Terkaple

TERKAPLE, Terkapple of Terkappel, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, arr., kant. en 2 u. N. W. van Heerenveen.

Het ligt niet onaangenaam, wegens de zeer nabij gelegen vischrijke Terkapelster-poelen. Men telt er 18 h. en 100 inw., die meest in de veeteelt hun bestaan vinden.

De Herv., die er ongeveer 70 in getal zijn, behooren tot de gem. van Terkaple-en-Akmarijp, welke hier eene kerk heeft, zijnde een eenvoudig gebouw zonder toren of orgel, met eenen klokkestoel op de begraafplaats.

De Doopsgezinden, van welke men er 30 telt, worden tot de gem. van Terhorne gerekend. - De 3 R. K., die er wonen, behooren tot de stat. van Joure.

Weleer lag hier in den Slagtedijk de Veenheerenzijl. (Zie Heerenzijl), en ten N. W. van de kerk stond de state Oenema. Zie dat woord.

Keimpe Tjeskes van Terkaple was mede onder degenen, die in den slag tegen Fox, bij Slooten, sneuvelde.

TER-KAPELSTER-POELEN (DE), de Kappelster-poelen of de Kapelster-poelen, meer, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, N. O. van en bij Terkaple.

Dit meer staat ten W. door de Heerenzijlsloot met de Soutepoelen, ten N. door het Drooggat met de Terhornsterpoelen, ten N. O. door de Gaatsesloot en O. door het Akkrumerrak met het Deel en O. mede met de Wijde-Geeuw in verbinding

TERKAPLE-EN_AKMARIJP, kerk. gem., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel. Me telt er ruim 200 zielen, onder welke 60 Ledematen, en heeft er een kerk zonder toren te Terkaple en een toren zonder kerk te Akmarijp.

Bron: vanderaa.tresoar.nl


TERKAPLE

Oenema

Het kerkje van Terkaple is, zoals de naam aangeeft, een dochterkerk, namelijk van Akkrum. Vanouds pretendeerde de familie Oenema het patronaatsrecht van Terkaple en van de naburige dorpen Terherne en Akmarijp. De eigendomssituatie sluit daarbij aan: Oenama-state lag vlak naast de kerk en het Oenema-land en het pastorieland grensden aan elkaar.

Stichting en dotering door (voorouders van) de Oenema's lijkt dan ook waarschijnlijk. De eerst bekende Oenema is Onna van der Cappele. Hij was de vader van "jonker" Tjepke Oenema (Tjeppus domicellus), wiens naam op de kerkklok uit 1472 voorkomt en die in 1466 ook een machtspositie te Joure blijkt te hebben. Interessant zijn in de 16de eeuw de uitingen van familiebewustzijn van de hoofdelingen van Terkaple. De kroniekschrijver Jancko Douwema (patrilineair een Oenema) spreekt veel over zijn familie; grafschriften en gewelfschilderingen in het kerkje getuigden ervan; en de bewoner Douwe Roorda van Oenema was aan het einde van de 16de eeuw een actief genealoog, die ondermeer Upcke van Burmania van gegevens voorzag.

P.N. Noome: De stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners


Naamlijst Predikanten: Terkaple en Akmarijp.

Terhorne was hier eerst mede gecombineerd tot 1615.

  • 1600. Mr. Douwe Rinses, zie klassis Zevenwouden
  • 1619 . Abraham Spillerii, welligt de opvolger van bovengenoemde, stond hier bij de onderteekening der formulieren in 1619, overleed den 6 Februarij 1621, en is in de kerk te Terkaple begraven.
  • 1622. Poppius Bootsma. Uit de onderteekening der formulieren, waar hij onmiddellijk volgt op bovengenoemden , besluit men dat hij hier omstreeks 1622 beroepen is, hij is afgezet in 1639, weder verkiesbaar verklaard in 1655, overleden 19 November 1672, en te Terkaple begraven.
  • 1640. Adolphus Klinkhamer, beroepen van St. Jansga, geapprobeerd en gedemitteerd den 10 April, overleed den 29 October 1657.
  • 1659. Nicolaus Wielstra, kandidaat, geapprobeerd den 13 April, lid der klassis den 4 Mei, is hier overleden den 5 Januarij 1665.
  • 1666. Johannes Steenhovius, kandidaat, geapprobeerd den 10 Maart, lid der klassis den 16 Mei, is verroepen tot conrector te Sneek, gedimitteerd den 5 Mei
  • 1676. Rombartus Tos, geboren te Harlingen, kandidaat, geapprobeerd den 4 October, lid der klassis den 29 Maart 1677, is vertrokken naar Oost-Indië, gedimitteerd den 21 Maart 1681.
  • 1682. Michaël van Doem, afgezet predikant van Augsbuurt, is weder hier beroepen, en zulks op attest van de klassis Dokkum en den kerkeraad van Damwoude, waar hij zich welligt, buiten bediening zijnde, opgehouden heeft; zijne beroeping is geapprobeerd den 14 October, en hij daarna bevestigd door Ph. Koëller en Abr. Poutsma, predikanten te Akkrum en Haskerhorne; hij werd lid der kl. den 3 Maart 1683, en emeritus den 31 Mei 1718 bij het collegie.
  • 1718. Allardus Fennema, geboren te Sijbrandaburen en daar gedoopt den 17 Junij 1688, Nic zoon, broeder van Boëtius, te Sijbrandaburen en Ibertus, te Leeuwarden, is kandidaat geworden bij de klassis Sneek in 1712, geapprobeerd den 5 October, lid der kl. den 4 Mei 1719, en overleden den 22 Januarij 1742.
  • 1742. Rombertus Edema, Joh. zoon, kandidaat, bevestigd den 2 December, deed, emeritus geworden, zijn afscheidsrede den 8 October 1797. Het verzoek, om het stipendium emeriti aan de commissie van Gedeputeerden uit het Provinciaal Bestuur , werd geweigerd. Hij overleed te Wolvega den 9 October 1808, oud bijna 91 jaren.
  • 1798. Geert Jan van den Broek, geboren te Leeuwarden, Gijsbert. broeder te Jelsum, kandidaat, deed, na bevestiging, zijn intreerede den 4 November, en nam, verroepen naar Wapserveen, (Drenthe), afscheid den 4 November 1804, ging naar Opwierda in 1810, en overleed daar den 18 Mei 1814, oud ruim 39 jaren.
  • 1805. H. Breijl, afgezet te Ursem?, is hier beroepen, door de klassis geapprobeerd den 4 December 1805, maar door de deputaten Synodi gedisapprobeerd den 8 Jannarij 1806; de uitspraak der deputaten is door de Synode den 23 Julij 1807 vernietigd, en Breijl verklaard niet bezwaard te zijn bij de dispositie van de klassis van Zevenwouden; haar verzoek aan den koning o in de sententie der Synode te vernietigen was gewezen van de hand. Synode 1808. Bij dispositie van den Min. v. Eeredienst 13 Februari 1809 No. 9 werd aan deze Gemeente vergund om voor ditmaal, zonder consequentie voor het vervolg, eenen pr.ed. te mogen beroepen.
  • 1809. Horatius Arents Ferf, geboren te Leeuwarden den 16 Maart 1790, kandidaat, bevestigd en intreerede den 4 November, nam, verroepen naar Wommels c. a., afscheid den 26 October 1810.
  • 1811. Murk Hotzes Ringnalda, geboren te IJlst den 28 September 1785, als kandidaat te Aduard in November 1809, deed, van daar hier beroepen, zijn intreerede den 9 Junij, en nam, verroepen naar Harlingen , afscheid den 19 Junij 1815.
  • 1816. Hans IJnsonides, geboren te Oldeboorn den 14 October 1791, kandidaat, bevestigd en intreerede den 28 Jannarij, overleed den 9 Junij 1820.
  • 1822. Cornelius Broersma, beroepen van Molkwerum, deed zijn intreerecle den 13 Januarij, en nam, verroepen naar Zunderdorp, afscheid den 25 Maart 1827.
  • 1828. Jan Hingst, geboren te Oosterend in October 1804, Alb. zoon, kandidaat, bevestigd en intreerede den 21 October, nam, verroepen naar Goënga ca., afscheid den 25 September 1831.
  • 1832. Roelof Witzenborgh Vinckers, geboren te Winschoten, kandidaat, bevestigd en intreerede den 10 Mei.

Er ontbreken: G. van Roggen 1874 — 75. M. B. Kim 1876-78. H. W. A. van Ake 1880-1887.

Bron: Tresoar.nl/wumkes/pdf

Op den 1sten April 1854 is de eerste steen tot dit kerkgebouw gelegd door Anne Jacobs Hilverda.

Zo vermeldt een steen in de muur vande kerk Roelof Witzenborgh Vinckers, was er toen predikant.

TERKAPLE

Het kerkje van Terkaple is, zoals de naam aangeeft, een dochterkerk, namelijk van Akkrum. Vanouds pretendeerde de familie Oenema het patronaatsrecht van Terkaple en van de naburige dorpen Terherne en Akmarijp. De eigendomssituatie sluit daarbij aan: Oenama-state lag vlak naast de kerk en het Oenema-land en het pastorieland grensden aan elkaar. Stichting en dotering door (voorouders van) de Oenema's lijkt dan ook waarschijnlijk. De eerst bekende Oenema is Onna van der Cappele. Hij was de vader van "jonker" Tjepke Oenema (Tjeppus domicellus), wiens naam op de kerkklok uit 1472 voorkomt en die in 1466 ook een machtspositie te Joure blijkt te hebben.2192 Interessant zijn in de 16de eeuw de uitingen van familiebewustzijn van de hoofdelingen van Terkaple. De kroniekschrijver Jancko Douwema (patrilineair een Oenema) spreekt veel over zijn familie; grafschriften en gewelfschilderingen in het kerkje getuigden ervan; en de bewoner Douwe Roorda van Oenema was aan het einde van de 16de eeuw een actief genealoog, die ondermeer Upcke van Burmania van gegevens voorzag.

Tot aan 1854 bezat het dorp een prachtige oude kerk, waarvan het plafond beschilderd was niet voorstellingen uit het Oude en Nieuwe Testament. Helaas is er niets van overgebleven dan een beschrijving en eenige teekeningen, thans in het bezit van het Friesch Genootschap.
Voorts ligt in het kerkportaal nog een grafzerk van rood Bremer zandsteen ter nagedachtenis aan den oudst bekenden stamvader van het geslacht Oenenia, Tjepcke Oenes, overleden in 1485
op Meidach.

In de kerk liggen nog twee belangrijke zerken n.l. van Keimpe en Douwe van Oenama (1570 en 1533) en van Douwe v. Roorda en zijn vrouw De Berghgreeff. Beide zerken zijn prachtige staaltjes van het oude ambacht, uitgevoerd door den Harlinger „stadsmetselaar en steenhouwer" Jacob
Louws, de stamvader van de steenhouwers familie Forschenburg, Forsenburg, Furstenburgh of Forenesenburg. (Tiaerd Louws Forsenburg)

Aan een vondst van den heer Penning is het te danken, dat deze bekwame steenhouwer Jacob Louws geïdentificeerd kon worden als een broer van den Harlinger stadssecretaris Tjaerd Lous of Theotardus Laurentii.

Aan de Oenema's herinnert nog een wapensteen met de wapens van Oenema en Roorda—De Borghgreeff, gemetseld in de voorgevel van Oenema-zathe of Roordahuis te Terkaple, terwijl daarbinnen nog een gebeeldhouwde schouw van 1602 wordt aangetroffen met de wapens van dat echtpaar en van hun ouders.

Oenemastate aan de Oenemawei 28 te Terkaple.

De schouw uit 1602 in Oenemastate.

Foto van: wikipedia.org Chr. school Terkaple-Akmarijp.

1956: De nieuwe Christelijke school voor Terkaple-Akmarijp, die dat jaar geopend werd.

Onderwijs en schoolmeesters te Terkaple.

In okt. 1581 was Ebe Ygesz, dorprechter te "Tercaple"; het is niet zeker of hij ook schoolmeester was.

In 1653 was Reymer Ellerts, ontvanger en kerkvoogd te "Tercaple"; in 1666 was hij dat nog. Mogelijk was hij schoolmeester. Op 6 mei 1666 trouwde hij met Gerbrich Jans, weduwe wijlen Duco Piery, in leven predikant te Foudgum. Reymer Ellerts, overleed op 3 jan. 1672.

  • Op 2 jan. 1672 is Trijntje Willems, huisvrouw van Tjepke Riemers, schooldienaar "in Capla, versturven". Op 18 sept. 1675 is Tjepke Riemers, "schooldienaar ende dorprechter in Capla
    versturven".
  • Op 26 nov. 1676 is op belijdenis des geloofs tot lidmaat aangenomen Isaack Jacobs Tiberius,
    schoolmeester "in Capla". Hij was dus de opvolger van mr. Tjepke, doch stond hier niet lang,
    want in 1684 reeds vonden we hem als schoolmeester te Akkrum.

Nu is er een hiaat. Misschien is Gabe Pieters, die hier in deze jaren (in 1674 reeds) als dorprechter en ontvanger voorkomt, ook schoolmeester geweest, maar zeker weten we het niet. Op 1 maart 1674 trouwde hij met Meintie Sijbolts, van Goïngarijp. Hij overleed op 18 sept. 1710; hij was toen ook ouderling.

  • Op 10 dec. 1713 wordt aangenomen tot lidmaat met attestatie van Heeg: Sibble Meijes, schoolmeester te "Tercaple". Op 14 jan. 1714 werd te Heeg attestatie gelicht om elders te trouwen, van Sibble Meijes en Rixtie Fockedr., beide "tot Heeg". Het huwelijk werd op 21 jan. 1714 te Terkaple voltrokken. Op 19 juli 1716 werd gedoopt Meije, zoon van Sibble Meijes Jaarsma, schooldienaar "tot Tercaple"; op 31 maart 1720 volgde een zoon Focke. Van febr. 1723 tot sept. 1725 was mr. Sibble ook diaken. In 1749-1750 was hem en zijn vrouw het avondmaal ontzegd; in 1759-1760 weer. Beide keren werden ze evenwel na korte tijd en betoond berouw weer liefderijk toegelaten. De reden vernemen we niet. Was het misschien de kwaal van zovele schoolmeesters (en anderen!) in die dagen: jeneveraandoening? Zo heeft hij hier met vallen en opstaan de school ongeveer een halve eeuw bediend. Kort na 1760 zal hij wel overleden zijn.
  • Op 12 mei 1765 werd toegelaten als lidmaat mr. Jan Gosses, met attestatie van Giethoorn, waar hij schoolmeester van Jonen en Dwarsgragt was geweest, doch op 20 okt. 1759 vertrokken naar Goïngarijp. Mr. Jan Gosses, trouwde op 14 mei 1769 met Trijntje Piers, van Goïngarijp. Hun zoons Gosse, Pier, Lolke en weer Gosse zijn hier resp. geboren op 6 nov. 1774, 13 dec. 1776, 6 juni 1783 en 5 maart 1789. Hij was hier in nov. 1791 nog en heeft de school bediend tot 1797. In sept. 1797 was de school vacant. Waarschijnlijk was hij toen overleden; zijn weduwe Trijntje Piers, is op 1 sept. 1827 te Terhorne overleden, oud 81 jaar.
  • In 1797 werd tot schoolmeester benoemd Rodmer Rodmers, van Wijngaarden, de op 8 okt. 1775 geboren zoon van de meester van Terhorne. Hij trad op 4 febr. 1798 in functie en trouwde op 18 maart 1798 ter Terhorne met Aaltje Hijltjes (later: Bootsma), ook van Terhorne. Hun zoons Hijltje, Rodmer en Jan, zijn hier resp. geboren op 20 april 1800, 22 maart 1806 en 9 april 1809. In 1817 gingen er maar 13 kinderen op school; het traktement bedroeg ƒ 80 van het dorp en ƒ 85 van de kerk. Bovendien was mr. Rodmer, veldwachter, wat nog ƒ 60 in het laadje bracht. In de Franse tijd was hij collecteur geweest, maar later was dat de onderwijzers verboden. In het voorjaar van 1843 deed hij, wegens ouderdom, afstand van zijn post. Op 79-jarige leeftijd is hij op 15 febr. 1855 overleden; zijn weduwe Aaltje, overleed op 17 maart 1859. Ze woonden na 1843 te Akmarijp.
  • Op juli 1843 trad zijn opvolger Lieuwe Annes Stienstra, in functie. Hij was ondermeester te Warns en bezat slechts de 3e rang. Op 9 dec. 1843 is hij getrouwd met Trijntje Ruurds Rijpkema, ook van Terkaple. In 1844 is hier een nieuwe school gebouwd. Het aantal leerlingen bedroeg een 20-tal; ze betaalden 30 ct. schoolgeld per 3 maanden. De kerk gaf nu ƒ 100 voor dienst als koster en voorzanger, de gemeente ƒ 80 en een vrije woning. In 1866 verhoogde de gemeente de jaarwedde van ƒ 300 tot ƒ 400. (Sedert de Wet van 1857 maakten de schoolpenningen geen deel meer uit van het onderwijzerstraktement.) Er waren toen 35 leerlingen. In sept. 1875 ging meester Stienstra, met pensioen; ze gingen in Terhorne wonen.
  • Zijn opvolger J. Bonsema, kwam in 1875 van Leeuwarden, waar hij ondermeester was. Hij was eerder ondermeester geweest te Bakkeveen, Marum, Borculo en Nuis. Hij was in 1848 te
    Wijnjeterp geboren, waar zijn vader "Onderwijzer der Jeugd" was. In 1881 besloot de
    gemeenteraad tot stichting van een nieuwe school met woning te Akmarijp en onttrekking aan
    de publieke dienst van de oude school te Terkaple. Op 11 juli 1881 werd deze nieuwbouw
    aanbesteed voor ƒ 11.391. Op 15 mei 1882 kon de nieuwe school in gebruik genomen worden. De school heet later in de gemeenteverslagen echter toch weer de school te Terkaple.
    Meester Bonsema, schreef een en ander in het Fries, bijvoorbeeld in "Sljucht en Rjucht" in 1915. In 1912 is hij met pensioen gegaan; hij is op 24 jan. 1920 te Lochum overleden.
  • Van 1912 tot 1921 was Jan A. Huyskes, hoofd van deze school.
  • In 1922 kwam P. Bus, die in 1930 naar Veendijk, gemeente Havelte, vertrok.
  • In 1930 werd mej. A. Schweer, onderwijzeres te Leeuwarden, tijdelijk benoemd. Op 18 juni 1931 werd zij vast benoemd als hoofd van deze school; tot 1 juli 1934, nadat de school op 10 jan. 1934 was opgeheven door Gedeputeerde Staten en beroep van de gemeenteraad op de Kroon op 12 juni 1934 ongegrond was verklaard.

Bijzonder onderwijs.

In 1912 verrees te Terkaple-Akmarijp, een hervormde school, aangesloten bij CVO, met als
hoofd Gerrit Keulen. Hij was onderwijzer geweest te resp. Joure, Gaastmeer, Oudega (HON),
Oppenhuizen en Hilversum. In 1923 werd hij leraar aan de hervormde kweekschool te
Leeuwarden. Hij is op 4 juli 1937 overleden, oud 52 jaar.

In 1923 werd J. Wester, hoofd van de bijzondere school te Stavoren, benoemd. In 1940 ging
hij met pensioen en werd hij opgevolgd door H.F.K. Koster. Deze werd in 1948 hoofd van een
school te Heelsum (Gld.).

In 1948 kwam A. Oosterhof, als zijn opvolger. Hij werd in 1953 hoofd van de hervormde school te Medemblik. In dat jaar werd S. Koudenburg, onderwijzer te Sexbierum, aangesteld als hoofd van deze school.

Bron: www.fryske-akademy.nl

Molen Heerenzijl: Een steen met inscriptie aan den Zuid-Oostkant vermeldt iets van zijn ontstaan: „De polder Heeringzijl onder Goïngarijp en Terkaple opgericht en de molen gebouwd in den jaren 1884. Onder het bestuur van T. W. Westerterp. H. R. Rijpkema. W. S. Peekema."
Toch is zijn ouderdom nog belangrijk hooger. De eerste bewoner en molenaar, Oene Jans Portijk, wist het haarfijn te vertellen. "De molen is in 1851 gebouwd voor de bemaling van den Opsterlandschen Veenpolder te Tjalleberd. Toen evenwel deze polder een gemaal kreeg. Is hij in 1884 overgeplaatst naar Terkaple. Daar moest vóór dien tijd de groote polder Heerenzijl worden droog gehouden door een 8-tal kleine molentjes van het type der „spinnekoppen".

Nimmer echter is massaal bezit bevorderlijk voor den vrede: men bezorgde door bemaling, doorsteking van dijken, afsluiten der pompen of anderszins elkander waterlast en daarom besloot men tot aanschaffing van den grooten molen uit Tjalleberd, die het geheele complex zou kunnen bemalen, want deze molen was toentertijd eenig jn zijn soort".

In hetzelfde jaar werd de weg Joure—Terhorne—Akkrum doorgetrokken, daar in 1883 de Heerenzijl, die het Sneekermeer en Terkapler poelen verbond was gesloten door een waterkeering. Oene Portijk hielp mee den molen afbreken in Tjalleberd, gaf zijn krachten om hem in Terkaple weder te doen herrijzen en heeft toen tegelijk met den molen zijn eigen woonplaats verwisseld.

Zie ook: www.molendatabase.org

Ondergelopen Terkaple.


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.