Home » Historie-Friesland » Drachten » Thijs en Evert Rinsema

Thijs en Evert Rinsema

Thijs en Evert Rinsema uit Drachten. Thijs en Evert Rinsema, bekend door hun schilderskundige respectievelijk literaire kwaliteiten.

Door kleinzoon Thijs Rinsema. thijsrinsema@kpnmail.nl


Thijs Rinsema.

Geboren te Drachten (Smallingerland) op 18 juni 1877
Gestorven te Smallingerland 1 maart 1947 

  • Kwalificatie collagekunstenaar, schilder van bloemstillevens, figuurvoorstellingen, non-figuratief, portretten en stillevens. 
  • Stroming dada kubisme de-stijl.
  • Evert en Thijs Rinsema, twee artistiek bevlogen schoenmakers uit Drachten. 
  • Thijs Rinsema, Kurt Schwitters en Theo van Doesburg vertegenwoordigden de internationale stromingen Stijl en Dada in Drachten.

In WO1 was Theo van Doesburg gemobiliseerd. In die tijd ontmoette hij Evert Rinsema. Een schoenlapper uit Drachten die net als hij geïnteresseerd was in literatuur. Het werd een vriendschap voor het leven. Theo van Doesburg zocht hem regelmatig in Drachten op. Broer Thijs, ook schoenlapper, schilderde graag en werd door Theo van Doesburg aangezet om dit meer te gaan doen. (Er hangen schilderijen van hem in museum Smallingerland).

Ze ontwierpen samen meubels die ze ook uitvoerden. (Er staat een dressoir in het centraal museum in Utrecht). Via de broers Rinsema kwam Theo van Doesburg in contact met de gemeente architect van Drachten: Cees de Boer, die van Doesburg in 1920 zou benaderen om een kleurenschema voor 14 middenstandswoningen en de rijkslandbouwschool te maken. Ook bezocht de Dadaïst Kurt Schwitters de broers Rinsema regelmatig. Er werden collages gemaakt (ook in museum Smallingerland) en klankgedichten.

In 1877 werd in Drachten Thijs Rinsema geboren. Drie jaar later zag zijn broer Evert het levenslicht en negen jaar daarna zijn zus Rienkje. Vader Durk Thijses was leerlooiers knecht en het mag dan ook geen verwondering wekken dat zowel Thijs als Evert een beroep kozen, dat aansloot bij dat van hun vader. Beiden werden schoenmaker en beiden zijn dat bijna hun gehele leven gebleven.

Bekend is dat Thijs tot een jaar voor zijn overlijden in 1947 zijn beroep nog uitoefende. Toch zijn beide ‘Drachtsters’ niet bekend geworden omdat het zulke voortreffelijke schoenmakers waren. Maar dát ze dat waren, blijkt uit een uitspraak van collega-schoenmaker en overbuurman Padieske: ‘Het waren heel beste vaklui.’ Neen, de twee broers verwierven al was het lang na hun dood bekendheid door hun schilderskundige, respectievelijk literaire kwaliteiten.

Thijs Rinsema en zijn vrouw Nel.

Theo van Doesburg.

Evert kwam tijdens militaire dienst in 1914 Theo van Doesburg tegen en tussen hen groeide een vriendschap die tot Van Doesburg’s dood in 1931 zou duren. Zo gebeurde het dat ook broer Thijs in contact kwam met Van Doesburg; grondlegger van ‘De Stijl’ en ‘Dada’ in Nederland. Het was door deze kunstenaar dat zijn wijze van schilderen in een bepaalde richting werd gestuurd. Thijs begon zich namelijk te manifesteren als schilder in de traditie van Dada en De Stijl.

Hij werd een in kleine kring gerespecteerd kunstenaar, ontmoette andere bekende kunstenaars en verwierf prijzen met zijn werk. Leuk aan zijn werk is het feit, dat hij zich als eerste schilder bezig hield met het afbeelden van voetballers. ’t Kwam hem daarom goed uit dat er net een voetbalclub bij hem in de buurt de V.V. Drachten was opgericht en dat zoon Dirk daar lid van werd. Kon hij mooi gaan kijken en er abstracte schilderijen van maken. Juist die werken zijn nu wereldberoemd.

Thijs Rinsema aan het schilderen in zijn fraai beschilderde Stijlkamer.

Maar hij liet het niet bij voetballers alleen, ook de renbaan op het VVV-terrein bezocht hij af en toe om, de over hindernissen springende paarden tijdens de concours hippique die daar werden gehouden, te schilderen. En… erg origineel waren zijn tekeningen en schilderijen waar fluitketels, pistolen, scheerspiegels en Odol-flesjes de hoofdrol speelden. Daar keek men in Drachten toch wel wat vreemd van op. Een ieder die dat wilde kon namelijk kennis nemen van zijn werken, want Thijs liet de Drachtsters geen schoenen in de etalage van zijn schoenmakerij zien, maar stelde er zijn schilderijen ten toon.

Schilderij bloemstuk.

Kurt Schwitters.

Via Theo van Doesburg kwam Thijs in contact met de Duitse dadaïst Kurt Schwitters. Deze kwam regelmatig naar Drachten om samen met Thijs kunst te maken. Nu eens collages van stukjes papier die beide heren uit het bos bij Beetsterzwaag haalden, dan weer doosjes beplakt met kleurige stukjes fineer.

Ook hier kon Drachten nauwelijks aan wennen! Kurt Schwitters kwam overigens niet alleen om te werken en lekker te eten want eten dát kon deze bijna twee meter lange Duitser! doch ook om zijn werk aan welgestelde Drachtsters te verkopen.

Eveneens een reden voor zijn komst was het optreden tijdens de nog steeds ‘wereldberoemde’ Dada-avond op 13 april 1923 in een zaal van De Phoenix in de Noorderbuurt. Thijs was dol op het contact met deze toch wel curieuze man. Het was een toneelspeler eerste klas die bij de Rinsema’s thuis, in hun woning aan de Zuidkade, met alle soorten van genoegen het alfabet zowel van achter naar voor als van voor naar achter opzegde en boven aan de trap declamaties ten beste gaf.

En… als hij dan weer eens bepakt en bezakt met de tram in Drachten arriveerde, ging hij natuurlijk niet door de deur bij Rinsema naar binnen dat was hem te gewoon maar koos hij steevast het raam als entree. Na de veelbesproken Dada-avond, die in Drachten voor nogal wat opschudding had gezorgd, werd Thijs alhoewel hij er nauwelijks iets mee van doen had altijd met het wereldvreemde Dada geïdentificeerd. Kwamen mensen hem op straat tegen dan klonk het: ‘dada’ in plaats van ‘dag’.

Thijs vond dat prachtig en heeft de periode tussen 1920 en 1930 altijd als het hoogtepunt van zijn leven beschouwd. Daarna waren, door het overlijden van Theo en de verhuizing van Kurt naar Noorwegen, de contacten voorbij.

Tekening van Thijs Rinsema.

De 'filosoof'

En broer Evert? Die vond het ook allemaal even schitterend. Hij schreef uitgebreide filosofische brieven naar Theo van Doesburg en maakte ‘volzinnen’, een soort gedichten waarin bepaalde eigenschappen van de mens kritisch onder de loep worden genomen.

Tijdens zijn leven zijn niet meer dan twee dunne boekjes met deze gedichten uitgegeven; een in 1920 en een in 1947. Het maakte Evert echter weinig uit, hij was een bescheiden mens die niets om bekendheid gaf.In tegenstelling tot Thijs was Evert niet getrouwd, maar woonde samen met zijn moeder Corjonda in een huis aan de tegenwoordige Burgemeester Wuiteweg, op nummer 77.

Theo van Doesburg kwam regelmatig bij hen over de vloer en liet zich door moeder Rinsema royaal verwennen. Later, na zijn huwelijk.. Evert trouwde op 52-jarige leeftijd en verhuisde naar Assen sprak hij tegen vrienden en bekenden nog steeds vol weemoed over zijn contacten met de ‘grote’ Theo van Doesburg.

Nellie, Thijs (de kleinste) en Evert achter het huis van Thijs en Nellie aan de Zuidkade nummer 23 (inmiddels afgebroken)

98cf486e6d354c428fee0ad859ad8a77.jpg

Thijs Rinsema

656a6b2804d84b3b8ef155f9fe08be6e.jpg

Evert Rinsema

Nelly, Thijs en zoon Dirk Rinsema in de tuin achter het huis.

Broers maar toch…

Leken zij op elkaar, de beide broers? Thijs was impulsief, driftig en soms kortaf. Dat kon je ook aan zijn lopen zien: met driftige pasjes liep hij door het dorp. Een opvallende verschijning, dat kleine opgewonden mannetje met z’n puntbaardje. De filosofisch aangelegde Evert was veel rustiger en haast een beetje wereldvreemd. Ook zijn manier van lopen vertelde iets over het karakter of zoals Spahr van der Hoek het later zei: ’Evert Rinsema wie, nei ’t my foarstiet, in myld en hwat skrutel man hoeden sels yn syn manier fan rinnen (…)’

De mythe geboren.

Soms wordt gesuggereerd dat de opbloei van Thijs zijn kunstenaarschap slechts van tijdelijke aard was. Een constatering, gebaseerd op het ‘feit’ dat na het overlijden van Van Doesburg en het vertrek van Schwitters uit zijn leven, hij weer in de ‘oude’ traditie van bloemstukken schilderen verviel, evenals veel schilders dat in die tijd deden. Toch is dat maar zeer de vraag, want de bloemstukken die hij na 1930 schilderde op zijn minst bijzonder te noemen en bepaald geen natuurgetrouwe weergaven van de werkelijkheid.

Altijd zat er op een of andere manier wat symboliek in. Desalniettemin werd toch langzaam maar zeker de mythe rond Thijs en Evert geschapen, van die twee arme schoenmakers die naast hun werk ook nog wat aan kunst deden. Pas na het contact met hierboven genoemde artiesten van naam, zouden zij de kunstenaars worden die ze later bleken te zijn. Dat waag ik echter te betwijfelen.

In de eerste plaats waren Thijs en Evert bepaald geen ‘arme schoenmakers’. Ze konden zich goed bedruipen en waren daarnaast behoorlijk ontwikkeld. Van beiden is bekend dat ze reeds aan het begin van de twintigste eeuw toonaangevende literatuur en poëzie lazen. Uit het bezit van Thijs rest bijvoorbeeld nog een verhandeling over Multatuli, die hij al in 1902 toen 25 jaar oud had gekocht!  

Verder is bekend dat hij een voor die tijd behoorlijke bibliotheek van kunstboeken en filosofische werken had. Zijn vriend Cramer von Baumgarten vertelde later over hem: ‘Als Thijs Rinsema maar had kunnen leren toen hij jong was (zowel Thijs als Evert voltooiden slechts de lagere school, TR) dan was hij beslist een cultuurfilosoof van formaat geworden. Hij praatte overal zo gemakkelijk over, wist veel en had zichzelf Duits geleerd om de Duitse filosofen te kunnen lezen. Verder was hij goed in het beoordelen van kunst van anderen. Ook was hij het, die als eerste door had dat Van Meegeren schilderijen van Vermeer had vervalst.’

Woonhuis Evert en zijn moeder aan de Burg. Wuiteweg te Drachten.

En toen…

Evert vertrok uit Drachten na het overlijden van zijn moeder, om met zijn vrouw Coba in Assen te gaan wonen. Daar liet hij door architect Göbel een prachtig huis bouwen, op de wijze zoals zijn vriend Theo van Doesburg dat graag gezien zou hebben. Het huis staat er nog steeds en heeft terecht de status van gemeentelijk monument gekregen.

In 1954 moest hij noodgedwongen verhuizen. Hij kreeg TBC en moest kuren; eerst in Gennep en later in Heerenveen. In 1958 kwam hij nog een paar maanden terug naar Drachten, doch overleed datzelfde jaar in het ziekenhuis in Heerenveen.

Theo van Doesburg, de tweede van links ( Na correctie van Gerrit Velthuis) tijdens de mobilisatie.

Theo van Doesburg.

Thijs bleef Drachten tot zijn dood toe trouw. ’s Ochtends werkte hij in zijn schoenmakerij, waar hij nog steeds prachtige schoenen maakte. ’s Middags stapte hij, als hij tijd had, op de fiets om bloemen te plukken. Die zette hij vervolgens in een vaasje om ze in zijn ‘Stijlkamer’ – Thijs had een in felle kleuren geschilderde kamer die hij als atelier gebruikte te gaan schilderen.

Hij was tevreden met dit leven, al vond hij Drachten en zijn inwoners soms maar een ingeslapen dorp waar weinig te beleven viel. Dan trok hij er maar weer eens op uit en toog naar Amsterdam of Rotterdam om kunst in musea te bekijken, kunstboeken te kopen of bij kunstenaars aan te gaan.

De Tweede Wereldoorlog was vanzelfsprekend een moeilijke tijd en steeds minder werd mogelijk. Een enkele keer nog ging hij met zijn vrouw Nelle op de fiets naar Meppel om zijn zoon en schoondochter en later zijn pasgeboren kleinzoon te bezoeken. Maar veel kwam hij er niet meer uit. Dat werd kort na de oorlog nog moeilijker toen hij ziek werd. Na een zwaar ziekbed Thijs had kanker overleed hij in 1947.

Eindelijk erkenning?

Pas jaren na beider dood dook de naam Rinsema weer op in de kunstwereld; ’t was toch wel heel aparte kunst die deze schoenmakers maakten! De gedichten van Evert kwamen hernieuwd in de belangstelling en het werk van Thijs werd tentoongesteld op exposities.

Verder verschenen in de landelijke pers steeds vaker verhalen over die twee vreemde schoenmakers uit Drachten. De bekendheid van Thijs en Evert nam hand over hand toe. En, ineens werd de kunst van Thijs voor veel geld verkocht. Thijs en Evert Rinsema waren bekende Drachtsters geworden.

Thijs Rinsema, 1877 - 1947 Drie voetbalspelers.
Thijs Rinsema, 1877 - 1947 Drie voetbalspelers.
Thijs Rinsema
Thijs Rinsema
Collage Thijs Rinsema.
Collage Thijs Rinsema.
Omslag tweede gedichtenbundel Evert Rinsema.
Omslag tweede gedichtenbundel Evert Rinsema.
spanvis14-4.jpg
spanvis14-4.jpg
spanvis15-7.jpg
spanvis15-7.jpg
spanvis16-3.jpg
spanvis16-3.jpg

Unieke expositie over gebroeders Thijs en Evert Rinsema in Franeker Coopmanshuis. Het is gewoon te gek dat dit in Friesland in 1923 gebeurde, zei de directeur van het Franeker museum Tom Mercuur. Deze hoorde eens van de schilder Boele Bregman, dat er in Drachten voor de oorlog een dada-happening moest zijn geweest. Er zou daar een schoenmaker Rinsema geleefd hebben die contact had met van Doesberg.

1971
1971
Een van de zes doeken van Thijs Rinsema, waarmee de oudheidkamer ,,Smallingerland" werd verblijd.
Een van de zes doeken van Thijs Rinsema, waarmee de oudheidkamer ,,Smallingerland" werd verblijd.
Van links naar rechts, Walter van der Star, Jan Noordbruis en Watze hepkema. Drie ambitieuze ,,twens" in de Rinsema kamer in het Bleekerhûs.
Van links naar rechts, Walter van der Star, Jan Noordbruis en Watze hepkema. Drie ambitieuze ,,twens" in de Rinsema kamer in het Bleekerhûs.
,,Compositie" van Thijs Rinsema, een van de vele afbeeldingen in het speciale ,,Trotwaer" nummer over ,,Dada" in Drachten.
,,Compositie" van Thijs Rinsema, een van de vele afbeeldingen in het speciale ,,Trotwaer" nummer over ,,Dada" in Drachten.

TOP