeten van de beeldhouwer en zijn vrouw bestaat meestal uit een (gratis) zakje patat, gehaald bij een kraam midden in het dorp. Het enige dat de patatbaas de laatste drie maanden voor zijn gebakken aardappelen van de familie Miletic kreeg, waren de hartelijke groeten als Miletic op de fiets langs kwam. "Hallo, alles goed?"

Gratis koffie, brood, melk, patat, Miletic heeft bij de Rotterdamse Bank N.V. te Zaandam een tegoed van fl. 2.221,92, maar omdat dát de fooi is, waarmee de gemeente hem wil "afkopen", zoals hij zegt, weigert hij het op te nemen. Zijn portemonnaie is leeg, hij heeft geen cent, de vriendelijkheid van Zaandamse burgers houdt hem in leven en goedige buurlieden komen hem zo nu en dan een sigaretje brengen.

In zijn huiskamerkast staat een flesje slivovitz, pruimenbrandewijn. Zo nu en dan neemt hij er een glaasje van. Hij is er zuinig op. Het is het laatste dat hij van zichzelf heeft. Miletic, Slavomir Miletic. In Zaandam en ver daarbuiten een zeer bekende naam. Er hoort een vrolijke, lachende, rondborstige en felle kunstenaar bij.

Hij heeft lange haren als Petrus in het passiespel, een kroezige zwarte baard en hij draagt tot op de draad versleten pakken. Hij speelt graag blokfluit, hij praat graag, hij schreeuwt graag, hij werkt graag en hij leeft graag. Hij is beeldhouwer – een van de grootsten van deze tijd, zeggen sommigen – hij is kunstenaar in hart en nieren: hij heeft nog nooit, in geen woord en in geen daad, zijn kunst verloochend.

Daarom heeft hij ruzie met het Zaandamse gemeentebestuur. Hij laat zich niet afschepen. Hij heeft een beeld gemaakt voor de Zaankanters. Het staat op een schuilkelder bij de gasfabriek. Vier meter hoog, gigantisch, overweldigend, indrukwekkend: een houtwerker met kromme rug en gestrekte handen, die naar de grond wijzen.

Een Zaankanter, zoals Miletic hem heeft leren kennen: op de manier van Vincent van Gogh, zéér menselijk, alléén maar menselijk, een slover voor zijn brood, een man die karakter genoeg heeft om te sloven. De houtwerker van de Zaanstreek. Een beeld, waarvoor honderden gemeentenaren in rep en roer zijn geweest. Een nu de gemeente het niet hebben wil, een beeld dat min of meer een nationale zaak is geworden.

Miletics vader, boer in Bosnië, Joegoslavië, verkocht in 1959 zijn laatste koe om Miletic wat leefgeld mee te geven, toen hij op de academie van beeldende kunsten in Belgrado een reisbeurs naar Parijs had gewonnen. In zijn land gold Slavomir Miletic, reeds als een zeer begaafd kunstenaar. Volgens de kritieken bezat hij een uitzonderlijk natuurtalent, dat in zijn meestal forse werk op prachtige wijze tot uitdrukking kwam.

In Parijs werkte Miletic drie jaar aan de Ecole des Beaux Arts, kreeg er verschillende exposities en trouwde er met het Nederlandse meisje Elisabeth Toutenhoofd, dat aan de Sorbonne Servische talen studeerde. Ondanks zijn onmiskenbaar talent bracht Parijs hem geen financieel voordeel.
Met "Elisabetta" reisde hij naar Nederland, kreeg een expositie in de Haagse "Galerie Loujetsky" – alle kranten op één na schreven zeer juichend over zijn duidelijke en zeer persoonlijke werk – en een tentoonstelling in het Amsterdamse "De Drie Hendricken". Daarna plofte hij financieel in elkaar, omdat exposities die wel bejubeld worden maar niets verkopen, erg onvoordelig zijn.

Toen de vreemdelingenpolitie hem – kunstenaar zonder geld – het land uit wilde zetten, ging Miletic eerst zilveruitjes inpakken bij Luycks en toen pudding in pakjes doen bij Honig in Zaandam. Zijn vrouw zat trouw aan zijn zijde naast de inpaktafel en alleen het kind, dat inmiddels gekomen was, bracht wat fleur in het sombere en vochtige bestaan in het kleine, Amsterdamse keldertje, dat de familie Miletic tot woning diende. Het geld van de koe was al heel lang op.

Een reportage in een Zaandams blad veranderde Miletics leven echter grondig. Directeur Paul Honig las 's avonds over het failliete leven van de kunstenaar en nam onmiddellijk het besluit zijn langharige werknemer de eerste opdracht in Nederland te geven. Een maand later stond een forse, betonnen mannenfiguur voor Honigs nieuwe gebouw: een arbeider die een zware last voortzeult.

Van zijn harde, donkere ledematen droop kostelijke veertig procents slivovitz, geurend van vreugde over dit eerste en belangrijke succes. Want de kritiek schreef: "… een monument van uitzonderlijk karakter … overtuigend door een vitale kracht … hartstochtelijk en springlevend … een monument, dat door de arbeiders van de Zaan wordt herkend en begrepen en dat ze reeds in hun hart hebben gesloten …een stoer stuk plastiek …"

Slavomir Miletic had tranen in zijn ogen, toen iedereen blij was met zijn beeld. "Dankie, dankie, potverdomie," stamelde hij in zijn uitzonderlijk, zeer gebroken Nederlands. "Dankie, dankie."
Een van de blijde, bewonderende en belangrijke personen bij de "doop" van Miletics jongste stenen kind was de Zaandamse wethouder van onderwijs M.J. Hille. De heer Hille, die reeds kennis genomen had van Miletics werk en die er een vurig bewonderaar van was, riep handenwrijvend – het was januari – de beeldhouwer terzijde. "Er moet een beeld komen op onze Beatrixbrug," zei hij Miletic. "Wilt u dat maken?"

Miletic is een man van daden. Het duurde geen dag of hij had een muur van zijn inmiddels verkregen noodwoning aan het Rustenburg te Zaandam met krijt en verf bewerkt. Een veel meer dan levensgrote houtwerker stond daar: zijn voeten op de planken vloer, zijn hoofd tegen het gele plafond. "Dit is hem," zei hij wethouder Hille en burgemeester Franken.

"Maak hem dan," zeiden én wethouder én burgemeester. Een een dolblije Miletic vierde die avond feest, omdat zijn naam verbonden zou worden met die van Zaandam. Zijn schepping, groots en magistraal reeds aanwezig op het behang, zou in beton of in brons, daarover was hij het nog niet eens geworden, op Zaandams grootste en nieuwste brug komen, een nijvere schepping van de gemeentearchitect Bakker, die spoedig veelvuldig bij de Miletics op de koffie – hij bracht de taartjes mee – kwam.

De opdracht was gegeven en bevestigd door het royale gebaar van burgemeester en wethouders van Zaandam de beeldhouwer Miletic een loods op het terrein van de gasfabriek als atelier te geven. Voor de golfijzeren, zeer grote loods reden vanaf die dag regelmatig auto’s met grote hoeveelheden klei. Eerst vijfhonderd kilo, toen nog eens vijftienhonderd kilo: de gemeente Zaandam betaalde.

En boven een klein kacheltje warmde Slavomir Miletic zijn handen om er de koude klei mee te kneden op het kolossale geraamte van hout, dat hij voor zijn Houtwerker had gemaakt. Hij hield niet op, hij kende geen rust, zijn ongelooflijke werklust kende geen leidsels.

Slavomir Miletic had geen zorgen. Zij hele hart legde hij in zijn opdracht. Hij zong Joegoslavische liederen en leerde meer Nederlandse woorden. "Hartstikke goed", "Arbeiters van Zaan", "Burgemeister goed". Hij werkte bezeten en geïnspireerd: hij wist wat hij maakte: een man die een gekromde rug heeft en die zijn armen uitstrekt naar omlaag, een man als zijn duizenden vrienden, want dat aantal liep met de dag op.

Slavomir Miletic dacht dat zijn zorgen voorbij waren. Hij zou vijftienduizend gulden voor zijn beeld krijgen. Dat was afgesproken. Het zat hem niet mee. Het weer bijvoorbeeld. Het vroor hard in het begin van het jaar. In de loods was het - ondanks de kachel – bitter koud. De klei was onhandelbaar en scheurde steeds, Soms, als hij een arm of been had gekneed, zag hij zijn werk van dagen in één nacht verloren gaan. En dan gemeentearchitect Bakker! Het was zíjn brug.
Het was zijn monument.

In gemeentekringen fluisterde men, dat hij zich erg gepasseerd had gevoeld toen burgemeester noch wethouder hem gekend had in de keuze van de beeldhouwer, die voor zijn brug moest gaan werken. Gemeentearchitect Bakker bracht behalve gebak bij de koffie op het Rustenburg al spoedig handzame boekjes mee met foto’s van bekende beeldhouwwerken. Gonzalez, Zadkine, Marini, Hepworth, Moore, Lembruck. "Kijk, die deden het zó."

Slavomir Miletic bromde dan wat. "Zou je niet eerst wat in deze boekjes kunnen studeren, voor je verder gaat?"
Miletic begreep Bakker niet goed. Zijn werk was niet het werk van Zadkine, Moore of Marini. Zijn werk was dat van Miletic. Eigen werk, dat iedereen kende: groots, meeslepend, zoals de kunstkritieken zeiden, driftig, maar bovenal lévend. Bovendien had Miletic zorgen. Hij was al weken bezig, toen hij "uitvroor".

De bevroren klei was onhandelbaar. Het was té koud in de loods en toen de dooi was ingetreden, was een groot deel van het beeld ineengezakt. De eerste bevroren klei was zacht geworden en gezakt. Dat waren zíjn problemen. Het wilde (nog) niet zoals hij wilde en bovendien maakte Bakker hem zenuwachtig door op zijn vingers te kijken.

1963: Uit de restanten van zijn in elkaar gezakte beeld "De Houtwerker" Op deze afdruk is te zien, dat Slavomir Miletic, bezig is met de tijdrovende restauratie van zijn vernielde schepping. De beste hulp heeft de beeldhouwer gehad van een stukadoor uit Beverwijk, door de Zaandamse goegemeente gedoopt tot "Willem met de baard"

Driftig was hij opnieuw begonnen. De steigers kraakten onder het geweld van zijn vuisten. Hij werkte als een paard. Zijn vier meter hoge Houtwerker kreeg weer gestalte. Uit alle teleurstelling verrees het beeld, dat generaties lang op de Beatrixbrug zou moeten staan. Geen Zadkine, Gonzalez of Hepworth, maar Slavomir Miletic, de Joegoslaaf, die leefde als een kluizenaar, en als een eenvoudig werkman. Zo beschenen de eerste magere zonnestralen van de lente Miletic en zijn beeld, dat gestaag naar zijn definitieve vorm groeide.

Maar Bakker vond het niet mooi. Het werd niet het beeld voor zijn brug, zoals hij dat zich altijd had voorgesteld. Als een gevangen dier liep de gemeentearchitect om het beeld heen en adviseerde uiteindelijk burgemeester en wethouders zijn afkeuring over te nemen. Men deed dit onmiddellijk.
"Het is technisch niet goed," zei de heer Hille.
"Artistiek is het ook knudde" zei de architect.

Maar omdat eigenlijk niemand van het gemeentebestuur in staat was een gegrond (en Miletic voegt hierbij: "vernietigend") oordeel te geven, werd een "geheime" commissie benoemd, die bestond uit de gemeenteadviseur in vaste dienst, de beeldhouwer professor Esser, en een Amsterdamse gipsgieter.

Blééf later voor gemeenteraadsleden de vraag of deze commissie, die gewoonlijk mét burgemeester Franken en gemeentearchitect Bakker optreedt als vaste cultuurcommissie in Zaandam, wel zo objectief, zo onpartijdig was, als werd voorgesteld. Blééf voor kunstcritici de vraag bovendien of het juist niet de bij de opdracht gepasseerde professor Esser was, die graag het beeld op de Beatrixbrug had willen maken.

Nog erger dan "potverdomie" waren de hartgrondige vloeken, die de opvliegende beeldhouwer Miletic oplepelde, toen hij – het was begin juni – per brief vernam dat zijn beeld niet geaccepteerd zou worden, op grond van het advies van de "geheime" commissie. Woedend schreef zijn vrouw voor hem aan het gemeentebestuur: "Is het de gewoonte van de heren Esser en Royer (de gipsgieter) achter de rug van een kunstenaar een atelier binnen te dringen om voor geheim expert te spelen?" En Miletic brulde over het terrein van de gasfabriek, waar iedereen op zijn hand was: "Die Esser is gekomen en gegaan, terwijl ik drie minuten op de w.c. zat. Hoe heeft hij mijn werk dan beoordeeld?"

De brief met de afkeuring bevatte ook een afrekening: Miletic zou zesduizend gulden krijgen, waarvan de gemeente eerst betaalde voorschotten en materiaal, tezamen fl. 3.278,08, aftrok. Van de resterende fl. 2.721,92 werd vijfhonderd gulden bij de vreemdelingenpolitie gedeponeerd en de rest werd – na weigering van Miletic het in ontvangst te nemen – bij de bank vastgezet, waar de beeldhouwer het tot 1 januari 1964 kan afhalen.

Miletics verweer op professor Essers advies was: "De Houtwerker was nog niet af. Ik moest er nog tien dagen aan werken. Bovendien kon mijn beeld alleen buiten, in de ruimte, beoordeeld worden". En zijn antwoord aan het gemeentebestuur was kort en goed: "Ik zal mijn beeld afmaken en het de bevolking van Zaandam laten zien. Laat de mensen, de arbeiders zelf, oordelen over een van hen, in gips gevangen".

Maar de gemeente zag daar weinig in. Zij zette de aanvoer van materiaal stop en verbood het personeel van de gasfabriek Miletic te helpen zijn plan te volbrengen.

Dat het beeld toch zover klaar kwam, dat het in gips gegoten en naar buiten gesleept kon worden, was te danken aan Zaandamse particulieren, die Miletic spontaan met geld en goed kwamen helpen. En aan het personeel van de gasfabriek, dat het bevel van het gemeentebestuur negeerde en de beeldhouwer bleef helpen en zelfs een kraanwagen voor hem huurde om de stukken gips, die tezamen het nieuwe beeld in de openlucht moesten vormen, te vervoeren.

Maar opnieuw speelde het weer Miletic parten. Door de aanhoudende regen én door de haast waarmee de laatste dagen gewerkt was, was het gips niet goed gedroogd en voor het forum van meelevend Zaandam, voor film en televisie kijkend publiek, zakte de trotse gipsen Houtwerker van Slavomir Miletic als een zachte pudding ineen, toen de kraanwagen er de kop bovenop zette.

Dat was maandag 17 juni. Miletic huilde als een kind. Zijn vrouw moest overstuur weggebracht worden. Een actiecomité van Zaandamse burgers, die Miletic wilde helpen, zat teneergeslagen bijeen. De mensen die de roemloze ondergang van de Houtwerker hadden gezien, gingen verdrietig naar huis. De Vincent-van-Goghweg, waarover het beeld had moeten uitkijken, lag verlaten als altijd.

Iedereen – behalve uiteraard het gemeentebestuur – zat in zak en as, maar Slavomir Miletic was de eerste die zich herstelde. Een uur na de ramp begon hij opnieuw. Hij verzamelde de mallen, zo goed en zo kwaad als het ging. Hij stond wéér op de steigers en merkwaardig genoeg – hij lachte. Hij was op dat moment de enige die vrolijk was. Hij was opnieuw begonnen. Er was geen verleden meer; de toekomst telde slechts.

Hij zou een nieuwe Houtwerker maken.

En een maand later stond ie er weer, reusachtig, springlevend, mooi van kleur, geweldiger dan ooit.

Het was of alle tegenslag louterend had gewerkt. Een sterke Zaankanter op een schuilkelder, een nieuw monument waarvan de Hilversumse kunstcriticus ds. A.L. Broer schreef: "Naast de dokwerker in Amsterdam, Zadkines beeld in Rotterdam en de Visser in IJmuiden zou dit een vierde grandioos beeld zijn, een sieraad voor stad en land." En over de weigering van de gemeente: "Het zou een geweldige blamage voor Zaandam zijn wanneer dit prachtige beeld er niet komt. Wat voor intriges zitten daarachter?

Op 14 augustus verscheen er in het Algemeen Handelsblad een kritiek van Nederlands gezaghebbende kunstcriticus Hans Redeker, onder de kop: Miletics Houtwerker verdient zijn vaste plaats. Passages hieruit: "Het (beeld) is een gebaar, hartstochtelijk, rauw, heroïek, pathetisch zo men wil, maar zoals wij het binnen de tuin van onze eigen kunst niet kennen …""De arbeider, de mens van de Zaanstreek, herkent zich in dit beeld en hij heeft gelijk."

En … "Wanneer het gaat om een strijd tussen artistieke potentie en theorie (H.R. doelt hier op de technische bezwaren, die tegen het beeld geuit zijn. Red. Pan.) heeft de theorie te wijken. Geen bezwaar, geen excuus, geen uitvlucht houdt stand tegen de krachtige, hartstochtelijke daad van een kunstenaar, die, bij toeval van over onze grenzen gekomen, een monument tot stand bracht, waarmee geen overheid voor het oog der toekomst voor spot zal staan … "

Na het verschijnen van deze lovende kritiek en nadat een raadslid hierover vragen had gesteld aan B. en W. haastten de vroede vaderen van Zaandam zich een nieuwe "beoordelingscommissie" in het leven te roepen. Een objectieve commissie, zoals burgemeester Franken verklaarde, en die bestond uit de Nederlandse Kunststichting te Zeist.

Maar de eerste doelstelling van de Nederlandse Kunststichting – die zeer zwaar gesubsidieerd wordt door het ministerie van O.K. en W. – is het werk van Nederlandse kunstenaars aan de man te brengen. De commissie bestond uit de heren H. Swart, directeur van de stichting, de heer K. Schuurman, lid van het bestuurscollege van dezelfde stichting, en de heer D. Schwagermann, collega van de heer Schuurman en adjunct-directeur van het Haarlemse Frans-Halsmuseum.

In het gejuich, dat alom werd aangeheven omdat B. en W. van Zaandam zo sportief waren geweest nóg eens een onpartijdige commissie naar een oordeel te vragen, hoorde men nauwelijks de stem van Slavomir Miletic, de beeldhouwer, die verdwaasd bij zijn vrouw Elisabetta uithuilde: "Nu hebben ze drie mannen gestuurd die denken als mannen van tachtig jaar … Frans Hals zou zich in zijn graf omdraaien, als hij kon zien, hoe een van zijn vazallen zich gedroeg." En in het "Hollands": "Kleine mannetjes, burgers met geen eer, niet-kunstenaars …"

En het oordeel van deze commissie luidde: "Er is geen beeld tot stand gebracht, dat de toets van een serieuze kritiek kan doorstaan …"

Toen deze in in een raadsvergadering werd voorgelezen, werd het op de publieke tribune, waar Slavomir Miletic, met zijn vrouw en aanhang wachtten op een, zoals ze stellig geloofden, heel andere uitslag, even doodstil. En toen het langzaam tot de beeldhouwer doordrong – men had het vonnis in het Nederlands voorgelezen – dat men zijn werk toch nog had afgekeurd, stond de leeuw Miletic brullend op, schudde zijn manen en schreeuwde vernederd en ontgoocheld: "Dankie, dankie, potverdomie, dankie." En terwijl hij zijn vuisten gebald – de publieke tribune afliep: "Dynamiet … potverdomie … drinken … wodka … wodka drinken … dynamiet."

Heel alleen verdween hij in het avondlijk duister. Zelfs zijn Elisabetta kon hem op dat moment niet helpen. Slavomir Miletic, de dertigjarige Bosnische beeldhouwer, was alleen, zoals zijn "geestelijke leermeester" Vincent van Gogh alleen geweest moet zijn in de somberste uren van zijn kunstenaarsleven.

Later zei hij: "Warum hebben ze dat gedaan? Ze zeiden: bield niet mooi. Maar wat is mooi? Dat bield is mijn hart. Mijn hele hart. Warum is mijn hart niet mooi?"

Hij kijkt naar de jampotjes met kwartjes en dubbeltjes, die hij van de goede Zaandamse bevolking kreeg. Hij kijkt naar het materiaal, gips, klei, schoenen, die hij van Zaandamse aannemers kreeg. Hij drukt iedereen de hand. Hij ziet de broden van de bakker, de melk in de flessen, de patat, de sigaretjes: het beeld heeft hem ongelukkig gemaakt en berooid. Want hij weigert de fooi aan te nemen van de gemeente. "Bield ist goed. Bield is prima. Ze betalen én plaatsen of anders dynamiet. Wel betalen en niet plaatsen, dan ook dynamiet."

Want Miletic zit niet op geld te wachten – hoe armoedig hij ook leeft. Wat hij wil is een plaats op de brug en die krijgt hij niet. Zaandam – het arbeidende volk – schaart zich achter hem, schildert zijn naam op muren, praat over hem, haalt geld voor hem op. Er wordt een enquête gehouden: aan elfhonderd Zaandammers wordt een mening gevraagd over het beeld. Meer dan duizend Zaandammers zeggen dat ze het beeld op de brug willen hebben. Slechts twee procent, zegge en schrijve, tweeëntwintig mensen, vindt het beeld niet mooi.

Zaandam staat achter de behaarde en bebaarde beeldhouwer. Hij heeft de arbeiders mee. Ze zeggen zichzelf te herkennen in die figuur op de schuilkelder. Ook zij hebben kromme ruggen en ook zij hebben ingevallen gezichten. Op een vergadering van een actiecomité die wij meemaken, lijken alle mensen op de aardappeleters van Van Gogh: gedeformeerd, maar tot in de uiterste vezels menselijk.

De arbeiders, de bootwerkers en de houtwerkers van Zaandam herkennen zich in het beeld en willen dat het op hun Beatrixbrug komt. Ze lopen met spandoeken door het dorp, voor het huis van burgemeester Franken, een huis met klimop en kleine raampjes. Commentaar van wethouder Hille op de enquête: "Ach, Zaandamse arbeiders zijn altijd tegen het gezag!"

Slavomir Miletic heeft verloren. De gemeente zal hem voorlopig niets in de weg leggen. Het beeld mag nog bij de gasfabriek blijven staan, omdat "het vanzelf wel in elkaar zakt als de nachtvorst komt".  Dat is zo, want het is van gips. Daar wacht de gemeente op. Miletics verblijfsvergunning loopt op 1 november af. Hij heeft zijn Houtwerker voor een goede prijs kunnen verkopen aan Thomsons Havenbedrijf in Rotterdam.

Hij heeft geweigerd. "Bield prima Zaandamse mens,"zei hij "Arbeiters in Zaandam wielen bield. Bield niet meer van Miletic. Bield van arbeiters van Zaandam. Kunstenaar is van arbeiters.

Hij gaat met zijn vrouw terug naar Joegoslavië. Daar begint hij weer opnieuw. Daar zal ook hun tweede kind geboren worden.

"Zijn tragedie is," zegt zijn vrouw Elisabetta, "dat Kunst tegenwoordig niet meer voor het volk mag zijn. Wat begrepen kan worden, is niet goed. Wat modern is en onbegrijpelijk, is niet te beoordelen en daarom goed".

De Zaandamse arbeiders hebben óók verloren. Mokkend. Hun "zaak Miletic" ging de geschiedenis in als – zoals de perschef van Bruynzeel, de heer Crone het zo treffend zei – "gemelk over een rotbeeld".

De heer Crone had het werk nooit gezien, toen hij dit zei. Maar als de nachtvorst voor de zoveelste maal een einde gemaakt zal hebben aan Miletics Houtwerker, wordt de vraag wie gelijk had vanzelf overbodig.

Door Henk de Mari.


5-2.jpg

Dirk Versteeg, was bij de onthulling: Ik heb met groot genoegen Miletic, gadegeslagen. Hij klom, terwijl ik mijn tekst stem gaf, omhoog op het voetstuk. Daar staande, bevestigde hij een bloemenhulde aan de houtwerker. Met deze grandioze handeling gaf hij het beeld een ziel.

Gedicht van Dirk Versteeg, voorgedragen na de onthulling.

Geurend hout, vermengd met stoom.
Bundels hangend in de boom.
Buitenboord gedraaid met lieren.
Werkers, bezig met gestaalde spieren, lossende nog met de hand schepen haast uit ieder land.

Noren Finnen Denen Russen,iedere natie is er tussen Zweden Ieren, enzovoort.
De tand des tijds heeft het verstoord.
Verloren stond in Amsterdam.
Een beeld van Zaanse eer.

De werker wiens gespierde kracht.
Zorgde voor brood en meer.
De handel en de industrie.
Die groeiden door zijn glorie.

Bedienen zich van vorkheftrucks.
Al het andere is historie.
Dat beeld van kracht, geput uit velen.
Wier werkersvrucht, wij allen delen.

In weer en wind, hier op een brug.
Brengt uit herinnering, iets bij ons terug.
In de nacht na 12 uren zijn de straten van Zaandam.
Schijnbaar leeg de mensen slapen.

Maar weet je wie ik tegen kwam.
Napoleon hij liep te flirten, met Vreeman langs de Zaan.
Tsaar Peter liet zijn boot te water, wilde niet op zijn voetstuk staan.
Tussen bier en sigaretten, tussen jazz en popfestijn.

Had hij trek in een verzetje 't viel niet mee om dood te zijn.
Ook kwam ik in die nachten tegen, kruideniers als Albert Heyn.
Koekebakkers als Verkade.
William Pont, ook nog Daam Schijf, 'k zou nog uren kunnen praten van koene daden groot en klein, als je mij de tijd zou laten zou ik hier morgen vroeg nog zijn.

Het meeste spreekt tot mijn verbeelding in 't strijdbaar volk hier aan de Zaan, dat het na zo vele jaren………Miletic…..niet in zijn hemd laat staan.
't is een wonder, haast een wonder, het beeld dat aan zijn brein ontsproot.
Is na jaren zwerven dwalen, van Waterlooplein tot in de goot hier aan de haven aan het water tot herinnering opgesteld.
Aan die mannen zwoegers, zweters, plankensjouwers voor wat geld.
Ja zo ben ik dan getroffen door dit beeld van pure kracht, dat uit het… nabij verleden deze houtwerker mij bracht.

Ja zo ben ik dan getroffen door dit beeld van pure kracht, dat uit het… nabij verleden deze houtwerker mij bracht.

Dirk Versteeg.


6.jpg

Zondagmiddag 20 juni 2004 is eindelijk, na 40 jaar in Zaandam "De Houtwerker" aan de Houthavenkade geplaatst. De beeldhouwer Slavomir Miletic en zijn vrouw Elisabeth, waren per limousine opgehaald. Ruud Vreeman, nu ex-burgemeester van Zaanstad, verwelkomde de kunstenaar. Er was een grote groep mensen gekomen om dit mee te maken. Met de auto, met de fiets en vanaf de Haven kwam men lopend naar dit evenement. Onder hen de echte houtwerkers van weleer. De Houtwerker is nu in brons gegoten en kijkt uit over het water van de Zaan.

7-2.jpg

Daar waar vroeger de zeeschepen lagen, zij aan zij. Volgeladen met hout. De houtwerkers haalden stuk voor stuk, soms wel tot 's avonds laat de boot leeg en legden het hout op dekschuiten die dan naar de opslagplaatsen gingen op het Eiland. Als je nu het rustige water bekijkt, kun je je het bijna niet meer voorstellen. De drukte, de grote zeeschepen, het lawaai van het hout.

8-2.jpg

9-3.jpg

De noeste arbeid van de houtwerkers. En ook de zeelieden uit verre landen, die de schepen bemanden.
Dàt was de Haven! Daar staat de Houtwerker voor. De Houtwerker is een eerbetoon aan al de harde werkers. 

En, zoals Ruud Vreeman, zei in zijn speech: "Ook begon hier het werk van de houtwerkers-bond. Hier werd geschiedenis geschreven". Ja, van een oud-vakbondsman mag je dat verwachten. Een eresaluut aan de harde werkers van weleer. De Houtwerker.

In 1962 kreeg de beeldhouwer Slavomir Miletic, van het College van Burgemeester en Wethouders van Zaandam de opdracht om een beeld te maken ter ere van de werkers in de Zaanse houtindustrie. De aangewezen plaats voor het beeld was de in 1958 voltooide Beatrixbrug.
Op een terrein van de gasfabriek aan de Westzijde begon Miletic, in een loods te werken aan zijn Houtwerker. Het beeld werd echter door een commissie afgekeurd, daarom wilde het College er van af.

De houtwerker ging via de Oostzanerdijk naar het Waterlooplein in Amsterdam, waar het ca. 25 jaar zou blijven staan op de markt. Toen moest het ook daar weg en het beeld kwam bij een transportbedrijf in Zaandam. Via de Zaanse Schans en een bronsgieterij kwam het beeld uiteindelijk weer in Zaandam, nu Zaanstad, met uitzicht op de balkenhaven van voorheen.

De houtwerker hier te zien op het Waterlooplein in Amsterdam.

1971: "De Houtwerker" aangekocht door de gezamenlijke handelaren van het Amsterdamse Waterlooplein. De prijs? een kwartje. Hier is "De Houtwerker" op het plein te zien.

In datzelfde jaar 1971: Afdruk van Slavomir Miletic, bij zijn arrestatie nadat hij samen met zijn vrouw, twee beelden (Annemarieke en Dakloze) met bijlen in stukken heeft geslagen. Na tien minuten hakken werden de bijlen afgepakt. Waarna zij onder hevig verzet, in het busje naar het politiebureau werden gebracht. Voordat Slavomir Miletic, met het stukslaan begon, had hij in het gebouw van de Tweede Kamer, tevergeefs naar Minister-president De Jong, gezocht. Later ging hij naar de ambtswoning van de premier, maar werd daar niet toegelaten.