Tacozijl

TACOZIJL (DE), zeesluis, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Gaasterland. Zie Takozijl.

TAEKEZIJL, zeesluis, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Gaasterland. Zie Takozijl.

TAKEZIJL, sluis, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Gaasterland. Zie Takozijl.

TAKOZIJL, ook wel Takezijl, Taekezijl of Tacozijl gespeld, sluis in den zeedijk, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Gaasterland, 3/4 u. Z. van Slooten, aan eenen inham der Zuiderzee, die het water uit het Slootermeer, door de Ee, in de Zuiderzee brengt.

In vroegere tijden, en nog omstreeks het jaar 1595, was deze zijl, benevens die van Workum, de eenige bekwame haven voor Westergoo. Doch sedert dien tijd is de stand van zaken grootelijks veranderd en ook deze zijl nu van minder belang dan wel voorheen. Ondertusschen dient zij nog tot eene vrije uitvaart naar zee en tot uitwatering van onderscheidene meren en stroomen, zijnde zij thans nog van veel belang, omdat men bij hoog binnenwater, wanneer de gelegenheid daartoe gunstig is, daardoor veel water loozen kan. De vaart derwaarts is bekend bij den naam van Ee of Ea, en wordt op sommige kaarten wel de Rijn genoemd. Uit het Slootermeer voortkomende, loopt zij door de stad Slooten en geeft eene zeer bekwame uitvaart naar buiten. Het peilmerk is 3.694 boven A. P.

Deze zijl, was naar het schijnt, weleer een grietenij-zijl men vindt althans aangetekend, dat aan den Heer S. van Osinga, op zijn verzoek, in het jare 1644, vrijheid verleend werd tot het heffen van eenen matigen tol op de uit- en invarende schepen, om daaruit de kosten goed te maken, die vereischt werden, om de zijl behoorlijk te verdiepen en te onderhouden; doch thans komt zij ten laste en voordeele der provincie.

Bij Takozijl, op den dijk, staat een zeer goed gebouw, bewoond door den sluiswachter, die, door het ophalen van seinvlaggen, de uit zee of van binnenlands komende schepen te kennen geeft, of er bij Takozijl genoegzame diepte van water staat, om zich van deze havensluis te bedienen, dat niet altijd het geval is.

Bij deze zijl werd, in het jaar 1435, een blokhuis opgeworpen door de Vetkoopers, tegen de bezetting van Fox te Slooten, die zich van deze haven zocht meester te maken; doch in het volgende jaar werd de Groninger bezetting, die zich daarop bevond, na reeds vergeefs door de Sneekers, die het huis Harinxma te Slooten ingenomen hadden, belegerd te zijn geweest, door eenen zwaren storm genoodzaakt het ondermijnde gebouw te verlaten.

Bron: vanderaa.tresoar.nl


Bron Wikipedia: Tacozijl ligt op de grens van de voormalige gemeenten Gaasterlân-Sleat en Lemsterland bij de monding van de Ee in het IJsselmeer, tussen Lemmer en Sondel. Het telt slechts enkele boerderijen, een sluis en een Joodse begraafplaats. Aan de oostkant (vlak bij Lemmer) staat het Ir. D.F. Wouda-gemaal, dat op de UNESCO Werelderfgoedlijst staat.

De naam Tacozijl zou waarschijnlijk afgeleid zijn van de persoon "Taka", die bij de sluis woonde. Zijl is een woord voor spuisluis.

De Joodse begraafplaats 'Tacozijl' (Fries: Joadetssjerkhôf 'Teakesyl') in Friesland is gelegen bij Tacozijl. Ze heeft een oud en een nieuw gedeelte.

Het oudste gedeelte werd omstreeks 1802 ten behoeve van de Joodse gemeenschap in Lemmer aangekocht en lag vlak achter de zeedijk. Omdat de begraafplaats door zijn lage ligging regelmatig overstroomde en daardoor onbruikbaar werd, is door de burgemeester in 1876 een aansluitend hoger gelegen perceel grond geschonken. Daar werd een nieuwe begraafplaats ingericht. Er staan in 2010 op de begraafplaats nog 29 grafstenen. Op het oude gedeelte 21 en op het nieuwe gedeelte 8. De oudste steen dateert van 1817. In 1938 vond de laatste begrafenis plaats.

Op de begraafplaats bevindt zich ook een herinneringsmonument aan het feit dat drie Lemster Joden die in de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetters werden gedeporteerd, in het vernietigingskamp Auschwitz hun einde hebben gevonden.

In 1989 werd door een groep Lemsters de stichting Joodse Begraafplaats Tacozijl opgericht. Doel was de zwaar verwaarloosde begraafplaats te renoveren. Deze stichting zorgt nog steeds voor het onderhoud. Het beheer is namens de eigenaar het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap in handen van It Fryske Gea.

Afdruk van Gerben D. Wijnja. 1918: De vlag woei nog maar enkele dagen boven in den top van den hoogen schoorsteen van het in aanbouw zijde nieuwe stoomgemaal bij Lemmer, ten teeken, dat de laatste steen er aan gelegd was.

Tijdens een vreeselijke onweersbui is de schoorsteen getroffen door het hemelvuur, waardoor de helft, ongeveer 30 k 35 M., naar beneden stortte, terwijl het onderste gedeelte tot zelfs de gebetonneerde fundeering geheel scheurde. De bliksemafleider was nog niet ontvangen en dus nog niet geplaatst.

26 augustus 1938 is om 12 uur op last van Gedeputeerde Staten van Friesland de inlaatsluis bij Lemmer in bedrijf gesteld. De openstelling is zonder eenig officieel vertoon van autoriteiten geschied. De sluis is gebouwd voor rekening van de provincies Friesland en Groningen in de onmiddellijke nabijheid van het provinciale stoomgemaal bij Tacozijl.

Door middel van deze sluis zal het in de toekomst mogelijk zijn het water in den Frieschen en Groningschen boezem op peil te houden door inlating van water uit het IJsselmeer. De onderbouw werd geheel in gewapend beton uitgevoerd, waarvoor twee inlaatgangen van ieder 18 m 2 werden gemaakt.

In den bovenbouw, welke uit metselwerk bestaat, geschiedt de bediening, waarvoor geen machines zijn geplaatst. Op eenvoudige wijze kunnen de schuiven omhoog werden getrokken en kan het water binnenstroomen. Teneinde ondergronding te voorkomen, is voor de sluis een groot zinkstuk gelegd.

Den onderbouw heeft uitgevoerd de aannemer J. G. Steensma, te Lemmer, en den bovenbouw de Machine- en IJzergieterij v/h. Wispelwey en Co. te Zwolle.

Brug over stroomkanaal naar het stoomgemaal, de boerderij is later hotel Iselmar, geworden.

De kern van de buurtschap heeft altijd rond, wat van oorsprong een scheepvaartsluis was gelegen. Deze sluis is waarschijnlijk rond 1300 gebouwd. In 1953 werd er een nieuwe sluis gebouwd. De naam Tacozijl zou waarschijnlijk afgeleid zijn van de persoon Take of Taka, die bij de sluis woonde. Zijl is een woord voor spuisluis. De plaatsnaam werd in 1475 vermeld als Taeckazyl, in 1482 als Nya syl, in 1483 als Taka-zyl, in 1488 als Taecke-syl en in 1568 als Takeziel.

In de in 1788 uitgegeven boek Vereenigde Nederlanden, vijftiende deel valt te lezen dat Tacozijl in 1495 nog de enige goede haven was van Westergo maar dat de passage minder geschikt was voor zware schepen. In dat jaar werd er een blokhuis, soort van fort gebouwd om een overmeestering van het leger dat werd aangevoerd door Nittert Fox te voorkomen, in de strijd tussen de Schieringers en Vetkopers.

De Sondelerdijk, een slaperdijk tussen Sondel en Tacozijl werd in 1725 voltooid. Evenredig langs die dijkt loopt de Sondelervaart die in 1846 werd verbreed waardoor ook de dijk moest worden aangepast.

Bij de sluis heeft er lang een herberg gestaan. In 1905 werd deze herberg een woning met boerderij toen de drankvergunning werd ingetrokken. De boerderij brandde in 1935 af. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de betonnen brug van Tacozijl door de Duitsers opgeblazen. Later werd deze weer herbouwd. In 1928 was de brug al eens vervangen, voor die tijd was er een ophaalbrug gelegen.

De kern van de buurtschap is tegen het eind van de 19e en begin 20ste eeuw wat uitgedund geraakt. Zo bestaat de kern slechts uit enkele boerderijen, de sluis en een Joodse begraafplaats. Het relatief grote buitengebied van Tacozijl geraakte pas in de loop van de twintigste eeuw vast bewoond waardoor het aantal inwoners juist is gestegen.

Tot 1944 lag de buurtschap geheel in de gemeente Gaasterland. Daarna werd het opgedeeld over de gemeenten Gaasterland (per 1984 Gaasterland-Sloten) en Lemsterland. Per 2014 ligt de buurtschap weer in één gemeente, de gemeente De Friese Meren. De bewoning is qua adressering wel verdeeld, het grootste deel valt onder Lemmer en een klein deel valt onder Sondel.

Aan de oostkant, op het Oudmirderveld is er op het eind van 20ste eeuw een industrieterrein ontwikkeld, tegenover de Prinses Margrietsluis.

Bron: Wikipedia

1871: Zie ook: www.riedo.nl

De Prins 1920: Officieele opening van het Provinciaal Stoomgemaal (het grootste ter wereld) te De Lemmer, door H. M. de Koningin en Z. K. H. Prins Hendrik der Nederlanden - H. M. stelt persoonlijk het stoomgemaal in werking door een druk op een electronische knop. Een evenement van beteekenis voor Friesland!

De Koningin onderhield zich vervolgens met verschillende genoodigden, o. w. den Commissaris der Koningin in Groningen, prof. J. C. Dyxhoorn, hoogleeraar te Delft, die de machines mede ontworpen heeft, den heer Smulders, fabrikant der stoommachines, den heer Anema, den opzichter, die de leiding bij het werk gehad heeft met gebroeders Broersma uit Harlingen, de aannemers van hot gebouw, met den heer Elzelingen, hoofdingenieur van den provincialen waterstaat in Zuid-Holland en oud-lid van de Lauwers-zeecommissie en de Statenleden Sijtsma, L. Zandstra, J. L. Oosterhoff en S. v. d. Burg, met de Eerste Kamerleden Binnerts en Bergsma, den heer G. A. Escher, oud-lid der Lauwers-zeecommissie, oud-hoofdingenieur-directeur van den Rijkswaterstaat. De heer Smulders bood de Koningin een pracht werk aan, getiteld: De bemaling van den Frieschen boezem.

Na de historische redevoering van den Commissaris der Koningin, gaf de heer Wouda, hoofdingenieur van den Prov. Waterstaat, de vereischte toelichtingen op het grootsche werk, dat hier is tot stand gekomen; per etmaal kunnen 6 miljoen kub. meter water naar zee worden afgevoerd. Het stoomgemaal staat op een half uur afstand van De Lemmer; het machinegebouw is 60 M. lang; de schoorsteen is 60 M. hoog en werd, toen hij nagenoeg voltooid was, door den bliksem getroffen, zoodat men tot nieuwen bouw moest overgaan; de grootste stoommachines hebben vliegwielen van 4½ M. middellijn.

  • Links: H. M. in gesprek met den burgemeester bij de Truitjezijlbrug te Lemmer.
  • Midden: Mevrouw Eysinga in Friesch costuum, ter verwelkoming van H. M.
  • Rechts: Het stoomgemaal gezien van de landzijde.

Nog een leuke anekdote: Toen prins Hendrik het stoomgemaal bij Tacozijl opende, vroeg hij aan de heer Wouda: "Weet u wat de overeenkomst is tussen ons? " Wouda antwoordde: "Tot mijn spijt niet, Koninklijke hoogheid". "Wel", zei de prins, "u bouwt gemalen en ik ben prins-gemaal."

Afdruk van de heer Herman Melchers

Afdruk van: Gerben D. Wijnja Deze pompen kunnen ieder 500 m3 water per minuut verwerken

De Prins 1925: Door de afdeeling voor Werktuig- en Scheepsbouw van het Kon. Instituut van Ingenieurs is een bezoek gebracht aan het Provinciaal Stoomgemaal bij Lemmer. De afdruk toont het in werking zijnde stoomgemaal; boven het gezelschap[ vertrekt in autobussen, na het stoomgemaal bezichtigd te hebben.

De Watermolen in het buitendijksland, genaamd „De Uitheiing", bij Tacozijl.

Het stoomgemaal in de tijd, dat er nog kolen werden gestookt en de schoorsteen echt rookte.

Foto van van Thomas Coehoorn: Stokers stoomgemaal Lemmer.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.